Farage veegt vloer aan met Clegg in EU-debat
Althans, volgens de publieke opinie.
Wetenschappelijke conclusies worden maar al te vaak tandeloos gemaakt door 'stakeholders' erover te laten debatteren. Wetenschappelijk onderzoek moet betrouwbaar zijn. Alleen al daarom is het belangrijk dat er een algemeen aanvaarde methodiek wordt gehanteerd. Die komt er in kort bestek op neer dat hypothesen worden getoetst en dat daaruit conclusies worden getrokken. De resultaten van het onderzoek moeten eenduidig, herhaalbaar en verifieerbaar zijn, en worden gecontroleerd door andere wetenschappers. Zo hoort het.
Althans, volgens de publieke opinie.
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
Hoe verzamel je stof tot nadenken? De NRC doet dat door een debat te stimuleren, dat al volop woedt. In dat debat ziet de NRC directeuren en bestuurders in de culturele sector volop aan het woord en mist de stem van de stem alle anderen die in de sector werken. Het debat gaat natuurlijk over hoe de culturele sector verder moet nu er snoeihard op ingehakt is.
Hoe verzamelen kunstenaars stof en wat doen ze ermee?
Kim Abeles verzamelde ‘smog’. Fijnstof dus. Onder andere verwerkt in serviesgoed.
Kim Abeles – Presidential Commemorative Smog Plates.

Igor Eskinja veegt huisstof niet onder het tapijt, maar maakte er eentje mee.
Hoewel huisstof van zichzelf al bizarre sculptuurtjes vormt, weet Paul Hazelton er veel meer van te maken.
Andere kunstenaars verzamelen op andere manieren stof. James Croak heeft een tijdvretend en ingewikkeld proces om standbeelden te maken waar stof in is verwerkt.
James Croak – Dirt Man with shovel II, 1993.

Zhang Huan maakte diverse werken van as.
Zhang Han – Ash Army No. 1, 2008.

Het moet gezegd: het kabinet overtreft menig kunstenaar in de kunst van weglaten. Deze techniek ligt overigens binnen handbereik van iedereen. ‘Reverse graffiti’ is juist stof weghalen. Erg bekend van de ‘kunst’ op vuile auto’s. Scott Wade is in gespecialiseerd in flink bestofte autoramen.
OPINIE - Er is een dilemma tussen misdaadbestrijding en privacybescherming, stelt Judith Sargentini in haar bijdrage aan dit online privacydebat. De onderliggende vraag is hoe misdaad kan worden bestreden zonder een alles-controlerende staat te creëren. Aan de orde is vooral de kwaliteit van data-analyse, want de kwantiteit is al geruime tijd succesvol onderwerp van debat. Schadevergoedingen lijken een goede remedie tegen willekeur van surveillance en vervolging.
Dictaturen als Irak bleken de veiligste landen op aarde, maar ook de meest onvrije. In een dictatuur is het hele veiligheidsapparaat gericht op het overleven van het regime. Dat dit leidt tot inperking van de vrijheid van de burger hoeft geen betoog. In een democratie gebruikt de regering het veiligheidsapparaat om de burger te beschermen tegen criminaliteit en aantasting van de rechtsstaat. In democratieën zijn waarborgen ingebouwd om de burger tegen willekeur te beschermen. Zo bestaat er in Nederland een Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten die toeziet op het functioneren van de diensten.
In Nederland is criminaliteitsbestrijding overigens een verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het Openbaar Ministerie en de politie. Politie en OM tappen op grote schaal. Dat is al jaren bekend. Er is kennelijk een overheid die het gedrag van burgers wil sturen en controleren; er is een burger die vindt dat als je niets te verbergen hebt, je niets te vrezen hebt; en er is techniek die grootschalig data verzamelen mogelijk maakt. Recent stelde Procureur Generaal Van Nimwegen dat tappen een Pavlovreactie van OM en politie is geworden en op deze wijze geen doel dient. Vreemd is dat over zijn uitspraken geen politiek en maatschappelijk debat is ontstaan.
Het debat over Snowdens onthullingen gaat niet over deze vorm van tappen, maar over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, kortweg ‘de diensten’, zoals de AIVD die de bescherming van de democratische rechtsstaat tot taak hebben. Regeringen vrezen dat de discussie over de diensten het werk van diensten belemmert, waardoor de rechtsstaat niet goed beschermd kan worden. Tegelijkertijd vinden delen van de bevolking dat Snowdens onthullingen juist aantonen dat juist de diensten, bijvoorbeeld met het verzamelen van metadata, het bespioneren van een bevriende regeringsleider of onrechtmatig verkregen informatie de rechtsstaat ondermijnen. Regeringen, ook de Nederlandse, zullen het vertrouwen van de burger moeten zien terug te winnen.
Er staat veel op het spel. Stel dat er een aanslag in Nederland wordt gepleegd die met onrechtmatig verkregen informatie had kunnen worden voorkomen. Hoe reageren politiek en burger dan? Nu is alleen het onderscheppen van gegevens die via de ether worden verspreid wettelijk toegestaan; het controleren van informatie die via internationale kabelnetwerken wordt verspreid, ook wel cable-sigint (signal intelligence) genoemd, is verboden. Stel dat de Commissie Dessens, die de Wet Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten evalueert, aanbeveelt om dit laatste in Nederland ook mogelijk te maken, omdat anders de inlichtingen- en veiligheidsdiensten achter de feiten aanlopen? De kans dan is dan groot dat door alle discussies voor een dergelijke aanbeveling onvoldoende draagvlak bestaat. Daardoor kan uiteindelijk het functioneren van de diensten en dus de democratische rechtsstaat geschaad worden.
De vrees dat de democratische rechtsstaat onvoldoende kan worden beschermd is een reden waarom Europese regeringen redelijk onderkoeld op de NSA-onthullingen reageerden. Naar aanleiding van een bericht in NRC Handelsblad van 23 november dat onthulde dat Amerika sinds de jaren na de Tweede Wereldoorlog afluisterde, reageerde premier Rutte met: ‘door te reageren zouden we inzage geven in onze informatiepositie. Dat zou afbreuk kunnen doen aan onze belangen.’ Zeker is dat elk land spioneert en wordt bespioneerd. Precies daarom hebben alle landen behalve inlichtingen- en veiligheidsdiensten ook afdelingen contraspionage.
De huidige discussie draait om de vraag welke en hoeveel informatie moet en mag worden ingewonnen. Dat is een oude discussie die te maken heeft met doelmatigheid en de balans tussen veiligheid en vrijheid. Een probleem is de technology push: als het technisch mogelijk is, is er een onbedwingbare neiging om alle data te verzamelen die voorhanden zijn, zonder naar de doelmatigheid ervan te kijken. Daarbij komt dat de hoeveelheid data die rond de wereld wordt gepompt zo groot is dat het onderscheppen van een fractie daarvan astronomische getallen oplevert. Toen bekend werd dat in december 2012 in Nederland de metadata van 1,8 miljoen telefoontjes door de NSA waren verzameld, zette minister Plasterk daartegen over dat het hier om 0,2 procent van het berichtenverkeer van die maand betrof.
Het verzamelen van metadata leidt tot de suggestie dat iedereen voortdurend wordt bespied. Maar dat klopt niet. Daarvoor is de hoeveelheid data te groot, kan een deel van het berichtenverkeer technisch niet worden onderschept, is de analysecapaciteit te klein en de gemiddelde burger te oninteressant. Ook is de suggestie onjuist dat het verzamelen van metadata de privacy per definitie aantast. Dat is pas het geval als de metadata worden geanalyseerd en wordt gekeken naar de inhoud van berichten.
Het verzamelen van die metadata lijkt mij echter een belangrijke mogelijkheid om verdachte patronen te onderkennen die nader onderzocht moeten worden. Het echte probleem lijkt niet de maatvoering of de hoeveelheid data die wordt verzameld, maar de kwaliteit van de analyse en wat er vervolgens mee gedaan wordt. Sommige experts stelden dat er gegevens beschikbaar waren op basis waarvan de aanslagen van 11 september 2001 en Boston van 15 april 2013 mogelijk voorkomen konden worden. Maar tegelijkertijd blijkt onder meer uit de studie Doelwit Europa die ik met Carla Relk schreef, dat inlichtingendiensten en politie alleen al in Europa tientallen aanslagen succesvol hebben voorkomen.
Tegelijkertijd constateert Sargentini terecht dat in databanken fouten kunnen zitten en dat de hoeveelheid namen die bijvoorbeeld in de Amerikaanse Terrorist Identities Data Environment zit te groot lijkt voor prudent inlichtingenwerk. Zo bezien kleven er ook risico’s aan zaken als de SWIFT-overeenkomst tussen de VS en de EU en het EURODAC-systeem waarin asielzoekers hun vingerafdrukken moeten geven zodat die vervolgens door de politie voor opsporingsactiviteiten kunnen worden gebruikt.
Maatvoering en kwaliteit van de analyse zijn twee verschillende vraagstukken. Wat maatvoering betreft, valt onmogelijk te zeggen hoeveel inlichtingen er maximaal mogen worden verzameld om terrorisme te voorkomen. Het dilemma is dat wanneer diensten hun werk goed doen, de roep klinkt dat het wel een tandje minder kan omdat de privacy gevaar loopt, maar dat wanneer het misgaat de roep klinkt om privacy ondergeschikt aan de veiligheid te maken.
Dit pleit ervoor om niet te proberen vast te leggen hoeveel data mogen worden verzameld, maar om naar de kwaliteit van de analyse te kijken. Van elke dienst of bedrijf mag worden verwacht dat die in orde is, maar dat is niet zeker. Een oplossing is om hoge schadevergoedingen uit te keren aan degenen die het slachtoffer zijn geworden van fouten. Die schadevergoedingen dienen zowel door overheden als door eventuele uitvoerende bedrijven te worden uitgekeerd. Internationale afspraken over data-uitwisselingen zouden slechts mogen worden gemaakt als tevens overeenstemming bestaat over dergelijke schadevergoedingen. Hierbij kan worden aangesloten bij een resolutie van de Algemene Vergadering van de VN die oproept slachtoffers van onrechtmatig overheidsoptreden te compenseren. Mogelijk kunnen regeringen hiermee het vertrouwen van burgers terugwinnen. Want in onze maatschappij blijken schadevergoedingen een goede buffer tegen willekeur.
Rob de Wijk is directeur van het HCCC Centre for Strategic Studies.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
Voor wie het gemist heeft (omdat hij/zij op vrijdagavond bijvoorbeeld niet voor de televisie zit), het racismedebat van afgelopen vrijdag bij Pauw & Witteman. Interessante discussie tussen onder andere Anousha Nzume, Zihni Özdil en Thierry Baudet, maar ook Dominque Weesie wordt nog even erbij betrokken. Die vervolgens redelijk met z’n bek vol tanden staat.
ANALYSE - Het individualistische privacybegrip is achterhaald en onvolledig geworden. Het wordt tijd voor een nieuw, relationeel privacyconcept, vindt onderzoeker Victor Toom.
Privacy is recent veel in het nieuws geweest, ook dit weekend met de onthulling dat de AIVD mogelijk onrechtmatig op internetfora inbreekt. Goed initiatief dus van Judith Sargentini om een discussie te entameren over dataverzameling, misdaad- en terrorismebestrijding en – het onderwerp van deze bijdrage – privacy.
Privacy wordt wettelijk gedefinieerd als de ‘bescherming van de persoonlijke levenssfeer’. Het gaat dus over individuen. En precies daar wringt de schoen, want gegeven de praktijken van massasurveillance en datamining voldoet de bescherming van individuele persoonlijke levenssfeer niet meer; inderdaad, naast bescherming van het individu vraagt deze tijd om een privacy die óók de gedeelde levenssfeer waarborgt – een relationele privacy. Om dit nieuwe privacybegrip te kunnen enten, zal ik hieronder kort bespreken hoe datamining wordt ingezet om criminaliteit en terrorisme te bestrijden.
Het in de gaten houden van mensen, groepen of objecten – surveillance – is een sinds mensenheugenis bestaand mechanisme en is onder andere gericht op het opsporen van illegale activiteiten. Op het eerste gezicht weet iedereen wel ongeveer wat misdaad of criminaliteit is: iets wat bij wet verboden is, waarvoor je straf verdient en waartegen de politie op moet treden. Klip en klaar. Maar tijdens de opsporing van delicten is onderscheid maken tussen een misdrijf en wettelijke geoorloofde activiteiten veel weerbarstiger; criminelen kennen de mazen van de wet, verstoppen (illegale) activiteiten in bonafide bedrijven of werken ‘achter de schermen’ – ze weten de wet in hun eigen voordeel te gebruiken. Het is op voorhand dus niet mogelijk te zeggen wat crimineel gedrag is, waar het zich afspeelt en wie ervoor verantwoordelijk is.
Wetgeving moet eerst schild en daarna zwaard zijn, vindt strafrechtadvocaat Jozef Rammelt in reactie op Judith Sargentini. Wetgeving beoogt de verhoudingen tussen burgers onderling en tussen overheden en burgers te reguleren. Dit is echter niet het geval in Nederland.
Bij effectieve misdaadbestrijding ontkom je er eenvoudig niet aan om het recht op privacy en gegevensbescherming geheel of gedeeltelijk terzijde te zetten. Hetzelfde geldt voor de opsporing van een strafbaar feit. Dat kan niet anders, maar de regels die zijn opgesteld over hoe die rechten geheel of gedeeltelijk voor een bepaalde periode terzijde geschoven moeten worden, dienen door de handhavers van de wet strikt opgevolgd te worden. Zowel de reden van het tijdelijk terzijde zetten van deze rechten, als de wijze waarop dit geschiedt, dienen aan een integrale controle van een rechter onderworpen te zijn. Dat is, denk ik, in Nederland vrij aardig geregeld in het wetboek van strafvordering. De vraag dient zich echter aan of de staat preventief mag gaan surveilleren zonder dat daarvoor een directe reden aanwezig is.
Camera’s op iedere hoek van de straat die iedere beweging die u maakt registreren. Vastleggen welke winkel u bezoekt, welk vervoermiddel u gebruikt, hoeveel boodschappen u bij de kruidenier naar buiten sleept, noem maar op. Registratie op parkeerzuilen met welke auto u waar en hoelang parkeert. De registratie van de verplaatsingen die u met uw mobiele telefoon in uw tas maakt als u rustig door de stad loopt. Als u bij uw bank de pinautomaat gebruikt wordt er een foto van u gemaakt. Het kan allemaal niet op.
Minister Opstelten kwam onlangs met het onzalige idee om iedere vliegreis die u in de toekomst gaat maken te registreren. Als reden werd uiteraard een effectieve terrorismebestrijding weer eens in de strijd gegooid. Dat plan werd niet door een meerderheid in de Nederlandse politiek omarmd en dat is maar goed ook.
Ik stel u een andere vraag dan Judith Sargentini stelde en wel de volgende: bent u werkelijk van mening dat u nog enige vorm van privacy heeft in deze technische maatschappij, terwijl u de meest brave burger op de wereld bent? Ik stel vast dat dit niet het geval is, want waar u zich ook bevindt, uw aanwezigheid wordt overal en 24 uur per dag op enigerlei wijze geregistreerd. Als u zich onbespied waant tijdens een boswandeling vrees ik dat u op een paar honderd meter traceerbaar bent via uw mobiele telefoon. Het zwaard heeft de overhand gekregen ten koste van de schildfunctie van wetgeving. Dat is niet alleen het geval in de Verenigde Staten, maar ook in de rest van de wereld en heel zeker ook in Nederland.
Nederland is koploper bij het aantal door justitie afgeluisterde telefoon gesprekken. Hoezo privacy?
Het zwaard wordt dagelijks geslepen met als argument naar de burgers toe dat deze maatregelen hun veiligheid vergroten, en indien zij braaf zijn, zij helemaal niets te vrezen hebben. Dat is pure onzin. Data kunnen fout worden verwerkt en opgeslagen, met alle gevolgen van dien. Data kunnen in de verkeerde handen komen en voor heel andere doelen gebruikt worden dan waarvoor zij oorspronkelijk verzameld en opgeslagen werden. In hoeverre worden de door de overheid verzamelde data eigenlijk effectief beveiligd? Voor mij een vrij prangende vraag waarop ik vooralsnog geen antwoord heb. Ieder beveiligingssysteem is toch tegenwoordig te kraken? Wordt het dan te koop aangeboden aan de hoogste bieder op Marktplaats?
Ik vrees dat de trend van toenemende massasurveillance zal voortduren en er geen mogelijkheid meer is het tij te keren. Dit is een sombere vaststelling.
Dit debat is een coproductie van De Helling en Sargasso.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.
OPINIE - Niet drugs maar drugsverboden zorgen voor criminaliteit, gezondheidsproblemen en geldverspilling. Drugs in Debat organiseert komend weekend twee debatmiddagen om te discussiëren over de legalisering van drugs en het onderwerp uit de taboesfeer te halen.
Velen zijn het al lang vergeten, maar er is een tijd geweest dat stoffen als heroïne, cocaïne, opium en cannabis legaal verkrijgbaar waren, en zowel als medicijn als voor recreatie werden gebruikt. Nederland had bijvoorbeeld grote belangen in de opium- en cocaïneproductie en –handel.
Nog steeds gebruikt vrijwel iedereen drugs. Het kan om een glaasje alcohol, een sigaretje, een kopje koffie of een stukje chocola gaan. In de loop van de vorige eeuw is echter vooral vanuit de Verenigde Staten een oorlog tegen bepaalde geestverruimende middelen op gang gekomen. Maar die verboden zijn niet op schadelijkheid gebaseerd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat legale drugs als alcohol en tabak schadelijker zijn dan veel illegale drugs. Zelfs ‘normale’ activiteiten als paardrijden zijn schadelijker dan het gebruik van bijvoorbeeld XTC.
Discriminatie van recreatief drugsgebruikers
Verreweg het meeste drugsgebruik is recreatief. Drugsgebruik is verbonden met een bepaalde levensstijl, en het is deze levensstijl die door het verbod op drugs onder vuur wordt genomen. Voor de meeste gebruikers van drugs als cocaïne of cannabis is het gebruik een prettige aanvulling op een avond praten, dansen, seks of ander tijdverdrijf, zoals een glas wijn een maaltijd opluistert. Voor sommigen vormt gebruik van stoffen als lsd of xtc zelfs een waardevolle emotionele, spirituele of religieuze beleving. Drugs zijn geen maatschappelijk kwaad, maar een risicovol maatschappelijk goed, te vergelijken met sporten zoals bergbeklimmen of motorracen.
OPINIE - De opkomst van de Duitse anti-euro partij ‘Alternative für Deutschland’ toont maar weer eens dat alleen politieke outsiders een ander geluid laten horen, vindt gastschrijver Jermain Carter.
Nu de spanningen en emoties rondom het koningslied en de troonswisseling het lijf van menig Nederlander langzaamaan verlaten, kunnen we misschien nog even snel – nu we nog in de met-z’n-allen-modus zitten – stil staan bij een andere gebeurtenis van de afgelopen weken. De oprichting van Alternative für Deutschland (AfD), de Duitse ‘anti-euro’ partij die in Nederland tot nu toe opvallend weinig stof heeft doen opwaaien. Zeer opvallend eigenlijk, omdat de Nederlandse regering in eurokwesties graag optrekt met onze oosterburen en een verandering in de positie van Duitsland hoogstwaarschijnlijk directe gevolgen heeft voor de positionering van Nederland in het eurodebat. Het is dus knip en klaar dat wij ons nog steeds veel meer focussen op alles wat er binnen onze landsgrenzen gebeurt, ten opzichte van de rest van de EU, maar dit terzijde.
Of AfD uiteindelijk slechts een populistische anti-euro eendagsvlieg is, zal nog moeten blijken, maar is op het moment niet eens zo interessant. Wat wel interessant is, is dat wederom opvattingen uit de samenleving alleen tot uiting kunnen worden gebracht door een outsider. Hierbij is het trouwens de moeite waard om aandacht te schenken aan de framing die op nu wordt toegepast. Waar The Guardian kopt: ‘leading German economist calls for dissolution of eurozone to save EU,’ verwijst Bild structureel naar Afd met de koosnaam ‘Euro-Hasser’.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
De lijsttrekkers debatteren zich via de tv het leplazurus. Die debatten vind ik heerlijk. Ik hoor graag waar iemand voor staat, ben blij te ontdekken waar de gaten in iemands betoog zitten, en vooral wil ik weten of iemand zichzelf overeind houdt in een dispuut.
Maar kunnen we alsjeblieft ophouden met die nieuwerwetse gewoonte om elk politiek debat op tv meteen te vertalen in rekensommen van verlies en winst, en in zetelvoorspellingen? Dat type verslaggeving doet het voorkomen alsof politieke debatten niks anders zijn dan voetbalwedstrijden: wie heeft gescoord, wie verdient een penalty? Is het 2-1, of 2-2?
Samsom zou de winnaar zijn van debat zus, Rutte van debat zo. RTL4 maakte het anderhalve week gelden wel erg bont, door zelfs per onderdeel van het debat te publiceren wie ‘volgens internet’ had gewonnen en wie had verloren. Nu staat Roemer voor, nu Rutte, en oh wacht nu nee Samsom!
Nog even en we gaan politieke debatten niet op inhoud scoren, maar alleen nog op gezichtsuitdrukking. Oh hemel, Roemer kijkt nu verbaasd – twee punten eraf! Rutte haperde voor hij antwoord gaf: één minpunt. Samsom dacht zichtbaar na: vijf minpunten!
Politiek is geen wedstrijdje. Wellicht verlies je in een debat bij een praktisch argument per ongeluk van je tegenstander, terwijl je principiële argument nog steeds staat als een huis. Doen alsof elk kort (en georkestreerd) debat op zichzelf een toetssteen is waarmee kiezersstemmen kunnen worden behaald of wegvallen, perverteert de discussie. Politiek is immers meer dan hoeveel lachers of klapvee je achter losse uitspraken kunt krijgen?
Tijdens verkiezingsdebatten gaat het er vooral om te scoren bij het publiek. Of wat je daarbij zegt ook echt waar is, doet er blijkbaar minder toe.
Het premiersdebat van afgelopen zondag was akelig braaf. Gespreksleider Frits Wester wilde vooraleerst zichzelf als capabel gespreksleider neerzetten: kijk mij eens chic, zakelijk en neutraal wezen! Kan ik niet prachtig orde orde houden? Gaandeweg ging ik geloven dat Wester een verkapte sollicitatie deed bij de vier debaters, door te bewijzen dat hijzelf ook héél ministeriabel kon zijn.
In al zijn hoffelijkheid vergat Wester dat zijn taak een journalistieke was: laten zien waar tegenstellingen worden verdoezeld, waar om de brij werd heen gedraaid, waar uitspraken niet met stemgedrag of partijprogramma’s strookten, en vooral: waar keihard werd gelogen.
Maar nee. Wester degradeerde zijn rol tot de stopwatch van het debat. Dan kun je net zo goed een grensrechter of spreekstalmeester inhuren, dunkt me. Want zo werd het premiersdebat een kwestie van wie zichzelf het leukst wist te presenteren. Of er waarheid werd gesproken, was RTL kennelijk worst.
Op Twitter regende het commentaar. ‘ Rutte beweert dat Nederland de hoogste belastingdruk ter wereld heeft. Niet waar.’ ‘Wilders liegt dat de PVV de hypotheekaftrek nooit zal beperken. Tijdens de kabinetscrisis had hij dat punt al ingeleverd.’ ‘Roemer, vraag toch door: Rutte wil het eigen risico in de gezondheidszorg wel degelijk vergroten.’
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
De campagne is begonnen en er komen een flink aantal politieke debatten aan. Daarin zal het vast gaan over de stokpaardjes van de partijen, maar er zijn belangrijkere thema’s om te bespreken. Een paar suggesties.
“Wie greep wil krijgen op concrete problemen, moet luisteren naar de burgers die er mee leven.” Dit lijkt een SP-sentiment, maar komt uit een regeerakkoord van Kok. De zin klopt niet: luisteren is een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde voor effectieve politiek. Je moet de problemen in je botten en tussen de oren kunnen voelen, maar ‘er greep op krijgen’ vereist meer: intelligentie, vakmanschap, organiserend en innoverend vermogen.
De politiek moet voordenken over haar recruteringsfunctie: geen bekende Nederlanders, gladde praters, of schoonheden horen op de kandidatenlijsten, maar autonome en inspirerende denkers over de samenleving en zijn problemen. De politiek moet richting geven en stem geven, maar de recrutering lijkt gericht op volgen van sentimenten en stemmen trekken. Dat is iets heel anders. Kan iemand een Kamerlid noemen, dat is opgevallen door een idee? Ik niet. Waar is de ‘wilde frisheid’ in onze politiek, waar de vernieuwende gedachten, de eigenwijsheid, de opschudding?
Ik ben tegen behoedzaamheid, tegen angst voor de electorale effecten. Elke kamerfractie hoort twee halvegaren te bevatten, met inspiratie en een goed idee per jaar. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn?