Dubbeldoelkoe

een gastbijdrage van Hugo Durieux Schrijft een filmrecensent: “Filmmakers vragen ons om te kijken door de ogen van varkens, schapen en koeien. Ook in de rechtspraak wint het idee terrein dat dieren geen figuranten zijn in het leven van de mens.” Aardig van die filmmakers, maar intussen zijn er veehouders die hun dieren zonder schroom als  ‘dubbeldoelkoeien’ beschouwen – en dan gaat het nog om boeren die het goed voor hebben. De lachende koe Het blijft toch raar, zo over dieren praten, alsof het alleen maar productiemiddelen zijn. Ik ben gek op koeien. Het zijn zo’n leuke beesten, met dat grote logge lijf, altijd nieuwsgierig als je aan de rand van de wei komt staan, en altijd schrikachtig als je voorzichtig je hand naar ze uitsteekt. (Ja, voor mij horen koeien in de wei, niet in fabriekshallen.) Het mooist zijn ze als hun horens niet verwijderd zijn (overigens bijzonder pijnlijk voor de dieren), maar vooral bij het begin van de lente, als zij na een lange winter in de stal voor het eerst weer in de wei de zon zien. Dan zie je die grote logge beesten uitgelaten rennen en springen met hun paar honderd kilo. De lachende koe. De dubbeldoelkoe Nu heb je dus ook de dubbeldoelkoe. Er bestaat vrij algemeen overeenstemming dat de veestapel (ook zo’n woord!) in West-Europa veel te groot is. Dat is om allerlei redenen slecht voor het milieu (daarover verder meer) en overigens ook voor de kwaliteit van het voedsel en voor het dierenwelzijn. Sinds geruime tijd fokt men in de westerse landbouw ofwel vleeskoeien, ofwel melkkoeien. De dubbeldoelkoe nu (die noemde je vroeger gewoon een ‘koe’), die zorgt voor vlees én voor melk. Dan zou je denken: daarmee halveer je alvast die koestapel: één koe voor vlees en melk, in plaats van twee aparte gespecialiseerde koeien. Of is dat te simpel gedacht? Want als die ene koe gedood is voor het vlees, maakt zij natuurlijk ook geen melk meer aan. Heb je dan niet net meer koeien nodig, als je dezelfde hoeveelheden vlees en melk op de markt wil gooien? Of is het juist een slimme truc om het aanbod en dus de consumptie van vlees en melk te verminderen? Of maakt het allemaal niets uit? In ieder geval, het Vlaamse Boerenforum vindt dat men goed en strategisch moet nadenken over de toekomst van de veestapel en dat de dubbeldoelkoe daarbij een onmisbare schakel is. Zij pleiten voor het herwaarderen van lokale veerassen die zowel melk als vlees opleveren. De landras koe Je moet ervan uitgaan dat alle koeienrassen, ook degene die nu traditioneel of erfgoed-ras of landras worden genoemd, alsof zij altijd al hebben bestaan, er voor zeg maar 1880 niet waren. Zij zijn het resultaat van de coöperatieve en gedecentraliseerde arbeid van fokkers in de verschillende regio’s. Boerenforum omschrijft het zo: “Onder een landras verstaan we alle landbouwdieren en -plantenvariëteiten die ontstonden op boerenerven zonder al te veel kunst- en vliegwerk. Rassen die ‘aankwamen’ in een regio en dan vaak met de lokale genetica werden gekruist onder invloed van het lokale klimaat, de lokale bodemgesteldheid en geografie en de lokale ‘goesting’ van de boeren of de tuinders. Doordat er weinig transport was van vee of van landbouwgewassen bleven deze populaties stabiel en verankerden ze zich op het lokaal niveau. Daar pasten ze zich aan aan de lokale omstandigheden.” De grootdistributie koe Vandaag zijn de meeste telers in het kader van de massaproductie onderdeel geworden van een productieketen, gaande van de veevoederfabrikanten, over de banken, tot aan de  producenten van de piepschuim vleeswarenschaaltjes voor de supermarkt. Een beslissing aan het einde van die keten kan direct gevolgen hebben voor de dierenhouders aan het begin. Als de supermarkten besluiten dat de koteletjes tien procent kleiner moeten omdat kleinere vleesschaaltjes beter stapelen, zullen de veehouders de teelt van hun dieren daarop moeten aanpassen. Een veeteler die volop geïntegreerd zit in zo’n keten, zal dus fokmethoden moeten toepassen, die niet vertrekken van de kenmerken van de kudde of van het land (de landstreek), maar van de wetten van de grootdistributie en de normen die gelden voor aanspraak op subsidies. De bio-koe De hoop dat met de opkomst van de bio landbouw de lokale rassen van dubbeldoelkoeien een nieuwe kans zouden krijgen, bleek ijdel, in ieder geval in het Vlaamse gewest: er zijn te weinig bio bedrijven, en daarvan doet dan nog geen kwart aan koeien. Of anders, zoals in Frankrijk, is tegenwoordig de bio veeteelt in hoge mate geïndustrialiseerd. Industriële bio-veeteelt berust op twee principes. Ten eerste, om massaconsumptie van voedsel van gecertificeerde bio kwaliteit te bereiken, moet je gebruik maken van methoden van massaproductie. Ten tweede, er is niets mis met het gebruik van methoden van massaproductie in de landbouw, aangezien werkinstrumenten in principe niet bepalend zijn voor wat je ermee doet en welk resultaat je behaalt. Met andere woorden, het gebruik van industriële productiemethoden hoeft niet te leiden tot industriële landbouwproducten; het hangt er gewoon maar van af hoe je ze effectief aanwendt. Dat is quatsch natuurlijk. Bio veeteelt is meer dan alleen maar 60% voer van biologische teelt geven. Kijk even naar wat de site Alles over bio vermeldt: de biorundveeteler kiest sterke rassen die zich goed kunnen aanpassen aan de lokale omstandigheden; het aantal dieren in de wei wordt beperkt om overbegrazing, bodemerosie en te veel mest te voorkomen – de mest wordt op biologische gronden hergebruikt; de dieren krijgen biologisch voer, dat lokaal wordt geteeld, op het bedrijf zelf of op boerderijen in de regio; bij de voortplanting worden alleen natuurlijke methoden gebruikt – kunstmatige inseminatie is ok, maar het gebruik van hormonen of klonen niet; zogende kalfjes krijgen natuurlijke melk, bij voorkeur moedermelk; bij ziekte worden dieren behandeld met fytotherapeutische of homeopathische producten – klassieke medicatie kan alleen onder strikte voorwaarden worden gebruikt. Kom daar allemaal eens om in een fabriekshal waar duizend koeien bij elkaar staan. De lage kosten koe Boerenforum haalt verschillende economische argumenten aan waarom het voor landbouwers slim is om landrassen of dubbeldoelrassen te houden. Hoge melkkwaliteit, vanwege ‘stevig hoef- en beenwerk’ de mogelijkheid om te grazen op extensievere percelen (land waarop minimaal wordt ingegrepen), lage veeartskosten, heel lage voerkosten door de kleine hoeveelheid of zelfs de afwezigheid van krachtvoer. Zij verwijzen ook naar een rapport van Université Catholique de Louvain la Neuve (UCL) dat aangeeft dat “de dubbeldoelkoe door haar robuustheid een onderdeel is van een duurzaam veeteelt scenario waar de melkproductie en de productie van kwaliteitsvol vlees uit dezelfde kuddes komen die worden gehouden op duurzame bedrijven met veel productie van gras-klaver en een doordachte weidegang (rotational grazing is het buzz-woord).” De record koe Maar ja, dat dacht ik dus ook: geen mais uit Zuid-Amerika, geen krachtvoer, gewoon gras uit de eigen korte keten en vanop de wei van de boer. Te simpel gedacht, meent De Groene Amsterdammer. “Nederlandse koeien verbreken elk jaar records. Goed voor de sector. Slecht voor de natuur (stikstof). En nóg slechter voor het klimaat: hoe meer melk een koe geeft, hoe meer methaan ze uitstoot, een broeikasgas dat dertig keer krachtiger is dan CO2.” En als Nederland tegen 2030 de doelen van de klimaatakkoorden van Parijs wil halen, zou het de uitstoot van het broeikasgas methaan tegen die tijd moeten halveren. Wereldwijd is de veehouderij (varkensfokkers en zuivelboeren) de grootste uitstoter van methaan. Maar terwijl het methaan van de varkens opgesloten zit in hun uitwerpselen, stoten koeien het gas vooral uit in de vorm van boeren en winden. Nu zou je wel koeien kunnen fokken die minder methaan uitstoten, maar die produceren dan ook minder melk. Of je kan hun menu aanpassen. “Gras eerder oogsten, als het minder hard is, kan al veel opleveren. Ook meer mais of krachtvoer voorzetten, in plaats van gras, zorgt voor een reductie”, schrijft De Groene. Ja, wat nu? Eigen lokale productie van gras en klaver, of mais en krachtvoer? Probeer het hier maar eens goed te doen. Agro-ecologische koe In het algemeen, denk ik, is er veel te zeggen voor een agro-ecologische landbouw, die streeft naar voedselsoevereiniteit, voederautonomie op de boerenbedrijven, een verbetering van de bodemvruchtbaarheid en de versterking van ecosysteemdiensten zoals gezonde lucht en zuiver water, zoals Boerenforum het formuleert. Op het Nyéléni Forum 2007 in Mali kwamen honderden vertegenwoordigers van verschillende internationale organisaties, landbouwers, vissers, inlandse volkeren, landloze volkeren, landarbeiders, migranten, herders, consumenten, … tot een standpunt inzake voedselsoevereiniteit. Die omvat onder meer: prioriteit geven aan lokale landbouwproductie om de bevolking te voeden, de toegang van boeren en landlozen tot land, water, zaden en krediet. Vandaar de noodzaak van agrarische hervormingen, om te vechten tegen GGO's voor vrije toegang tot zaden, en om water te behouden als een publiek goed dat duurzaam gedistribueerd kan worden. het recht van boeren om voedsel te produceren en het recht van consumenten om te beslissen welk voedsel ze willen eten, wie het produceert en hoe het recht van staten om zich te beschermen tegen landbouw- en voedselimporten tegen een te lage prijs, en tegen landbouwprijzen die gekoppeld zijn aan productiekosten. Hiervoor moeten de staten of vakbonden het recht hebben om invoerbelasting te heffen tegen een te lage prijs, zich inzetten voor duurzame boerenproductie en de productie op de interne markt controleren om structurele overschotten te voorkomen. inspraak van burgers bij landbouwbeleidskeuzes de erkenning van de rechten van boeren, die een belangrijke rol spelen in de landbouwproductie en voedsel Tot slot toch nog even terug naar de terminologie van Boerenforum. Ik vraag mij af hoe je agro-ecologisch bezig kan zijn, als je zo economistisch denkt over gemeengoed als gezonde lucht en zuiver water (“ecosysteemdiensten”) en zo weinig respect betoont in je taal voor de dieren met wie je werkt. De koe herleid tot wat zij oplevert. Ik ben natuurlijk geen boer, ik sta niet midden in de methaanwinden en de vlaaien van die schattige koeien, maar ik bevind mij in goed gezelschap (o.m. Via Campesina) als ik ervan uitga dat een boer, of een veehouder, deel uitmaakt van een kluwen van ecosystemen, van complexe relaties tussen dieren, planten, mensen, leven en dood, natuur en cultuur. Daarin dieren herleiden tot niet meer dan grondstof die je voor één of twee doelen kan exploiteren, lijkt mij een grove miskenning van het streven naar ecologisch evenwicht dat juist ook in de agro-ecologie een leidend principe is. Verscheen eerder op Rivieren & meren.

