Over de mythe van de ontevreden jongeren

door Matthijs Rooduijn, eerder verschenen op Stuk Rood Vlees. Afgelopen weekend stond er een mooi maar ook zorgwekkend artikel in de NRC over de staat van de democratie in de wereld. Eén van de redenen waarom er reden tot zorg is: volgens verschillende organisaties die onderzoek doen naar het democratische gehalte van staten gaat het op veel plekken in de wereld de verkeerde kant op. Denk aan landen als Hongarije, Venezuela en Turkije. In deze blog wil ik ingaan op een andere in het artikel geopperde reden voor bezorgdheid. De lead van het NRC-stuk luidt: “Jongeren, ook in Nederland, zijn negatiever over democratie dan hun ouders. Waar mankeert het aan, en is het tij nog te keren?” Met andere woorden: niet alleen de democratische instituties van sommige landen staan onder druk, ook de steun voor de democratie kalft af. Zelfs in Nederland. Ik heb goed en slecht nieuws.

Quote du Jour | Het heeft toch geen zin

Elke actie tegen CO²-uitstoot raakt enorme belangen. De fossiele industrie, de luchtvaart, de vleesconsumptie. Dat gaat om miljarden. Als GroenLinks daar met veertien zetels in het parlement niks tegen kan doen, veranderen 12.000 jongeren op een plein zeker niets.

Aldus Chris Aalberts in reactie op het aangekondigde protest van scholieren om aandacht te vragen voor het klimaat.

“Cynisch” is een understatement in deze. Jongeren nu al vertellen dat je uitspreken geen zin heeft, dat protesteren geen zin heeft, dat staat gelijk aan zeggen: geef je democratische rechten nu maar op, je bent nietig, geef je over aan de macht van het geld, leer ermee leven.
Nee!

Moedig ze aan! Leg ze uit dat ze niet met 12.000 maar met 120.000 moeten protesteren. Vertel ze dat je ze serieus neemt. Laat ze weten dat het bijzonder is dat ze al op zo’n jonge leeftijd gedwongen zijn om te gaan protesteren. Dat je je ogen uit je kop schaamt dat je niet meehelpt nu serieus werk te maken van maatregelen die verdere opwarming tegen gaan. Dat je begrijpt dat je ze laat vallen en hun toekomst verder om zeep te helpt. En dat je ziet dat je hun volledig van het democratische pad afleidt.

Foto: Jon S (cc)

Verschil: vertrouwen in de media of mijn media

ONDERZOEK - Wat dit jaar bleef liggen is mooi onderzoek over vertrouwen in (Amerikaanse) media. Het maakt nogal uit of je respondenten vraagt of zij ‘media’ vertrouwen of ‘hun media’. Onderzoek van American Press Institute eerder dit jaar nuanceerde ‘het’ vertrouwen in ‘media’ door ook te vragen naar het vertrouwen in  media dat respondenten daadwerkelijk gebruiken. Consumenten blijken zeer goed in staat om media-kanalen te vinden waar ze wel voldoende vertrouwen in hebben. De resultaten van beide vragen laten steeds een gespleten beeld zien: gaat ‘media’ onderuit, ‘mijn media’ scoort steeds veel hoger (Zie grafiek –  klik voor groter beeld).

© www.americanpressinstitute.org screenshot 2017-12-22-10-27-26-228

Onderuit

De constatering eerder dit jaar is interessant, want het onderscheid tussen media en mijn media is niet gemaakt in onderzoek van bijvoorbeeld het SCP. Daar werd – ook eerder dit jaar – geconstateerd dat het vertrouwen in media door jongeren daalt. Kranten en televisie kregen in 2008 van respondenten van 18-34 jaar een 6,4 en is gedaald naar een 5,5.

Jongeren

Dit beeld van dalend vertrouwen in pers als instituut onder jongeren is nog eens bevestigd door Peter Kanne en Femke van Schelven in hun onderzoek naar “Jongeren en democratie. Onderzoek in opdracht van Vrij Nederland“. (Enschede: I&O Research, januari 2017) dat het SCP aanhaalt. Daar ging het vertrouwen tussen 2007 en 2017 onderuit van 42 naar 28 procent. Dramatische cijfers, maar ook hier geen onderscheid tussen pers en pers die jongeren vooral volgen (en waar ze mogelijk veel meer vertrouwen in hebben).

Foto: Roel Wijnants (cc)

Generatieoorlog op handen?

COLUMN - Vorig weekend bij Nieuwsuur: 50Plus-lijsttrekker Henk Krol in debat met Caesar Bast van de Nationale Jeugdraad. De belangen zijn enorm. Wat zullen we zeggen als we terugkijken op 2016? Is dit het begin van een Pax Pensionata of juist de eerste schermutseling in een generatieoorlog? Twee scenario’s voor een enorm belangenconflict.

“Er dreigt een oorlog tussen de generaties.” Je kunt veel van oud-VVD-leider Hans Wiegel zeggen, maar niet dat hij slecht aanvoelt wat er leeft onder de bevolking. Wiegel pleitte in 2012 in Intermediair voor een Staatscommissie die toekomstperspectieven van jongeren moest evalueren. Daar is alle aanleiding toe, bijvoorbeeld gezien de arbeidsmarkt, studieschulden en de woningmarkt.

Volgens de Britse krant The Guardian, die onderzoek deed in acht Westerse landen, is het voor het eerst in ruim een eeuw dat de financiële positie van jongeren zo sterk is verslechterd in vergelijking met ouderen. Daar komen nog openstaande rekeningen bij, zoals de staatsschuld, stijgende zorgkosten en financiële kosten van milieuproblemen. Die rekeningen worden nu doorgeschoven.

