Democratische verantwoording, integriteitsrisico’s en grote militaire uitgaven. Een historisch perspectief

van Dr. Ronald Kroeze Enkele weken voor de NAVO-top berichtte de NOS: "Nederlanders opgepakt voor corruptie bij NAVO-aanbestedingen". Een aantal functionarissen, waaronder een Nederlands oud-ambtenaar van Defensie was opgepakt vanwege omkoping en fraude bij de aanschaf van militaire drones en munitie.[1] In het belang van het onderzoek zal er de komende tijd weinig over worden bericht. Mede daardoor raken dergelijke voorvallen snel uit beeld. De geschiedenis kent echter veel voorbeelden van integriteitsaffaires rondom grootschalige defensie-uitgaven. Sterker, aanbestedingsprocedures in de defensie- en luchtvaartindustrie behoren samen met offshore-projecten tot de meest corruptiegevoelige.[2] Hoe valt dat te verklaren? En welke inzichten levert een nadere blik op de geschiedenis op? Deze vragen zijn des te relevanter nu op de onlangs gehouden NAVO-top in Den Haag een historische stijging van de defensie-uitgaven, tot 5% van het BNP, is afgesproken. Dat gebeurt een jaar nadat wereldwijd al de grootste stijging van de defensie-uitgaven sinds de jaren negentig werd geconstateerd.[3] Alleen al in Nederland zullen in de komende jaren tientallen miljarden extra worden uitgegeven aan defensie.[4] Die uitgaven komen bovenop eerdere besluiten voor de aanschaf van fregatten (€ 5-8 miljard) en onderzeeërs (€ 4-6 miljard), evenals munitie en Leopardtanks (€ 1-2,5 miljard) in reactie op de Rusland-Oekraïneoorlog. Een tweede reden om stil te staan bij dit onderwerp is de complexiteit ervan. Uit historische casuïstiek blijkt dat integriteitsrisico’s bij militaire uitgaven niet alleen gaan over simpele vormen van omkoping, maar ook over een inefficiënte besteding van belastinggeld, (on)doorzichtige besluitvormingsprocedures en gebrekkige verantwoording. Bovendien veranderen integriteitsnormen door de tijd heen. Ten derde raakt het onderwerp aan een kernvraagstuk van democratische orde: wat geldt als een (on)verantwoorde inzet van publieke middelen? ‘Oorlogsprofiteurs’ en drastische opschalingen tijdens oorlogen Historisch gezien is een oorlogssituatie een voedingsbodem voor militaire aanbestedingsaffaires. Berucht zijn de debatten over ‘oorlogsprofiteurs’; over individuen en bedrijven die financieel profiteerden van de handel en verkoop van producten – niet in de laatste plaats oorlogsmateriaal - tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).[5] Een oorzaak was de gehaaste opschaling van het leger en de daarmee gepaard gaande, snel stijgende staatsuitgaven. Bedenk daarbij dat bijvoorbeeld het Duitse leger in een gemiddelde slag meer granaten afschoot dan tijdens de gehele Frans-Duitse oorlog (1870-71). Ook in Engeland was er al snel sprake van grote wapen- en munitietekorten en werd er drastisch opgeschaald. Daar stegen de militaire uitgaven in een paar jaar tijd van enkele honderden miljoenen pond tot ruim boven het miljard (40% van het BNP). Een speciaal megaministerie – het Ministry of Munitions onder leiding van Loyd George – werd in 1915 opgericht om de aanschaf en productie te coördineren. De output steeg, maar het ministerie werd ook bekritiseerd vanwege verspilling, misbruik en het verlenen van al te lucratieve orders. Dat brengt ons bij een tweede voedingsbodem voor integriteitskwesties als snel wordt opgeschaald in tijden van oorlog: (het risico op) belangenverstrengeling. Dit werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in de hand gewerkt door de wens dat de oorlog politieke verschillen tenietdeed en dat niet de markt maar een innige samenwerking van leger, industrie en overheid het meest efficiënt zou zijn. Parlementair debat en controle golden als vertragend, kritiek in de media als onpatriottisch. Censuur volgde in haast alle landen. In het semi-autocratische Duitse keizerrijk ging die zover dat een goed gesprek over wat er misging pas na de oorlog op gang kwam. Toen raakte het echter vermengd met gevoelens van onvrede over de afloop van de oorlog en wierp zo een schaduw over de jonge Weimar-republiek. Het stilzwijgen van integriteitsvragen bleek geen goed recept te zijn geweest.[6] De vraag naar mens en materieel was van een nog grotere omvang tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de Verenigde Staten stegen de federale uitgaven van onder de 5% naar bijna 45% van het BNP in 1944, ofwel naar meer dan een biljoen dollar. Als leider van de Westerse geallieerden en als ‘arsenal of democracy’ moesten de VS een inhaalslag maken na jaren van isolationisme om Nazi-Duitsland en Japan te kunnen verslaan. In die tijd maakte senator Harry Truman een tour door Amerika om de uitgezette orders en productielocaties te inspecteren. Hij zag allerlei voorbeelden van verspilling en misbruik. President Franklin D. Roosevelt twijfelde over de noodzaak maar nog tijdens de oorlog werd een ‘Special Committee to Investigate the National Defense Program’ onder voorzitterschap van Truman ingesteld. Truman stelde: “There will be no attempt to muckrake the defense program, neither will the unsavory things be avoided. The welfare of the whole country is at stake in the successful conclusion of our national defense policy. Where there has been so much haste in the expenditure of such enormous sums there are bound to be leaks and mistakes of judgment. Many people believe in both patriotism and profits, but sometimes, unfortunately, profits come first with them.” De door Truman geleide parlementaire onderzoekscommissie legde onder andere bloot dat door het leger ingehuurde aannemers excessieve bedragen ontvingen, dat duurbetaalde vliegtuigmotoren voor de luchtmacht niet functioneerden en dat vertegenwoordigers van wapenproducenten hoge vergoedingen kregen. Truman werd gewaardeerd om zijn kritische houding die de verspilling van miljarden hielp voorkomen. Hij bouwde veel krediet op en volgde in 1945 Roosevelt op als de 33e president van de Verenigde Staten. Dit voorbeeld toont ook iets anders: de inherente spanning tussen democratie en oorlogvoeren. De eerste vereist zorgvuldige controleprocedures, openbaarheid en betrokkenheid van politieke stakeholders om draagvlak te waarborgen, maar tijdens een oorlogssituatie neemt de druk toe om deze principes terzijde te schuiven, want oorlog vereist discretie, efficiëntie, daadkrachtige hiërarchische beslisstructuren en eensgezindheid (rally around the flag) om de vijand moreel en materieel te kunnen verslaan.[7] Debatten na 1945 stonden nog meer in het teken van hoe deze twee uitersten te verenigen. Hogere democratische eisen en complexere orders na 1945 De ervaringen met nazidictatuur en oorlog maakten dat de democratie veel nadrukkelijker werd gewaardeerd in het Westen na 1945. Nieuwe oorlogen dienden zich echter alweer aan. In Nederland eiste de koloniale oorlog tegen Indonesië een snelle opschaling van het leger. Na het einde daarvan in 1949 was het vooral de Koude Oorlog die om grote uitgaven vroeg. Als lid van de NAVO en onder druk van de Amerikanen besloot de Nederlandse politiek het toen ongekende bedrag van fl.1,5 miljard aan defensie te besteden, ofwel 6,5% van het BNP.[8] Enkele jaren later brak het eerste grote naoorlogse aanbestedingsschandaal uit – de Helmenaffaire (1958-1960) – toen uitkwam dat de voor veel geld aanschafte helmen en gasmakers van ondeugdelijke kwaliteit waren. Tevens bleek dat door vertegenwoordigers en militairen aan deze transacties was verdiend. Een Tweede Kamercommissie onder leiding van Theo Koersen – de Commissie Onderzoek Militair Aankoopbeleid (COMA) – deed onderzoek. De commissie constateerde geen structurele corruptie maar wel enkele misstanden en deed voorstellen voor de verbetering van het aanschafbeleid en de controle daarop door parlement en Algemene Rekenkamer.[9] Het meest beruchte militaire aanbestedingsschandaal uit de Nederlandse geschiedenis is de Lockheedaffaire (1976). Nadat de eerste geruchten over mogelijke omkoping van prins Bernhard vanuit Amerika waren overgewaaid, stelde het kabinet-Den Uyl (1973-1977) een commissie van drie onafhankelijke onderzoekers aan. Deze Commissie van Drie stelde vast dat prins Bernhard – naast prins-gemaal tevens actief als lobbyist en inspecteur-generaal van het leger – in ruil voor het vragen en deels ook ontvangen van geld van het Amerikaanse Lockheed de regering had gepoogd te beïnvloeden voor de aanschaf van vliegtuigen. Nadien werd ook een Commissie voor het Onderzoek naar het Aanschaffingsbeleid op het gebied van defensiemateriaal en de Controle daarop (COAC) ingesteld. Deze parlementaire onderzoekscommissie analyseerde de aanschaf van 105 Northrop F-5 gevechtsvliegtuigen in 1967.[10] Er werd wederom geen systematische corruptie geconstateerd, maar wel gebreken en integriteitsrisico’s: militairen die beslissingen namen zonder toestemming van de minister, de invloed die uitging van lobbyisten, machtige internationaal opererende defensiebedrijven en andere NAVO-regeringen, in het bijzonder de VS. Daardoor verliep het aanschafproces onverantwoord rommelig. Bovendien werd de Kamer nauwelijks geïnformeerd. Zelfs niet over het feit dat het goedgekeurde budget van fl. 605 miljoen met fl. 65 miljoen zou worden overschreden. De aanbevelingen van COMA en COAC zouden in de jaren tachtig, steeds duidelijker hun beslag krijgen. Dat gebeurde in het kielzog van de parlementaire enquête naar het faillissement van Rijn-Schelde-Verolme (RSV) in 1983/84. Die enquête ging over gebreken bij de besluitvorming omtrent de miljardensteun aan het verliesgevende RSV. Tijdens het onderzoek kwam ook mogelijke corruptie bij Marineorders naar boven, zoals bij de aanschaf van fregatten voor Indonesië en onderzeeboten voor Taiwan. De meest relevante bijvangst was de enorme kostenoverschrijding inzake de aanschaf van nieuwe onderzeeboten van de Walrusklasse voor de Nederlandse marine. Een nader onderzoek van de Rekenkamer naar de ‘Walrusaffaire’ wees op een kostenoverschrijding van honderden miljoenen.[11] Er werd lering uit getrokken: nadien werden grotere militaire aanbestedingen nauwkeuriger onder de loop genomen door de Rekenkamer en parlement. Laatstgenoemde gebruikte daarvoor een nieuwe regeling ‘Grote Projecten’ om extra controlemomenten en informatie af te dwingen, zoals gebeurde bij de aanschaf van de F-16 en de Joint-Strike Fighter (JSF).[12] Aanbestedingsprocedures werden daarna ook verder aangescherpt, ook onder druk van de EU. Maar die procedures bevatten, om het nog complexer te maken, ook weer allerlei uitzonderingen.[13] Bekijken we deze naoorlogse zaken in samenhang dan worden andere voedingsbodems voor integriteitsaffaires inzichtelijk. Ten eerste zorgde de hernieuwde grote uitgaven tijdens de Koude Oorlog als onderdeel van de NAVO-taakstelling voor risico’s. Ten tweede was daar de toenemende omvang, technische complexiteit en het grensoverschrijdende karakter van de ontwikkeling en productie van militaire producten, en hoe daarop, ten derde, in een democratie controle kon worden gehouden. Afgenomen tolerantie voor corruptie sinds Lockheed Tot slot levert een nadere blik op de Lockheedaffaire zicht op nog een andere voedingsbodem voor integriteitskwesties: de afgenomen tolerantie voor giften en commissies bij het realiseren van grote orders. Het bleek immers dat Lockheed wereldwijd ruim 200 miljoen dollar aan commissies had betaald aan functionarissen om orders binnen te halen. Weliswaar verbood bestaande wetgeving dat niet expliciet, maar de omvang en geraffineerdheid van het ‘Lockheed-model’ werd gezien als immorele vorm van omkoping, politiek destabiliserend en concurrentievervalsend. In reactie hierop werd de Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) in 1977 afgekondigd, waarmee een verbod op omkoping van buitenlandse ambtsdragers werd ingesteld. Tevens stelde de FCPA extra eisen aan de interne en externe controle van de boekhouding om het verdoezelen van omkoping en witwassen tegen te gaan. In de jaren negentig diende de FCPA als voorbeeld voor het OESO-anticorruptieverdrag dat deelnemende landen, waaronder Nederland, verplicht om nationale anticorruptie-wetgeving aan te passen. Nadien is het aantal vervolgingen voor omkoping bij grote orders, waaronder defensieorders, toegenomen. Zo werd de bouw van marineschepen door het Nederlandse Damen voorwerp van onderzoek naar omkoping. Bovendien werden de afgelopen jaren zeer hoge boetes uitgekeerd, zo kreeg het Britse defensiebedrijf BAES-industries in 2010 een megaboete van 400 miljoen dollar voor omkoping bij de verkoop van defensiemateriaal aan Saudi-Arabië. Concluderende opmerkingen Historisch bezien zijn er verschillende oorzaken aan te wijzen die het risico op integriteitskwesties bij defensieorders vergroten. Een haastige en snelle opschaling van het militair potentieel in tijden van oorlog en de grote sommen belastinggeld die daarmee zijn gemoeid. In dergelijke tijden neemt de kans ook toe dat er geld aan tussenpersonen wordt betaald om voorrang te verkrijgen bij het binnenhalen van schaarse militaire producten of dat er te veel geld wordt betaald, met verspilling en misbruik van publieke middelen tot gevolg. Ook een innige publiek-private samenwerking uit efficiëntie-overwegingen doet de risico’s op belangenverstrengeling toenemen, evenals besloten lobbywerk en geheimhouding bij aanbestedingen, om concurrenten en de vijand zo min mogelijk informatie te verschaffen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar als extra voedingsbodem nog de toegenomen complexiteit van de ontwikkeling en productie van militaire goederen bij. Daarnaast verminderde de tolerantie voor omkoping als reactie op het Lockheedschandaal in de jaren zeventig. Tegen deze achtergrond wordt de aloude inherente spanning tussen zorgvuldige, transparante en verantwoorde democratische besluitvorming en het kordate en daadkrachtig optreden dat oorlog voeren vereist, eerder groter dan kleiner. Toch is er ook ruimte voor een positieve noot. De afgelopen decennia hebben onderzoekscommissies de complexiteit van het vraagstuk inzichtelijker gemaakt, zijn er lessons learned-rapporten gepresenteerd,[14] zijn de parlementaire verantwoordingsstructuren verbeterd en is de aanbestedings- en anticorruptiewetgeving aangescherpt. Hiervan kunnen nu de vruchten geplukt worden. Ook vanuit het besef dat de oorsprong van de parlementaire democratie voor een belangrijk deel is gelegen in de wens tot betrokkenheid bij en controle op de besluiten over overheidsuitgaven, opdat ze procedureel zorgvuldig zijn en voor legitieme doeleinden worden ingezet. Dergelijke historische inzichten kunnen in het achterhoofd worden gehouden in deze tijden van hernieuwde drastische opschaling van de defensie-uitgaven en enkele maanden voor Prinsjesdag waarop de begrotingen worden gepresenteerd. Zo bezien, is de onlangs overeengekomen stijging van de uitgaven op de NAVO-top ook een gewichtig moment in de geschiedenis van de parlementaire democratie. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver (uitgave van het Montesquieu Instituut) van juni 2025. Ronald Kroeze, is hoogleraar en directeur van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Radboud Universiteit. Noten: [1] https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/05/14/onderzoek-navo-corruptie/ [2] Frank Badua, “Laying down the law on Lockheed: how and aviation and defense fiant inspired the promulgation of the Foreign Corrupt Practices Act of 1977”, Accounting Historians Journal, 1 Juni 2015; 42 (1): 105–126. https://doi.org/10.2308/0148-4184.42.1.105 [3] https://www.sipri.org/media/press-release/2025/unprecedented-rise-global-military-expenditure-european-and-middle-east-spending-surges [4] Zie ook Kamerstukken, 2024-2025, 28676, nr. 504, 20 mei 2025: ‘Brief van minister van Defensie aan de voorzitter van de Tweede Kamer’, https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z09887&did=2025D22695 [5] Ronald Kroeze, Een kwestie van politieke moraliteit. Politieke corruptieschandalen en goed bestuur in Nederland, 1848-1940 (Hilversum 2013), hoofdstuk 3. [6] Ronald Kroeze en Annika Klein, ‘Governing the first world war in Germany and the Netherlands, Journal of Modern European History, 2013. [7] Peters, Dirk, and Wolfgang Wagner. 2011, “Between military efficiency and democratic legitimacy: Mapping parliamentary war powers in contemporary democracies, 1989–2004” Parliamentary Affairs 64 (1): 175-192. https://doi.org/10.1093/pa/gsq041. [8] Carla van Baalen en Jan Ramakers (red.), Het kabinet-Drees III. Barsten in de brede basis (Den Haag 2001), 206-215; Bert van den Braak, ‘Omstreden defensie-uitgaven?’, 20 juni 2025, column parlement.com https://www.parlement.com/id/vmo7eejb6hpb/column/onomstreden_defensie_uitgaven [9] Kamerstukken II, 1959-1960, 6450, nr. 3, pp 1-45. ‘Verslag van de van de Commissie Onderzoek Militair Aankoopbeleid (COMA)’. [10] Kamerstukken II 1976-77, 14511 nr. 2, pp. 1-43. ‘Verslagen van de bijzondere commissie voor het onderzoek naar het aanschaffingsbeleid op het gebied van defensiemateriaal en de controle daarop (COAC)’. [11] Ronald Kroeze, De herontdekking van de parlementaire enquête. Het RSV-schandaal en de transformatie van de democratie (Amsterdam 2025). [12] Kamerstukken II, 2018-2019, 26 488, nr. 447: Rekenkamer-rapport Lessen van de JSF. Grip krijgen op grote projecten voor aanschaf Defensiematerieel, 6 maart 2019. [13] ‘Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied’, https://wetten.overheid.nl/BWBR0032898/2019-04-18 [14] Zoals de Rekenkamer-rapporten naar de aanschaf van de F-16 en JSF, zie noot 12.

Foto: Angela Gennaro (cc)

Moldavische oligarch koopt stemmen tegen aansluiting bij de EU

In Moldavië wordt op 20 oktober tegelijk met de presidentsverkiezingen een referendum gehouden over de aansluiting van het land bij de EU. Voor de campagne over het referendum is de partij van oligarch Ilan Shor uitgesloten van deelname . Shor opereert via Telegram vanuit Moskou waar hij verblijft nadat hij veroordeeld was tot 15 jaar gevangenisstraf wegens ontvreemding van een miljoen dollar uit Moldavische banken. Nu biedt hij iedereen geld die voor hem stemmen ronselt tegen het EU-lidmaatschap. Het Europees Parlement stemde deze week met overgrote meerderheid voor een resolutie waarin Rusland wordt opgeroepen de onafhankelijkheid van Moldavië te respecteren en te stoppen met politieke inmenging.

Ilan Shor die zowel in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk als de EU op de sanctielijst staat, werd aanvankelijk tot 7,5 jaar veroordeeld vanwege de Grand Theft. Nadat hij een tijdje onder huisarrest had doorgebracht, vluchtte hij in 2019 naar zijn geboorteland Israël, waar hij tot 2024 woonde. Momenteel woont hij in Rusland, waar hij dit jaar het staatsburgerschap kreeg. In Moldavië is zijn straf in 2023 verhoogd tot 15 jaar. Nu doet het voormalige parlementslid verwoede pogingen om Moldavië weer in het Russische kamp te krijgen. Hij heeft daarvoor contacten met maar liefst vier pro-Russische partijen. Dat zijn eigen partij door de Kiescommissie is geschrapt van de lijst van voor het referendum toegelaten politieke partijen komt omdat ze niet de vereiste documenten heeft geleverd.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Corruptie met westerse hulp

‘Ik realiseerde mij plotseling dat het geld dat de heersers van Oekraïne hadden gestolen van hun volk verborgen was in het Verenigd Koninkrijk. Ze gebruikten Britse financiële instellingen, juristen en brievenbusfirma’s om te verbergen wat ze aan het doen waren. Ik besefte dat de corruptie in de voormalige Sovjet-republieken waarover ik had geschreven geen Russisch, Oekraïens of Azerbeidzjaans probleem is. Het is een probleem van wereldwijde, transnationale corruptie. De belangrijkste spelers daarin zijn niet deze afzonderlijke landen, maar het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Nederland en andere Westerse landen die het geroofde geld accepteren.’

Foto: diamond geezer (cc)

Een duif in het parlement

Europarlementariërs zijn over het algemeen niet vies van een of andere vorm van demonstratie in hun vergaderzaal. Maar het Slovaakse parlementslid Miroslav Radačovský spande vorige week de kroon toen hij een duif uit zijn binnenzak haalde en losliet terwijl hij zowel de Russen als de Oekraïners vrede toewenste. Radačovský is het enige parlementslid, tevens voorzitter van de extreemrechtse partij Slovak Patriot, een afsplitsing van de neo-nazi partij People’s Party Our Slovakia van de eveneens pro-Russische Marian Kotleba. De kans dat Radačovský na 9 juni nog terugkomt in het Europarlement is erg klein. Maar dat de Slovaakse delegatie naar rechts gaat is wel te verwachten, al gokken de wedkantoren dat de sociaal-liberale Progresívne Slovensko de grootste wordt.

Affiniteit met Rusland

Slowakije lijkt met de nieuwe regering van de populistische premier Robert Fico op weg naar een tweede illiberale EU-lidstaat. Het nationalisme viert hoogtij. Net als in buurland Hongarije wil de regering paal en perk stellen aan NGO’s die vanuit het buitenland donaties ontvangen. Een ‘frontale aanval op de civiele maatschappij volgens Amnesty. Fico “beschouwt civiele organisaties als een soort concurrentie in de strijd om de macht”, volgens Grigorij Meseznikov, hoofd van het Slowaakse Instituut voor Publieke Kwesties. De Tsjechische radio omschreef de wetgeving als strenger dan de soortgelijke wetgeving in Hongarije, die als onverenigbaar met de Europese regels werd beschouwd. Maar niet zo streng als de Russische wet op buitenlandse agenten, die ook op de media is gericht, en de wetgeving in Georgië, waar dezer dagen massaal tegen wordt gedemonstreerd.De oppositie in Slowakije vreest ook een beperkende nieuwe wet op de publieke media.

Foto: Dennis Jarvis (cc)

Duizenden demonstranten eisen aftreden van Orbán

Duizenden demonstranten verzamelden zich dinsdag voor de parlementsgebouwen in Boedapest om het aftreden van premier Viktor Orbán te eisen. ‘Sluit ze op’ riepen ze. De aanleiding: de poging van zijn medewerkers om documenten over een geval van corruptie te laten verdwijnen. Peter Magyar, de ex-man van de voormalige minister van Justitie Judith Varga leverde hiervoor het bewijs door de publicatie van een bandje van een gesprek van zijn voormalige echtgenote. Varga vertelt daarin dat assistenten van Orbáns kabinetschef Antal Rogan aan de aanklagers hebben voorgesteld wat er moet worden verwijderd uit documenten met betrekking tot de Volner/Schadl-zaak. Deze zaak draait om de voormalige staatssecretaris van Justitie, Pal Volner, die in 2022 werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen van het voormalige hoofd van de gerechtsdeurwaarders, Gyorgy Schadl.

De affaire brengt Orbán verder in het nauw nadat vorige maand president Katalin Novak en minister van Justitie Varga zich gedwongen zagen af te treden.  Dat was vanwege, wat de Orbán getrouwe Novak toegaf, een ‘fout die in het land verbijstering en onrust teweeg bracht’. De president had vorig jaar met instemming van de minister van Justitie de adjunct-directeur van een kindertehuis gratie verleend na zijn veroordeling voor het verdoezelen van seksueel misbruik in zijn instelling. Deze cover up van pedofilie schokte het land waar de regering zo hoog opgeeft over traditionele gezinswaarden. Novak was eerder minister voor Familiezaken en het boegbeeld van Orbáns tegen de ‘westerse decadentie’ gerichte politiek. De regeringspropaganda moest Fidesz-kiezers laten geloven dat Orbán in Europa als enige zijn kinderen beschermt tegen geslachtsveranderingsoperaties en gender-queer-identiteiten.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Lukas Plewnia (cc)

Het failliet van de PiS-regering

Voor wie het nog niet duidelijk was: deze week is de huidige Poolse regering definitief door de mand gevallen als een corrupt, ondemocratisch en a-sociaal regime. De regerende PiS-partij die met haatpropaganda tegen buitenlanders een keihard anti-immigratiebeleid voerde blijkt sinds 2021 arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie in ruil voor duizenden dollars met voorrang een werkvisum te hebben verstrekt. En dezelfde partij die sinds de Russische inval in Oekraïne bezweerde het buurland onvoorwaardelijk te steunen weigert nu wapens te leveren terwille van het eigen land en de bescherming van de eigen boeren. Die moeten namelijk op 15 oktober weer op de PiS stemmen om het regime-Kaczyński in het zadel te houden.

Polen, en ook Slowakije en Hongarije hebben een importverbod van Oekraïens graan afgekondigd na het mislukken van de graandeal met Rusland. De vrees is dat Oekraïens graan een negatieve invloed zal hebben op de binnenlandse markt. Dat president Zelensky het graan-importverbod “politiek theater” noemt en zegt dat dit Rusland in de kaart speelt, is Polen in het verkeerde keelgat geschoten. Woensdagavond kondigde de Poolse premier Mateusz Morawiecki aan dat Polen Oekraïne niet langer gaat bewapenen. We kiezen nu voor de defensie van ons eigen land met moderne wapens, zei de premier. Morawiecki  voegde er nog een waarschuwing richting het buurland aan toe: ‘Als ze het conflict op deze manier willen laten escaleren, zullen we extra producten toevoegen aan het importverbod in Polen. De Oekraïense autoriteiten begrijpen niet in welke mate de Poolse landbouwindustrie is gedestabiliseerd.’ Er zou inmiddels via de diplomatieke weg een oplossing voor het conflict worden gezocht. Maar voor de binnenlandse beeldvorming gaat de PiS kennelijk niets te ver om het kiezerspubliek aan zich te binden.

Foto: Pedro (cc)

Top van politie en inlichtingendienst gearresteerd in Slowakije

In Slowakije zijn vorige week zeven topfunctionarissen van de politie en de inlichtingendienst gearresteerd op verdenking van corruptie, machtsmisbruik en deelname aan een criminele organisatie. Onderzoek naar corruptie zou door agenten gedwarsboomd zijn. De Slowaakse president Zuzana Čaputová heeft opgeroepen kalmte te bewaren. Volgens haar is er, anders dan voormalig premier Robert Fico suggereerde, geen sprake van een coup. Mogelijk is er wel een verband met de komende parlementsverkiezingen, eind september. Fico’s partij Smer-SD, nu in de oppositie, staat in de polls op een ruime voorsprong. Eerder arresteerde de politie al een hooggeplaatse kandidaat op de lijst van Smer-SD, voormalig politiechef Tibor Gašpar. Hij werd gedwongen om af te treden na de moord op de onderzoeksjournalist Jan Kuciak in 2018. Gašpar zou ook goede betrekkingen onderhouden met de omstreden oligarch Norbert Bödör, die in verschillende zaken wordt beschuldigd van corruptie en witwassen. Maandag werd een andere oud-politieman veroordeeld. Bernard Slobodník werd schuldig bevonden aan het aannemen van steekpenningen in drie verschillende zaken.

Opmerkelijk is het commentaar van de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó op de corruptieaffaires in zijn buurland. Op zijn Facebookpagina sprak hij van een “mondiale jacht op politici die zich verzetten tegen de ‘liberale mainstream’”. De Hongaarse regering ziet de Smer-SD van Fico kennelijk graag weer aan het bewind, ook als steun tegen de voortdurende druk uit Brussel. Net als Orbán neemt Fico ondanks de oorlog in Oekraïne geen afstand van Poetin. Hij is ook een tegenstander van wapenleveranties aan Oekraïne. Slowaakse politici hebben de inmenging van de Hongaarse minister in Slowaakse rechtszaken veroordeeld. Fico niet. Op een persconferentie op 13 augustus zei hij: “Ik wil minister Szijjártó feliciteren met hoe goed hij de situatie heeft beschreven”.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: NATO North Atlantic Treaty Organization (cc)

De geheime relatie van de premier van Albanië

De Albanese premier Edi Rama heeft een corrupte FBI-agent gebruikt om zijn tegenstanders zwart te maken. De FBI is ernstig in verlegenheid gebracht door het proces tegen  Charles McGonigal, een inmiddels gepensioneerde hoge functionaris van de dienst, wegens omkoping en geheim gehouden buitenlandse relaties.

Terwijl hij nog bij de FBI werkte, ontwikkelde hij een vriendschappelijke relatie met de premier van Albanië en bezorgde hij hem mogelijk belastende informatie over de verkiezingscampagne van zijn tegenstanders van de Democratische Partij. Rama betaalde hem daarvoor via een Amerikaanse relatie $225,000. McGonigal maakte op kosten van de Albanese regering diverse reisjes naar Albanië. Na zijn pensionering in 2018 werkte McGonigal voor een gesanctioneerde Russische oligarch, Oleg Deripaska, ooit gezien als een lid van de binnenste cirkel van president Vladimir V. Poetin. McGonigal moest hem helpen onder de sancties uit te komen. De malversaties van McGonigal kwamen aan het licht na onthullingen van zijn voormalige minnares Allison Guerreiro. Zijn FBI-collega’s waren geschokt en vreesden behalve voor de reputatie van hun dienst ook voor het lekken van geheimen naar de vijand.

Parlement bestookt

De Russische connectie van de FBI-agent is opmerkelijk omdat hij de Albanese premier eerder heeft geholpen aan informatie die moest bewijzen dat zijn politieke tegenstanders Russische steun zouden hebben gekregen. En hij zou Rama hebben gewaarschuwd de Russen geen licentie te geven om voor de kust naar olie te boren. Terwijl het in de VS vooral over die Russische connectie gaat is Albanië in rep en roer omdat Rama zich weigert te verantwoorden voor het parlement over zijn relatie met de corrupte Amerikaanse agent. Aanhangers van de centrumrechtse Democratische Partij van voormalig president en premier Sali Berisha, en de linkse Vrijheidspartij van voormalig president Ilir Meta hielden maandag een protest buiten het parlement, het tweede protest sinds zaterdag. Ze riepen de premier op om af te treden met beschuldigingen van corruptie en wanbeheer van de economische crisis. Ze verwijten de regering ook verantwoordelijk te zijn voor het gebrek aan economische perspectieven dat geleid heeft tot de massale emigratie van Albanese jongeren, naar men zegt zo’n 700.000 in de afgelopen tien jaar. De parlementszitting verliep buitengewoon onrustig door rookbommen van de demonstranten, het uitschakelen van de electriciteit en pogingen van de oppositie om het spreken van regeringsgetrouwe parlementsleden onmogelijk te maken. Uiteindelijk heeft de voorzitter de zitting geschorst. De demonstranten kondigden nieuwe acties aan later deze week. 

Foto: EU2017EE Estonian Presidency (cc)

Oostenrijkse premier verdacht van omkoping

Het zal even schrikken geweest zijn voor premier Sebastian Kurz toen woensdag een inval werd gedaan in de kantoren van zijn Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP). Ook de huizen van een aantal van zijn medewerkers werden doorzocht op bewijzen voor omkoping van media met belastinggeld. Kurz was op de EU-topconferentie bij zijn zuiderbuur Slovenië. Hij zei daar dat hij er van overtuigd was dat alle beschuldigingen snel vals zullen blijken te zijn. Maar zijn positie komt inmiddels wel heel zwaar onder druk te staan. Woensdagavond verklaarde hij voor de Oostenrijkse televisie dat hij natuurlijk bondskanselier wil blijven. Hij ziet het onderzoek “rustig” tegemoet. Hij kon “niet begrijpen” waarom “ik altijd de schuld zou moeten krijgen” als er ergens onrecht wordt gedaan.

Kerk onder druk gezet

In mei van dit jaar is er ook al een justitieel onderzoek tegen hem gestart in de nasleep van de Ibiza-affaire. Hij zou onder ede gelogen hebben over de benoeming van vertrouweling Thomas Schmid als hoogste baas van ÖBAG, het kantoor dat Oostenrijkse staatsdeelnemingen in bedrijven regelt. Schmid was in 2019 tijdens het vorige kabinet-Kurz met de Oostenrijkse Vrijheidspartij (FPÖ) secretaris-generaal bij het ministerie van Financiën.

Op verzoek van Kurz zou hij de Oostenrijkse bisschoppen onder druk hebben gezet om een wat minder tolerant standpunt ten aanzien van immigranten in te nemen. Op de aansporing van Kurz per SMS (‘Bitte Vollgas geben’) zou Schmid gedreigd hebben met het intrekken van belastingvoordelen. Het begon allemaal met kritiek van kerkelijke zijde op nieuwe immigratiemaatregelen van de regering. Kurz was vooral kwaad op de secretaris van de Oostenrijkse bisschoppenconferentie Peter Schipka die  in naam van alle Oostenrijkse bisschoppen onverbloemd had verwezen naar het nationaalsocialisme. Hij liet uitzoeken welke belastingvoordelen de kerk genoot en zond vervolgens zijn vertrouweling Schmid op strafexpeditie.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Melissa Himpe (cc)

Nederland blijft achter bij bescherming klokkenluiders

OPINIE - Het lijkt hier wel ‘de wereldkampioenschappen bestuurlijk onvermogen’ verzuchtte Chris van Dam (CDA) na twaalf uur verhoor voor de onderzoekscommissie die de problemen met de terugvordering van toeslagen moet onderzoeken. De getuigen vertelden over van alles wat er binnen de departementen mis ging. Maar de noodkreten van ouders zijn nooit vertaald in ‘buikpijnnota’s’. Waar de ouders ook aankloppen en aandacht vragen voor wat hun is aangedaan, alles verdwijnt in een Haagse Bermudadriehoek, schrijven Jan Kleinnijenhuis en Esther Lammers in Trouw, de krant die samen met RTL de beerput bij de Belastingdienst aan het licht bracht. Bottomline: er is niet geluisterd naar slachtoffers van het beleid, noch naar interne waarschuwingen, alle onwelgevallige informatie is genegeerd en weggestopt voor parlementaire controle.

Onvermogen of onwil?

Ministers reageerden niet op de overvloedig aanwezige signalen dat er van alles mis gaat, bleek uit de verhoren. De Tweede Kamer werd consequent de toegang geweigerd tot stukken waar Kamerleden steeds om vroegen, terwijl artikel 68 van de Grondwet de regering hiertoe verplicht. Uit sms’jes van ambtenaren van Algemene Zaken duikt de term ‘Rutte-doctrine’ op, die inhoudt dat vrijwel alles kan worden geweigerd, en daarom moet worden geweigerd. Een Wob-verzoek van Trouw en ‘RTL Nieuws’ werd vorig jaar actief tegengehouden, op advies van het departement van Rutte, tot het moment dat openbaarmaking politiek gezien opportuun is. Tijdens de verhoren blijken meerdere documenten uit dit Wob-verzoek door het ministerie van financiën te zijn achtergehouden. Het betreft dan juist documenten die aantonen dat het ­ministerie al in juni vorig jaar wist dat er sprake is van vele duizenden gedupeerden. En dat Toeslagen discrimineert omdat in de doorgeslagen fraudejacht burgers mede op basis van hun (tweede) nationaliteit worden geselecteerd. Tot zover Trouw.

Foto: Jens Best (cc)

Bulgarije in de greep van de maffia

ELDERS - In Bulgarije houden de dagelijkse demonstraties tegen de regering aan.

Alle aandacht in Europa gaat dezer dagen uit naar de opstand van de bevolking van Wit-Rusland tegen dictator Loekashenko. Ondertussen blijven de al twee maanden durende demonstraties  in EU-lidstaat Bulgarije tegen premier Boyko Borissov enigszins onderbelicht. Borissov, geliëerd aan de EPP, de Europese Volkspartij (dus aan Commissievoorzitter Von der Leyen en bondskanselier Merkel), wordt er van beschuldigd dat hij het land in handen heeft gegeven van de maffia. De premier probeert met grondswetswijzigingen de kritiek op zijn regering weg te nemen. Hij is vastberaden aan te blijven en kwalificeert op zijn beurt de oppositie als maffia. ‘De maffia wil dat ik aftreed, maar dat ga ik niet doen’, zei hij deze week bij een bezoek aan een nieuw kinderziekenhuis.

De kritiek van de demonstranten richt zich op een veelvoud aan gevallen van corruptie. Zo was er in juli de ophef over het gebruik van de staatsveiligheidsdiensten voor de bescherming van het particulier eigendom van oligarchen. Die gebruiken volgens de critici, waaronder ook Borissov’s grootste vijand, de sociaaldemocratische president Rumen Radev, tevens de rechterlijke macht naar believen voor het uitvechten van hun onderlinge conflicten. De demonstranten eisen daarom ook het aftreden van Ivan Gershev, het hoofd van de Openbaar Ministerie.

Foto: Daniel Arauz (cc)

Klokkenluider moet eerst langs de baas

NIEUWS - EU-lidstaten dreigen een belangrijke drempel op te werpen bij de bestrijding van fraude en corruptie.

Zonder klokkenluiders zouden we niets weten over lucratieve belastingdeals met Luxemburg (LuxLeaks), het misbruik van belastingparadijzen, Dieselgate en vele andere voorbeelden van gesjoemel, corruptie, fraude en misdaden in het bedrijfsleven en bij de overheid. De bescherming van klokkenluiders heeft een groot publiek belang. Zonder garanties dat klokkenluiders zelf geen nadelige gevolgen van hun rapportage ondervinden hebben bedrijven vrij spel. Veel pogingen van werknemers om onrecht te openbaren eindigen in persoonlijke drama’s. En pogingen van wetgevers om hen meer bescherming te bieden oogsten slechts een bescheiden succes.

Een Europese richtlijn voor de bescherming van klokkenluiders is nu in het laatste stadium van de besluitvorming. Deze week is het niet gelukt de besluitvorming af te ronden omdat met name Frankrijk en Duitsland aandringen op een sterk verzwakt compromis. Beide landen willen dat de klokkenluider verplicht wordt wetsovertredingen altijd eerst binnen het bedrijf aan te kaarten. Het Europees Parlement verzet zich tegen deze verplichting. Het Parlement heeft het oorspronkelijke voorstel van de Commissie in november aanzienlijk aangescherpt door de drempels voor klokkenluiders om naar buiten te treden te verlagen. Dat gebeurde met steun van de sociaaldemocratische fractie in het EP. Pikant is dat de Duitse sociaaldemocratische minister van Justitie Katarina Barley, die voor de SPD de lijst aanvoert bij de Europese verkiezingen, een van de belangrijkste dwarsliggers is voor een effectieve bescherming van de klokkenluiders in de nieuwe regeling.

Volgende