De brief van Klink
GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag een stuk van Adriejan van Light Sound Dimension over de brief van Klink.

Na ‘de deur‘, nu ‘de brief‘. Indrukwekkend epistel van Ab Klink (.pdf), dat leest als een klokkenluidersbrief en een break-up letter ineen. En een flink aantal raadselachtige zaken die in de afgelopen weken langs kwamen worden nu opeens vele malen duidelijker?
Het eerste dat opvalt is de toon van de brief, gelijk die van je laatste ex-vriend(in). Ab “had er behoefte aan [zijn] overwegingen op papier te zetten”, “ook om [zijn] gedachten te ordenen”. ‘Met pijn in zijn hart’ heeft hij de afgelopen tijd zijn ‘groeiende aarzelingen’ laten blijken, en wilde daarom ’tijd om na te denken’. Ab leed aan ‘een toenemend intuïtief ongemak’ dat hij ‘ook zelf probeerde te door- gronden’. Dit weekend heeft hij echter het één en ander ‘op een rij gezet’, en ‘het valt [hem] zwaar’ om de knoop door te hakken en er een punt achter te zetten. Ahh.
Maar dan de inhoud. Ab benadrukt nog eens hoe belangrijk het is dat een kabinet kan rekenen op draagvlak in de samenleving, en constateert dat die met een meerderheid van 76 zetels erg smal is. Het beleid, bovendien, zal ‘de samenleving moeten kunnen binden’. Het is echter sterk de vraag of dit kan, als “de PVV het kabinet voortdurend op zijn motieven zal uitdagen en tegengestelde doelstellingen gaat propageren”. Klink:
,,Aan het eind van de rit zullen we weten of de bezwaren zijn weggenomen”, aldus Klink vannacht na afloop van het spoedberaad. Dat hij zich in een brief aan de CDA-top definitief tegen samenwerking met de PVV keerde en nu toch het resultaat zal afwachten, vindt hij niet een kwestie van onbetrouwbaarheid. Het ging hem erom dat hij niet meer een overtuigd onderhandelaar kon zijn, zei hij tegen ANP.
Na
Het CDA is fors beschadigd door onderhandelingen met de PVV, ongeacht of de onderhandelingen worden voortgezet. Het pluche blijkt voor een aantal megalomane CDA-ers onweerstaanbare aantrekkingskracht te bezitten; ten koste van de partij. 