Pensioenstelsel

Daar komt in veel landen nog het pensioenstelsel bij. In veel stelsels betalen werkenden grotendeels de pensioenen. Prima, zolang de groep van gepensioneerden klein is ten opzichte van de groep van werkenden. Omdat in veel Westerse landen voor 1970 beduidend meer kinderen zijn geboren dan erna ontstaat nu een probleem. Bovendien worden we gemiddeld ouder dan werd verwacht.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Opgelet, onderstaande tekst kan sporen van ironie bevatten

KRAS | Rellende jongeren

Op een bouwplaats in Delft sprak ik gisteren een ingenieur uit Ede. ‘Mijn auto is nog niet in de fik gestoken’, was een van de eerste dingen die hij tegen me zei. De rellende jongeren in zijn woonplaats deden hem verder ook niet veel. Voor de Marokkanen had je de Turken, daarvoor de Molukkers en daar weer voor lieden uit Barneveld en Scherpenzeel. Het was altijd wat.

Hij had wel te doen met zijn burgemeester, die voor de media stoer moest doen, voor het daadwerkelijk sussen van de situatie pragmatisch moest blijven en ergens daartussenin verstrikt was geraakt. Over één ding waren we het meteen eens: als je een theehuis wilt sluiten, doe dat dan midden in de winter, niet in de eerste zomerse week als verveelde jongeren de straat op trekken op zoek naar iets om te doen.

KORT | Turkse jongeren in Nederland massaal voor Syrische islamisten

ACHTERGROND - Zo blijkt uit een verkenning van Forum, Instituut voor multiculturele vraagstukken, getiteld: Nederlandse moslimjongeren en de Arabische Herfst.

Het opvallendste gegeven: jongeren van Turkse afkomst zijn vóór democratie, tegen het kalifaat dat door IS werd uitgeroepen, maar tegelijkertijd ook – met een bijzonder grote meerderheid – vóór de gewapende strijd van islamistische, antidemocratische strijdgroepen, waaronder IS, tegen Assad.

Met andere woorden, het lijkt erop dat hun houding min of meer overeen komt met de prevalerende houding (onder soennieten) in Syrië zelf: Assad is zo erg dat iedereen die tegen hem vecht goed en prijzenswaardig werk doet.

Het meest zorgwekkend: maar liefst tachtig procent van de ondervraagde jongeren van Turkse afkomst is het oneens of zelfs zeer oneens met de stelling: ‘Het geweld dat deze [Syrische] strijdgroepen gebruiken tegen niet-gelovigen of andersgelovigen vind ik verkeerd.’

Misschien wel omdat jongeren van Turkse afkomst goed doorhebben dat de strijd in Syrië in wezen een sektarische strijd is van alawieten tegen soennieten (de slogan van het conflict is dan ook: ‘Christenen naar Beiroet, alawieten naar het graf’). In die context is geweld tegen andersgelovigen onvermijdelijk.

Ter vergelijking: slechts veertien procent van de ondervraagde jongeren van Marokkaanse afkomst was het (zeer) oneens met de stelling ‘Het geweld dat deze [Syrische] strijdgroepen gebruiken tegen niet-gelovigen of andersgelovigen vind ik verkeerd.’

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Kwetsbare jongeren worden aan lot over gelaten

70 procent van de gemeenten [heeft] geen zicht […] op deze kwetsbare jongeren. Een kwart van die gemeenten vindt het niet hun taak om de jongeren in beeld te brengen.

Ja, want al die stelselherzieningen waren er immers voor bedoeld dat de hulpverlening “dichterbij de mens zou komen” en wie kan dat beter beoordelen dan je eigen gemeente? 

Foto: Mark Turner (cc)

Jongeren, alcohol en de totale vertrutting

OPINIE - Bij het alcoholverbod voor jongeren onder de 18 had ik al ernstige twijfels. Politiek gezien werd dit verbod breed gedeeld. De voornaamste reden voor invoering is dat uit medisch onderzoek steeds duidelijker blijkt dat alcohol erg slecht is voor jongeren. Maar toch: sinds wanneer zijn we er van overtuigd dat een verbod op een genotmiddel (want dat is drank) er voor zorgt dat het niet gebruikt wordt? Hebben we in Nederland geen gedoogbeleid op het gebied van drugs, juist omdat verbieden niet werkt? Verlies je niet juist het zicht op het gebruik door een verbod? En zeker bij iets als alcohol, wat overal verkrijgbaar is, is verbieden dan niet onmogelijk te handhaven?

Ik moet toegeven dat mijn twijfels bij het verbod óók door jeugdsentiment zijn ingegeven. Toen ik opgroeide werd er vrij makkelijk gedaan over alcohol. Vanaf een jaar of 13, 14 werd er in mijn vriendenkring wel eens wat gedronken, vanaf een jaar of 15, 16 vrij regelmatig. Op mijn 13e was ik voor het eerst op een groot muziekfestival, het halen van een biertje was daar geen enkel probleem. Als we met wat vrienden ‘s avonds wat wilden drinken in het dorp, kon je bij de (nacht)slijter altijd even aanbellen voor een fles apfelkorn. Het drinken op die leeftijd was vaak leuk, en ging eigenlijk nooit mis.

Nou ja, vooruit, natuurlijk ging het wel eens mis. Zeer incidenteel lag iemand een paar uur te snurken naast (of in een heel enkel treurig geval: in) een plas braaksel. Dan liet je iemand liggen, en bracht je hem* later weer thuis, als persoon in kwestie weer een soort van aanspreekbaar en opgefrist was. Maar zoals gezegd, dit was zeldzaam.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende