Drums not dead
Hun reputatie was ze al vooruitgesneld; Liars is een energieke live-band waarbij regelmatig in gordijnen wordt geklommen of flink door zanger Angus Andrew heen en weer wordt gedenderd over het podium. Toch gaven ze afgelopen dinsdag een milde show weg in de Melkweg. Weliswaar verscheen Andrew in een smetteloos wit pak als een ware duvelstoejager op het podium en zwierde of marcheerde hij zo nu en dan; ze gaven duidelijk te kennen dat het drukke tourschema zijn tol eiste. Maar zelfs bij enige uitputting proberen Liars er iets van te maken. Helaas duurde het hooguit zo’n vijfenveertig minuten.
Drummer Julian Gross leek klaar voor de wintersport aangezien hij in een fluorescerend roze sneeuwjack met capuchon op achter de drums plaats nam, hetgeen hij onder de warmte van de podiumlampen aardig lang volhield. Pas halverwege de set verwisselde hij de jas voor een Romeinse tuniek met korte mouwen. Angus Andrew lijkt zonder baard op een jonge Nick Cave, maar dan een lobbesvariant daarvan. In plaats van zijn publiek te beschimpen en te bespugen, is Andrew de beminnelijkheid zelve naar zijn toehoorders. Na bijna elk nummer bedankte hij het publiek voor de komst naar de niet eens uitverkochte kleine zaal.
Rrrrrrroffel: de toptien drummerlijst aller tijden
Zo nu en dan word ik wel eens meegenomen naar concerten zonder dat ik de band in kwestie ken. En soms is het wel aardig om geheel onbevangen op zo’n concert te verschijnen. Vantevoren dus niet op internet het een en ander uitzoeken, maar vertrouwend op degene die je heeft uitgenodigd, kun je dan soms aardig verrast worden.
Men zegt soms wel eens dat popprijzen nergens toe doen. Jarenlang heerste er een smet op bijvoorbeeld de Grote Prijs van Nederland, waarbij de winnaars gedoemd waren uiteen te vallen nadat ze het prijzengeld, het platencontract en de vele optredens binnen hadden gesleept. Het was dan vaak ook beter om tweede te worden bij deze prijs zodat men in de schaduw van de eerste in alle luwte kon werken aan de opbouw van een oeuvre. Er zijn ook genoeg prijzen, of misschien zelfs wel te veel, zoals vaker wordt geopperd, maar vaak blijkt dat er genoeg publiek voor op de been te brengen is, het zal wel iets te maken hebben met het competitieve in de menselijke aard. Tenminste, wanneer je een prijs goed organiseert en er ook wat te verdelen valt, wordt er veel publiek getrokken. 
De naam doet eerder vermoeden dat we hier met een metalband te maken hebben, maar niets is minder waar. Het genre waarin We vs Death namelijk bivakkeert heet post-rock en eigenlijk vraag ik me al jaren af wie die term ooit heeft bedacht. Waarheid gebiedt te zeggen dat het als label goed fungeert, maar inhoudelijk raakt de term kant noch wal. De muziek is soms namelijk filmisch te noemen en wat dat betreft past de betiteling soudscapes beter. Hoe dan ook, post-rock muziek is vaak instrumentaal en kent een opbouw van melodieuze, melancholische gitaarlijnen die langzaam toewerken naar een climax waarbij alle registers open worden getrokken. Bekendste exponenten van deze muzieksoort zijn Mogwai, Godspeed You! Black Emperor en Do Make Say Think. 
Het is altijd goed toeven op het Roots Open Air Festival; er is een keur aan wereldmuziek te zien, een wereldmarkt te bewandelen waar je exotische waren en lekkernijen kunt kopen en over het algemeen is het zonnetje ook van de partij in juni. Het festival, dat de aftrap voor het volledige festival in het Amsterdamse clubcircuit vormt, toog afgelopen zondag al voor de tiende achtereenvolgende keer neer in het Oosterpark en heeft in de loop der jaren een solide reputatie opgebouwd. De sfeer is altijd zeer gemoedelijk en op de velden waar de verschillende podia staan, drijft een aangename mengeling van geuren van de verschillende eetstalletjes voorbij. Bovendien is het erg prettig dat de bands in de open lucht gratis te zien zijn, terwijl in de Melkweg of Paradiso al snel 30 euro moet worden neergelegd voor een kaartje.
Als medewerker van een kleine podiumzaal word je wel eens uitgenodigd om als jurylid op te treden tijdens één van de vele awards die ons land rijk is. En zo ging ik afgelopen zaterdag dus naar de Melkweg waar de Sena PopNl award 2007 werd uitgereikt. Onder het motto ‘Alle 13 goed’ waren door de popkoepels van de verschillende provincies + de Grap uit Amsterdam die ook de organisatie van het evenement op zich nam, evenzovele afgevaardigden naar de Amsterdamse poptempel gekomen. Binnen krap vier uur tijd kregen de bands elk 20 minuten om een aantal nummers uit hun repertoire te presenteren en zodoende de programmeurs van 20 verschillende zalen en festivals, waaronder de Melkweg, Dwergpop en Manifesto, voor zich te winnen.
Ik was ze alweer een tijdje uit het oog verloren, maar afgelopen vrijdag stonden the Suicidal Birds in de Occii in Amsterdam. Het debuut