Europa weigert Nobelprijs voor de Vrede
COLUMN, NIEUWS - Lieve jongens en meisjes van het Nobelcomité,
We zijn diep geroerd dat al uw wijsheid ons als vredestichter van het jaar heeft aangewezen. Graag hadden we de Nobelprijs in ontvangst genomen. Eerlijkheid gebied ons echter hier van af te zien.
We kunnen niet altijd open en eerlijk zijn, maar dit is een moment waarop dat meer dan gepast is. In deze roerige tijden willen we voorkomen dat al onze inwoners dit als de risee van het jaar zullen kwalificeren.
Het is waar: we hebben op ons grondgebied heel wat oorlogen meegemaakt. Gelukkig horen de meesten tot het verleden. Helaas zijn er nog gebieden waar die rust erg betrekkelijk is.
Het is waar: we hebben de laatste decennia menig bijdrage geleverd aan de oplossing van conflicten. Helaas verdienden niet alle bijdragen een schoonheidsprijs, laat staan de Nobelprijs voor de Vrede.
Het is aardig van u dat u de periode na de Tweede Wereldoorlog als een tijdperk van rust en vrede beschouwt. Zoals gesteld: binnen ons grondgebied is dat uiterst betrekkelijk. Maar ook over ons aandeel aan de wereldvrede mogen we ons niet op de borst roffelen.
Na de Tweede Wereldoorlog hebben wij herhaaldelijk een bijdrage geleverd aan conflicten ver van onze bedden. U herinnert zich misschien Korea en Vietnam nog? Maar ook zeer recent hebben wij blind een van onze bondgenoten gevolgd in oorlogen die nu door velen als twijfelachtig worden gezien. En hoe wij ons best ook doen vrede te stichten in het Midden-Oosten, het lijkt nog nergens op, mede door onze interne verdeeldheid hoe wij dat moeten aanpakken.

