De rechten van de mens in het museum

GC heeft ruimte voor gastloggers. Hier het maandelijkse gastlogje van P.J. Cokema, die onze mailbox toch weer heeft gevonden. Hij schreef al eerder over dit onderwerp op zijn eigen blog. Dat het niet overal bijster goed is gesteld met de rechten van de mens, weten we wel. Maar dat in vele musea wordt geworsteld met de vraag of de resten van de mens wel rechten hebben is minder bekend. In het Teylers Museum in Haarlem wordt vandaag een symposium gehouden met als centrale vraag hoe musea moeten omgaan met de beladen onderwerpen uit het verleden. Het symposium borduurt voort op eerdere discussies over het tentoonstellen en bewaren van mummies, botten en schedels. In 1998 liet de Kunsthal Rotterdam met de tentoonstelling "Botje bij botje", al eens zien wat er zoal aan veenlijken, scalpen en menselijke rariteiten op sterk water in de Nederlandse collecties voorkomen. Twee jaar geleden leidde de rondreizende expositie "Bodies", die hier te zien was in de Beurs van Berlage, tot ophef wegens het gebruik van geplastificeerde lijken.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De achterlijke voetbalcultuur

Dit is waar het eigenlijk om gaat (Foto: Flickr/Vincent Teeuwen)

Een achterlijke cultuur overspoelt Nederland als een tsunami. Soms op meerdere televisie-zenders tegelijk mogen de ayatollahs van deze cultus hun achterlijke denkbeelden uitdragen. Er wordt geroepen om een zeer sterke leider en aangezet tot volksgerichten. Ondertussen worden de ware beslissingen genomen in schimmige achterkamertjes door oligarchen. Een wetenschappelijke benadering is van ondergeschikt belang aan gevoel en emotie. Seksisme en homofobie zijn vanzelfsprekend.

Ik heb het natuurlijk over de voetbalcultuur.

Het gaat me niet eens om de sport zelf. Ik geef toe: ik ben niet de grootste voetbalfan, maar ik heb ook geen hekel aan de sport. Mijn grootste probleem is dat de wedstrijden te lang duren voor mijn concentratiespanne – ik zou ook liever willen dat Nederlandse schaatsers op de 500 meter iets zouden presteren dan dat ik de vlakke schema’s van Sven Kramer moet bejubelen – en die cultuur er omheen. En dan heb ik het niet eens zozeer over debiele hooligans, maar om wat wordt uitgedragen in programma’s als Studio Voetbal en Voetbal International door mensen die beter zouden moeten weten. Vele uren worden volgeblaat in het fascistoïde jargon van de ‘voetbalkenner’: ‘leider in het veld’, ‘geen winnaar’, ‘killersinstinct’.

Ondertussen is het voetbal het slachtoffer. Afgelopen zondag werd bijvoorbeeld in Studio Voetbal gepraat over of Kenneth Vermeer of Maarten Stekelenburg de eerste keeper van Ajax moet zijn. De heren experts waren stuk voor stuk voor Stekelenburg, want die heeft “een betere uitstraling”. In elke normale sport zou het gaan over percentages reddingen en het aantal uittrappen dat aankomt. Dat soort statistieken wordt ook netjes bijgehouden; Vermeer is beter. Alleen wordt er niets mee gedaan, men baseert zich liever op ‘uitstraling’. NEC-trainer Mario Been ging paintballen met het team, won de wedstrijd daarna en ging vervolgens uit bijgeloof elke week paintballen. Werd Been op staande voet ontslagen wegens zoveel achterlijkheid? Nee, hij mag voor Nederlands populairste club Feyenoord gaan werken.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Foto des Tages | Nippon’s Übercuteness

kawaii_kl
De nieuwe ambassadeurs voor Japan moeten het land van de rijzende zon cultureel op de kaart zetten. Uit angst voor de economische en militaire supermacht China investeert Japan nu vooral in haar soft-power. Het Japanse kawaii staat voor alles wat schattig is en moet over de hele wereld de hearts & minds veroveren, aldus Tsutomu Nakagawa hoofd culturele zaken op het Japanse BuZa (bron)

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Poldermoslima Hoofddoekbrigade voor of tegen vrijheid?

Dit is de zevende gastbijdrage van Hoite Vellema, oud-student Internationale Betrekkingen aan de UvA.
moslima1Afgelopen week is voor de zoveelste keer de discussie over de hoofddoek opgelaaid. Dit alles naar aanleiding van de manifestatie “Eerlijke kansen op de arbeidsmarkt” van de Poldermoslima Hoofddoekbrigade. Op internet waren de usual suspects (Ephimenco, Elian c.s.) er weer als de kippen bij om één en ander streng te veroordelen. Een enkeling, zoals arabist Simon Admiraal, maakte het zelfs zo bont om een polemisch stuk in de Volkskrant geplaatst te krijgen waarin hij de indruk wekte bij de conferentie geweest te zijn, terwijl achteraf duidelijk werd dat dat helemaal niet zo was.

De vraag is dus wat er zo erg is aan poldermoslima’s die openlijk uitdragen graag een hoofddoek te dragen en voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt pleiten. Ver van de Poldermoslima Hoofddoekbrigade sta ik niet als ze pleiten voor: “Loyaliteit aan de Nederlandse Grondwet, tegen vrouwenonderdrukking en voor gelijke rechten voor vrouwen, en voor alle mensen, ongeacht geloof, sekse, ras of afkomst. Poldermoslima’s zijn Nederlandse burgers die mee willen doen en ook een plek in de polder willen. Burgers die tegen geweld zijn en voor een vreedzame, tolerante samenleving.”

Dus waarom maken zovelen zich hier zo druk over?

Eerlijk gezegd heb ik ook lang geworsteld met de vraag wat ik nou van hoofddoekjes moest vinden. Is het een teken van onderdrukking van de vrouw aan de man of is het een uiting van een zelfbewuste moslima die haar geloof uitdraagt? Misschien ligt de waarheid er tussenin en wat moet ik er dan van vinden? Daarom is het goed dat de discussie nog maar weer eens gevoerd wordt.
moslima3
Tijdens mijn werk bij een grote telecomaanbieder had ik een afdeling onder mijn hoede met vele nationaliteiten, ook met meisjes met hoofddoekjes. Destijds heb ik er nooit zo over nagedacht en bij de sollicitatiegesprekken die ik voerde is het nooit een factor geweest. Stiekem vond ik zelfs de Turkse meisjes met hun kleurige hoofddoeken en strakke rokken ergens juist aantrekkelijk. Het leverde een soort van mystiek op, een contradictio in vestebus, met hoofddoek, maar ook met een zeer secuur opgemaakt gezicht en een lange rok maar dan wel lekker strak zodat je haar vrouwelijke vorm niet kunt missen. De moslima’s (met of zonder hoofddoek) die ik daar leerde kennen waren zonder uitzondering zelfbewuste jonge vrouwen. De meesten werkten nagenoeg fulltime en studeerden daarnaast ook nog.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Uitstervende talen

Vorige week las ik dat 2500 van alle 6500 talen met uitsterven worden bedreigd. Die ontwikkeling stemt mij treurig. Waarom eigenlijk? Toch handig, als we allemaal dezelfde taal spreken? Ik zie dat anders. Als we allemaal dezelfde taal spreken, hetzelfde eten, in dezelfde woningen zitten, in wat voor saaie wereld leven we dan? De charme van verscheidenheid, is juist de eigenheid van de verschillende gebieden. De streekgerechten, het locale dialect/taal en de typische architectuur. Die eigenheid, maakt de wereld interessant. Dat maakt voor mij, het leven interessant.

Taal en geschiedenis

Mensen die geen zier geven om het uitsterven van talen, zullen zich waarschijnlijk ook niet interesseren voor geschiedenis. Taal is verweven met cultuur, met mensen en hun geschiedenis. Als een taal sterft, dan sterft daarmee een levende cultuur en de doden in die cultuur sterven een tweede keer. Wellicht theatraal omschreven, maar daarom niet minder waar. Kleine talen en kennis over het verleden hebben net zoveel of zo weinig nut als je het zelf toekent. Ze produceren geen tastbaar goed, ze zijn ‘slechts’ goed voor onze gezamenlijke kennis. En wat is er kostbaarder dan dat? Moet alles een direct aanwijsbaar economisch nut hebben om zinvol te zijn? De vraag stellen, is hem beantwoorden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | De krant is mijn stofzuiger

“De etholoog Konrad Lorenz heeft ooit beschreven dat als ganzen uit hun ei kruipen en als eerste een stofzuiger zien, zij denken dat die stofzuiger hun moeder is. De rest van hun leven blijven ze stofzuigers volgen. Zo ligt het ongeveer ook voor mij en de krant.” (Ronald Plasterk, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in de Volkskrant)

De krant maakt dat je ergens bij hoort. De krant geeft een gevoel van eigendom. Er is weer meer behoefte aan duiding, achtergronden en discussie. De nood is acuut. Ik maak me grote zorgen.
Zomaar wat kreten van Ronald Plasterk, de man van cultuur die het zijn taak acht om in de bres te springen voor bedreigde cultuur, zoals de eeuwenoude krant op ouderwets papier. Punt is alleen dat Plasterk wel kan zeggen dat hij de krant lief heeft, maar dat hij weinig doet of kan doen om de bedrijfstak te helpen. Kranten willen geen subsidie en Plasterk vindt nationalisering van de hele krantensector een onzalig idee. “Zo dramatisch zal het toch niet worden?”, aldus Plasterk.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Ha, een cadeau: Oeroeg als emaillen kaasfondue-pan

‘Literatuur wordt alsmaar oppervlakkiger.’ ‘radicale onintellectualisering.’ Uitspraken van redactieleden van de steeds schaarser wordende literaire tijdschriften, deze week in Vrij Nederland geportretteerd.

De literatuur zelf wordt niet oppervlakkiger, de markt is veranderd. Elke gelegenheids-BN-er en panellid schrijft een boek. Boeken zijn niet in de eerste plaats (meer?) bestemd voor de elite. De gemiddelde lezer heeft een AKO-waardige smaak (van Kluun tot French), waart niet per sé alleen maar rond in de hoogste regionen van het intellect. Zit op Hyves. Tankt bij Shell. Luistert Sky Radio. Kijkt RTL 4. Heeft een mening op internet. Blogt misschien wel. Als ik een stapel boeken van Kluun naast die van Christian Gailly leg, is de Kluun-stapel als eerste weg. Wordt de literatuur dan oppervlakkiger? Nee. Het aanbod is anders en vooral groter, maar minder diepgaande literatuur (alhoewel die term arbitrair is) wordt er echt niet geschreven.

Gouden Kooi
Vergelijk het met de situatie in de (pop-)muziek. Als je afgaat op het niveau van Popstars, Rock Nation en andere talentenjachten op televisie, de tetterende lolbroekzender Radio 538 en het gegil van TMF: oké. Da’s de gemene deler. Maar alle alternatieve playlists op Last.FM, bandjes op MySpace en druk bezochte concerten laten iets heel anders zien.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Hoe de nieuwe asceten dansen op de vulkaan

Een asceet in de traditie van de oudheid is iemand die afziet, volgens Van Dale ‘iemand die zich aan vrome boetedoening wijdt.’ Een nieuwe asceet is in mijn optiek iemand die zijn handen van het publieke domein heeft getrokken en zich heeft los geworsteld van de massahysterie, maar dit alles wel naarstig goed in de gaten houdt. Anders dan de absurde wereld zoals Albert Camus het beschreef in L’homme Revolté uit 1951 (’Het laat ons achter in een impasse. De eerste en enige zekerheid die me zo wordt gegeven, binnen de ervaring van het absurde, is de opstand’) weet de nieuwe asceet dat opstand geen zin meer heeft.

Rare imam daar, rechtse rakker hier
Eigenlijk komt de opvatting van de Banality of Evil (1963) van Hannah Arendt dan nog dichter in de buurt. Het gaat ver om deze tijd naast de massavernietiging in de Tweede Wereldoorlog te plaatsen, maar de banaliteit van een ambtelijk apparaat dat ingezet moest worden bij de geoliede machines die de concentratiekampen waren, is dezelfde die ingezet wordt bij het creëren van de huidige banale perversie die ons omringt: woonboulevards met discountbanken die door kinderhanden worden gemaakt, kilo’s vleeswaren vol varkenscollageen en E-nummers, plasmaschermen op afbetaling. Dit alles in een xenofoob en ontwricht landschap, maar ondertussen wel op een gekoeld strand van Dubai willen liggen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Trots op Nederland dient eerste wetsvoorstel in

Elke week maakt GeenCommentaar ruimte voor een artikel van de satirische website de Speld! Nieuws zonder de ‘feitish’ van de reguliere media.

Zo'n typisch Nederlands toilet (Foto: Flickr/Random McRandomhead)

Den Haag, 19 december 2008 ? Nog voor het nieuwe jaar zal Trots op Nederland (TON) haar eerste wetsvoorstel indienen, zo zeggen insiders uit de beweging. Het vertrek van spindoctor Kay van de Linde geeft ruimte aan initiatieven die al langer in de la lagen.

Het eerste wetsvoorstel zal gaan over het “behoud van typisch Nederlandse cultuuritems die door globalisering dreigen te verdwijnen.” De partij van Verdonk heeft als symbolische eerste stap een open brief aan de kamer en sanitairproducenten verstuurd waarin wordt opgeroepen tot ‘behoud van het traditionele hollandse toiletplateau.’

In vroeger tijden was een Nederlandse toiletpot te herkennen aan het horizontale vlak middenin de pot, terwijl steeds meer producenten overgaan op de internationaal geaccepteerde trechtervormige variant. “Het zijn kleine dingen waarmee ons land zijn cultuur verliest, in het kleinste kamertje van het huis gaat dat nog geruislozer.” TON wacht nog de reacties af van producenten Villeroy & Boch en Sphinx. Als deze niet voor handhaving van de productielijn kiezen overweegt de aan TON gekoppelde BV Favorita de potten zelf in productie te nemen “om een daad te stellen tegen het culturele verval zowel als tegen het opspetterende water bij grote boodschappen in de trechter.”

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Vorige Volgende