Door: Foto: Jan Ubels (cc)

Winkelwagentje

COLUMN - Vorige week was ik het abrupt zat: ik wil geen kip of vlees meer kopen. De afschuw van de vleeshandel overviel me plotseling. Die werd niet eens veroorzaakt doordat we voor de zoveelste keer middenin een voedselschandaal zaten – ook al schrok ik enorm dat er miljoenen kippen ‘geruimd’ moeten worden, zoals vergassen tegenwoordig eufemistisch heet, omdat een roofhandelaar het efficiënt achtte om flink met gif in kippenstallen rond te spuiten.

Evenmin was het omdat het toezicht van de Nederlandse overheid op de veehouderij kennelijk zo armzalig is dat een veeboer met een beroepsverbod in Duitsland hier stal na stal kan openen, ook al zijn z’n dierenonderkomens evident ondermaats en onveilig, en leidde zijn laatste misstap tot het levend verbranden van maar liefst 20.000 varkens – en dat de overheid zelfs dán nog niet ingrijpt.

Wat me zo faliekant deed omslaan, was een eenvoudig spotje van Wakker Dier.

Je ziet een varkentje dat krabbelt in een winkelwagen en vergeefs probeert om uit het karretje te klimmen. Zo’n winkelwagentje, meldde de stem die bij de spot hoorde ons, komt vrij nauwkeurig overeen met de leefruimte van varkens die wij voor de slacht grootbrengen.

‘De gestage opmars van de Partij van de Principes’

ACHTERGROND - Goed stuk over de Partij voor de Dieren.

Zeer aan te raden voor mensen die een nóg beter gevoel willen overhouden aan hun stem op ze deze afgelopen Provinciale Statenverkiezingen, maar vooral voor reactionaire types die nog steeds schamper spreken van “een goudvissenpartij”.

Immers, zoals Marianne Thieme het zelf uitdrukt:

Dieren zijn een smalle voordeur voor een breder gedachtegoed.

Voorts is zij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waarom ook liefhebbers van kiloknallers zich druk mogen maken om een doodgeschoten leeuw

COLUMN - Mogen vleeseters zich druk maken om één doodgeschoten leeuw? Thijs den Otter vindt van wel. Graag zelfs

Wie net als ik veel linkse vriendjes heeft, zal de afgelopen dagen de plaatjes voorbij hebben zien komen van Cecil de leeuw en een naamloze koe. Bij dat plaatje staat dan een tekst waarin wordt gewezen op het feit dat er een hausse aan verontwaardiging is over één leeuw, maar dat er met geen woord wordt gerept over de miljoenen koeien en andere dieren die dagelijks het leven laten in de bio-industrie.

De makers van het als plaatje verpakte verwijt hebben natuurlijk gelijk. En de mensen die er op wijzen dat Zimbabwe al jaren lang wordt bestierd door een foute man ook, net als degenen die roepen dat het veel van deze mensen geen fluit interesseert dat er intussen in Afrika weer vele mensen zijn vermoord. Of commentatoren die schrijven dat er mensen zijn die het heel erg vinden als er een leeuw wordt doodgeschoten door een geflipte tandarts, maar zich niets aantrekken van de teloorgang van vele amfibieën omdat die nu eenmaal minder fotogeniek zijn dan een prachtige grote kat.

Het is waar: heel veel mensen die nu boos zijn vanwege een doodgeschoten leeuw stemmen over twee jaar weer gewoon op het CDA, eten wel eens een slavink, zappen naar Ivo Niehe op het moment dat het journaal over de misdaden van Boko Haram begint, en interesseren zich niet voor de manier waarop Robert Mugabe opereert. Dus welk geluid komt er uit de linkerhoek? Verwijten natuurlijk, want het is hypocriet dat iemand zich wel druk maakt om een dooie leeuw en niet om de kwaliteit van de stal waar zijn karbonade werd gekweekt! Enzovoorts.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Politiek kwartier | Hypocriete dierenliefde

COLUMN - De zogenaamde dierenliefde van het Nederlandse parlement is zo hypocriet als maar kan.

