Goed volk | Kallemooi

ACHTERGROND - Ik was in principe niet van de plan de geachte lezer weer lastig te vallen met een christelijke feestdag die zijn wortels schijnt te hebben in oeroude lente- en vruchtbaarheidsrituelen. Hoewel dit zo langzamerhand mijn stokpaardje is geworden – meer dan 50% van de wereldwijde volkscultuur en folklore is er mijn inziens op terug te voeren – kan ik het woord vruchtbaarheidsrite zo langzamerhand niet meer horen; ik ben tenslotte altijd op zoek naar iets nieuws.

Ik maak niettemin voor deze (tweede) pinksterdag één keer een uitzondering en wel omdat het een volstrekt uniek evenement in Nederland betreft en omdat dit evenement dit jaar een bedenkelijk jubileum viert: het wordt sinds vijf jaar serieus bedreigd. En niet door anti-Zwarte-Piet-demonstranten maar door al even subtiele dierenactivisten. Ik ga in deze column geen partij kiezen maar geef wel aan welke maatregelen de organisatoren hebben genomen om de veiligheid en het welbevinden van de haan, want daar gaat het hierbij om, zo goed mogelijk te verzekeren. Wij gaan het dus hebben over de viering met de merkwaardige naam ‘Kallemooi’ die elk jaar met Pinksteren op Schiermonnikoog plaatsvindt.

Het begin

Onze Waddeneilanden zijn relatief oud. Toen de kaart van de Zuiderzee er nog anders uitzag en er nog geen sprake was van een Waddenzee, bestonden deze ‘eilanden’ al. Helaas is van de vroegste geschiedenis weinig bekend. De naam Schiermonnikoog komt pas voor het eerst voor in een akte van Philips van Bourgondië uit 1440, al is bewoning van vroeger datum.

In de Middeleeuwen was het eiland een uithof van het cisterciënzerklooster Claercamp uit Rinsumageest bij Dokkum. De monniken, die land indijkten, droegen grijze pijen en zo ontstond de naam van het eiland: ‘schier’ betekent grijs, terwijl ‘oog’ etymologisch hetzelfde is als ‘ei’ in eiland. In 1580 werd Friesland protestants en verloor het klooster, als onderdeel van dat gewest, al zijn bezittingen.

Nu dateren de meeste volksriten die ouder zijn dan de negentiende eeuw uit de Late Middeleeuwen, dus voor wat dat betreft kan het jaartal 1440 geen bezwaar zijn. Ik heb in een eerdere column al eens geschreven over de sinterklaasfeesten op de Waddeneilanden, die niets met Sinterklaas te maken hebben maar des te meer met oude initiatie- en vruchtbaarheidsriten. In feite valt het Kallemooi-feest ook in deze serie. Dit soort riten werden aan het begin van de winter dan wel aan het begin van de zomer uitgevoerd en Kallemooi valt uiteraard in de laatste categorie.

Dat deze riten voornamelijk op de Waddeneilanden bewaard zijn gebleven is vrij logisch. Nog steeds moet je je inschepen om er te komen en de reis er naar toe zal vooral in de vijftiende eeuw tot de twintigste eeuw nog een hele toer geweest zijn. Isolatie werd de redding van de riten, samen met het feit dat de eilandbewoners hun evenementen niet aan de toeristenindustrie hebben uitgeleverd, maar ze beschouwen als hun eigendom, waarbij niet-eilanders ongewenst zijn.

Yggdrasil

Eén van de gebruiken rond de vruchtbaarheidsriten van de mei- of junimaand was het opzetten van de meiboom: een versierde hoge paal of boom. Het gebruik komt nog steeds in grote delen van Europa voor. De Germanen en West-Slavische volkeren kenden ook een in mei gehouden vruchtbaarheidscultus. Grootse feesten werden gevierd rond op open plekken opgerichte bomen of boomstammen, die later meibomen zijn gaan heten.

De oorsprong van het Kallemooi schijnt in Scandinavië te liggen en het is waarschijnlijk door de Vikingen naar onze streken gebracht. Zij behoorden tot een noordelijke tak van de Germanen, en deze plaats van oorsprong pleit wel voor Germaanse wortels van Kallemooi of welk feest dan ook waar en meiboom en een haan bij zijn betrokken.

