GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Ditmaal voor Berend ter Borg die ons het volgende stuk via de mail toezond.
Het is iedere keer toch weer een teleurstelling. Er is opnieuw een spook gearresteerd. Je doet je best om te voelen wat je zou moeten voelen: opluchting uit naam van de mensheid, blijdschap dat er eindelijk recht zal geschieden. Maar eigenlijk voel je dat de wereld weer een klein beetje onttoverd is, dat er iets van de magie en de suspense verdwenen is.
Want laten we wel wezen: wij houden van het kwaad. En dan niet zozeer het tergende, ergerlijke kwaad, het kwaad dat aangericht wordt door laffe kleine mannetjes achter bureau’s, die het ook allemaal niet zo goed weten. Nee, we houden van het vleesgeworden kwaad. Wij houden van mannen, en soms ook vrouwen, die het kwaad vertegenwoordigen, die leven om slecht te zijn, en bij voortduring tonen dat ze hier talent voor hebben.
Radovan Karadzic was een prachtig voorbeeld. Met zijn pafferige smoelwerk en zijn weelderige grijze haar gaf hij de verschrikkingen in Bosnië een gezicht. Vijf jaar lang, van 1991 tot 1996, leek hij onaanraakbaar, want de wereldgemeenschap had schijnbaar geen idee hoe de Servische moordmachine waarover hij de leiding had tot staan moest worden gebracht. Door de wol geverfde diplomaten lieten zich door hem afbluffen. ?Hij liegt, ik weet dat hij liegt, hij weet dat ik weet dat hij liegt, en toch blijft hij liegen,? verzuchtte de Britse Lord Owen. En in wezen heeft hij gewonnen, want grote delen van Bosnië die eerst door moslims werden bewoond zijn nu in Servische handen, en zullen dat waarschijnlijk ook altijd blijven. En toen het spel eenmaal uit was slaagde Karadzic erin om twaalf jaar lang volstrekt ongrijpbaar te blijven. Gedurende het hele proces tegen zijn baas Slobodan Milosevic leefde Karadzic nog ergens, in vrijheid, een teken dat dit verleden nog allerminst afgesloten was.