Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
Hoe Alexis de Tocqueville een einde maakte aan de armoede
In 1835, bijna 50 jaar na de Franse Revolutie en 50 jaar voor de stoomschepen het zouden winnen van de zeilschepen, schreef De Tocqueville zijn “Sur le paupérisme”. In 2011 verscheen een nieuwe Nederlandse uitgave met voor- en nawoord, in dezelfde serie waarin het veel actuelere “Neem het niet” van Stéphane Hessel is uitgegeven. Beide boeken vallen in de categorie maatschappijkritiek. Ik kocht na het lezen van een recensie en een tip op Sargasso eerder al het laatstgenoemde boekje, zocht naar meer en bespreek nu het boek van Alexis de Tocqueville.
De Tocqueville beziet de in de eerste helft van de vorige eeuw ontspruitende verzorgingsstaat met sympathie, maar tegelijkertijd met veel argwaan. Dat de hedendaagse VVD-er of PVV-er zich goed in de ideeën van De Tocqueville terug kan vinden is pijnlijk, maar we moeten er even doorheen bijten. Het hedendaagse voorwoord van Albert Jan Kruiter vat het gedachtengoed van De Tocqueville zo samen: “Ook omdat ambtenaren het moeilijk vinden om mensen een uitkering te ontzeggen. Daarom zijn veel te veel mensen afhankelijk van bijstand.”
Hoe is het zo gekomen? Volgens De Tocqueville leefden de Indianen in het noorden van Amerika nog egalitair en maatschappelijk ongestratificeerd. Pas door de overvloed die landbouw en veeteelt na de middeleeuwen in Europa brachten ontstonden het feodalisme en de aristocratische smaak voor meer genoegens, rijkdom en luxe. Boeren en boerenknechten bleven relatief zeker van hun plaats in de maatschappij, maar de nieuwe arbeiders werden de dupe: zij zijn volstrekt onvermogend en afhankelijk van inkomen dat door allerhande oorzaken kan worden ingeperkt en door grote gebeurtenissen volledig kan verdwijnen. En dan lijkt De Tocqueville opeens vooruit te lopen op het Marxisme: “In de grote fabriek van de menselijke samenlevingen beschouw ik de industriële klasse als de klasse die van God de speciale en bijzondere missie heeft ontvangen om met alle risico voor zichzelf het materiële geluk van de anderen te verzekeren.”
Armoede naar Nederlandse maatstaven
Het percentage mensen dat in armoede leeft loopt op, becijferde het SCP onlangs. Het is daarom wenselijk te kijken naar de opbouw van het sociaal minimum en arbeid niet als panacee voor armoede te zien. Dat stelt SCP-onderzoeker Cok Vrooman in reactie op de vele vragen die hij kreeg naar aanleiding van het recente Armoedesignalement.
In zijn column in Trouw stelde Sylvain Ephimenco onlangs dat men door het woord ‘armoede’ voor Nederland te gebruiken het begrip devalueert, en dat deel van de wereldbevolking schoffeert dat onder de ‘echte’ armoedegrens leeft. Hij illustreerde dit door te berekenen dat Pakistani van de armoedenorm van de Wereldbank maandelijks 42 liter melk kunnen kopen, of 76 halve broden, 96 kilo aardappelen of 511 eieren. Gebruikt men de Nederlandse armoedenorm van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dan kan een alleenstaande zich in ons land volgens Ephimenco iedere maand maar liefst 1008 liter melk, 1559 halve broden, 1512 kilo aardappelen of 7984 eieren veroorloven.
Dit was één van de vele commentaren op de uitkomsten van het recente Armoedesignalement 2011. Het contrast met een aantal reacties die we op het SCP van ‘Nederlandse armen’ ontvingen was opmerkelijk. Daarin werd ons regelmatig voorgerekend dat de armoedegrens die we hanteren in hun geval te laag zou zijn, bijvoorbeeld omdat men meer huur betaalt dan wij veronderstellen. Het is daarom nuttig kort op een rij te zetten wat armoede naar Nederlandse maatstaven inhoudt, en wat we hiervan empirisch weten.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
De burger volgens de overheid
Onze MP is een welgemoed man en een slimme retoricus. Maar heeft hij ook een visie? Zo wurmt hij zich uit onder het onbehaaglijk thema van de stijgende armoede, door te zeggen dat er alleen lage inkomens zijn. Vergeleken met het Afrikaanse consumptieniveau klopt dat wel, maar het is natuurlijk op het randje van onbehoorlijk. Maar laten we de politicus Rutte links liggen en kijken naar zijn inhoudelijke voornemens met hervormingen. De slagzin die onmiddellijk op komt: “een kleinere, sterkere overheid”.
Het is niet een doelstelling waar ik direct voor uit mijn stoel kom, maar onzin is het ook niet. Het past in langjarige traditie en bij het liberale denken. Laten we eens kijken wat hier achter schuilt.
Het doel “kleiner en sterker” zegt iets over de waargenomen verhouding tussen staat en burger. De overheid moet zich minder bemoeien met de burger (kleiner), maar als de overheid dat wel doet, moet de burger beter luisteren. (sterker) Dat laatste geldt bij Rutte c.s. vooral op het vlak van de veiligheid.
Dat is tamelijk dubbel: een kleinere overheid betekent minder beheersing, een sterkere overheid vergt juist meer beheersing. Hoe je hiermee omgaat, wordt bepaald door je visie op de gewenste verhouding tussen overheid en burger. Die visie wordt vrij sterk gevormd door je geloof in de regulerende werking van het marktmechanisme.
Meer werkende armen door ‘flexicuritymodel’
Er is een groep mensen in Nederland die hard moet werken en toch in armoede leeft, zonder perspectief op verbetering. Deze groep is werkzaam in zogeheten fuikbanen: ze kunnen geen fulltime werk vinden en combineren vaak verschillende parttime jobs, verdeeld over de week. Het flexicurtymodel komt hun niet ten goede, beweert journalist/schrijver Will Tinnemans.
In zijn bijdrage van 19 oktober bepleit Paul Elhorst om het Deense ‘flexicuritymodel’ te gebruiken als leidraad voor de vormgeving van het toekomstige arbeidsmarktbeleid in Nederland. Bij dit model wil ik een paar kanttekeningen plaatsen.
Met de keuze voor een flexicuritymodel wordt werkzekerheid verkozen boven baanzekerheid. Het idee hierachter is: door het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om hun werknemers te ontslaan, nemen ze makkelijker mensen aan wanneer de markt erom vraagt. Met zo’n beleid zouden mensen over de hele linie vrijwel permanent aan het werk kunnen komen. Je hebt niet langer altijd een baan, maar wel altijd de mogelijkheid om te werken.
Denemarken kent al een vorm van flexicurity. Zijn er redenen voor Nederland om het Deense pad te volgen? We kennen hier, na Luxemburg, nog steeds de laagste werkloosheid van alle EU-landen – enkele procentpunten lager dan Denemarken – en de hoogste arbeidsparticipatie en -productiviteit. Natuurlijk is het belangrijk zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen – wie kan werken, is beter af met een baan – maar het flexicuritymodel is het ei van Columbus niet. De werkgevers worden uitstekend bediend met een soepeler ontslagrecht; voor de werknemers blijft vooralsnog het gebrek aan zekerheid bestaan. Een soepeler ontslagrecht kun je namelijk bij wet regelen, werkzekerheid niet.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
Inkomensverschillen nog nooit zo groot geweest
DATA - Met update onderaan
De inkomensverschillen in zijn ontwikkelde landen nog nooit zo groot geweest als nu. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de OESO naar de inkomensverdeling tussen 1985 en 2008, dus nog voordat de effecten van de crisis goed zichtbaar zijn.
Vooral in de Verenigde Staten, Turkije, Israel en Mexico zijn de verschillen erg groot. Opvallend is dat juist in traditioneel egalitaire landen, zoals Zweden, Finland en Duitsland, de inkomensverschillen snel zijn gestegen.
De oorzaak, aldus de OESO: ,,The main driver behind rising income gaps has been greater inequality in wages and salaries, as the high-skilled have benefitted more from technological progress than the low-skilled. Reforms to boost competition and to make labour markets more adaptable, for example by promoting part-time work or more flexible hours, have promoted productivity and brought more people into work, especially women and low-paid workers. But the rise in part-time and low-paid work also extended the wage gap.
Tax and benefit systems play a major role in reducing market-driven inequality, but have become less effective at redistributing income since the mid-1990s. The main reason lies on the benefits side: benefits levels fell in nearly all OECD countries, eligibility rules were tightened to contain spending on social protection, and transfers to the poorest failed to keep pace with earnings growth.”
De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
