“Ik vind het een fantastische uitdaging.” “Ik ben ontzettend gedreven met dit vak bezig.” En: “Ik wil er echt voor gaan.” Nee lieve mensen, dit zijn geen citaten van de plaatselijke tweedehandsautoverkoper of van de nieuwste trendwatcher. Niet dat we van hen dit soort verbale niemendalletjes wel hadden hoeven accepteren, geenszins, maar dit waren dus werkelijk zinnen die minister Jacqueline Cramer deze week uit haar mond liet rollen in het obscure De Wereld Draait Door. Een minister, ja.
Mevrouw wil er voor gaan. Echt voor gaan nog wel. Waarvoor? Voor het milieu. Voor ambitieuze doelstellingen. Voor iets met uitdagingen. Ze wil er “écht iets aan doen.”
Zelden zo’n schertsvertoning gezien. Het was de dag van de Troonrede en Cramer mocht komen vertellen welke milieumaatregelen er de komende tijd worden genomen. Onze energiehuishouding moet in 2020 namelijk de schoonste van Europa zijn. Hoe? Met een pakket aan maatregelen voor verschillende bedrijfssectoren. Ja, legt Cramer uit, “zo krijgen we een zwaan-kleef-aaneffect waarbij al die sectoren in het bedrijfsleven zeggen: we gaan ervoor. We gaan zorgen dat wat moet gebeuren ook daadwerkelijk gebeurt.” Zo! Toppie hoor. Helemaal goed.
Kijk, het gaat mij niet om het milieu. Sterker nog, het milieu kan me gestolen worden. Dus dat die plannen geen ene moer voorstellen, het zij zo. Maar dat we een minister hebben die in platitudes praat als “ik vind het een uitdaging” en “ik wil er echt voor gaan”, is waarlijk onacceptabel. Vooral omdat het hier niet ging om geregisseerde ontwijkende antwoorden of retorische rookgordijnen. Nee, hier was iemand aan het woord die gewoon echt geen enkel benul heeft van waar ze in godsnaam mee bezig is.