Vrijdag was er weer een overwinning voor dierenactivisten. De Tweede Kamer stemde unaniem voor een voorstel van de Partij voor de Dieren om Europese subsidies voor de fok van stieren voor het stierenvechten te staken.

‘Wereldwijd worden ieder jaar meer dan 250.000 stieren en koeien gemarteld en gedood,’ zegt Marianne Thieme.

Foutje zeker? Waren het er maar zo weinig. Het zijn er miljoenen.

De subsidies voor het Spaanse stieren fokken worden gestopt omdat het Nederlands parlement vindt dat het lijden van dieren voor menselijk vermaak niet acceptabel is.

Maar is dat lijden in de bio-industrie niet veel erger? Alleen in Nederland leven al bijna vier miljoen koeien. Slechts vijf procent daarvan leeft in de biologische landbouw. Waar we dierenambulances en de caviapolitie hebben voor zielige hondjes, leven deze koeien hun hele leven tussen op een rooster en tussen de hekken.

Natuurlijk moet bij de slacht onnodig lijden voorkomen worden. Maar laten we niet vergeten dat het uiteindelijk gaat om de kwaliteit van leven. Als ik zou mogen kiezen voor het leven van een melkkoe, een vleeskalf of een vechtstier dan zou ik het wel weten. Het is waar dat een vechtstier een naar en stressvol einde heeft. Maar daarvoor leidt hij het leven van een prins.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Varkensboeren protesteren tegen ‘valse lesstof’ op scholen

Trouw:

Volgens de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) doet ‘onjuiste, niet-objectieve en misleidende lesstof’ over de Nederlandse landbouw de ronde op scholen. […]

De sector kan best tegen kritiek, zegt Caroline van der Plas namens de NVV. “Maar we zijn er niet blij mee dat kinderen op school leren dat boerderijen eigenlijk dierenfabrieken heten, zoals nu gebeurt. Dat is framing. Dat hoort niet.”

Maar er is hoop:

De veehouders gaan met scholen en uitgevers praten over de agrarische lesstof. “Wij willen ze graag aan ander materiaal helpen, voor het tegenwicht”, zegt Van der Plas.

Foto: Compassion in World Farming (cc)

Vieze plaatjes

COLUMN - In reclames en verpakkingen voor vlees en zuivel zien we uitgestrekte weides, huppelende lammetjes, grazende koeien, modderige varkens en vrolijke boeren.

Het meeste daarvan is gelogen. De meerderheid van de koeien zien nooit van hun leven een wei. Veel biggen staan permanent in kooien waarin ze zich niet kunnen omdraaien en elkaar nooit kunnen aanraken. Kippen wonen (als ze mazzel hebben en ‘scharrelkip’ heten) met hun negenen op één vierkante meter; buiten komen ze niet. Plofkippen vertrappen elkaar.

Wetten die het welzijn van dieren in de bio-industrie moeten beschermen, worden slecht nageleefd. Bovendien is controle of zulke wetten worden nageleefd, helaas grotendeels in handen van de belanghebbenden zelf gelegd, zo constateerde de Algemene Rekenkamer in een rapport over de intensieve veehouderij dat vorige week verscheen.

Vooral de regels rond plofkippen – waarvan we er in Nederland maar liefst 44 miljoen hebben – worden ronduit slecht nageleefd. Meer dan de helft van de plofkippenhouders overtreedt de wet stelselmatig. In een derde van de varkensstallen vinden massale overtredingen plaats.

De afgelopen weken heb ik diverse documentaires over de voedselindustrie bekeken. Ja, er zijn gerust boeren – ook veeboeren – die goed en gewetensvol met hun levende have omgaan, en die nog steeds volop stof voor idyllische reklameplaatjes leveren.

Foto: TheDeliciousLife (cc)

Waarom moet eten goedkoop zijn?

COLUMN - Eetschrijver is na jarenlang actief te zijn geweest als foodjournalist sinds kort ook ambachtelijk ijsmaker en dat is een interessante bonus. Hij ondervindt nu aan den lijve waar hij al jaren over schrijft.

Laat ik u eerst iets vragen: weet iedereen hier hoe je de waarde van een tweedehands Lada verdubbelt? Die vierkante Russische wagentjes waarvan er ooit best wel veel rondreden in Nederland?

Nee? Die moet je even voltanken.

Ja, u lacht, maar ik wil hier iets memoreren dat degenen die mij al langer volgen wel van mij kennen, en dat is mijn overtuiging dat wanneer Nederlanders hun auto volgens dezelfde criteria kochten als hun voedsel, de overgrote meerderheid in een tweedehands Lada zou rijden.

Maar wat ondervind ik nu persoonlijk? Heel eenvoudig: dat mij om de haverklap gevraagd wordt waarom mijn ijs toch zo duur is.

Euroshopper roomijs

Wat ik daar raar aan vind is dat niemand nu ooit vraagt waarom ijs van Euroshopper eigenlijk zo goedkoop is. Dat ijs, gelabeld als “roomijs”, wordt verkocht voor iets van 1,65 per liter. Roomijs! Weet u wat een liter goede room kost? Daar ben je bij de groothandel toch iets van vier euro voor kwijt.

‘Onvoldoende toezicht op Nederlandse vleessector’

Zo bericht Follow the Money:

Let wel, we hebben het hier dus over pakweg 2000 voetvalvelden van een meter hoog aan ‘dierlijke bijproducten’ (in casu slachtafval, zoals afgekeurde dieren en karkassen) op jaarbasis. (Nederland heeft in totaal zo’n 7000 voetbalvelden) Op de handelsstromen rond deze immense stapel aan bijproducten – volgens de Raad vooral in cosmetica en diervoeder gebruikt – is fysiek noch administratief weinig zicht. Een deel hiervan kan dus evengoed bewust of onbewust in onze humane consumptie terecht komen. De raad somt zelfs een paar voorbeelden op waarin sprake is geweest van humane consumptie van mogelijk gevaarlijk slachtafval.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

De vleeseter betaalt

De Partij van de Dieren wil een vleestax invoeren, maar goochelt met cijfers om haar pleidooi kracht bij te zetten, ontdekt freelance journalist Melvin Captein.

De Partij voor de Dieren wil een vleestaks invoeren. Momenteel overlegt kopvrouw Marianne Thieme met andere partijen om nog voor de zomervakantie een wetsvoorstel te kunnen indienen. Daarbij hoeft ze in ieder geval niet te rekenen op de steun van de PVV of de VVD, die in reacties ‘gehakt maakten’ van dit ‘onzalige plan’. Volgens Thieme hoeft dat echter geen probleem te zijn. Er is namelijk ‘voldoende draagvlak’ voor haar plannen.

Thieme wil de belasting invoeren omdat vlees volgens haar het meest vervuilende onderdeel van het voedselpakket is. Op het eigen digitale huis laat de PvdD weten dat de westerse vleesconsumptie verband houdt met – houd u vast – klimaatsverandering, ontbossing, dierziektencrises, biodiversiteitcrisis, gezondheidsproblemen, zoetwatercrisis en voedselschaarste. Eerder al wilde Thieme om die reden vleesloze dagen in restaurants van minsteries invoeren. Door de BTW te verhogen van 6 procent naar 19 procent wil Thieme nu ‘de vervuiler laten betalen’. De opbrengsten worden in biologische landbouw geïnvesteerd.

Het voorstel zou veel Nederlanders direct in de portemonnee treffen. Een karbonaadje of speklap bij het avondeten is veelal nog gemeengoed. Daarom is het belangrijk te onderzoeken of de beweringen van Thieme op waarheid berusten. Hoeveel draagvlak is er daadwerkelijk voor haar voorstel? En is het consumeren van vlees echt zo slecht voor het milieu?

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Volgende