Doorschuiven en afwentelen

Nederland houdt zich vast aan vergane glorie. We prijzen onze liberale opvattingen van leven en laten leven, onze polderpolitiek en compromisbereidheid: liever eindeloos praten dan de hakken in het zand zetten. Rutte vindt ons zodoende nog steeds een puik land. Maar doorpakken kunnen of durven onze politici niet, wanneer iets tegen de gevestigde orde in gaat: niet bij de aardbevingsschade, niet bij het almaar uitdijende toeslagenschandaal, niet bij de Belastingdienst die tegen alle regels in zwarte lijsten van burgers aanlegt, en al helemaal niet bij de coronacrisis. Zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet, lijkt het devies: maar juist door dat halfzachte beleid neemt het wantrouwen jegens de overheid toe en ondergraaft de regering haar eigen beleid. Daar komt het inhoudelijke gezwalk nog eens bovenop. Telkenmale wordt het kabinet ‘verrast’ door ontwikkelingen die elk weldenkend mens van mijlenver zag aankomen. En wie krijgt de schuld van de wederom oplaaiende pandemie? De burgers, die niet goed genoeg luisteren of niet weten wat goed voor ze is. Intussen blijft Rutte roepen hoe geweldig wij zijn, wat vooral een verpakte zelffelicitatie is: want dat vermeende succes schrijft hij uiteraard op eigen conto. Maar Nederland gaat zich permanent te buiten aan doorschuif- en afwentelpolitiek. In doorschuiven zijn we echt heel goed. De ziekenhuizen kunnen de toevloed van coronapatiënten voor de derde keer niet aan? Geen reden om het beleid grondig te herzien: we maken gewoon weer een plan om zieken over te brengen naar Duitsland, daar hebben ze nog wel bedden. (Hier hebben we die al jaren geleden wegbezuinigd: Nederland heeft twee ziekenhuisbedden per duizend inwoners, waar Duitsland er zes per duizend heeft, plus een relatief veel grotere IC-capaciteit.) De risico’s van de gaswinning, die al decennia bekend zijn, schuiven we af op de Groningers. Zeuren die te veel over langzaam instortende huizen en de ongehoord trage schadeafwikkeling, dan gooien we er een nieuwe overheidscommissie tegenaan: dat zal ze leren. Alles liever dan de NAM te dwingen in de buidel te tasten. De gedupeerden van de toeslagenaffaire hebben hun geld nog niet terug? Laten we eens rustig bestuderen hoe dat precies moet, slachtoffers schadeloosstellen en compenseren voor het leed dat hen is aangedaan. Daar moeten we wel eerst een rekenmodel voor ontwikkelen, en extra ambtenaren voor inhuren. Ook de kabinetsformatie is een eindeloos doorschuifspel: de deelnemende partijen hebben nu het record van de langste naoorlogse formatie. Intussen benadrukken ze om het hardst dat een akkoord urgent is. Maar zorgen dat het er komt? Ho maar. En nu gaat Rutte vergaderen over maatregelen om de klimaatcrisis te beteugelen, een crisis hij permanent heeft gebagatelliseerd. Het probleem doorschuiven naar de volgende generatie ligt hem meer: ‘We moeten immers wel kunnen blijven barbecueën,’ zei hij nog deze zomer. Als ik een tijdmachine had, zou ik Rutte erin stoppen. Wellicht dat hij dan leert dat regeren vooruitzien is. Deze column van Karin Spaink verscheen eerder in Het Parool.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Regeren, Revolte, en Wilders’ “Recht van de grootste”

Onderzoek toont aan dat het niet vanzelfsprekend is dat de grootste partij ook in de regering komt, schrijft universitair hoofddocent in Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam Tom van der Meer op Stuk Rood Vlees.

Op 30 januari verscheen een interview met Geert Wilders (PVV) in de NRC, waarin hij letterlijk liet optekenen: “Als ik straks de grootste ben en andere politici willen niet met mij samenwerken, dan zullen de mensen dat niet accepteren. Dan komt er een revolte. Wij laten dat niet gebeuren.” Op 1 februari herhaalde hij dat nog eens voor de NOS.

In reactie op Wilders is al vaak geschreven dat de democratie geen recht van de grootste kent. Het gaat er immers om welke regering kan rekenen op de steun van een meerderheid in het parlement. En een meerderheid, daar is Wilders zelfs in de peilingen met zijn 27 zetels (I&O Research) tot 42 zetels (peil.nl) nog ver van verwijderd. Bovendien stelde diezelfde Geert Wilders op 10 januari op Twitter zelf pontificaal en onvoorwaardelijk niet te zullen samenwerken met de VVD van Rutte. Inderdaad, de partij die momenteel de grootste is in het parlement.

Hoewel formeel geen recht van de grootste is vastgelegd in de wet, wordt vaak de suggestie gewekt dat er de grootste partij in de praktijk wel degelijk extra privileges krijgt. De laatste jaren is er bijvoorbeeld in de verkiezingscampagnes bij strategische stemmers ingehamerd dat de grootste partij de coalitieonderhandelingen zal leiden en de premier zal leveren. Dat leidde tot tweestrijdjes als tussen Kok en Bolkestein (1998), Balkenende en Bos (2003, 2006) en Rutte en Samsom (2012).

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Nieuwe strategie PVV: formatie of oppositie?

Potentiële bondgenoten van de PVV (foto:flickr/NewsPhoto!)

Gisteren liet PVV-fractievoorzitter Wilders weten dat hij bereid is tot compromissen. Om deel te kunnen nemen aan de regering wil hij water bij de wijn doen rond de thema’s immigratie en Islam. Tegelijkertijd stelt hij dat de AOW-leeftijd onbespreekbaar is. De logische vraag is: waarom zegt hij dit juist nu? Het klinkt als bereidheid om te regeren, maar is het dat ook echt?

Iedereen weet dat compromissen horen bij regeren. Maar zijn strategie was tot nu toe om geen millimeter toe te geven, wat een oorzaak is van zijn populariteit. Je kunt je afvragen of hij nu niet aan populariteit zal inboeten. Wellicht gokt Wilders erop dat het verlies aan stemmen bij het rechtlijnige deel van zijn achterban zal worden goedgemaakt door stemmen uit het VVD- en CDA-kamp. Zij wilden in deze interpretatie tot nu toe niet op hem stemmen, omdat hij toch de oppositie in zou gaan. Nu Wilders laat zien dat hij ook in praktijk bereid is tot regeren kan hij wellicht daar nieuwe stemmen aanboren.

Een andere motivatie, die de eerdere niet uitsluit, is dat het hem een mogelijkheid geeft om als “winnaar” de oppositie in te gaan. Wilders wilde immers wel, maar de andere partijen wilden niet. Dat genereert genoeg wrok bij de aanhang om het nog vier jaar uit te zingen. In BNN-today werd er gisteren op gewezen dat Wilders helemaal niet klaar is om te regeren. Hij heeft zijn schaarse goede kandidaten moeten opofferen aan de gemeenteraadsverkiezingen, en dankzij de mol van HP/De Tijd is bekend dat het talentenklasje een lachertje is. Na drie maanden training wisten zij nog niet wie de burgemeester van Almere is. Daarom zou Wilders eigenlijk nu al op de oppositie willen aansturen, en zijn partij de tijd geven zich te ontwikkelen.