The Godfather in het Witte Huis

Nice ship you have there. Shame if something were to happen to it. De term zou zo uit een maffiafilm kunnen komen, maar dit keer komt het dreigement vanuit het Witte Huis. Verrast het eigenlijk nog iemand? Donald Trump wil namelijk tol heffen op schepen die door de Straat van Hormuz varen. In ruil daarvoor krijgen ze 'bescherming' van de Amerikaanse marine. De prijs: twintig procent van de waarde van de lading. Het lijkt op het verdienmodel van een maffiafamilie. Eerst veroorzaak je zelf het veiligheidsprobleem. Daarna bied je bescherming aan tegen de gevolgen. Wie betaalt, mag hopen op een veilige doorgang. Wie weigert, zoekt het kennelijk zelf maar uit, en daarbij vertrouwt Trump op Iran om de dreiging te leveren. Hij verkoopt hiermee een oplossing voor een feitelijk niet bestaand probleem. De Amerikaanse marine verandert daarbij van bewaker van de vrije scheepvaart in de gewapende incassodienst van het Witte Huis. De hoogte van de gevraagde tol maakt de vergelijking nog treffender. Twintig procent van de ladingwaarde is geen bijdrage aan loodsdiensten, kustbewaking of verkeersleiding. Het is een aandeel in de buit. Bij een tanker met een straatwaarde van honderd miljoen dollar vraagt Trump twintig miljoen voor één veilige passage. Don Corleone zou zijn vingers aflikken bij zo'n deal. Opvallend genoeg eiste hij kort daarvoor nog dat de Straat van Hormuz zonder tol zou worden opengesteld. Vrije doorvaart is voor Trump kennelijk alleen een beginsel zolang een ander de rekening probeert te sturen. Zodra de Verenigde Staten zelf kunnen innen, verandert afpersing in dienstverlening. De boodschap aan de internationale scheepvaart en gemeenschap is eenvoudig: wij hebben de brand aangestoken, wij bezitten de brandweer en de rekening bedraagt twintig procent van uw inventaris.

Door: Foto: Don Corleone - screenshot film
Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Iran: van sancties naar servicepakket

Voor de oorlog was de status quo helder. Iran zat onder sancties, had beperkte toegang tot internationale markten en werd door Washington en Tel Aviv behandeld als een probleem dat met maximale druk vanzelf kleiner zou worden. De VS hadden de militaire overmacht in de regio, Israël had de politieke rugdekking, en het nucleaire dossier leverde de permanente rechtvaardiging voor dreiging, bombardementen en stoere taal van mannen die oorlog vooral zien als een communicatiestrategie met explosieven.

Na de oorlog ligt er een (uitgelekt) voorlopig akkoord waarin Iran opvallend weinig, of eigenlijk zelfs niet, kleiner is geworden. Mocht het waar zijn, dan stopt de strijd op alle fronten. Ook bondgenoten moeten zich eraan houden, waardoor de tekst impliciet ook de strijd tussen Israël en Hezbollah raakt. Dat alleen al is een interessante uitkomst: Iran wordt niet geïsoleerd, maar erkend als partij die invloed heeft op de regionale brandhaarden. Voor een land dat zogenaamd op zijn plek moest worden gezet, is dat een vrij ruime plek geworden.

Nog aardiger wordt het bij de wederzijdse belofte om zich niet meer met elkaars binnenlandse aangelegenheden te bemoeien. Trump had na de eerste aanvallen nog gefantaseerd over regimeverandering in Iran. Nu belooft Washington datzelfde regime met rust te laten. Blijkbaar is de dictatuur na een paar maanden oorlog weer voldoende legitiem om er ordentelijk afspraken mee te maken. Principes zijn mooi, zolang ze niet in de weg staan van olieprijzen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

VS gaan vol 1984

“Te lang heeft Iran schepen lastiggevallen en geprobeerd hieraan te verdienen met tolheffingen”

Aldus Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van onzinnige maar dodelijke oorlogen, die daarbij voor het gemak even ‘vergeet’ dat Iran pas tol is gaan heffen in reactie op Amerikaanse aanvallen. Orwell zou trots op hem zijn.

Een tweede interessante quote:

“De wereld heeft de Straat van Hormuz harder nodig dan wij.”

Klinkt toch een beetje als een kleuter die met een van pijn vertrokken gezicht zegt ‘het doet me toch geen pijn’. Tegelijkertijd heeft hij wel gelijk, het raakt Europa en Azië harder. Dat maakt zijn eis dat de NAVO moet helpen interessant. Want vraag je bondgenoten om zichzelf in de voet te schieten op het moment dat je daar om vraagt? Blijkbaar wel.

Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

De illusie van controle in de Straat van Hormuz

De machtsverhoudingen in de Straat van Hormuz lijken op het eerste gezicht duidelijk. De Verenigde Staten als wereldmacht, Iran als niet meer dan een onmachtige stoorzender. En in theorie klopt dat, maar de praktijk blijkt weerbarstiger. Want de uitkomst van dit spel wordt allang niet meer bepaald door wie de meeste vuurkracht heeft.

De werkelijkheid is pijnlijker. Voor de VS dan, want Iran hoeft nauwelijks iets te doen om te winnen. De Verenigde Staten hoeven alleen maar geen volledige veiligheid te kunnen garanderen. Veiligheid in de Straat van Hormuz is namelijk binair. Of het is helemaal veilig, of totaal niet. Er bestaat geen comfortabele middenweg waarin 97 procent zekerheid volstaat. Voor verzekeraars, rederijen en markten is alles onder de honderd procent simpelweg onzekerheid. En onzekerheid vertaalt zich direct in hogere kosten, omleidingen en stilvallend verkeer.

Dat maakt de drempel voor Iran opvallend laag. Het hoeft geen grootschalige aanvallen uit te voeren, geen tankers systematisch uit te schakelen. Een paar incidenten, een dreigement, een drone op de verkeerde plek, en het systeem begint te haperen. Schepen draaien om nog voordat er iets gebeurt. De markt reageert op wat zou kunnen gebeuren, niet op wat daadwerkelijk plaatsvindt.

De Verenigde Staten zitten gevangen in het spiegelbeeld daarvan. Het kan escortes organiseren, mariniers inzetten, druk uitoefenen en blokkades afdwingen. Wat het niet kan, is garanderen dat er niets gebeurt. En zolang die garantie ontbreekt, blijft de status quo bestaan. En deze kwetsbaarheid wordt uitgemolken door Iran. Zelfs als het totaal geen marine meer heeft.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.