Huub

20 Artikelen
6 Waanlinks
50 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

Tweederde meerderheid voor FIDESZ in Hongarije

Verdeling van de stemmen, wat niet hetzelfde is als de verdeling van de zetels (klik op plaatje voor grotere versie)

In Hongarije vond zondag de tweede ronde van de parlementsverkiezingen plaats. Nadat twee weken terug al duidelijk werd dat FIDESZ de verkiezingen zou winnen, heeft deze partij nu een tweederde meerderheid verworven in het 386 zetels tellende parlement (ondanks dat het ‘slechts’ 53,4% van de stemmen had). Deze zege is slecht nieuws voor de democratie in het midden-europese land.

Een tweederde meerderheid is al heel slecht voor bijna elk land. In Hongarije, met een één-kamerstelsel en een kabinet dat in het parlement zetelt, betekent het een bijna ongelimiteerde macht om wetten te veranderen. Viktor Orbán kan feitelijk gewone wetten, maar ook de grondwet, in z’n eentje veranderen. Daarbij wordt hij slechts gehinderd door een constitutioneel hof. De gevolgen daarvan zullen nog wel meevallen, want Hongarije is ondertussen stevig verankerd in Europa, Orbáns partij is lid van de Europese Volkspartij en helemaal idioot is hij niet.

Wat wel een probleem vormt is de totale anti-politieke stemming in Hongarije. Twee nieuwe anti-politieke partijen hebben zetels in de volksvertegenwoordiging verworven. Het rechts-radicale Jobbik en de groene LMP hebben respectievelijk 47 en 16 zetels gewonnen. Beide partijen zetten zich – terecht – af tegen de zittende politieke macht. Die politieke macht werd tot voor kort door de MSZP vertegenwoordigd, die nu slechts 59 zetels binnensleepte. Dat betekent een diep wantrouwen in de Hongaarse politiek.

Foto: Eric Heupel (cc)

Verkiezingen: Vers bloed in Hongarije

Zondag zijn de Hongaarse parlementsverkiezingen. Of eigenlijk de eerste ronde. Het zullen hoe dan ook historische verkiezingen worden voor het kleine Donauland. Op de eerste plaats omdat het land er economisch heel beroerd voor staat. Maar vooral omdat voor de eerste keer er namelijk nieuwe partijen in het parlement komen. En wat voor partijen: de extreem-rechtse Jobbik en het ‘GroenLinkse’ Lehet Más a Politika. En dat is alleen maar goed voor Hongarije.

In Hongarije zijn sinds de vreedzame overgang van communisme naar democratie, grofweg slechts vier partijen in het parlement vertegenwoordigd. Er zijn twee grote partijen, namelijk de FIDESZ, de steeds conservatievere club van voormalig (en ook toekomstig) premier Viktor Orbán, MSZP, de sociaal-democratische communistische opvolgerspartij. Daarnaast zijn er twee kleinere partijen, de MDF, een conservatief-liberale partij en de SZDSZ, een liberale partij. FIDESZ heeft de afgelopen jaren de hele rechterkant opgeslokt. Het Hongaarse kiessysteem is erg nadelig voor nieuwe partijen: het is een gemengd systeem met deels evenredige vertegenwoordiging en deels een districtenstelsel, waarbij je per kiesdistrict handtekeningen moet halen. Bovendien is er een kiesdrempel van 5 procent. Nieuwe partijen De starheid van het politieke systeem, in combinatie met de enorme polarisatie tussen links en rechts die Hongarije in de greep houdt en enkele schandalen, leidt nu eindelijk tot nieuwe partijen die een goede kans maken in het Hongaarse parlement te komen. De Jobbik behaalden vorig jaar in de Europese verkiezingen een enorme verkiezingsoverwinning. Het is een extreem-rechtse partij, die zich openlijk uitsprak tegen joden, homo’s en vooral zigeuners. Ze zijn sterk verwant met de knokploegen van de inmiddels verboden Magyar Gárda, die openlijk niet welgevallige groepen in elkaar sloeg. Er zitten zelfs figuren in die terug willen naar de paganistische godsdienst van voor de kerstening van Hongarije in de Middeleeuwen. Of die vinden dat Jezus eigenlijk Hongaars was. Hele rare mensen dus. In Nederlandse commentaren wordt echter vaak hét unieke aspect van de Jobbik (letterlijk Rechtsen en tegelijkertijd Beteren) vergeten.

Foto: Eric Heupel (cc)

Handvest Burgerschap terug op de kalender?

Burgerschapskalender

Wie wilde ‘m niet hebben: de burgerschapskalender. Eén van de initiatieven verbonden aan het Handvest Burgerschap, de poging van het kabinet om de burger meer fatsoen bij te brengen. Minister Guusje ter Horst ziet het heilloze van de hele onderneming in. Tweede Kamerlid Ed Anker vindt dat verdrietig, zo liet hij optekenen in Trouw. De ChristenUnie is bezorgd dat het debat over goed burgerschap nu verstomd. En dat is maar goed ook.

Minister Ter Horst heeft uitstekende redenen om te stoppen met het ‘Handvest-project’. Ze is bang dat het te betuttelend is. En gelijk heeft ze daarin. Het is al vreemd dat de PvdA ooit akkoord is gegaan met zo’n plan. Geen breekpunt in een formatie natuurlijk, maar wel vooral heel erg onnodig. Immers het Handvest Burgerschap bestaat allang. Je kan het Contrat Social noemen, fatsoen of gewoon de wet. Die hoort immers iedereen te kennen. Toch is het niet zo gek dat juist de ChristenUnie zo graag wil doorgaan met het kansloze project. Ondanks de vrij matige opkomst bij de bijeenkomsten door het land, willen ze toch ‘iets doen’ met de input. Reformatorische christenen zijn immers mannen van het woord. En dat kan niet genoeg herhaald worden. Natuurlijk is er maar één Woord écht heilig, maar ook de overheid is heel belangrijk. Het is niet de SGP, maar de overheid heeft toch z’n macht te danken aan God. En daar hoor je niet tegenin te gaan. Bovendien, ook al heb je al wetten, er kunnen altijd nog wat meer letters bij. Een beetje protestant heeft ook meerdere bijbels in huis, ook al zijn ze dezelfde. Waarom niet meer van het zelfde?

Foto: Eric Heupel (cc)

De linksmens vs. de rechtsmens

Na 15 jaar internet en zo’n 10 jaar discussieren op het web, is er nog steeds iets merkwaardigs aan de hand in Nederland. Zeker sinds 2001 en het hele gedoe over moslims zijn er twee soorten Nederlanders ontstaan. De linksmensch en de rechtsmensch. Deze mensenrassen lijken soms absoluut en onverenigbaar. Sommige linksmensen menen zelfs dat er speciale sites voor linksmensen moeten zijn. Gelukkig zijn echte mensen niet zo. Nu ook nog in het debat anders gaan gedragen.

De rechtsmensch is een overblijfsel uit de jaren ’80. Toen werd in veel media iedereen die rechtser was dan de PvdA, al bijna extreem-rechts genoemd. Het was de tijd dat Amerika vies was, de VVD eng, de kraker oprecht en de Telegraaf fout. Natuurlijk gold dat lang niet voor iedereen, maar in de media was dat vaak het geval. Sinds maatschappelijk discussies – godzijdank – op internet worden gevoerd, heeft dat begrip in spiegelbeeld aan populariteit gewonnen. De linksmens is een gevleugeld begrip, niet alleen op Geenstijl, maar op alle discussieplatforms. De linksmens is meestal iedereen die niet tegen moslims is. Maar eigenlijk is het een containerbegrip voor iedereen die níet meegaat in het post-Fortuyniaanse discours van benoemen en anti-establishment gevoelens.

Foto: Eric Heupel (cc)

Laat mensen rustig dood zijn

Ramses Shaffy in Mei 2007 (Foto: Flickr/Robby van Moor)

Gisteren overleed Ramses Shaffy. Dat was een prachtige vent met prachtige muziek. De mediahype die vervolgens losbarstte was echter tenenkrommend. Net als bij zeg Martin Bril werd de man op TV en radio bijkans heilig verklaard. Van Boulevard tot Pauw en Witteman, sterker nog, tot aan élk actualiteitenprogramma toe werd de dood van Ramses Shaffy beweend. Goede kans dat dat nog even aanhoudt, tot de volgende dode BN-er althans. Mensen mogen niet meer gewoon rustig doodgaan.

Bij Ramses Shaffy is het best begrijpelijk. Een aimabele drinker, held voor de babyboomers die hoofdredacteur zijn van de diverse actualiteitenprogramma’s in Nederland. Hij schreef enkele grote Nederlandse klassiekers als ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ en ‘Het is stil in Amsterdam’, wat daadwerkelijk prachtige nummers zijn. Maar geen man met een uitgebreid oeuvre. Althans, dat had hij wel, maar het is moeilijk mensen te vinden die meer dan vijf nummers van hem kennen. Daarnaast was een flink deel van zijn bekendheid ook nog te danken aan running mate Liesbeth List, die ook de afgelopen jaren toen Shaffy al helemaal niets nieuws op de planken bracht, nog overal mocht komen opdraven om te vertellen over Shaffy (en heel soms over zichzelf). Natuurlijk dient zo iemand flink geëerd te worden. Echter wat deze dinsdag te aanschouwen was is geen eren, dat was lijkenpikkerij. Bij gebrek aan geld of zin of beiden duiken alle media van Nederland op het verscheiden van een BN-er. Net als eerder bijvoorbeeld rondom het overlijden van Martin Bril of Michaël Zeeman. HPdeTijd gaf bij die gelegenheden als enige nog wat tegengas aan de heiligenverering.

Foto: Eric Heupel (cc)

Recensie ‘Het aanzien van de politiek’

Cover Het aanzien van de politiek (Beeld: Uitgever Bert Bakker)

Het aanzien van de politiek is een hot issue. Of het nou minister-president Balkenende is die het ‘grimmige klimaat‘ hekelt of Wilders die de nationale vergaderzaal verlaat, het imago van de politiek en politici staat ter discussie. Recentelijk stipte ook Marc Chavannes dit thema nog aan. De Nijmeegse hoogleraar Politieke Geschiedenis Remieg Aerts doet ook een duit in het zakje met het het essay Het aanzien van de politek.

Remieg Aerts wil volgens het laatste hoofdstuk vooral een lans breken voor een nieuwe benadering van de politieke geschiedenis. Een benadering die veel meer dan voorheen rekening houdt met het imago van de politiek en met de zienswijze van de burgers, met de receptie door anderen van van politici en machthebbers. Wetenschappelijk gezien een interessante invalshoek. Het essay laat zich echter net zo goed lezen als een commentaar op de huidige politieke situatie in Nederland en op ‘de kloof tussen burgers en politiek’. Wat is het aanzien van de politiek anno 2009? De historicus doet op de eerste plaats heel erg goed wat een historicus behoort te doen. Debunken. Laten zien dat geklaag over de politiek niets nieuws is. In geschiedkundigentaal: hij laat de continuïteit zien van kritiek op politici en ‘de politiek’, waardoor de vaak veronderstelde discontinuïteit een stuk minder sterk komt te staan. Hij laat zien dat al sinds de invoering van het parlementaire stelsel in Nederland er altijd angst was voor verloedering van de politiek, van vergroving van het taalgebruik. Tegelijkertijd haalt hij onderzoek aan dat het vertrouwen van de politiek al vanaf begin jaren ’80 ongeveer gelijk blijft.

Volgende