De onderzoeksjournalistiek staat onder grote druk. De publieke omroepen krijgen meer armslag om hun actualiteitenrubrieken vorm te geven en verbannen gevestigde programma’s als Zembla, Reporter en Argos naar de marge van de televisie. Ook de ervaringen bij andere media, beloven weinig goeds.
Zonder onderzoeksjournalistiek zouden we nog steeds geloven dat de JSF een goed idee is, zou de Commissie-Davids niet hebben bestaan, de bouwfraude pas veel later zijn opgemerkt, ziekenhuizen vies blijven, incompetente Officieren van Justitie zich niet hoeven verantwoorden, pensioenfondsen de productie van clustermunitie financieren.
We hebben onderzoeksjournalistiek hard nodig. Ministeries, gemeenten en bedrijven verbergen zich in toenemende mate achter een schild van voorlichters die ontwikkelingen, documenten en nieuws in een voor hen gunstig licht proberen te spinnen (politie Utrecht: ‘we communiceren voortaan veiligheid’). Er zijn inmiddels meer voorlichters dan journalisten en daar kun je inmiddels ook een bescheiden stadion mee vullen.
De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) laat de invulling van de rubrieken voortaan aan de omroepen. Die krijgen daar meer geld voor. Dat lijkt goed nieuws. Maar gevestigde programma’s als Zembla, Reporter en Argos zijn zonder scrupules naar de marge van de televisie verbannen. Zembla zendt voortaan op zaterdagavond tegen elven uit. Het voortbestaan van Reporter en Argos is onzeker. Er komt ook wat voor terug. KRO gaat bijvoorbeeld Brandpunt weer op de tv brengen en belooft ook aan onderzoeksjournalistiek te doen. EO wil Tijdsein nieuw leven inblazen. De Vara wil iets van een nieuwsuur.