Simon Rozendaal – nu even op de inhoud

Dit is een gastbijdrage van Willemijn Kadijk, Gjalt Annega & Femke Nijsse. Tevergeefs werd dit artikel eerder aangeboden aan Elsevier als repliek op het antwoord van dhr Rozendaal. Zij besloten het niet te publiceren omdat volgens hen de discussie wel klaar was. Lees en oordeel zelf. Afgelopen vrijdag stonden wij even in de aandacht met onze reactie op een klimaatartikel van Simon Rozendaal. Een hoop discussie op Twitter en een repliek van Simon Rozendaal verder stonden wij voor het dilemma: reageren wij hier nog op of laten we het zitten? Omdat wij toch graag een aantal dingen wilden rechtzetten, besloten we aan de slag te gaan. Onze complimenten aan meneer Rozendaal dat hij op ons artikel heeft gereageerd; dit siert hem. Voor deze reactie nemen wij een wat meer beschouwende rol. Tegelijkertijd willen we ons stuk ook iets breder trekken naar retorische en inhoudelijke fouten die vaak voorkomen in beschrijvingen van klimaatverandering en de wetenschap eromheen. Ten eerste willen wij even iets verduidelijken. In zijn reactie beklaagt meneer Rozendaal zich dat hij wel eens onheus wordt bejegend of wordt uitgemaakt voor “klimaatontkenner”. Echter, nergens in ons artikel wordt het woord ‘klimaatontkenner’ genoemd of wordt meneer Rozendaal uitgescholden. Wij begrijpen niet welke relevantie dit heeft voor ons artikel. Wij spreken ons graag uit tegen het onjuist bejegenen van mensen met wie je het oneens bent.

Quote du Jour | Geen klimaatscepticus

‘Ik vind mijzelf absoluut geen klimaatscepticus. De klimaatwetenschap is een stuk rijper geworden en ook ik ben er inmiddels van overtuigd dat de mens inderdaad invloed heeft op het klimaat.

Deze uitspraak komt uit de mond van Simon Rozendaal rollen in het afscheidsinterview in de Volkskrant. Dat hij zichzelf geen klimaatscepticus vindt is logisch: dat vindt namelijk iedere klimaatscepticus van zichzelf. Bovenstaande quote wordt echter direct gevolgd door een aantal uitspraken om de mensen toch gerust te stellen cq in slaap te sussen met betrekking tot de stand van zaken over de opwarming van de aarde:

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Alles wordt beter!

RECENSIE - alles-wordt-beterDaar hadden de media onlangs toch even schokkend nieuws: de afgelopen veertig jaar zou het leven in zee zijn gehalveerd. Overbevissing, klimaatverandering, u kent de verklaringen.

Ik vermoed echter dat u, media wise als u bent, op uw klompen aanvoelde dat dit niet waar zijn kón, en u kreeg gelijk. De onvolprezen factcheck-rubriek van De Volkskrant maakte vrij simpel korte metten met de claim. Het onderzoek klopte wel, maar het persbericht moffelde weg dat soorten waren onderzocht die toevallig onderzoekbaar waren. Gewervelde dieren, die redelijk opvallend zijn, waren dus wel bekeken, maar de vele soorten plankton niet. Dat maakt de generalisering ongenuanceerd, om niet te zeggen: misleidend. Veel journalisten liepen er desondanks met open ogen in.

Alarmisme en optimisme

Ik heb niet gelezen of Simon Rozendaal, wetenschapsjournalist bij Elsevier, erover heeft geschreven, maar het demasqué zou hem niet hebben verbaasd. In zijn boek Alles wordt beter! (briljante ondertitel: Nou ja, bijna alles) beschrijft hij onder meer de wijze waarop de milieubeweging de media probeert te sturen. De Brent Spar-affaire is daarvan vermoedelijk het bekendste voorbeeld. Het is beslist niet zo dat de milieubeweging zomaar wat roept, maar men heeft er wel een handje van nieuws op een alarmerende toon naar buiten te brengen, ook als men redelijkerwijs kan weten dat dit overdreven is. Een mooi voorbeeld van dat alarmisme wordt hier gehekeld.

