Goed volk | Pierepauwen op Vlieland (1)

COLUMN - Er bestaan in het Nederlands en zijn dialecten en ongetwijfeld ook in andere talen zogenaamde ‘onzinwoorden’, ook wel pseudowoorden genoemd. Dit zijn woorden, beter te omschrijven als een aaneenschakeling van klanken, die geen enkele semantische betekenis hebben. In de moderne muziek wordt er bijvoorbeeld gebruik van gemaakt en wat te denken van het gedicht ‘Oote oote boe‘ van Jan Hanlo?

De brabbeltaal van baby’s is weer iets anders. Voor hen schijnen de klanken wel degelijk een semantische betekenis te hebben, maar aangezien hun proces van taalverwerving nog op gang moet komen is dit voorlopig het beste wat ze te bieden hebben.

Er bestaan ook varianten zoals klankschilderingen of klanknabootsingen (onomatopeeën) en die komen veel in de volkscultuur voor, zie bijvoorbeeld vanaf p. 191 .

Pierewaaien en pierepauwen

Bij een onzinwoord of onomatopee kan een deel van het woord een semantische betekenis hebben, maar het andere gedeelte niet en bestaat als pure klankaanvulling op het andere gedeelte van het woord, bijvoorbeeld omdat er gevoelsmatig iets ontbreekt aan het eerste gedeelte, om het ‘basiswoord’ beter te onthouden, omdat het zo beter toepasbaar is in liedjes (rijm), omdat het zo beter bekt, of wat dan ook. Ik heb het idee, maar het blijft een aanname, dat dit bij het woord pierepauwen ook het geval is. Omdat het begrip ‘pierepauwen’ niet in een online-woordenboek voorkomt, ben ik uitgegaan van een woord wat er op lijkt: pierewaaien.

De prefix (om het zo maar te noemen) ‘pier’ betekent niets meer dan de ons bekende betekenis haven- of wandelhoofd. Het samengestelde woord ‘pierewaaien’ komt uit de zeemanstaal en betekent ‘doelloos op straat lopen’ (wallebakken, passagieren). Men noemt het ook wel ‘aan de pier zijn’. Aangezien ‘pierepauwen’ slaat op het verschijnsel dat kinderen met lampions over straat van huis tot huis zwerven, zou ‘pier’ hierop kunnen slaan.

Andere etymologieën

Probleem bij deze verklaring is echter dat ‘pierewaaien’ een Russisch leenwoord is. De ‘suffix’ ‘pauwen’ is lastiger, want dat woord komt niet als verbum in het Nederlands voor. Het kan zijn dat ‘pauwen’ hier een onzinwoord betreft en de aanvulling is ontstaan vanwege de alliteratie met ‘piere’. Ook kan het zijn dat deze ‘suffix’ is toegevoegd omdat het moet rijmen op ‘trouwen’ in het liedje “Piere-, pierepauwen / jongens en meisjes gaan trouwen”, hetzelfde verschijnsel als bij het woord ‘kapoentje’ in “Sinterklaas kapoentje, gooi wat in m’n schoentje”.

Krantenbericht 2 november 1953 (onbekende krant)

Hiernaast bestaat er een theorie dat de term een verbastering is van het Franse ‘Pierre et Paul’ en dat een ‘pierepauw’ een lieveheersbeestje zou zijn. Daarover gaat het in het volgende deel van deze blog. Uiteindelijk kan men echter in feite niets over de herkomst en betekenis van het begrip aantonen.

Het begin van een speurtocht

Pierepauwen doet zich uitsluitend voor op Vlieland en lijkt uiterlijk veel op de viering van Sint-Maarten, maar heeft hoogstwaarschijnlijk andere wortels. Nu zijn de Waddeneilanden een rijke bron van volkscultuur, want pas in de twintigste eeuw kwam een eind aan hun isolement. Er komt daarom op de Waddeneilanden volkscultuur en folklore voor die elders (bijna) niet voorkomt. Berucht zijn de heidense Sinterklaasfeesten, met ‘Sunneklaas‘ op Ameland als sinistere topper, en het ‘heidense Pinksterfeest’ Kallemooi op Schiermonnikoog. Bert van Zantwijk maakte er op zijn website een compleet boekwerkje van, althans mijn PDF-versie van zijn artikel telt liefst 44 pagina’s.

Twee weken geleden ontstond er enige reuring in folklore-land, met name bij ondergetekende. Aanleiding was een uit 2016 daterende blog van genoemde Van Zantwijk, die hij op 2 november j.l. herpubliceerde met als onderwerp ‘Pierepauwen’. Bert van Zantwijk runt een uiterst informatieve website onder het motto “herkomst van volksgebruiken” en voor liefhebbers van het genre is het er goed toeven.

Omdat het hele ‘Pierepauwen’ mij onbekend was, ging ik op nader onderzoek uit. Het resultaat was enigszins verbijsterend. Mijn toch niet slecht gevulde boekenkast over volkscultuur en folklore bevat geen letter over het fenomeen. Ook op het internet kwam ik niet verder dan wat spaarzame opmerkingen (‘spaarzaam’ is nu niet bepaald een begrip dat je koppelt aan het World Wide Web) en de toch behoorlijk uitgebreide site beleven.org en zelfs het onvolprezen Meertens Instituut zwegen in alle talen.

Het Meertens Instituut

Ik zocht vervolgens contact met prof. dr Th. Meder van laatstgenoemde organisatie in de veronderstelling dat hij dit niet over zijn kant kon laten gaan, en Theo was vervolgens zo bereidwillig historica Iris Stofberg ‘op de zaak te zetten’. Iris deed een verkennend onderzoek waarbij dankzij Delpher een goed bruikbaar artikel uit de Leeuwarder Courant van 18 november 1949 naar boven kwam plus drie titels van boeken waarin het fenomeen voor zou komen.

Daarnaast had ik zelf een masterthesis van J.W. de Boer ontdekt (Tilburg, 2014) waarin het fenomeen Pierepauwen voorkomt maar waarbij De Boer de gangbare opinie weergeeft en dat derhalve op dit punt weinig nieuws te bieden heeft. Daarnaast had ik de beschikking over een digitaal nummer van Volkscultureel Magazine (3/2011) waarin het Pierepauwen kort wordt besproken. Beide beroepen zich echter op ene Jan Houter, een bron die volgens Van Zantwijk niet betrouwbaar is.

Wat weten we nu?

Folklorist D J van der Ven

Niet veel, daar was ik inmiddels ook al achter, en dit komt ongeveer overeen met de mening van folklorist D.J. van der Ven in zijn boek Friese volksgebruiken weerspiegeld in Europese Folklore (1970). Op p. 373 schrijft Van der Ven:

(….) dat als een unicum voor heel Nederland is te beschouwen en waarover vrijwel geen literatuur bestaat.

Van der Ven is dan nog degene die ons qua secundaire bronnen de meeste informatie verschaft. Heel hoofdstuk 9 is aan het Pierepauwen gewijd. Echter, na een paar pagina’s gaat de schrijver over op het fenomeen van de witte rouwsymboliek. Zinvol in dit verband, maar het geeft weinig tot geen informatie over het Pierepauwen.

Allerzielen

Op 2 november, de gedachtenis van Allerzielen, trekken kinderen op Vlieland met lampions van huis tot huis en ontvangen daar na het zingen van een liedje snoep, op dezelfde manier als dit met Sint-Maarten gebeurt, alleen wordt de feestdag van deze heilige gevierd op 11 november.

De gedachtenis van Allerzielen is in 998 door de Benedictijn Odilo van Cluny ingesteld om een einde te maken aan de vele, waarschijnlijk uit voorchristelijke tijden stammende herdenkingen op kerkhoven. In de Oosters-Orthodoxe kerk, die zeven gedenkdagen van de overledenen kent, worden bij de graven niet alleen lichtjes gebrand maar ook in de liturgie gezegende kóliva neergezet, een gebruik dat direct afstamt van de heidense gewoonte eten voor de doden neer te zetten, zoals dat tijdens het van oorsprong Ierse Halloween (All Hallow’s Eve, dat een directe relatie heeft met het Keltische Samhain), ook gebeurde, evenals het trekken van huis tot huis door kinderen, het in de volkscultuur bekende motief van kinderbedeltochten, in casu de trick-or-treat-tocht.

In de dertiende eeuw kreeg de door Odilo ingestelde herdenking formeel de benaming Allerzielen (Commemoratio omnium fidelium defunctorum). Op de avond vóór Allerzielen werd deze gedachtenis voorbereid door het branden van kaarsen bij de graven.

Oorspronkelijk viel 1 november samen met de feestdag van Sint-Maarten. Doordat Gregorius XIII in 1582 de Gregoriaanse kalender invoerde als vervanging van de Juliaanse kalender, is later een tijdsverschil ontstaan, waardoor gebruiken van 1 november verhuisden naar 11 november, en zo kwamen wellicht de lichtjes van Allerzielen bij Sint -Maarten terecht. Essentieel is dat de Gregoriaanse kalender niet overal tegelijkertijd werd ingevoerd. In geïsoleerde gebieden gebeurde dit soms vele eeuwen later en zo kan het dat de lichtjes van het Pierepauwen gewoon op 1 november bleven staan.

Liedje

Tijjdens Pierepauwen wordt tegenwoordig door de kinderen het volgende, voor dit fenomeen unieke lied gezongen:

Piere-, pierepauwen
jongens en meisjes gaan trouwen
jongens met een wit overhemd aan
en meisjes met witte mouwen.

De oorspronkelijke tekst luidt echter:

Piere-, pierepauwen
Hiltje en Klaas sall’ trouwen
Klaas met een wit overhemd aan
en Hiltje met witte mouwen.

Van der Ven haalt een artikel van ene Klaas Sierksma uit de Leeuwarder Courant van 18 september 1949 aan. Klaas beweert:

Het is nog geen halve eeuw geleden dat men op die dag jongvolk tegen de avonduren in een opmerkelijke vermomming kon zien rondlopen. Ze zagen er uit als witte feestgangers, zoals de meisjes gekleed gingen in bedjasje, rokje, witte kousen en het hoofd nog gedekt met de wellicht laatst overgebleven floddermutsen van het Vlielander vrouwecostuum. Het gezicht bleef onherkenbaar achter een lapje vitrage of linnen. Ook de jongens waren geheel in witte kleren gestoken.

Een relatie met het sluiten van een huwelijk valt te verdedigen met een beroep op Samhain dat in feite een vruchtbaarheidsfeest is, maar het is zeer de vraag of dit niet te ver gezocht is.

Witte rouw

Van der Ven legt de relatie met wit als kleur van rouw met de aantekening “De witte rouwdracht symboliseert als het ware de herleving uit de dood”. Anderzijds zegt hij op p. 390:

Immers juist de op Allerzielen in witte gewaden rondtrekkende pierepauwers wijzen de weg naar de verschijning der afgestorvenen als witte spookgedaanten in sagen en legenden.

Het mag voorlopig duidelijk zijn dat Pierepauwen weinig of niets met Sint-Maarten te maken heeft en alles met Allerzielen. Dat er, net als bij Sint-Maarten, ook door kinderen langs de deuren werd getrokken zegt niets, want dat gebeurt met Halloween – dat een directe relatie heeft met Allerzielen – ook. Bovendien, dit soort kinderbedeltochten kwamen vroeger ook bij andere gelegenheden voor, bijvoorbeeld op Sinterklaasavond. Maar laten we niet op de conclusie vooruitlopen.

***

[Volgende keer de inhoud van andere secundaire bronnen (over primaire bronnen beschikken we niet, ook niet over afbeeldingen), een voorlopige conclusie en hoe nu verder met het onderzoek naar Pierepauwen.

Met dank aan prof. dr N. van der Sijs voor de opmerkingen bij het eerste gedeelte van deze blog. De verantwoordelijkheid ligt bij de auteur.]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren