Hoe Alexis de Tocqueville een einde maakte aan de armoede

In 1835, bijna 50 jaar na de Franse Revolutie en 50 jaar voor de stoomschepen het zouden winnen van de zeilschepen, schreef De Tocqueville zijn “Sur le paupérisme”. In 2011 verscheen een nieuwe Nederlandse uitgave met voor- en nawoord, in dezelfde serie waarin het veel actuelere “Neem het niet” van Stéphane Hessel is uitgegeven. Beide boeken vallen in de categorie maatschappijkritiek. Ik kocht na het lezen van een recensie en een tip op Sargasso eerder al het laatstgenoemde boekje, zocht naar meer en bespreek nu het boek van Alexis de Tocqueville.

De Tocqueville beziet de in de eerste helft van de vorige eeuw ontspruitende verzorgingsstaat met sympathie, maar tegelijkertijd met veel argwaan. Dat de hedendaagse VVD-er of PVV-er zich goed in de ideeën van De Tocqueville terug kan vinden is pijnlijk, maar we moeten er even doorheen bijten. Het hedendaagse voorwoord van Albert Jan Kruiter vat het gedachtengoed van De Tocqueville zo samen: “Ook omdat ambtenaren het moeilijk vinden om mensen een uitkering te ontzeggen. Daarom zijn veel te veel mensen afhankelijk van bijstand.

Hoe is het zo gekomen? Volgens De Tocqueville leefden de Indianen in het noorden van Amerika nog egalitair en maatschappelijk ongestratificeerd. Pas door de overvloed die landbouw en veeteelt na de middeleeuwen in Europa brachten ontstonden het feodalisme en de aristocratische smaak voor meer genoegens, rijkdom en luxe. Boeren en boerenknechten bleven relatief zeker van hun plaats in de maatschappij, maar de nieuwe arbeiders werden de dupe: zij zijn volstrekt onvermogend en afhankelijk van inkomen dat door allerhande oorzaken kan worden ingeperkt en door grote gebeurtenissen volledig kan verdwijnen. En dan lijkt De Tocqueville opeens vooruit te lopen op het Marxisme: “In de grote fabriek van de menselijke samenlevingen beschouw ik de industriële klasse als de klasse die van God de speciale en bijzondere missie heeft ontvangen om met alle risico voor zichzelf het materiële geluk van de anderen te verzekeren.

Hoewel hij zich eerst nog meelevend uitlaat over de rijken, die geen werk, dus niets te doen hebben en daardoor gedwongen zijn tot decadentie, beschouwt De Tocqueville in 1835 toch vooral de armoede als grootste maatschappelijke probleem. Daarbij ziet hij echt gemeende liefdadigheid als het noodzakelijk antwoord en maatschappelijk bindmiddel.

Maar, probleem: het is volgens hem niet mogelijk om onderscheid te maken tussen de echte behoeftigen en de klaplopers, tussen de ongelukkige en de niet-deugende, tussen de tegenspoed en het profiteren. Dat leidt tot een vele pagina’s lange tirade: “Ieder maatregel die de wettelijke armenzorg op permanente basis regelt en een administratieve vorm geeft, creëert dus een werkloze en luie klasse die op kosten van de industriële werkende klasse leeft. […] Zo’n wet plant een giftige kiem in de wetgeving. […] dat de effecten even schadelijk zijn voor de moraliteit als voor de algemene welvaart en dat het zedelijk verval nog ernstiger blijkt dan de verarming.[…] Het aantal buitenechtelijke kinderen blijft stijgen, het aantal misdadigers groeit razendsnel.[…] Het besef van voorzorg en spaarzaamheid blijkt de behoeftige steeds vreemder te worden […] ik ben er diep van overtuigd dat elk geregeld, permanent, door de overheid opgezet systeem dat ten doel heeft in de behoeften van de armen te voorzien, meer kwaad zal aanrichten dan genezen, de bevolking die het wil helpen en troosten, tot verderf zal brengen, mettertijd de rijken zal verlagen tot pachter van de armen, de spaarbronnen zal doen opdrogen, de accumulatie van kapitaal tot staan brengen,de ontwikkeling van de handel doen stagneren, de menselijke activiteit en industrie verlammen – en uiteindelijk een gewelddadige revolutie in de staat zal ontketenen […].

Wat volgens De Tocqueville beter zal werken, en hiermee komt de aap uit de mouw, is sparen, spreiden van bezit, bezitsvorming, en vooral, met een modern woord: beleggen, dat is spaargeld productief inzetten. Daarvoor, zo legt hij uit, moeten de spaarbanken (in die tijd: in overheidshanden) en de investeringsbanken (in die tijd: de pandjeshuizen, de woekeraars) meer gaan samenwerken of fuseren. Dan kan de inleenrente omhoog en de armen zullen dan gaan sparen. Het spaargeld wordt veilig tegen onderpand uitgeleend en productief gemaakt en de uitleenrente kan omlaag. Iedereen blij, de economie versnelt, de wereld draait veilig verder en de armen worden weer onafhankelijk en rechtschapen en kunnen uiteindelijk een stukje grond en andere bezittingen of zelfs een eigen huis kopen.

Dat De Tocqueville zelf, na dit recept voor het bestrijden van het pauperisme, afgeleid werd door beschouwingen over nieuwe onderwerpen zoals de democratie in de Verenigde Staten, doet er niet aan af dat zijn adviezen voor het herstructureren van het bankwezen eigenlijk, feitelijk, min of meer blindelings door onze voorouders werden opgevolgd. We zijn nu honderdvijfenzeventig jaar verder, en wij willen op het moment liever maar niet precies weten waar het nu uiteindelijk allemaal toe geleid heeft, met die banken en ons spaargeld.

In de tijd van De Tocqueville waren de crisissen, zoals hij terloops beschrijft, ernstig, veelvuldig en vooral politiek van aard. Daar hebben we nu economische crisissen voor in de plaats terug gekregen. Misschien dat we daarmee al met al er toch op zijn vooruitgegaan. Zo bezien heeft terugkijken en dus ook de nieuwe vertaling en de heruitgave van “Over het pauperisme”, hoe strijdig ook met het vermeende gedachtengoed van de Linkse Kerk, toch wel zin. Anders krijgt De Tocqueville –onverhoopt- nog eens compleet gelijk, met zijn opmerking dat de verzorgingsstaat “uiteindelijk een gewelddadige revolutie in de staat zal ontketenen wanneer het aantal van degenen die aalmoezen ontvangen, dat van de gevers benadert en de pauper […] het gemakkelijker vindt de rijken in één klap volledig te plunderen, dan hen om hulp te vragen.” Krijgt Stéphane Hessel daarmee ook zijn zin, met zijn “Neem het niet!”, of zal het meer neerkomen op de revolutie van de 99% van Occupy?

Bestel hier Over het pauperisme

  1. 1

    Het denken over de problemen van nu kan zeer zeker gebaat zijn bij het lezen van werken uit het postrevolutionaire Frankrijk.

    Maar bij Tocqueville – net als bij zijn tijdgenoot Bastiat – dien je je goed te realiseren, dat ze redeneren vanuit de restauratieve gedachte en het zeer katholieke gedachtegoed dat toen nog lang niet verdwenen was.

    Het lijkt alsof dat katholieke gedachtegoed op dit moment net als toen weer opkomt. De Tocqueville loopt niet vooruit op het Marxisme maar met […] de industriële klasse als de klasse die van God de speciale en bijzondere missie heeft ontvangen […] is hij met een restauratieve filosofie/economie bezig.

    HPax had het kunnen zeggen.
    Cameron ook.

    Het is de misvatting dat het katholicisme, het christendom, de Islam of welke religie dan ook economische oplossingen heeft. Of dat de armoede überhaupt oplosbaar is in een economisch systeem als het onze.

    Liefdadigheid – of waar de Britten zo goed in zijn: charity – is een afkoopsom van het geweten om structurele oplossingen niet aan te hoeven. En hoe aardig Bastiat of Tocqueville ook overkomen, ze preken voor eigen parochie.

    Laat overigens onverlet dat ook ik Tocqueville en Bastiat met veel genoegen lees. Maar wel met bovenstaande antireligieuze kanttekening. daarme krijgen die werken ook een extra dimensie.

  2. 2

    De indianen waar toqueville over sprak zijn in onze ogen straatarm net als veel andere tribale samenleving die zelf een heel andere kijk op rijkdom hebben.

    Een oplossing voor armoede is het veranderen van hoe we sociale status in onze cultuur zien.

  3. 3

    Er is in nederland een nieuwe aristocratie ontstaat die op de werkenden teert en dezelfde attitude kent als de oude franse adel.

    Nu hebben we mensen als rob riemen die van de werkenden 1 miljoen per jaar krijgt en vind dat dit beschaving is.

  4. 5

    “Pas door de overvloed die landbouw en veeteelt na de middeleeuwen in Europa brachten ontstonden het feodalisme en de aristocratische smaak voor meer genoegens, rijkdom en luxe.”

    De Middeleeuwen waren natuurlijk het tijdperk van het feodalisme:

    ‘Rond 1500 was het feodalisme tot zijn bloedige eindstrijd gekomen en waren er weer koningen die trachtten hun absolute macht te herstellen.’

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Feodalisme

    Absolutisme en mercantilisme waren toch wat vooraf ging aan liberalisme, kapitalisme.

  5. 8

    Wikipedia wijsheid. Nooit gehoord over demografische ontwikkelingen, de Renaissance, Reformatie, Verlichting, urbanisatie, enz. dan moet je daar ook nog even linkjes naar maken en zinnetjes uit citeren, want je reactie is natuurlijk over incompleet.

    Een aardig boek is The rise and fall of the great powers van Paul Kennedy, daarin zie je de tabelletjes hoe technische vernieuwingen in productie en oorlogsvoering, invoering belastingen en nog tientallen andere factoren leiden tot wat we nu hebben.

  6. 9

    In ieder geval niet uit belastingen(tot voor kort dan), en dat is hoe een aristocratie zijn geld verdient.

    Maar je hebt gelijk dat je de mensen die in de financiële sector ook tot een nieuwe klasse kan rekenen.

  7. 10

    KK @5 klopt misschien wel. Ik verbaasde me er trouwens al over dat De Tocqueville het woord zelf niet gerbruikte. Er past weer een interessante verwijzing (uit KK’s bron genomen): Karl Marx gebruikte het begrip feodaal om de productieverhoudingen aan te duiden die bestonden tussen de periode van de slavernij en de periode van het (vroege) kapitalisme. Maar De T. zelf heeft het wel degelijk over de middeleeuwen: het woord “na” in de post moet eigenlijk zijn “in” of “aan het einde van”.

  8. 11

    YM: oude klasse in nieuwe zakken. De adel vormde de basis voor de nieuwe kapitalistische elite. En in sommige westerse landen is de overlap nog steeds aanzienlijk.

  9. 12

    Als iemand beweert dat het feodalisme na de Middeleeuwen komt, dan lijkt me dat niet correct. Ik geef daarom alleen maar aan waar je zo’n basisgegeven makkelijk kan terugvinden.

    “Nooit gehoord over demografische ontwikkelingen, de Renaissance, Reformatie, Verlichting, urbanisatie, enz. dan moet je daar ook nog even linkjes naar maken en zinnetjes uit citeren, want je reactie is natuurlijk over incompleet.”

    Ja, hoor. Maar dat is nu verder van geen enkel belang.

  10. 14

    Het is natuurlijk altijd veel later dat een tijdperk wordt geanalyseerd en getypeerd onder een bepaalde noemer, om het daarmee te onderscheiden van andere tijdperken, waarin andere maatschappelijk verhoudingen de dominante ideologie en praktijk waren/zijn.

  11. 15

    Inderdaad voor mensen met een beperkte visie is dat zeker niet van belang. Ik dacht dat jij zeker de middelbare school kennis was ontstegen, kennelijk niet.

  12. 18

    In zijn overtuiging slaat de Tocqueville anders de plank volledig mis:

    ik ben er diep van overtuigd dat elk geregeld, permanent, door de overheid opgezet systeem dat ten doel heeft in de behoeften van de armen te voorzien, meer kwaad zal aanrichten dan genezen, de bevolking die het wil helpen en troosten, tot verderf zal brengen, mettertijd de rijken zal verlagen tot pachter van de armen, de spaarbronnen zal doen opdrogen, de accumulatie van kapitaal tot staan brengen,de ontwikkeling van de handel doen stagneren, de menselijke activiteit en industrie verlammen

    We zien precies het tegenovergestelde. Steeds meer accumulatie van kapitaal, een totaal op hol geslagen handel (vooral in geld, maar ook in goederen en diensten) en een menselijke activiteit en industrie die geen precedent kent. En veel daarvan heeft te maken juist met de welvaartsstaat en de rust die deze gebracht heeft.

  13. 19

    Eh noooo… de meeste innovatie, handel, productie en accumulatie vindt toch plaats in de landen waar tegen de armen gezegd moet worden dat ze maar rijk hadden moeten zijn (namelijk de V.S. en China).

    Voor de duidelijkheid: ik ben een voorstander van verzorgingsstaat (welvaartsstaat is iets anders volgens mij), maar besef dat het productieve activiteit enigszins doet afnemen.

  14. 20

    Ook dat is een wat vreemde bewoording dan, want in de feodale middeleeuwen (en zelfs lang daarna) was er van overvloeden geen sprake. Die waren eerder een product van de industriële revolutie met zijn kunstmest en mechanisatie.

  15. 21

    De VS en China kennen anders nog een ver boven gemiddelde geïnstitutionaliseerde verzorgingsstaat. Vergelijk dat maar eens met Afrika bezuiden de Sahara, waar men volgens jou een innovatie en productie vanjewelste zou moeten terugvinden. Overigens doet de productiviteit in de top-verzorgingsstaten van Noord-Europa niet onder voor die van de VS.

  16. 23

    Een verzorgingsstaat kan met aangepaste banen voor gehandicapten en geestelijk zwakken de productiviteit ook doen toenemen.

    Ook kunnen arbeiders langer door werken als ze toegang hebben tot een goede gezondheidszorg.

  17. 24

    Bizar om een “door de overheid opgezet systeem dat ten doel heeft in de behoeften van de armen te voorzien” [b.v. New Poor Law 1834] op maar een enkele wijze te vergelijken met onze verzorgingsstaat anno 2011. De neoliberale lijn wordt wel erg snel doorgetrokken.

  18. 26

    Je kunt een hoop verschillende dingen lezen in zo’n boekje van 4,95. Wat ik er aardig aan vond was de spanning tussen de neiging sociaal te doen, de legalisering van dat sociale (“recht op”), en de gevolgen die dat oproept in het hoofd van de ontvanger.
    Ik bedoel: Dalrymple is een rechts denkende man, maar hij slaagt er in mijn linkse sentiment verdacht te maken: waarom dachten de brandstichtende jongeren in Londen dat zij de overheid schade toe brachten? Misschien, omdat zij het misplaatste idee hadden dat het hun recht was dat er voor hen gezorgd zou worden en dat zij recht hadden op de luxe, die ze uit de winkels haalden?
    De feodale katholieke edelman beheoft niet te worden gevolgd, maar een diep inzicht in de menselijke natuur had hij wel.

  19. 28

    Niet erg bijzonder artikel. Midden 19e eeuw werd er zo maatschappelijk breed gedacht over moraal en ijver. Dat door de verzorgingsstaat er gemakkelijker werklozen zouden ontstaan is klinkklare onzin, want die waren er al sinds eeuwen. Belangrijker zijn de maatregelen, zoals werkhuizen en spinhuizen, die nooit echt succesvol waren, want economisch rendement genereerden ze alleen in zeer goede tijden.

    Aardig is het boek van Bram de Swaan Zorg en Staat. In het eerste hoofdstuk zie je een constante lijn vanaf de ME naar deze tijd. De verzorgingsstaat is eigenlijk een bepaalde fase voortkomend uit andere ontwikkelingen, voornamelijk minder (financiële) macht van de kerken.

  20. 30

    “De Tocqueville beziet de in de eerste helft van de vorige eeuw ontspruitende verzorgingsstaat met sympathie, maar tegelijkertijd met veel argwaan.”

    Tja, als het over de verzorgingsstaat gaat, leeft Sargasso nog in de 20e eeuw :)

  21. 31

    +2 voor Edwin. 1. Tocqueville bezag zijn “verzorgingsstaat” inderdaad in de voor-vorige eeuw (touché), ook al is de huidige eeuw nog niet zo oud dat hij echt mee telt 2. Onze verzorgingsstaat is, verwarrend genoeg, natuurlijk van na de tweede wereldoorlog (complicatie). 3. Sargasso, althans deze Jan BL, heeft, zoals je terecht insinueert, inderdaad wel een enorme heimwee naar de power-flowertijd van voor Pim en PVV (touché). Maar dat mag je mij niet verwijten, dat is terecht (zonder ironie of smiley).