
De derde week van augustus. Hoewel de zomer ook qua weer op zijn laatste benen loopt, is de uitgesproken landerigheid van deze reces- en vakantiemaand verre van uitgewerkt. Niet alleen uit de Haagse kaasstolp komt nauwelijks nieuws, ook op televisie zie je vooral herhalingen. Kortom het is nog steeds komkommertijd.
In de krant en in de actualiteitenrubrieken worden, bij gebrek aan hard nieuws, de markantste komkommers dus nog maar eens glimmend gepoetst en op hun allervoordeeligst uitgestald. Maar hoezo komkommers? Historisch gezien lag de rest van de maatschappij in de zomer weliswaar amechtig op zijn gat, maar voor de komkommerkwekers was dit van oudsher de drukste tijd. In de periode vóór de glastuinbouw wel te verstaan. Bij gebrek aan echte berichten was de kolossale komkommer van teler Bertus Bolderbast natuurlijk een niet te versmaden nieuwtje.
Of deze verklaring nu een voorbeeld is van creatieve volksetymologie of niet: in het Nederlands wordt de term komkommertijd al gebezigd sinds de 19e eeuw, onder meer door Multatuli.
De oorsprong is evenwel onduidelijk. Cucumber time (ook wel taylor’s holiday), afkomstig uit Britse kleermakerskringen, zou aan de basis hebben gelegen van deze benaming. ‘Taylers Holiday, when they have leave to Play, and Cucumbers are in Season’.