Onderzoek in kommetjes

In 1986 opende een vestiging van McDonald’s bij de Spaanse Trappen in Rome. De Italiaanse journalist Carlo Petrini, protesteerde niet met spandoeken maar met kommen penne die hij uitdeelde aan voorbijgangers. Zo begon Slow Food, inmiddels een wereldbeweging met honderdvijftigduizend leden in honderdzestig landen — gebouwd op het besef dat we niet sneller moeten eten, maar beter. Nu is er Slow Science: een nieuw manifest, van begin dit jaar, die oproept tot een vergelijkbare omwenteling in de wetenschap. (De initiatiefnemers verwijzen expliciet naar de parallel met Slow Food.) Het nieuwe manifest is pan-Europees. Wat ze delen is een grondgedachte: dat versnelling een vijand is van kwaliteit. Die gedachte komt geen moment te laat, want de snelkookpan van de wetenschap staat op ontploffen. De wereldwijde productie van wetenschappelijke artikelen steeg van twee miljoen in 2010 naar 3,3 miljoen in 2022 — een groei van 65 procent in twaalf jaar. Verwacht wordt dat door de komst van kunstmatige intelligentie die stroom alleen maar toeneemt. En er zijn weinig aanwijzingen dat hiermee ook de groei van kennis toeneemt.. Een bekende studie in Nature uit 2023, gebaseerd op een analyse van 45 miljoen artikelen en 3,9 miljoen patenten over zes decennia, toonde aan dat die artikelen en patenten steeds minder ‘disruptief’ zijn. Ze bouwen voort op bestaand werk in plaats van het te vervangen. Steeds meer onderzoekers, steeds meer artikelen, steeds minder echt nieuw inzicht. Hoe komt dat? Het Slow Science Manifest wijst op een samenspel van factoren. Publicatiedruk maakt van onderzoekers lopende-bandarbeiders die hun cv vullen met in kleine plakjes uitgesneden onderzoek. Competitieve subsidierondes concentreren middelen bij een kleine groep, waardoor de rest van de wetenschap in chronische onzekerheid verkeert. Peer review wordt slordiger naarmate reviewers meer manuscripten moeten beoordelen, en de ongeschreven regels van het vak — je citatie-index, je impactfactor — belonen alles behalve langzaam en diep nadenken. Chatbots verergeren het probleem: ze maken het makkelijker om meer te publiceren, maar niet per se om meer te ontdekken. Je kunt daar pragmatisch op reageren: zo is de academische wereld nu eenmaal, en wie er niet in mee wil draaien, werkt maar ergens anders. Maar dat gaat voorbij aan wat wetenschap zou moeten zijn, de bijdrage die ze aan onze samenleving en ons aller leven kan leveren. Wetenschap is geen modern kantoorgebouw dat iedere paar jaar moet worden gesloopt en herbouwd. Ze is een kathedraal die steen voor steen verrijst, over generaties. De fundamenten van de kwantummechanica werden niet gelegd door onderzoekers die bezorgd waren over hun jaarlijkse output; Darwin publiceerde On the Origin of Species na twintig jaar dubben. Charles Goodyear besteedde meer dan een decennium aan gevulkaniseerd rubber voordat hij zijn doorbraak bereikte. een tijdsinvestering die, zoals chemicus Jean-François Lutz in Nature Chemistry opmerkte, in het huidige systeem ondenkbaar zou zijn, zoals er inmiddels al meerdere beschouwers van de wetenschap zijn die laten zien dat de grote geesten van vroeger niet meer in het systeem passen. Het Slow Science Manifest is niet het eerste dat dit punt maakt. In 2011 publiceerde een groep Duitse academici onder de naam Slow Science Academy een korter manifest, met de mededeling dat wetenschap tijd nodig heeft om te denken, te lezen en te falen. In 2018 kwam de Belgische filosofe Isabelle Stengers met Another Science is Possible, waarin ze betoogde dat de wetenschap is overgenomen door marktdenken. Het nieuwe manifest bouwt (langzaam!) op die traditie voort, maar is concreter in zijn programma: het richt zich expliciet tot geldverstrekkers, universiteiten, uitgevers en onderzoekers zelf. Iemand die zichzelf slow noemt, is misschien niet in staat tot revolutie. Maar misschien is die wel nodig, zolang het systeem zichzelf in stand houdt. Een individuele jonge onderzoeker die besluit om minder te publiceren en langer na te denken, pleegt in veel vakgebieden carrièrezelfmoord, tenzij beoordelingscommissies meeveranderen. Het manifest erkent dit probleem en roept daarom vooral mensen met vaste aanstellingen op om het voortouw te nemen. En toch. Er is iets wezenlijks verschoven in het wetenschappelijke zelfbewustzijn van de afgelopen jaren. De tekenen zijn overal: in de discussie over de replicatiecrisis, in de groeiende scepsis over bibliometrische maatstaven, in het feit dat steeds meer onderzoekers openlijk zeggen dat het systeem ze kapotmaakt. Het Slow Science Manifest is geen revolutie. Het is een symptoom van een breed gedragen onbehagen en hopelijk een eerste stap naar iets beters. Of het genoeg is? Het gesprek voeren is in ieder geval een begin. En soms begint verandering bij het uitdelen van kommetjes penne.

Quote du Jour | definitiemacht

QUOTE - Professor Laura Batstra heeft voor het pedagogenblog pedagogiek.nu een interessant artikel geschreven over definitiemacht: de macht (van onder andere wetenschappers) om van zaken een definitie vast te stellen, waarmee vervolgens het denken over en het handelen in relatie tot deze zaken wordt gestuurd. Aanleiding is een subsidie-call voor onderzoek naar arme mensen:

Een zeer machtige definitiemacht is die van de instanties die grote sommen overheidsgeld verdelen over onderzoekers en onderzoeksgroepen. Met de inhoud van hun calls bepalen zij in sterke mate welk gedachtegoed geld en dus aandacht krijgt. Zo heeft verstrekker ZonMW (Zorg Onderzoek Nederland / Medische Wetenschappen) meerdere keren flinke impulsen gegeven aan het medicaliserende idee dat psychische stoornissen al vanaf jonge leeftijd huizen in mensen en dat vroege herkenning en behandeling erger kan voorkomen. Er is geen bewijs voor deze aanname, maar met vele tonnen onderzoeksgeld is het stoornisdenken wel extra versterkt in onderzoek en samenleving.

En nu is er de call van een andere subsidie-gigant, de NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek): “Het brein achter gezinskeuzes: inzichten voor gezondheid en gelijke kansen”, welke ook weer maatschappelijke problemen individualiseert. NWO stelt  €7.250.000 beschikbaar voor wetenschappers om oorzaken en oplossingen voor stresserende omstandigheden te definiëren op het niveau van het individu, die moet namelijk leren om onder stress toch verstandige keuzes te maken: “Door beter te begrijpen hoe hersenprocessen besluitvorming sturen, kunnen we interventies ontwikkelen en systematisch testen die gezinnen helpen gezondere, veiligere en kansrijkere keuzes te maken, nu en in de toekomst.”

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Ewoud Butter, gemaakt tijdens demonstratie tegen racisme en fascisme op 22 maart 2025

Moslimdiscriminatie is niet los te zien van politieke context

OPINIE - door Ewoud Butter

Discriminatie van moslims in Nederland is geen incident, maar structureel, genormaliseerd en diepgeworteld. Dat bevestigt nieuw onderzoek. Het rapport is waardevol, maar heeft te weinig oog voor de politieke context die mede verklaart waarom moslims ‘onderzoeksmoe’ zijn. Aan dit kabinet vragen iets tegen moslimdiscriminatie te doen, is aan de brandweer vragen een brand te blussen terwijl een deel van de korpsleiding eerder met een jerrycan op het dak stond.

Discriminatie van moslims is geen uitzondering, maar een patroon dat diep verweven is met het dagelijks leven van veel Nederlandse moslims. Dat blijkt uit een onderzoek dat tussen december 2023 en december 2024 werd uitgevoerd door Regioplan en ERCOMER (Universiteit Utrecht), in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Geen incidenten, maar patronen

Moslimdiscriminatie komt voor in vrijwel alle onderzochte domeinen van het dagelijks leven: op school, op het werk, in de zorg en bij de overheid. Vaak gaat het niet om scheldpartijen of openlijk geweld, maar om alledaagse, subtiele vormen van uitsluiting. Niet minder pijnlijk, wél moeilijker aanwijsbaar.

Daarnaast is er sprake van institutionele discriminatie: regels en processen binnen organisaties die – vaak onbedoeld – systematisch nadelig uitpakken voor moslims. Denk aan strengere controles, belemmeringen bij toegang tot zorg of werk, of protocollen die niet aansluiten bij religieuze realiteit.

Foto: © cartoon Marc van Oostendorp Iemand staat met haar foto in de krant, in ons herleefde managersfeuilleton De verleden tijd van lijken.

‘Boeken lezen, dat hoeft een neerlandicus kennelijk ook al niet meer’

COLUMN - “Mensen,” zei Flo, de nieuwe decaan van de faculteit altijd als ze het woord voerde. Sommigen verdachten haar er om deze reden van dat ze heimelijk weleens woke kon zijn. Waarom zei ze niet gewoon ‘dames en heren’ zoals vroeger? “De wereld is gek geworden” Deze sommigen drongen daarom af en toe aan de lunchtafel aan op haar ontslag, ook al hadden de lunchpartners helemaal geen macht om Flo te ontslaan.

Anderzijds wist niemand of ze vroeger, toen woke nog niet bestond, dan wél ‘dames en heren’ had gezegd.

Flo was zich in het geheel niet bewust van de discussie over haar eventuele wokedom. Ze vervolgde daarom haar toespraak. “Zoals jullie weten hebben we een nieuwe regering. Ik heb daar”, ze keek schalks om zich heen, “ook niet om gevraagd.” Er werd niet instemmend gehumd, het bleef eigenlijk doodstil. “Dit beleid”, zei Flo, nu ernstiger, “is mij natuurlijk een gruwel. Het stuit me tegen de borst. Ik word er, dat mogen jullie eerlijk weten, onpasselijk van.”

“En verdrietig”, vulde Wouter aan. Hij was inmiddels weer hoogleraar, maar zat naast haar omdat hij tot voor kort decaan was geweest. Samen hadden ze de boodschap voorbereid die ze nu naar voren moesten brengen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: JouWatch (cc)

Jonge mannen hebben minder egalitaire publieke genderopvattingen dan jonge vrouwen

ANALYSE - van Daniël van Wijk, Aart C. Liefbroer en Maaike van der Vleuten, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees.

Groeien de opvattingen van jonge mannen en vrouwen over gendergelijkheid uit elkaar? Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het gestegen opleidingsniveau van vrouwen en beleid om gendergelijkheid te bevorderen, en de reacties hierop door enkele invloedrijke mannen, doen vermoeden van wel. Tegelijkertijd ontbreekt systematisch bewijs over hoe de opvattingen over gendergelijkheid verschillen tussen vrouwen en mannen van verschillende leeftijden. In dit artikel onderzoeken wij dit aan de hand van recent gepubliceerde gegevens uit de European Social Survey. We maken een onderscheid tussen opvattingen over gelijkheid in de privésfeer (bijv. het gezinsleven) en de publieke sfeer (bijv. de politiek). Uit de analyses blijkt dat jonge mannen en vrouwen (15-29 jaar) sterker verschillen in hun opvattingen over gelijkheid in publieke genderrollen dan oudere mannen en vrouwen (30+). Zo zien jonge mannen minder voordelen van een gelijke genderverdeling in politieke en economische topfuncties dan jonge vrouwen, en zijn zij minder vaak voorstander van wetgeving die het aantal parlementaire zetels gelijk verdeelt tussen beide geslachten. Daarentegen zijn sekseverschillen in opvattingen over genderrollen in het gezinsleven kleiner en verschillen ze weinig tussen jongeren en ouderen.

De maatschappelijke kansen van vrouwen zijn de afgelopen decennia sterk verbeterd. Zo is het opleidingsniveau van vrouwen gestegen, en zijn vrouwen uit jongere generaties in vrijwel alle rijke landen inmiddels hoger opgeleid dan mannen. Nog bestaande ongelijkheden waarbij vrouwen in het nadeel zijn, zoals de loonkloof of de oververtegenwoordiging van mannen in topposities in bedrijven, worden door overheden actief bestreden. Jonge mannen voelen zich door deze ontwikkelingen mogelijk gepasseerd en zijn bang om hun (vaak gunstige) positie te verliezen. Deze gevoelens worden aangewakkerd door sommige radicaal-rechtse partijen en in “echo chambers” op sociale media, waarin influencers zoals Andrew Tate vrijuit hun visie over man-vrouwverhoudingen kunnen delen. Hebben deze ontwikkelingen geleid tot een groeiende kloof tussen jonge mannen en vrouwen in hun opvattingen over gendergelijkheid?

Foto: Monument for the unknown bureaucrat - Duncan Stephen Luc Coekaerts (cc)

Niet lui maar immoreel: hoe politici de ambtenarij framen

ONDERZOEK - door Jessy Hendriks, Koen Damhuis, Sjors Overman, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees

Kritiek van politici op de ambtenarij is van alle tijden. Maar de inhoud van die kritiek is aan verandering onderhevig. Publieke dienstverleners worden niet zozeer meer neergezet als lui, ministeries als inefficiënt en de overheid als traag. Vandaag de dag bekritiseren volksvertegenwoordigers ambtenaren vooral om hun morele opvattingen, hun (on)partijdigheid en hun (on)betrouwbaarheid. Dat is een significante omslag met mogelijk grote gevolgen voor de loyaliteit van ambtenaren, de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever en uiteindelijk het functioneren van de publieke sector.

Bijna een halve eeuw geleden bedachten Amerikaanse onderzoekers de term “bureaucracy bashing” om kritiek op de ambtenarij te beschrijven. De wetenschappelijke aandacht voor dit fenomeen groeide in de jaren tachtig, toen prominente politici als Thatcher en Reagan zich geregeld negatief uitlieten over de publieke sector en ambtenaren. Zij schilderden hen af als inefficiënt, lui en overbodig. Sinds die tijd lijkt kritiek op de overheid en haar medewerkers echter te verschuiven. Termen als luiheid en inefficiëntie staan niet langer centraal. In plaats daarvan wordt publieke dienstverleners (ideologische) vooringenomenheid of onbetrouwbaarheid verweten. Zo hebben politici het over ‘linkse leraren’, een ‘discriminerende belastingdienst’ of een ‘vooringenomen OM’. Wij hebben als een van de eersten systematisch onderzoek gedaan naar de wijze waarop politici over de ambtenarij spreken, zowel in negatieve zin als in positieve zin.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Waitress, photo Andrea Piacquadio, via Pexels.

Strijd tegen platformisering is zaak van ons allen

De vakbonden FNV en CNV voeren al jaren actie tegen de platformisering van werk. Universitair hoofddocent Sociaal Recht Anja Eleveld en onderzoeker Erik Wesselius vinden dat de overheid meer moet doen. Ook de werkgevers mogen niet achterblijven.

Ongeveer twee jaar geleden startten de vakbonden FNV en CNV een rechtszaak tegen Temper. De rechtbank Amsterdam oordeelde onlangs dat mensen die voor platform Temper werken, vooral in de horeca, géén uitzendkrachten zijn.

De Hoge Raad moet er zijn definitieve oordeel nog over uitspreken

Het vonnis van de rechter betekent dat deze horecawerkers zich zelfstandige of zzp’er mogen blijven noemen. Maar dat houdt ook in dat zij niet, zoals werknemers in loondienst, bescherming genieten onder het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht.

De Hoge Raad moet er zijn definitieve oordeel nog over uitspreken. Die uitspraak kan nog jaren op zich laten wachten. Maar zelfs dan is het nog maar de vraag of alle mensen die via een platform in de horeca werken, zullen worden gekwalificeerd als werknemer (of uitzendwerknemer). De nasleep van een eerder door de vakbonden gewonnen zaak, tegen het platform Deliveroo, doet anders vermoeden. Maaltijdbezorgers die via het platform Uber Eats werken, worden bijvoorbeeld nog steeds aangemerkt als zzp’er.

Ongewenst

Platformisering in de horeca heeft ongewenste gevolgen, met name voor de onderlinge solidariteit. Dat blijkt ook weer uit ons recente onderzoek.

Foto: Andrea Piacquadio, via Pexels

Jongvolwassenen zeggen ‘nee bedankt’ tegen flexwerk

ONDERZOEK - Flexwerk komt het vaakst voor onder mensen jonger dan 35 jaar. Lin Rouvroye toont in haar proefschrift aan dat jongvolwassenen hier niet uit zichzelf voor kiezen. Sterker nog, ze wijzen onzekere arbeidscontracten juist af.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt gegevens bij over het aantal flexibele arbeidsrelaties onder de beroepsbevolking. De meest voorkomende vormen van flexwerk zijn: een tijdelijk contract voor bepaalde tijd (al dan niet met ‘uitzicht op vast’), een arbeidsovereenkomst via een uitzendbureau en een oproepcontract zonder een vaststaand aantal werkuren. Van de werkenden jonger dan 35 jaar had in 2023 iets meer dan de helft, 51 procent, een flexibel contract. Daarnaast werkte 8 procent van hen als zzp’er.

Je loopbaan beginnen met een flexibel arbeidscontract is in korte tijd een nieuwe norm geworden

Een flexibele start van het werkzame leven is een relatief nieuw gegeven. Figuur 1 toont het aandeel werknemers met een flexibele arbeidsrelatie per leeftijd in jaren, uitgesplitst naar verschillende geboortecohorten. Van de mensen die tussen 1965 en 1970 zijn geboren, had iets minder dan een kwart (24 procent) op 23-jarige leeftijd een flexibel arbeidscontract. Van diegenen die tussen 1990 en 1995 geboren zijn, slechts een paar decennia later, had de meerderheid op 23-jarige leeftijd (56 procent) een flexibele arbeidsrelatie. Je loopbaan beginnen op basis van een flexibel arbeidscontract is dus in relatief korte tijd een nieuwe norm geworden.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: IowaPolitics.com (cc)

Thuisscholing in thuistaal: geen slecht idee

De pandemie was in sommige opzichten een ramp en in andere een schandaal. Er zijn onverteerbaar veel mensen gestorven en er zijn een aantal idiote maatregelen genomen. Maar voor de creatieve wetenschapper was het ook een kans.

Een zo’n creatieve wetenschapper is mijn collega Sharon Unsworth die samen met Marieke van den Akker en Caya van Dijk een artikel schreef over haar onderzoek naar het lot van Nederlandse meertalige families tijdens de lockdowns van de vroege jaren twintig. Omdat de scholen herhaaldelijk voor een langere periode gesloten waren, moesten ouders de taken van leerkrachten overnemen en hun kinderen zelf de weg wijzen in de stof. Hoe kwamen zij die periode door – en vooral natuurlijk: wat gebeurde er met hun talen? Ze schreven er een artikel over dat onlangs verscheen in het Journal of Child Language.

Ik weet niet zeker of ouders tijdens de pandemie ineens veel meer tijd hadden – het was mijn eigen ervaring niet. Maar hoe dan ook hebben maar liefst 587 gezinnen verslag uitgebracht, over in totaal meer dan 1000 kinderen. (Ik maak overigens zelf deel uit van een gezin met een meertalig kind en heb de vragenlijst zelf ook ingevuld.) Ze geven samen vermoedelijk wel een aardig inzicht, al deden er wel vooral hoger opgeleide ouders mee.

Foto: Header afbeelding © Marc van Oostendorp

Een Turks accent is nadeliger dan een Turkse naam

COLUMN - Mensen beoordelen hun medemensen voortdurend, en zo’n beetje op ieder mogelijke dimensie: hoe iemand eruit ziet, hoe hij zich gedraagt, hoe hij zich presenteert. En ook hoe die persoon klinkt. Mensen hoeven een ander meestal maar heel kort te zien of te horen om er een oordeel over te hebben. Dat heeft ongetwijfeld voordelen: je moet soms snel kunnen beoordelen of iemand te vertrouwen is. Maar het leidt natuurlijk ook tot ongewenste effecten, zoals discriminatie.

Discriminatie op basis van accent wordt de laatste tijd wel onderzocht. Vaak gaat het daarbij nog om autochtone accenten (hoe beoordelen we iemand met een Limburgs accent?), maar minstens even interessant zijn natuurlijk vreemde accenten. Zoals nu onderzocht in een nieuw artikel van een Moira Van Puyvelde en een aantal collega’s.

Zij lieten verschillende groepen mensen luisteren naar hetzelfde tekstje:

We zijn nu in de Verbindingsstraat. Je neemt de eerste straat rechts, de Sportpleinstraat. Dan loop je voor bij het sportplein en je neemt de eerste straat links. Dat is de Guido Gezellelaan. Je loopt tot het einde en aan de brasserie ga je naar links. Dan ben je in de Noordstraat en dan zie je de supermarkt aan de linkerkant

De truc was: verschillende groepen hoorden dit verhaal in verschillende contexten. De ene groep werd verteld dat ze de persoon, bijvoorbeeld Maarten Dhondt, hoorden en anderen werd over precies dezelfde opname verteld dat hij was ingesproken door Mert Doğan (de onderzoekers hadden er zorg voor gedragen dat die namen ongeveer hetzelfde klonken.) Een ander verschil was dat sommige van de opnamen met een Turks accent waren opgenomen en andere niet, al klonk er wel dezelfde persoon.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Michael Eisen, CC BY 3.0 , via Wikimedia Commons.

Woekerwinsten voor CEO’s wetenschappelijke uitgevers

door Lukas Linsi, Léonie de Jonge, David Cheruiyot, Niels Bieleveld, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees.

In welke sector werkt de bestbetaalde Nederlandse CEO? De bankwereld? Tech industrie? Nee, het zijn wetenschappelijke uitgevers. Dit blijkt uit ons onderzoeksproject over de vergoedingen voor bestuurders in de periode 2017-2020. De cijfers komen uit de jaarverslagen van de bedrijven.

Tabel 1 toont de vijf bestbetaalde Nederlandse CEO’s van 2017 tot 2020. Terwijl de CEO van de onlangs vertrokken oliegigant Royal Dutch Shell de ranglijst aanvoert, blijven wetenschappelijke uitgevers niet ver achter. Zo wordt de tweede plaats in deze ranglijst ingenomen door de CEO van informatiedienstenbedrijf Wolters Kluwer, oorspronkelijk een uitgeverij van schoolboeken die in 1836 in Groningen werd opgericht. Op de derde plaats staat de CEO van RELX, voorheen bekend als Reed Elsevier, een bedrijf dat bekende academische diensten aanbiedt zoals ScienceDirectScopusSciVal of ClinicalKey. De CEO’s van deze uitgevers kregen van 2017-2020 meer dan 30 miljoen euro uitbetaald. Dit is ruim drie keer zoveel als het salaris van de CEO van de grootste Nederlandse bank, ING, over dezelfde periode, en bijna tien keer zoveel als wat de topman van ABN-AMRO binnenhaalde.

Tabel 1. De vijf bestbetaalde CEO’s van Amsterdamse beursgenoteerde bedrijven, 2017-2020 (miljoen)

Foto: kiki99 (cc)

Van aandeelhoudersmodel naar gelijkwaardigheidsmodel (3)

Een gastbijdrage van Ries van der Vos.

Het aandeelhoudersmodel is niet meer van deze tijd. Vervang het door het gelijkwaardigheidsmodel, waarbij zeggenschap en ondernemingsrisico tussen kapitaal en arbeid wordt gedeeld. Een onderzoek in drie delen (lees ook deel 1 en deel 2). Vandaag het derde en laatste deel: de gevolgen wanneer het gelijkwaardigheidsmodel landelijk zou worden ingevoerd en hoe kan vervolg worden gegeven aan dit onderzoek.

Macro-economische effecten van het gelijkwaardigheidsmodel

Misschien wel de belangrijkste voordelen van het gelijkwaardigheidsmodel is dat er een andere economie ontstaat in de wereld, leidend tot een eerlijker inkomensverdeling en betere zorg voor het milieu. Wel moet dan iedereen willen meedoen met het gelijkwaardigheidsmodel. En dat is nog zeer onzeker. Het gelijkwaardigheidsmodel moet zich eerst maar eens op kleine schaal zich bewijzen.

Laten we veronderstellen dat alle Nederlandse ondernemingen gebruik maken van het gelijkwaardigheidsmodel. We beschouwen dan het effect voor de belastingen en de inflatie in vergelijking tot het bestaande aandeelhoudersmodel.

Effect voor de belastingen

Omdat het inkomen uit arbeid en kapitaal komen door een gelijkwaardige beloning, hoeft de inkomstenbelasting geen onderscheid meer te maken uit inkomsten uit vermogen (kapitaal) en inkomsten uit werk (arbeid). Dan kan het inkomen (uit arbeid + vermogen) worden belast in box1 en kan box3 verdwijnen. Hiermee wordt vermogen veel zwaarder belast dan in het huidige systeem. Geadviseerd wordt ook vermogenswinst (-verlies) als inkomsten mee te nemen bij de belastingheffing.

Volgende