Een nieuwe autoloze zondag is gekomen en gegaan. En eenieder lijkt het erover eens dat het een groot succes was. Goed, van Telegraafzijde was er als vanouds wat voorspelbaar gesputter, maar daar worden schone lucht en op straat spelende kinderen ook nog steeds gezien als onderdeel van het grote linkse complot. Maar gezien de steeds stijgende groep steden die meedoet lijkt dat vooral op gezeur in de marge. Al zijn er natuurlijk altijd nog curieuze witte vlekken op de autovrije routekaart. Wanneer gaat bijvoorbeeld dat zogenaamde “linkse college” in Groningen eens een keer overstag?
Maar goed, nu is het tijd voor de volgende stap. Mag de strijd in de meeste stedelijke gebieden gestreden zijn, op het platteland valt nog een wereld te winnen. Nu zult u natuurlijk terecht stellen dat autoloze zondag in een plattelandsgemeente een vrij zinloze maatregel is. Veel bewoners daar hebben immers helemaal geen keus in hun transportwijze, omdat fatsoenlijk openbaar vervoer in deze regio`s de afgelopen jaren behoorlijk is kapotgeliberaliseerd (waarmee ik me dan voor één keer mag aansluiten bij onze nieuwe bezoekersstroom met de opmerking “Dank je wel Partij van de Afbraak!”).
Dat neemt niet weg dat er wel een en ander te verbeteren valt. Nu ging ik afgelopen weekeinde eens recreatief uit fietsen op het platteland. Dat doe ik, als verstokte stedeling, niet vaak, maar af en toe bekruipt mij die neiging en dan is het beter daaraan toe te geven. Het grote plezier van het fietsen in de vrije natuur verging mij echter al gauw door de –letterlijk- honderden motoren die mij in de paar uur dat ik mij op landelijke weggetjes bevond, passeerden. Dat daarbij van de prettige landelijke stilte en de schone landelijke lucht weinig overbleef moge duidelijk zijn. Gezien de enorme overlast lijkt het me slechts een kwestie van tijd voor een wanhopige plattelandsbewoner met een tactisch gespannen scheerlijn het recht in eigen handen neemt, en dat lijkt me toch hoogst onwenselijk.