Alles wordt beter! is echter geen aanval op de milieubeweging. Rozendaal ergert zich vooral aan onredelijk pessimisme. In het eerste deel toont hij overtuigend aan dat we het in onze eenentwintigste eeuw beter hebben dan welke generatie voor ons ook. De lucht en het water zijn schoner, er is minder criminaliteit en oorlog, de medische zorg is nog nooit zo goed geweest, we eten gezonder dan ooit, we leven langer, we hebben meer respect voor vrouwen, we hebben beter onderwijs. Het is onweerlegbaar en Rozendaal wil dat we met wat meer vertrouwen naar de toekomst kijken.

Drie motoren

Hij noemt “drie motoren” die zijns inziens garanderen dat de vooruitgang verder zal gaan. De eerste is evolutie. Orde en samenwerking zijn wezenskenmerken voor het leven, en Rozendaal ontwaart in de evolutie een neiging naar toenemende complexiteit.

Vooral wanneer ik over de chemische evolutie nadenk, kan ik niet anders concluderen dan dat er in de dode materie een drang tot ordening en samenwerking zit.

Toekomstige critici die hem van teleologisch denken zullen beschuldigen, geeft hij bij voorbaat gelijk: “Dan maar teleoloog.”

De tweede motor is de technologie, die leidt tot welvaart. Een samenleving moet een bepaald welvaartsniveau bereiken, schrijft Rozendaal, voor ze zich kan veroorloven te gaan zorgen voor natuur en milieu. Pas toen Nederland in de jaren zestig dit niveau bereikte, konden we gaan denken aan de halfopen stormvloedkering in de Oosterschelde. Sindsdien kunnen we ook werken aan de schoonmaak van onze vervuilde leefomgeving.

De afname in vervuiling heeft natuurlijk met geld te maken. Lood is een goedkoop middel om benzine te verbeteren; zwavelhoudende steenkool is goedkoper dan aardgas; ontzwavelingsinstallaties en driewegkatalysatoren zijn duur. Het schoonmaken van het milieu heeft de Verenigde Staten het onvoorstelbare bedrag gekost van 3500 miljard dollar. Nederland geeft jaarlijks ongeveer 3 procent van het bruto nationaal product, ofwel 13 miljard euro, aan milieumaatregelen uit. Dit is natuurlijk het sterkste bewijs dat niet welvaart, maar armoede de oorzaak is van vervuiling: er zijn maar heel weinig landen – alleen de rijke in Noord-Amerika, Europa en een enkel land in Azië – die zich dit soort bedragen kunnen veroorloven.

Rozendaal stelt dat sinds de jaren zestig eerst de zwaarste vervuiling is aangepakt, toen de wat minder belangrijkere, en dat de problemen die we nu zien, in feite klein bier zijn. Voor alarmisme is daarom geen reden, stelt hij.

De derde motor is beschaving.

In de loop der tijd worden we steeds fatsoenlijker en beschaafder. We zijn gestopt met slavernij, behandelen vrouwen en kinderen beter, zijn toleranter geworden jegens homoseksuelen en slaan er niet bij het minste of geringste op los.

Anders gezegd: we zijn onze impulsen gaan beheersen en hebben leren anticiperen op de gevoelens van anderen. Dit zou mede zijn veroorzaakt door handel en door de opkomst van de overheid. Hiermee volgt Rozendaal de civilisatietheorie van Norbert Elias en de conclusie van dit deel van Alles wordt beter! is dat deze motoren garanderen dat we met optimisme naar de toekomst mogen kijken.

Waarom zo pessimistisch?

Rozendaal meent dat we niet voldoende optimistisch zijn en op dat punt, zo moet ik bekennen, heb ik wat vraagtekens. Mij lijkt dat althans een spiegelgevecht. Er is sinds de Guttenberg– en Stapel-affaires nogal wat onderzoek gedaan naar het vertrouwen in de wetenschap, en de conclusie is, als ik het goed zie, dat weliswaar het vertrouwen in de wetenschappers daalt, maar dat u en ik nog volop geloven in het potentieel van de wetenschap. De meeste artikelen in de wetenschapsbijlagen van onze kranten lijken nog volop het frame te volgen dat de Twentse hoogleraar wetenschapscommunicatie Hedwig te Molder aanduidt als “blijde wetenschap”. Alles wordt beter, inderdaad.

Dit sluit vanzelfsprekend niet uit dat we nog altijd niet genoeg optimistisch kunnen zijn, en daarover heeft Rozendaal wel het een en ander te zeggen. Hoewel hij bekent dat hij geen alomvattende theorie kan bieden, benoemt hij allerlei factoren die maken dat we te somber zijn over de toekomst. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat angst zaaien financiële voordelen kan hebben, geeft voorbeelden van evidente paniekzaaierij en wijst op het individueel falen van wetenschappers. “De tijd ligt achter ons dat onderzoekers onbaatzuchtige vorsers naar de waarheid waren.” De vaste lezers van deze kleine blog kennen legio voorbeelden uit de oudheidkundige disciplines, waar overdrijving de standaard-publiciteitsprocedure is; Rozendaal haalt zijn voorbeelden uit de exacte wetenschappen.

Het probleem is hier dat de voorbeelden op zichzelf wel zullen kloppen, maar dat ik niet weet of ze samen genoeg bewijs vormen. Dat geldt nog meer voor de theorieën die Rozendaal in zijn achtste hoofdstuk naar voren brengt: linkse zelfhaat, oikofobie, “weerzin tegen de dingen die we maken” ofwel technofobie, een afkeer van het kapitalisme. Het is allemaal te essayistisch om te overtuigen, en hier en daar slaat Rozendaal de plank echt mis. “Links en beschaving staan van oudsher sowieso op gespannen voet met elkaar,” stelt hij bijvoorbeeld, om ditg te bewijzen met de jacobijnen en Mao – de Everest Fallacy, met andere woorden. Je kunt de omgekeerde stelling bewijzen met als voorbeeld Theo Thijssen en die stelling zou even zinledig zijn.

Te essayistisch is ook Rozendaals negende hoofdstuk, waarin hij het aanhoudende pessimisme verder verklaart met enkele factoren die erop neerkomen dat de wereld te complex is om nog te worden begrepen. Hij maakt daar korte metten mee: vroeger was het nog veel onbegrijpelijker. Betere scholing en wetenschapsjournalistiek zouden nuttige tegenkrachten kunnen zijn. Daarmee ben ik het helemaal eens maar het probleem is opnieuw dat ik niet weet of al de voorbeelden samen wel voldoende bewijzen dat pessimisme ongefundeerd is.

Besluit

Aan het einde van het boek erkent Rozendaal dat er ook reële problemen zijn. Hij heeft in het verleden wel eens aangegeven niet overtuigd te zijn dat de klimaatverandering de grote ramp is die ons bedreigt, en komt daarvan nu iets terug: de mens kan een grotere invloed op de opwarming hebben dan hij eerder heeft gedacht. Toch wil Rozendaal ook hier optimistisch zijn: ook dit is geen probleem van de buitencategorie. Ik weet niet of dat overtuigend is. Er is overbevolking, en weliswaar neemt de groei af, maar er zijn nog altijd verdraaid veel mensen die samen een enorm beslag leggen op de grondstoffen.

Het boek eindigt met een hele reeks voorbeelden van pessimistische voorspellingen die niet bleken uit te kloppen. De opsomming is even amusant als schokkend. Maar alweer: hoeveel voorbeelden bewijzen dat de pessimisten altijd ongelijk hebben? Tegenvoorbeelden van pessimisten die wél gelijk kregen, levert Rozendaal niet.

Ik weet daarom niet of ik overtuigd ben. Na een zeer sterk begin over de vooruitgang en een ook sterk deel over de “drie motoren”, bieden de laatste hoofdstukken weliswaar veel voorbeelden, maar geen motivatie waarom zoveel voorbeelden voldoende zouden zijn.

Wat me ook wat verontrust, is dat de voorbeelden die ik controleren kan, soms niet kloppen. Die vergissingen zijn overigens te triviaal om het betoog te beschadigen: Tacitus noemt nergens kobolden (en ik kan het weten), het koepokkenvaccin is niet bedacht door Edward Jenner maar is door Europeanen overgenomen uit Egypte, en het is een hoax dat een geschiedenisstudent zó slecht opgeleid was dat hij niet wist dat Jezus en Christus dezelfde zouden zijn. Die legendarische student zou rond 1990 in de collegebanken hebben gezeten bij oudhistorici uit én Utrecht én Amsterdam én Leiden, die ik alle drie dit mopje heb horen vertellen als persoonlijke ervaring. Nogmaals: dit zijn triviale kwesties, maar ze suggereren dat Rozendaal wat makkelijk omspringt met zijn informatie.

En toch: ik heb het boek in één ruk uitgelezen. Het is kristalhelder van opbouw, amusant geschreven en toont een schrijver die met elke vezel betrokken is bij zijn onderwerp. Ik herkende de auteur van de oude Natuur en Techniek-rubriek “Analyse en Katalyse”: gepassioneerd, vol liefde voor de wetenschap en met een open oog voor de feilen daarvan. En iemand die in elk geval duidelijk maakt dat over sommige onderwerpen misschien wel érg alarmistisch wordt geschreven. Kortom: ook voor wie, zoals ik, niet alles kan geloven, is dit een erg lekker boek.

Foto: Eric Heupel (cc)

Bananen

Bananen zijn heerlijk. Niet te vaak eten, een paar keer per jaar maar, maar dan wel het liefst een beetje bruin uitgeslagen, volzoet van smaak, en er lekker lang over doen. Van die kleine hapjes nemen, en dan zachtjes kapot drukken met je tong tegen je gehemelte, een paar keer omscheppen en dan doorslikken – wie zijn kiezen gebruikt, is af. Simon Rozendaal is een banaaneter van likmevestje. Vier happen – maal-maal-maal-slik – en het ding is weggewerkt. Voor de camera wordt nog even een soort van verlekkerde frons getrokken, maar het is een werktuiglijk soort verorberen – ‘nuttigen’, niet ‘savoureren’.
Toch wens ik Simon Rozendaal nog heel veel smakelijke bananen toe (en dat is geen dreigement). Misschien krijgt hij de kunst van het genieten ooit door. Ik ben zelf eigenlijk meer een appeleter – die zijn vast ook ontzettend radioactief, maar ze helpen wat beter tegen de dorst. Een friszuur exemplaar nemen, de tanden erin, het sap eruit zuigen en dan het afgebetene kapot knauwen. Voor een niet-vleeseter als ik is zo’n appel ook een goed moment om de kiezen weer even te trainen.

Ergens heb ik er ook wel bewondering voor. Je moet ook het gore lef maar hebben: camera aan, en met de rokende puinhopen van Fukushima op de achtergrond licht hakkelend en liegend dat je scheel ziet een banaan nuttigen en kraaien dat het allemaal… Ho. Wacht. Stop. Schrijf ik daar nou ‘liegen’? Verraad ik mezelf hier nou als vooringenomen linkse stralingshystericus? Wel, liegen is een rekbaar begrip, en Simon Rozendaal is natuurlijk gans geen domme vent. Hij is slim genoeg om geen apert onware bewering te doen, en heeft zeker de gave een schijnbaar samenhangend verhaal te vertellen met allemaal schijnbaar ware feiten. Lees zijn ‘nucleaire overpeinzingen’, en kijk maar naar de herhaling van Pauw en Witteman. Ik ga ook echt niet de moeite nemen om ze allemaal te checken. Kost veel te veel tijd, en is ook helemaal niet nodig. De opgelepelde feiten zijn namelijk volstrekt irrelevant. Simon Rozendaal neemt een pol gras, doet daar een mooi glanzend papiertje omheen, en biedt dat zijn publiek aan als een bruidsboeket – en, zo blijkt prompt, het te verwachten klapvee vreet het als zoete koek.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Quote du Jour | WC-eend

Wc-eend-hoogleraren willen meer groene gekte en klimaathysterie.

Columnist Simon Rozendaal gaat in zijn column voor Elsevier los op de open brief van 90 hoogleraren waarin deze de Tweede Kamer oproepen om meer te doen voor een groene economie.

Er is immers maar één reden waarom de hoogleraren vermelden dat ze hoogleraar zijn. Dat is omdat u dan onder de indruk bent en denkt dat deze mensen veel van het klimaatprobleem afweten, dat deze mensen extra deskundig zijn en hun mening daarom zwaarder zou moeten wegen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Rechts en het klimaatprobleem

Age of Stupid

Iedere keer verbaas je je er weer over. Het fanatisme waarmee bijvoorbeeld de PVV en haar aanhangers ageren tégen het bestaan van de klimaatcrisis. Als een imam van wahabistische snit die flink fulmineert tegen de evolutietheorie, grijpen ze elke laatste strohalm aan om het bestaan van de opwarming van de aarde te ontkennen.

Waarom is de rechter medemens zo verschrikkelijk gericht tegen de theorie van klimaatverandering? En het is niet alleen de PVV. Bij Elsevier is Simon Rozendaal al jarenlang brenger van het goede nieuws en vooral full-time ontkenner van enige milieuproblemen. Doen ze dat puur omdat links dat nou thema nou eenmaal heeft omarmd? “Links is voor milieu, dus wij zijn tegen.” Doen ze dat omdat klimaat zo enorm gecompliceerd is dat hun achterban het niet snapt? Of gaan ze zo tegen de klimaatdeskundigen in omdat zij wél weten hoe de vork precies in elkaar zit? Vijfennegentig procent, als het geen 99 procent is, van de wetenschappers gelooft wel in klimaatverandering door menselijk handelen. Daar zit ongetwijfeld een aardig percentage bij dat met name goed beseft waar de onderzoeksgelden te vinden zijn, maar dan nog is ‘de wetenschap’ het er wel over eens.

Foto: Eric Heupel (cc)

De sinistere agenda van Elsevier

knmiWat is er toch aan de hand met Elsevier? Het eens zo keurige conservatieve weekblad met tips voor een goede pensioenbelegging of een lofzang op het gezinsleven, wordt steeds meer een onderdeel van Liegend Rechts. U weet wel, de opiniebladen en kranten waar feiten door de hardrechtse opinie worden vermangeld.
Voorbeelden zijn al eerder op Sargasso langsgekomen, maar ook vandaag was het blad op twee manieren opmerkelijk in het nieuws. In de eerste plaats omdat Elsevier-uitgever Reed Business bewust ter faveure van Elsevier een collega-blad de nek omdraait. Ten tweede omdat ze een scoop claimen die niet van hun is, en bovendien niet blijkt te kloppen.

Woensdag meldde Simon Rozendaal, Elsevier’s wetenschapsredacteur, farmaceutenvriend en professioneel klimaatontkenner, dat het KNMI al jarenlang verkeerde temperaturen meet op het meetveld in De Bilt. En hij legde een direct verband tussen die vermeende fout van het KNMI en de berichten over het broeikaseffect.

Rozendaal:
“Opmerkelijk is dat het KNMI, dat doorgaans graag de publiciteit zoekt middels persberichten (vooral over de opwarming van Nederland en de rest van de wereld) een en ander in volslagen stilte heeft gedaan.”

U weet vast al wat er nu komt: Het bericht werd vrolijk door de vaderlandse copy/paste gnomen gekopieerd. En – zoals zo vaak – zonder even met het KNMI te bellen.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Rozendaal kluunt mis

Simon RozendaalWat lijkt wetenschapsjournalist me toch een mooi beroep. Net als elke andere journalist heb je een kundige eindredactie achter je die je helpt de feiten te controleren, en dan ook nog eens het stevige fundament van de wetenschap onder je: wat de wetenschap ontdekt is De Waarheid en die hoef jij slechts om te zetten naar jip-en-janneke-taal. Dit in tegenstelling tot het drijfzand van ontbrekende informatie en misleidende meningen waar gemiddelde journalist het mee moet stellen. De wetenschapsbijlage klinkt dan welhaast een oase van waarheidsgetrouwe en ondubbelzinnige informatie. Maar is dat wel zo? Soms kom je zulke onbegrijpelijke flaters tegen dat je daaraan gaat twijfelen.

Neem nu Simon Rozendaal. Bekend wetenschapsjournalist, en volgens de bio niet de eerste de beste: studeerde scheikunde, zette de wetenschapsbijlage bij NRC op, sinds 1986 wetenschapsredacteur bij Elsevier, schreef vijftien boeken en ontving ook nog twee mooie prijzen voor zijn werk. De beste man is een zogenaamd klimaatscepticus; hij gelooft niet dat de mens verantwoordelijk is voor klimaatverandering. Dat is prima, tegenstanders heb je in elk debat nodig. Maar dan nu het volgende: in een column stelt Rozendaal dat niet de mens maar de zon verantwoordelijk is voor de temperatuursstijgingen de afgelopen tijd. Welk bewijs brengt hij hiervoor te berde?

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende