Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
Het gelijk van Schröder, de leugens van Bush en de braafheid van Balkenende

Deze week werd bekend dat Der Spiegel in het bezit is gekomen van gelekte documenten waaruit blijkt dat de Duitse regering in 2002 heeft geprobeerd George Bush er van te overtuigen dat de oorlog in Irak een slecht idee zou zijn. Het gaat om aantekeningen die zijn gemaakt enige weken voor de inval in Irak, naar aanleiding van een gesprek met Condoleezza Rice. In zijn autobiografie Decision Points meldt de decider daarentegen dat hij de volledige steun had van Schröder voor zijn politiek ten opzichte van Irak.
Uit het nu openbaar geworden stuk blijkt dat de Duitsers een vooruitziende blijk hadden. Zij voorspelden dat
- De Democratie in Irak niet zo snel wortel zal schieten als in Duitsland na WO2.
- Als je hearts and minds wilt winnen oorlog misschien geen goed idee is.
- Het moslim-fundamentalistische er door bevorderd zal worden en dat het eerder terrorisme zal veroorzaken dan het terrorisme zal voorkomen.
- Iran de lachende derde zal zijn.
- Dat een oorlog de oplossing van het Midden-Oosten conflict moeilijker zal maken.
Allemaal voor de hand liggend natuurlijk maar met argumenten kun je in de politiek zelden winnen.
According to the notes — all in German — the meeting amounted to 90 minutes of verbal blows, which primarily stemmed from Rice’s “relatively rigorous and uncompromising” defense of the US position. The same notes indicate that [Ambasadeur] Scharioth didn’t budge an inch toward Washington, either. In retrospect, though, they document a high point in German diplomatic history, because the objections and predictions put forward by Berlin on that Tuesday have turned out to be legitimate and correct.
Stuur geen missie naar Afghanistan
Vandaag een gastbijdrage van historicus en freelance journalist Jip van Dort. Het stuk staat ook op zijn eigen site.
Het kabinet-Rutte buigt zich momenteel over een nieuwe missie naar Afghanistan, ditmaal een missie om politie op te leiden. Na aanhoudende druk van de NAVO en de Amerikanen heeft het kabinet reeds een voorstel klaar om vijftig politietrainers te sturen vergezeld van driehonderd tot vijfhonderd militairen plus vier F-16’s.Op dit moment zijn Nederlandse soldaten, trainers en diplomaten in Afghanistan op verkenning.
Maar zo’n politiemissie is geen goed idee. Er zijn geen goede argumenten voor. Sterker nog, zelfs de argumenten van premier Rutte en andere voorstanders van een nieuwe missie blijken bij benadering eerder tegenargumenten.
De voorstanders wijzen er bijvoorbeeld op dat de Afghanen niet in de steek gelaten mogen worden. Nederland heeft in Uruzgan immers opbouwwerk verricht en het is zonde als dit niet geconsolideerd wordt. Alhoewel het sentiment erachter begrijpelijk is houdt dit argument toch geen stand.
In de praktijk valt de omvang van het opbouwwerk allereerst erg tegen. Uiteindelijk is slechts negen procent van het geld dat de missie in Uruzgan heeft opgeslokt hieraan besteed. Anders dan ons door de regering voorgehouden ging het dus niet om een opbouwmissie, maar om een vechtmissie. Daarnaast kan men zich afvragen wat het opbouwwerk waard is als straks de Taliban weer de macht grijpt. Helaas is dit scenario allerminst denkbeeldig. Het overgrote deel van het land staat al onder controle van de fundamentalisten en de beweging blijft in kracht en omvang groeien.
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
Een echte Medal of Honor
Nee, dit is geen game. Bescheiden Sal Giunta, voormalig employé van een vervoerbedrijf, is de eerste levende Amerikaan na Vietnam die is onderscheiden met een Medal of Honor. Dit wegens vergaande heldhaftigheden tijdens een gevecht in Afghanistan. Hier vertelt hij wat er gebeurde, en hoe hij over zijn onderscheiding denkt.
The Sal Giunta Story from SebastianJunger/TimHetherington on Vimeo.
Taliban of Tea Party?
De Nederlandse Amerikaan Ivo Daalder voert campagne voor een hernieuwde deelname van Nederland aan de strijd in Afghanistan in Den Haag. Het woord trainingmissie lijkt net zo’n verhulling als het woord opbouwmissie, maar dat is politieke mooipraat. De trainers zullen, net als de opbouwwerkers, scherfvesten en M-16’s moeten dragen, om een kans op overleven te hebben. En waarom zou de politie boeven moeten vangen, als je geen rechters hebt?
Maar doet Nederland mee of niet? Zelfs voor een ADHD kabinet is dat geen eenvoudige vraag. Om de Haagse politiek bij te staan, geef ik maar een redenering, zoals ik die zou volgen. De eerste regel is: je kunt wel een oorlog beginnen, maar wat wil je bereiken en hoe kun je hem stoppen? Als trouwe bondgenoot moet je daarvoor goed kijken naar de politieke bewegingen in Amerika, lees de recente verkiezingen en naar de militaire oordelen daarnaast.
Nederland was braaf lid van de “coalition of the willing”, toen het ging om Irak. Besloten werd dat een activiteit “hoger in het geweldsspectrum” nuttig was, al werd de deelname in Afghanistan later meer een opbouwmissie, om de PvdA over de streep te krijgen. Maar de “Dutch Approach” stelde wel iets voor: humanitaire inspanning heeft altijd zin. (zie mijn eerdere blogs over Afghanistan) Obama erfde twee oorlogen van Bush; hij beloofde een einde aan Irak, maar gaf onheldere en wisselende signalen over Afghanistan. Mijn interpretatie: de houwdegens in de USA moesten ook wat. Maar is er een helder oorlogsdoel? Generaal James Conway zegt: “we kunnen snel verliezen of langzaam winnen”. Voor een land dat zijn leven op grote voet met een snorrende dollarpers financiert, is dat geen vrolijke informatie. Maar nu zijn er ook nog verkiezingen geweest.
Afghanistan en de artikel 100 brief
De nieuwe regering krijgt opnieuw de vraag van de NAVO voorgelegd of Nederland weer mee wil doen in Afghanistan. Wat moeten we daar, hebben we in de vorige missie iets zinnigs uitgevonden? De vraag licht op in mijn kop als ik deelnemers aan een Tea-party rally geinterviewd zie worden. “Obama is een communist, hij is moslim en bezet het Witte Huis”. De interviewer vraagt beleefd hoe hij daar dan gekomen is: toch niet door een staatsgreep? Hij is gekozen door het volk, met een forse meerderheid en zijn geloof lijkt toch wel christelijk. Maar de Tea-Partygangers zijn onverbiddelijk: dit is een democratie en zij mogen een mening hebben.
Dat is waar, maar een mening die ontoegankelijk is voor argumenten en feiten, mag toch eigenlijk niet zo heten? Is die houding exportartikel naar landen als Afghanistan? De arme Obama heeft twee oorlogen en een economische crisis geerfd: om Irak te verlaten moest hij zijn generaals een “surge” gunnen in Afghanistan. Moeten Nederland daarbij helpen?
Het probleem is drieledig:
1. Ben je als trouwe bondgenoot verplicht Obama te helpen in de afwikkeling van die twee oorlogen van Bush, ook als hij na de komende verkiezingen in Amerika verlamd wordt door populistisch rechts?
2. Is de manier waarop de oorlog in Afghanistan wordt gevoerd een bijdrage aan een rationeel doel, iets als: kunnen we Afghanistan zo moderniseren dat het geen uitvalsbasis voor Moslim-radicalen meer is?
3. Welke voorwaarden zouden voor een dergelijk doel vervuld moeten zijn, voordat Nederland zou kunnen besluiten een bijdrage te leveren?
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
