serie

Goed volk

Foto: © Sargasso logo Goed volk
Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Folklore in ‘A Midsummer Night’s Dream’

COLUMN - Wij hadden ergens in de bovenbouw van de middelbare school een pas afgestudeerde en hoogst appetijtelijk uitziende docente Engels die dol was op de toneelstukken van William Shakespeare. Zij is helaas zelf onderdeel geworden van een ‘Shakespearean drama’ doordat zij verliefd werd op de aimabele maar reeds gehuwde en ruim vijftien jaar oudere leraar natuurkunde, en wij hebben haar na dat ene jaar ook niet meer teruggezien.

Dat was jammer, want zij draaide in de klas tijdens het literatuuruur regelmatig grammofoonplaten met uitvoeringen van toneelstukken van Shakespeare en dat vond ik verdraaid interessant. Enerzijds vanwege de taal, want het Engels uit de Tudor-periode bleek verrassend makkelijk te volgen op de nodige onbekende woorden na en natuurlijk had ik de tekst uit de bekende goedkope ‘Spring Book’ editie van ‘The complete works of’ (tien gulden, hardback) aangeschaft en voor m’n neus, maar vooral omdat in Shakespeare’s stukken met regelmaat figuren uit de klassieke mythologie voorkomen alsmede uit de folk-lore, zoals heksen (Macbeth!), kabouters, feeën en dergelijk gesnor. Mijn latere passie voor mythologie, volkscultuur en folklore was toen al sluimerende. Vanwege mijn interesse in Shakespeare had ik uiteraard een streepje voor, maar het niveau van de docent natuurkunde heb ik nooit gehaald.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Santa Claus, Last of the Wild Men

ACHTERGROND - Het is mijn vaste overtuiging dat de meeste religieuze cultuuruitingen (wat je ook onder ‘religieus’ mag verstaan) vanaf pakweg de Steentijd te maken hebben met vruchtbaarheidsriten en de jaarlijkse cyclus van de seizoenen. Initiatieriten, vaak verbonden aan vruchtbaarheidsriten, zijn een goede tweede, maar dit terzijde. Je komt deze eerstgenoemde opvatting al tegen bij James Frazer (1854-1941), de Schotse antropoloog, mytholoog en auteur van het monumentale werk The Golden Bough (vanaf 1890).

Deze vruchtbaarheidsriten bestaan nog steeds, niet alleen bij geïsoleerde volkeren die als het ware nog in het stenen tijdperk leven, maar komen in gekuiste en gesymboliseerde vorm nog steeds overal ter wereld voor. Een fraai voorbeeld zijn de door mij al diverse malen aangehaalde ‘heidense sinterklaasfeesten‘ op de Waddeneilanden met het Amelandse ‘Sunneklaas’ als de beruchtste.

De vruchtbaarheidsriten vonden plaats in het kwartaal tussen pakweg het wintersolstitium (Midwinter, Yule) en de lente-equinox (Zonnewende, Ostara). Deze periode wordt vaak opgerekt tot het halfjaar tussen wat de Kelten noemden de feesten van Samhain op 1 november en Beltane op 1 mei. Het ligt er namelijk maar aan waar men de klemtonen legt.

Na de kerstening werden deze grenzen vaak aangegeven met de feesten van Sint-Maarten op 11 november en het Pinksterfeest op de vijftigste dag na Pasen (in 2020 is dat op 31 mei, Gregoriaanse kalender) met het Kallemooi op Schiermonnikoog als ‘heidens Pinksterfeest’. In engere zin zijn dat de data van Kerstmis (25 december) en Maria Lichtmisop 2 februari. Voor het vervolg van deze blog is het van belang er op te wijzen dat zowel het Sinterklaasfeest als de kersttijd in dezelfde periode vallen waardoor er gelijkenissen optreden met gekerstende of heidense fenomenen in dit tijdvak.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Een Russische Sinterklaas en andere Sinterklazen

ACHTERGROND - Volgens Godfried Bomans behoort Sinterklaas na 5 december “gewoon weer tot het bejaardenprobleem”, maar zo gemakkelijk kom je niet van Sinterklaas af. Zo heeft hij van origine maar liefst drie feestdagen: zijn geboorte in de havenstad Patara (15 maart), zijn sterfdag (6 december) en de overbrenging (translatio) van zijn relieken van het Byzantijnse Myra in het huidige Turkije naar het Zuid-Italiaanse Bari op 9 mei.

