Tweespalt | Politiegeweld

Nieuwsbricht Rijksoverheid, 3-5-2016 Beleidsregel Openbaar Ministerie, 3-7-2006 Politieagenten krijgen voortaan niet meer automatisch het stempel van verdachte opgeplakt bij onderzoek naar geweldgebruik. Een feitenonderzoek dat uitgaat van rechtmatig optreden komt daarvoor in de plaats. Dit is de kern van een wetsvoorstel van minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) dat vandaag voor advies naar verschillende instanties is gestuurd, zoals de Raad voor de rechtspraak en het Openbaar Ministerie (OM). [...] in deze Aanwijzing zijn passages opgenomen over de wijze waarop het onderzoek door de Rijksrecherche gestalte dient te krijgen, alsmede wat de rol daarin is van de lokale politie. Uitgangspunt is dat de politieambtenaar die geweld heeft gebruikt, gelegitimeerd gebruik heeft gemaakt van de geweldsbevoegdheden. Bij de betreffende onderzoeken naar geweldsincidenten wordt een politiefunctionaris die geweld heeft toegepast daarom in beginsel niet als verdachte aangemerkt. Dit is anders indien aanstonds duidelijk is dat hij wél als zodanig moet worden aangemerkt. Vandaag kwam de Rijksoverheid met een nieuwsbericht over een wetsvoorstel dat een (vermeende) misstand zou moeten rechtzetten die, blijkens een beleidsregel van het OM, al tenminste tien jaar niet meer voorkomt. Ik heb er het concept wetsvoorstel zelf bijgepakt en dat gaat inderdaad in hoofdzaak niet over het aanmerken als verdachte van politieagenten die geweld hebben gebruikt. Zeker omdat ik de bestaande jurisprudentie niet ken, kan ik echter maar moeilijk beoordelen wat dan wel de concrete gevolgen van dit wetsvoorstel ten opzichte van de bestaande wetgeving zouden zijn. Ik blijf dus met een aantal vragen zitten:

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: SalFalko (cc)

Het maatwerk van de rechter

OPINIE - Om echt maatwerk te kunnen leveren zal het beslissingsproces veel zorgvuldiger moeten worden geanalyseerd en gestructureerd dan thans het geval is, betoogt Dato Steenhuis (voormalig Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie) op Ivoren Toga.

De rechter levert maatwerk. Dat is althans de stelling, het uitgangspunt. Maatwerk staat voor zorgvuldigheid, niet alles over één kam scheren maar gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke ongelijk naar de mate van hun ongelijkheid. Ik ga bij de discussie of de rechter dit uitgangspunt waarmaakt voorbij aan de fase van de schuldvaststelling en beperk me tot de strafmaat.

Bij de bepaling daarvan houdt de rechter, zo blijkt uit de formule voor de motivering, rekening met de ernst van het feit, de persoon van de dader en de omstandigheden waaronder het delict werd gepleegd. Bij de weging van deze drie factoren moet hij dus zo goed als mogelijk proberen te voldoen aan het eerder genoemde maatwerk uitgangspunt.

Bij de ernst van het feit is dat, prima vista, het eenvoudigst. Soms steekt de wetgever zelfs de helpende hand toe, bijvoorbeeld door onderscheid te maken tussen de opzet en de schuld variant van een strafbaar feit. Maar ook als dat niet gebeurt, is deze variabele in het algemeen het makkelijkst te kwantificeren en daarmee op één noemer te brengen. Bij vermogensdelicten door de schade in geld uit te rekenen, bij geweldsdelicten door het letsel zo objectief mogelijk in kaart te brengen, bij dronken rijden door het bloedalcoholgehalte etc. etc.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Rita Willaert (cc)

Eerst schild, daarna zwaard

Wetgeving moet eerst schild en daarna zwaard zijn, vindt strafrechtadvocaat Jozef Rammelt in reactie op Judith Sargentini. Wetgeving beoogt de verhoudingen tussen burgers onderling en tussen overheden en burgers te reguleren. Dit is echter niet het geval in Nederland. 

De verhouding tussen burgers betreft het reguleren van verhoudingen tussen gelijken – iedere burger is immers gelijk aan de ander – terwijl de verhouding tussen overheden en burgers er een is van een fundamentele ongelijkheid. De overheid legt regels op en die moeten worden nageleefd. Worden zij niet nageleefd, dan staat daarop onherroepelijk een sanctie in welke vorm dan ook. In het betoog van Judith Sargentini gaat het over deze laatste relatie. De vraag dient zich aan of de overheid bij de regulatie het recht op privacy en gegevensbescherming van de burger geheel of gedeeltelijk terzijde mag schuiven, of dat deze rechten gerespecteerd moeten worden bij het opstellen van wetgeving.

Bij effectieve misdaadbestrijding ontkom je er eenvoudig niet aan om het recht op privacy en gegevensbescherming geheel of gedeeltelijk terzijde te zetten. Hetzelfde geldt voor de opsporing van een strafbaar feit. Dat kan niet anders, maar de regels die zijn opgesteld over hoe die rechten geheel of gedeeltelijk voor een bepaalde periode terzijde geschoven moeten worden, dienen door de handhavers van de wet strikt opgevolgd te worden. Zowel de reden van het tijdelijk terzijde zetten van deze rechten, als de wijze waarop dit geschiedt, dienen aan een integrale controle van een rechter onderworpen te zijn. Dat is, denk ik, in Nederland vrij aardig geregeld in het wetboek van strafvordering. De vraag dient zich echter aan of de staat preventief mag gaan surveilleren zonder dat daarvoor een directe reden aanwezig is.

Camera’s op iedere hoek van de straat die iedere beweging die u maakt registreren. Vastleggen welke winkel u bezoekt, welk vervoermiddel u gebruikt, hoeveel boodschappen u bij de kruidenier naar buiten sleept, noem maar op. Registratie op parkeerzuilen met welke auto u waar en hoelang parkeert. De registratie van de verplaatsingen die u met uw mobiele telefoon in uw tas maakt als u rustig door de stad loopt. Als u bij uw bank de pinautomaat gebruikt wordt er een foto van u gemaakt. Het kan allemaal niet op.

Minister Opstelten kwam onlangs met het onzalige idee om iedere vliegreis die u in de toekomst gaat maken te registreren. Als reden werd uiteraard een effectieve terrorismebestrijding weer eens in de strijd gegooid. Dat plan werd niet door een meerderheid in de Nederlandse politiek omarmd en dat is maar goed ook.

Ik stel u een andere vraag dan Judith Sargentini stelde en wel de volgende: bent u werkelijk van mening dat u nog enige vorm van privacy heeft in deze technische maatschappij, terwijl u de meest brave burger op de wereld bent? Ik stel vast dat dit niet het geval is, want waar u zich ook bevindt, uw aanwezigheid wordt overal en 24 uur per dag op enigerlei wijze geregistreerd. Als u zich onbespied waant tijdens een boswandeling vrees ik dat u op een paar honderd meter traceerbaar bent via uw mobiele telefoon. Het zwaard heeft de overhand gekregen ten koste van de schildfunctie van wetgeving. Dat is niet alleen het geval in de Verenigde Staten, maar ook in de rest van de wereld en heel zeker ook in Nederland.

Nederland is koploper bij het aantal door justitie afgeluisterde telefoon gesprekken. Hoezo privacy?

Het zwaard wordt dagelijks geslepen met als argument naar de burgers toe dat deze maatregelen hun veiligheid vergroten, en indien zij braaf zijn, zij helemaal niets te vrezen hebben. Dat is pure onzin. Data kunnen fout worden verwerkt en opgeslagen, met alle gevolgen van dien. Data kunnen in de verkeerde handen komen en voor heel andere doelen gebruikt worden dan waarvoor zij oorspronkelijk verzameld en opgeslagen werden. In hoeverre worden de door de overheid verzamelde data eigenlijk effectief beveiligd? Voor mij een vrij prangende vraag waarop ik vooralsnog geen antwoord heb. Ieder beveiligingssysteem is toch tegenwoordig te kraken? Wordt het dan te koop aangeboden aan de hoogste bieder op Marktplaats?

Ik vrees dat de trend van toenemende massasurveillance zal voortduren en er geen mogelijkheid meer is het tij te keren. Dit is een sombere vaststelling.

Dit debat is een coproductie van De Helling en Sargasso. 

Foto: Bjorn Hermans (cc)

Applaus voor Teeven voor bemiddeling in strafzaken

ANALYSE - Woensdag gaf staatssecretaris Teeven het startsein voor vijf proeven met herstelbemiddeling in het strafrecht. Bijzonder, vanwege het draagvlak bij het OM en in de rechtspraak. En terecht, want bemiddeling is een bewezen manier van conflicten oplossen. Teeven verdient dan ook applaus.

Herstelbemiddeling – ook wel mediation of bemiddeling genoemd – is een vertrouwelijk gesprek tussen dader en slachtoffer, begeleid door een onafhankelijke bemiddelaar. De bemiddeling vindt alleen plaats als slachtoffer en dader dat willen, en op voorwaarde dat de dader zijn rol in de zaak erkent. Doel van het gesprek is het komen tot afspraken tussen de betrokkenen over gedrag en eventueel een schadevergoeding. Deze afspraken worden in de meeste gevallen vastgelegd in een zogeheten vaststellingsovereenkomst.

Een voorbeeld uit de praktijk: vanaf het eerste moment dat zij boven elkaar wonen, hebben M. en P. ruzie over lopen op de trap, harde muziek en slaan met de deuren. De ruzie escaleert in een scheldpartij en P. grijpt M. bij de keel, waarop deze aangifte doet. In plaats van de zaak te laten voorkomen, besluit het OM een poging tot bemiddeling te laten doen. Tijdens het bemiddelingsgesprek vertelt P. te zijn geschrokken van zijn gedrag; hij zegt geen gewelddadig persoon te zijn. M., die nu erg bang is in haar huis, geeft toe dat zij ook haar aandeel heeft gehad in de escalatie. P. biedt zijn excuses aan en zegt met een hulpverlener te willen praten over zijn reactie. Ook maken P. en M. afspraken over hoe elkaar op de hoogte te stellen van geluidsoverlast.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Zondigen tegen vrijheid

OPINIE - 5 mei is een dag om stil te staan bij onze vrijheid. Laten we daarbij vooral de dingen die nog aan onze vrijheid mankeren niet vergeten.

Het was een mooie dag, Bevrijdingsdag. De zon scheen en het was feest. We leven dan ook in een land met ongekende vrijheden. Misschien genieten wij wel meer vrijheden dan waar dan ook ter wereld.

Onze vrijheden

Nederland is niet zomaar een vrij land. Nederland is ook in de westerse wereld een uitzonderlijk vrij land. In ons land is de vrouw baas in eigen buik, de dodelijk zieke is baas over zijn eigen leven, de homoseksueel is baas over met wie hij samenleeft. De prostituée mag legaal werken, en de wietroker wordt met rust gelaten.

Dit zijn allemaal vrijheden die leiden tot gedrag dat veel mensen afkeuren, maar dat doet er niet toe: mensen mogen zolang ze anderen daarin niet schaden zelf kiezen hoe ze hun leven inrichten. En hoewel we op deze gebieden de laatste tien jaar niet zoveel vooruitgang meer boeken en door verschillende landen geëvenaard of zelfs ingehaald worden, is het iets waar we nog steeds trots op mogen zijn.

Soms vergeten we het helaas zelf, maar wij hebben de wereld vele bewijzen geleverd dat regulering beter werkt dan repressie.

Foto: Reinier Sierag (cc)

Slachtoffer moet recht krijgen iets te zeggen over strafmaat

OPINIE - Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Fred Teeven heeft onlangs een wetsvoorstel aangekondigd dat aan gedupeerden van misdrijven het recht geeft om ook iets te zeggen over de aan de dader op te leggen straf. Prima voorstel dat past bij een samenleving van mondige burgers, vindt hoogleraar Jan van Dijk.

De eerste reacties  op het voorstel van staatssecretaris Teeven waren afwijzend;  de Volkskrant  (Peter Giesen, 25 februari 2013) en het NRC Handelsblad  (Annemarie Kas, 25 februari 2013; Redactioneel, 1 maart, 2013) bijvoorbeeld betoonden zich uiterst kritisch. De Groningse hoogleraar Nico Kwakman uitte op 26 februari op de website Sociale Vraagstukken zijn bedenkingen. Hoewel het voorstel op politieke steun van een meerderheid in de Tweede Kamer kan rekenen – het was opgenomen in de verkiezingsprogramma’s van PvdA, VVD en SP – is het allerminst zeker of ook de Eerste Kamer ermee zal instemmen. Ik herhaal hier de argumenten die voor invoering van het ongeclausuleerde spreekrecht pleiten en ga in op de aangevoerde bezwaren.

Achterhaald slachtofferbeeld

Sinds enkele jaren hebben gedupeerden het recht om op de zitting van de rechtbank het woord te voeren over de gevolgen van een tegen hen begaan misdrijf. Dat deze regeling niet voldoet, zal bij de behandeling in hoger beroep van de zaak tegen de pedofiele peuterleider Robert M. weer pijnlijk duidelijk worden. De ouders willen, zo blijkt uit interviews, hun woede uiten. Ook willen zij dat aan Robert M. tbs wordt opgelegd zodat hij geen nieuwe slachtoffers meer kan maken. De huidige wettelijke regeling staat dit echter niet toe. Binnen de huidige regeling mogen gedupeerden uitsluitend spreken over wat het misdrijf hen persoonlijk heeft aangedaan. Ze worden door deze beperking in een passieve, zielige slachtofferrol gedwongen. De huidige regeling is gebaseerd op een achterhaald slachtofferbeeld dat niet past in een samenleving van mondige burgers.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Laat buitenstaanders meekijken in de tbs-kliniek

Een gastbijdrage van Ko Hummelen, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Het stuk is ook te lezen op Sociale Vraagstukken.

De veroordeling van Julian C. laat onder meer de weerstand tegen tbs bij verdachten zien. De motivatie van een voor tbs-behandeling kan bevorderd worden door verbetering van het behandelmilieu in de kliniek. Dat vraagt om meer meekijken van buiten.

In de forensische psychiatrie is altijd sprake van dwang en drang. Patiënten met een psychiatrische stoornis of ziekte hebben vrijwel niets te willen. Daardoor bestaat er bij deze patiënten vaak weerstand tegen hun behandeling. Vooral de tbs-maatregel leidt nog al eens tot heftig verzet. Dat valt recentelijk ook af te leiden uit het verzet van Julian C. om mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek. (Formeel kan een  rechter alleen tbs opleggen als een stoornis is vastgesteld, red.) De opgave voor de tbs-kliniek is om die weerstand zo veel mogelijk te overwinnen. Ze moeten patiënten motiveren mee te werken aan hun (soms opgedrongen en gedwongen) behandeling. Dat is nodig en nuttig want de meest effectieve behandeling is die waarvoor de patiënt zelf ‘kiest’.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Immuniteit, vrijheid van meningsuiting & groepsbelediging

Scheiding der machten (foto: flickr/h.koppdelaney)Tijdens de formatie wilden de VVD en de PVV de vrijheid van meningsuiting uitbreiden. Voor politici die deelnemen aan het maatschappelijk debat moest er een uitzondering komen voor het verbod op groepsbelediging. Minderheden reageren geschokt. Er worden vergelijkingen met Berlusconi getrokken omdat deze net als de PVV ook geprobeerd heeft om vervolging tegen zichzelf stop te zetten. Immers Wilders wordt ook vervolgd voor groepsbelediging.

Ik kan om twee redenen wel iets zien in dit voorstel, alhoewel ik gezien de Nederlandse situatie wetgeving hierover overbodig vind. Ten eerste, ik geloof in scheiding der machten. Dat betekent dat kamerleden geen uitspraken mogen doen over zaken die onder de rechter liggen. Waarom zou niet evenzeer moeten gelden dat rechters zich niet bemoeien met een politiek debat? Is het niet evenzeer onwenselijk als in het proces dat iets legaal wordt gemaakt, rechters mensen vervolgen voor het zeggen dat dat legaal wordt gemaakt. Als een politicus in een maatschappelijk debat over zeg, de monarchie, beledigende dingen zegt over ons Staatshoofd, zou het dan niet onwenselijk zijn als hij daarvoor vervolgd wordt? Immers hoe kan je de maatschappelijke situatie anders veranderen? Ten tweede, het OM, is gelukkig relatief onafhankelijk, maar een minister kan sturend optreden, ook in specifieke zaken. Zou het niet zeer onwenselijk zijn als een minister van een bepaalde partij een politicus van een andere partij zou kunnen uitschakelen voor uitspraken waar hij het niet mee eens is? Volgens mij betekent scheiding der machten dus dat juist de vrijheid van politici in het maatschappelijke debat bijzonder bescherming van juridische vervolging verdient.

Het gaat hier specifiek om groepsbelediging. Halsema sprak recent over het onderscheid tussen belediging en vernedering: “vernedering is niet hetzelfde als belediging, als het lasteren van God of het hard bekritiseren van heilige boeken. Bij belediging komt de staat wat mij betreft geen taak toe. Vernedering betekent dat mensen vervolgd worden om hun geloof of gediscrimineerd worden bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt of in het onderwijs.” Ik denk dat ze hierin gelijk heeft: er staan in ons wetboek van Strafrecht te veel, al dan niet slapende, artikelen die over belediging gaan, van het staatshoofd, van het staatshoofd van een ander land, van het openbaar gezag en dan natuurlijk nog godslastering en groepsbelediging. Ik denk dat als ik Halsema volg er onderscheid gemaakt moet worden tussen spreken en (het oproepen tot) handelen. Mensen mogen niet vervolgd of achtergesteld worden vanwege hun geloof of opvattingen, maar je mag wel over hen spreken, zoals je wilt. Aanzetten tot geweld is natuurlijk uit den boze, maar beledigen is heel wat anders. Het mes snijdt aan twee kanten: als je wilt dat mensen niet vervolgd mogen worden voor hun religieuze opvattingen, mogen mensen dan wel vervolgd worden voor hun discriminatoire opvattingen?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Onzinnige onderzoeken: Marokkaanse jongeren vinden Nederland te soft

Lekkere kop: “Eenderde Marokkaanse jongeren vindt Nederland te soft“.
Maar daar houdt het dan ook verder mee op. Goed voorbeeld van nieuws maken met iets dat eigenlijk geen nieuws is.
Ten eerste is eenderde geen meerderheid (34% was voor, 39% tegen deze stelling). Dus kennelijk vindt de meerderheid de aanpak prima, of misschien wel te streng (wordt niet duidelijk).
Maar belangrijker nog bij dit soort onderzoeken, waar een specifieke doelgroep benaderd wordt, is het vergelijken van deze cijfers met die van de totale populatie. En wat blijkt dan: “Driekwart van de Nederlanders denkt dat de samenleving beter zal gaan functioneren door harder en vaker strafrechtelijk op te treden.“.

Dus had de kop bij Een Vandaag net zo goed kunnen zijn: Marokkaanse jongeren zijn softies.

Er zijn nog meer kanttekeningen te plaatsen (62% was tegen extra zware straffen bv), hoewel er ook interessante observaties in staan (72% vindt dat de media teveel negatieve aandacht geeft). Maar de hoofdconclusie is in ieder geval bagger.
Oh ja, hierbij een welgemeende sneer naar het gros van de Nederlandsche media die dit bericht klakkeloos hebben overgenomen.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Vorige Volgende