Het (on)voorspelbare Nederland van Jan van de Beek
“Nederland zal een heel ander land worden”, voorspelt Jan van de Beek deze week in een interview met Wierd Duk in de Telegraaf, als er geen “ingrijpende maatregelen” worden genomen zoals het opzeggen van het VN-vluchtelingenverdrag en beperken van asielopvang uit niet-westerse landen. Van de Beek baseert dit inzicht op zijn voorspellingsmodellen over de bevolking in 2100:
“Aan het eind van deze eeuw zal ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking uit (afstammelingen van) immigranten bestaan”
en
“eind deze eeuw [zijn er] nog maar zo’n acht miljoen Nederlanders die nakomeling zijn van de huidige autochtonen. De overige inwoners stammen af van immigranten of komen uit gemengde huwelijken.”
Voor Van de Beek is de “kernvraag: zullen die laatsten zich identificeren als Nederlander?” Nu zie ik eerder als kernvraag in hoeverre deze vraag op een zinnige manier te beantwoorden is, zoals Miko Flohr hier uitgebreid uitlegt. Wat zal het in 2100 überhaupt betekenen dat iemand zich ‘Nederlander’ noemt? Als een ‘oer-Hollander’ uit 1938 zou tijdreizen naar het heden, zou die persoon zich identificeren met het Nederland van nu? Zouden de meesten van ons zich thuis voelen in het Nederland van 80 jaar geleden? En gaat Nederland ten onder als we ons massaal als, bijvoorbeeld, wereldburger identificeren?