Het doorrekenen nader bekeken
Op Sargasso is ruimte voor gastbijdragen. Vandaag plaatsen we een gastbijdrage van regelmatig reaguurder JSK. Hij neemt het fenomeen doorrekenen van verkiezingsprogramma’s onder de loep.
Vanaf 1986 berekent het Centraal Plan Bureau de economische effecten van de verkiezingsprogramma’s door. Aanvankelijk verzochten alleen de grote middenpartijen CDA, PvdA en VVD het CPB hun financiële paragrafen door te lichten. Sinds de Paarse kabinetten hebben de kleinere partijen er ook aan moeten geloven. Nou ja, ‘moeten’ is een te sterk woord: de partijen vragen, het CPB draait, de politici zwaaien (met de rooskleurigste groeicijfers en begrotingsoverschotten, welteverstaan) en de pers neemt het allemaal over.
De laatste jaren is er toenemende kritiek gekomen op het Plan Bureau. Veel ‘voorspellingen’ in de doorberekeningen komen niet uit. Hoewel het CPB op basis van individuele partijprogramma’s de effecten van beleid op werkgelegenheid, overheidsfinanciën en economische groei bepaalt (althans dit probeert), is de veelgehoorde kritiek dat de ontwikkelingen tijden kabinetsperiodes wel erg sterk van de ramingen afwijken. Het gegeven dat in Nederland zelden een enkele partij aan de macht is – dus niet puur op basis van het eigen program beleid maakt – ten spijt; blijkbaar is de economie een wel heel feilbare wetenschap.
Ondanks deze beperkingen, hebben de doorrekeningen van het Plan Bureau wel degelijk nut. Ten eerste verraden ze de intentie van partijen, voorbij de retoriek. Als VVD de belastingen wil verlagen maar ook goed op de Schatkist zegt te letten, verklapt de ontwikkeling van de lasten van gezinnen tegenover de verbetering van het EMU-saldo de werkelijke prioriteiten. Ten tweede ontnemen de doorberekeningen de politici onheuse retorische munitie. Als de SP een begrotingsoverschot tracht te realiseren, kan het CDA moeilijk spreken van ‘potverteren’.
In het
Update: Er kunnen nog meer vragen bij!
(update: uitslag).