De sinterklaastraditie is waarschijnlijk de meest complexe kerkelijke en volkstraditie (vaak is er nauwelijks verschil) die er bestaat. In feite bestaan er niet alleen diverse verschijningsvormen van Sinterklaas, maar er is ook een heel scala aan hulpen: naast onze Zwarte Piet zijn er bijvoorbeeld de in ons land inmiddels ook bekende Krampus uit de Alpenlanden, Knecht Rupprecht uit Duitsland, Père Fouettard uit Noord-Frankrijk, Wallonië en een aparte versie uit de Elzas onder de naam Hans Trapp, en zo zou ik nog even door kunnen gaan.

Maar ook Sinterklaas zelf kent verschillende verschijningen.

Om in eigen land te blijven: pakweg honderd jaar geleden kende de Veluwe een zwarte Sinterklaas en het Friese plaatsje Grouw kent nog steeds een Sinterklaas die Sint Piter genoemd wordt en wiens feestdag op 21 februari wordt gevierd. Met andere woorden: het onderscheid tussen Sint en Piet is niet altijd even duidelijk.

Tekening: via Via Sint en Pietengilde.nl die het overnam uit ‘Friese volksgebruiken weerspiegeld in Europese Folklore’ (Gesto, 1970) door D.J Van der Ven.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Pierepauwen op Vlieland (2)

ACHTERGROND - In het eerste deel van de blog over het buiten Vlieland welhaast onbekende Pierepauwen beschreef ik een poging tot een etymologie van de term. Ik concludeerde dat de herkomst en betekenis van het woord in feite onbekend zijn. Ik wil hier nog aan toevoegen dat het begrip Vlielands kan zijn, een dialect dat lijkt op het Tessels. (De Vlielanders spreken geen Fries.) De laatste spreker van het Vlielands is echter in 1993 overleden. Ten tweede zal het fenomeen niet altijd Pierepauwen zijn genoemd, zeker niet in de Late Middeleeuwen, als het toen al op Vlieland voorkwam.

Hierna gaf ik een korte inleiding op het fenomeen Pierepauwen en besprak ik de meest uitgebreide secundaire bron, het boek van D.J. van der Ven, Friese volksgebruiken weerspiegeld in Europese folklore (1970). Van der Ven wijdt weliswaar twee pagina’s aan Pierepauwen, maar gaat daarna over op het fenomeen van de witte rouwsymboliek, waarbij duidelijk wordt welke kant hij op wil. Ik ga nu eerst over tot de bespreking van vier andere secundaire bronnen, in chronologische volgorde. Primaire bronnen (contemporaine brieven, akten, rekeningen, dagboeken, kaarten, foto’s en vele andere soorten archiefstukken) zijn tot op heden over het fenomeen niet bekend, want niet betekent dat ze niet kunnen bestaan.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Pierepauwen op Vlieland (1)

COLUMN - Er bestaan in het Nederlands en zijn dialecten en ongetwijfeld ook in andere talen zogenaamde ‘onzinwoorden’, ook wel pseudowoorden genoemd. Dit zijn woorden, beter te omschrijven als een aaneenschakeling van klanken, die geen enkele semantische betekenis hebben. In de moderne muziek wordt er bijvoorbeeld gebruik van gemaakt en wat te denken van het gedicht ‘Oote oote boe‘ van Jan Hanlo?

De brabbeltaal van baby’s is weer iets anders. Voor hen schijnen de klanken wel degelijk een semantische betekenis te hebben, maar aangezien hun proces van taalverwerving nog op gang moet komen is dit voorlopig het beste wat ze te bieden hebben.

Er bestaan ook varianten zoals klankschilderingen of klanknabootsingen (onomatopeeën) en die komen veel in de volkscultuur voor, zie bijvoorbeeld vanaf p. 191 .

Pierewaaien en pierepauwen

Bij een onzinwoord of onomatopee kan een deel van het woord een semantische betekenis hebben, maar het andere gedeelte niet en bestaat als pure klankaanvulling op het andere gedeelte van het woord, bijvoorbeeld omdat er gevoelsmatig iets ontbreekt aan het eerste gedeelte, om het ‘basiswoord’ beter te onthouden, omdat het zo beter toepasbaar is in liedjes (rijm), omdat het zo beter bekt, of wat dan ook. Ik heb het idee, maar het blijft een aanname, dat dit bij het woord pierepauwen ook het geval is. Omdat het begrip ‘pierepauwen’ niet in een online-woordenboek voorkomt, ben ik uitgegaan van een woord wat er op lijkt: pierewaaien.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De middeleeuwse ruïnes van Visby (2)

COLUMN - Vorige keer heb ik het gehad over de geschiedenis van het Zweedse eiland Gotland, de stad Visby en zijn kerkruïnes. Twee kerken vielen daarbij qua ontwerp uit de toon. Ik heb er één besproken, de Sankt Lars. Die was gebouwd op het grondplan van een Grieks kruis terwijl de overige kerken gebouwd zijn op de plattegrond van een Latijns kruis, zoals je van gotische kerken kan verwachten. Deze tweede blog gaat over de andere kerk met een afwijkend patroon, de kerk gewijd aan de Helge And (Heilige Geest), gebouwd op het grondplan van een octogoon (achthoek).

De symboliek van het octogoon

Eerst iets over de spelling van het woord, want die leidt nog wel eens tot misverstanden. Het begrip is afgeleid van het Griekse woord voor acht: októ. In het Nederlands spelt men dan ook consequent octogoon men een ‘o’ in de tweede lettergreep. De Duitsers doen dit ook: Oktogon, net als de Fransen (octogone) maar de Engelsen hebben het over een octagon met een ‘a’ in de tweede lettergreep. Zij gaan uit van de letterlijke vertaling van het Grieks voor achthoek: oktágonon. In het Latijn heet een achthoek in het verlengde van het Grieks een octangulum.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De middeleeuwse ruïnes van Visby (1)

COLUMN - Samen met Ávila, Carcassonne en San Gimignano behoort het Zweedse Visby op het eiland Gotland tot het verplichte excursielijstje van elke mediëvist. Het stadje wordt wel genoemd ‘stad der ruïnes’ (op een eiland dat ‘het eiland van de honderd kerken’ wordt genoemd) en dat is wellicht, naast de stadsomwalling, wellicht het interessantste historische aspect van de stad. Deze telt namelijk een dozijn ruïnes van Middeleeuwse kerken, drie meegerekend waarvan slechts fundamenten over zijn.

Hun ruïneuze aard is het resultaat van de vernietiging van de stad in 1398 door Teutoonse ridders, een oorlog tussen Denemarken en Lübeck in de eerste helft van de zestiende eeuw waarbij Visby van vier zijden in brand werd gestoken, een stadsbrand op 29 april 1611 en sloop van twee kerken om de ommuring van de stad te herstellen. Na de Reformatie werden de resterende kerken gesloten, op de kathedraal na.

Tempeliers

Interieur van de Sankt Lars (foto Bas Kamps)

Interieur van de Sankt Lars (foto Bas Kamps)

Door de grote terugval van de stad in deze periode was er geen reden de kerken op te bouwen of te vervangen, zelfs niet als reformatorische godshuizen. De geschiedenis van de achtennegentig middeleeuwse kerken van Gotland is beschreven in het boek van Eva Sjöstrand: Angels and Dragons (2017, Engelse vertaling van het Zweedse origineel).

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De Vliegende Hollander (slot)

ACHTERGROND - Vorige keer eindigde ik met een beschrijving van Kaap de Goede Hoop en zijn vrij unieke oceanografische en atmosferische kenmerken, die de sage van de Vliegende Hollander beïnvloed (kunnen) hebben. Eén verschijnsel heb ik daarbij nog niet genoemd. Het is tot op heden niet aangetoond dat er een direct verband bestaat met de sage, maar het draagt wel bij tot het sinistere imago van de Kaap. Bovendien is het fenomeen te interessant om niet te noemen.

Monstergolven

Het gaat hierbij om het verschijnsel van monstergolven, formeel Rogue Waves genoemd. Deze golven zijn om meerdere redenen bijzonder, of beter gezegd: zeer angstaanjagend en desastreus. Ten eerste zijn ze bijzonder hoog. Worden golven bij een vliegende storm zelden hoger dan tien meter opgezweept, Rogue Waves halen met gemak dertig meter, dat is wel een flatgebouw van twaalf verdiepingen.

Geen schip is veilig voor zulke golven, ook vandaag de dag niet. Een kolossale tanker of containerschip van 300 meter lengte wordt door zo’n golf als een lucifersdoosje opgetild. Gaat een schip over de top van de golf, dan hangt al snel tweederde van de romp in het luchtledige. Die is daar niet op gebouwd en breekt dan in tweeën.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De Vliegende Hollander (3)

ACHTERGROND - De vorige keer ben ik geëindigd met het ontstaan van een geschreven, literaire traditie over de Vliegende Hollander en hoe de meeste schrijvers een eigen draai aan de sage hebben gegeven zodat als het ware een ‘invented tradition‘ ontstond. Die heeft als zodanig een intrinsieke waarde, maar vaak weinig te maken met de oorspronkelijke sage. Overigens moet wel opgemerkt worden dat orale en literaire traditie elkaar over een weer hebben beïnvloed.

De volgende vraag die beantwoord moet worden luidt: waar baseerden de literaire schrijvers hun verhalen en romans op, hoe luidt in zijn meest ontwikkelde vorm die oorspronkelijke sage en wanneer is die ontstaan ? Thomas Moore betitelde de Flying Dutchman in 1804 al als een wijd verbreid zeemansbijgeloof.

De kapitein die eerste Paasdag uitvoer


De sage van de Vliegende Hollander heeft in de late 18e eeuw zijn ‘definitieve’ beslag gekregen, hoewel er voor en na die tijd vele varianten de ronde deden. De meest gehanteerde versie is deze de volgende.

In Amsterdam vertrekt op de ochtend van de eerste paasdag een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie naar de Oost. De V.O.C. bestond van 1602 tot en met 1799, dus het is aannemelijk dat het verhaal zich ergens in die twee eeuwen afspeelt, preciezer tussen 1652 en 1795 toen de Kaapkolonie als verversingsstation op weg naar de Oost in Nederlandse handen was.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De Vliegende Hollander (2)

ACHTERGROND - Mijn vorige artikel over de sage van de Vliegende Hollander behelsde een inleiding in het onderwerp en een paar opmerkingen over het onderzoek van Gerrit Kalff jr. uit 1923. Ik had toen nog de illusie dat ik aan twee blogs genoeg zou hebben, maar het worden er drie om het onderwerp voldoende recht te kunnen doen.

Deze week springen we eerst naar de 19e eeuw als de orale traditie van het spookschip in de literatuur en de muziek terecht komt, en daarnaast hoe de oorsprong van de sage juist dankzij die literatuur ten onrechte in Terneuzen wordt gesitueerd. In deel drie hoop ik aan de hamvraag toe te komen: waar komt de sage van de Vliegende Hollander ten principale vandaan ? Wordt dat verantwoord giswerk of kunnen we dichter bij de waarheid komen ?

De ballade van de oude zeeman

Het verhaal van de Vliegende Hollander zoals wij dat nu globaal kennen, kreeg gestalte in de literatuur van de Romantiek in hoofdzakelijk de 19e eeuw, toen het zeemansverhaal in al zijn varianten volgens Thomas Moore al wijd verbeid was en opgepikt werd door schrijvers uit deze periode die maar wat tuk waren op dit soort spookverhalen die zij tot een soort ‘gothic novels’ ombouwden.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De vliegende Hollander (1)

De term ‘Vliegende Hollander’ is tegenwoordig zo meerduidig, dat je er alle kanten mee op kunt. Eén van de hoofdpersonen uit de eerste drie speelfilms van ‘Pirates of the Caribbean’, Davy Jones, de kapitein van de Flying Dutchman, verwijst tenminste nog naar de oorspronkelijke sage. De gelijknamige attractie in de Efteling doet dat in zekere zin ook, maar is gebaseerd op het boek van Frederick Marryat: The Phantom Ship (1837), dat het onverwoestbare broodjeaapverhaal de wereld in heeft geholpen dat de kapitein van de Vliegende Hollander uit Terneuzen afkomstig is, maar daarover in het tweede deel van deze column meer.

Nu is het natuurlijk flauw om een kinderattractie in een sprookjespark historische onjuistheden te verwijten en bovendien worden op bekende motieven wel meer hele ‘invented traditions’ gebouwd, zoals ik bijvoorbeeld in mijn verhaal over de Golem heb laten zien. Aan de genoemde Eftelingattractie heeft Elske Tjepkema in haar masterscriptie ‘De verbeelding van de Efteling’ (Radboud Universiteit Nijmegen, z.j.) enige aandacht besteed. Zij concludeert:

Deze attractie illustreert hoe de Efteling een mythe aanpast aan de beleveniswereld van de Efteling, terwijl zij tegelijkertijd de kern van de sage intact houdt.

Uiteraard, want zonder deze ‘kern’ was de hele attractie in de lucht komen te hangen. In 2013 is aan dezelfde universiteit M.E.J. Hover gepromoveerd op de dissertatie ‘De Efteling als “verteller” van sprookjes’. Daarin wordt helaas de Vliegende Hollander alleen als attractie in een bijlage genoemd, maar de Vliegende Hollander is dan ook geen sprookje.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Kleften, poëtische bandieten

COLUMN - Ik heb bijna al het werk van schrijver en avonturier A. den Doolaard in de kast staan, maar voor zover ik heb kunnen nagaan heeft hij nooit over de Kleften in het noorden van Griekenland geschreven, hoewel hij deze lieden volgens mij toch bijzonder interessant en sympathiek zou hebben gevonden. Maar Den Doolaard was meer gecharmeerd van de Griekse eilanden en schreef voorts over de enigszins vergelijkbare Bulgaarse Komitadji in Macedonië en de moordenaars die in het vooroorlogse Joegoslavië als gevolg van bloedwraak de bergen invluchtten: zie het overbekende De herberg met het hoefijzer.

De Kleften (ook gespeld: Klephten, vertaling van het Griekse Kléftes, enkelvoud Kléftis, van het werkwoord kléptein (stelen), waren in eerste instantie Grieken die in de vijftiende tot en met de negentiende eeuw op de vlucht voor het gezag van die tijd, de Ottomaanse bezetter, de bergen in vluchtten. Deze vluchtelingen hadden meestal iets op hun kerfstok, dat niet zelden met bloedwraak of schulden te maken had, maar waren ook niet bepaald vriendjes van de Turken. Ze klitten samen tot een aparte bevolkingsgroep met een eigen cultuur op het gebied liederen/poëzie, muziek, dans en zelfs eten. De meeste Griekse restaurants in Nederland serveren een schotel die kleftiko wordt genoemd: ‘in de stijl van de Kleften’.

Vorige Volgende