Een theorie is dat de meiboom afstamt van de Yggdrasil, de oude Noord-Germaanse axis mundi die de hemel, onze eigen aardschijf en de onderwereld met elkaar verbindt. Behalve voor de continuïteit van het leven en overwinning op de chaos staat de Yggdrasil voor voorouderverering, een aspect dat ook regelmatig bij meiboomsymboliek terugkomt. Weliswaar is het doortrekken van volksculturele verschijnselen vanuit de Oudheid naar nu wetenschappelijk gezien levensgevaarlijk en weliswaar kan continuïteit tussen de heilige boom van de Germanen en de meiboom niet worden aangetoond, maar dit keer ligt dat, gelet op de rol van de Vikingen, iets genuanceerder.

De ‘mast’ die gebruikt wordt bij het feest van Kallemooi is waarschijnlijk een variant op de meiboom. De eerste schriftelijke bronvermelding van Kallemooi op Schiermonnikoog dateert uit 1646. Het dichtstbijzijnde eiland waar sprake is van een meiboom met een haan is het naburige Duitse waddeneiland Borkum. Vergelijkbare feesten treft men alleen nog aan in Scandinavië, de Baltische Staten en West-Rusland. Het Kallemooifeest werd vroeger ook gevierd in bijvoorbeeld Zoutkamp, Peasens en langs de Hollandse kust. Kallemooi wordt in de huidige vorm sinds 1880 gevierd.

Een merkwaardige naam

Eerst iets over de betekenis van deze merkwaardige naam. Met het woord ‘mooi’ zijn we snel klaar: dit is gewoon Schiermonnikoogs (een directe afstammeling van het Oudfries) voor ‘mei’. Het eerste element is problematischer. Het kan afstammen van een Oudgermaans woord voor ‘haan’ (gallus), het kan ‘kaal’ betekenen en het kan afstammen van het Oudnoorse kallen dat ‘roepen’ betekent (vgl. to call). Kallemooi wordt vaak vertaald met ‘roep de mei’.

Gestolen haan

Het feest begint als op Pinksterjaun elf geheimzinnige heren (en sinds de jaren tachtig ook dames) met hoge hoeden met groene banden erom heen (vgl. de Raad van Elf met carnaval) bijeenkomen in Hotel Van de Werff, eertijds ‘De Herberg’ geheten, in het enige dorpje dat Schiermonnikoog rijk is. Naar verluidt zou deze commissie een overblijfsel van de vroegere Germaanse mannenbonden zijn.

Niet veel later arriveren een paar jongens van rond de zestien jaar met een juten zak. Zij zijn door de commissie uitverkoren en gaan die avond een haan stelen. Officieel nog wel. Keren de jongens terug met de haan, dan wordt de meiboom, de ‘keale maeibeam’, opgezet. Dit ‘stelen van de haan’ is hoogstwaarschijnlijk een overblijfsel van een proef van moed, een initiatierite, maar kan ook een overblijfsel zijn van de Germaanse gedachte dat een gestolen object magische krachten bezit.

De meiboom

De meiboom is een ongeveer twintig meter (let wel: zo hoog als een flatgebouw van zeven verdiepingen) hoge mast met onder de top een ra. Aan de mast zitten vier touwen die refereren aan de vier windstreken en die nauwkeurig gericht worden door een aantal sterke kerels onder leiding van de leden van de Kallemooi Commissie. De mast wordt op een door traditie bepaalde plek gezet, in het midden van het dorp, tussen herberg en kerk. Aan elk einde van de ra hangt een lege jeneverkruik, niet alleen verwijzend naar het feestgedruis, maar waarschijnlijk een overblijfsel van offergaven aan Germaanse goden. De top van de mast is versierd met een groene boomtak en daaronder wappert de Nederlandse driekleur met in de witte baan het woord Kallemooi.

Zo’n zes meter lager hangt een grote mand van 140 bij 60 bij 70 centimeter, met daarin de haan, symbool van vruchtbaarheid, samen met een doorweekt wittebrood, genoeg voor de haan om drie dagen op de teren. Nadat het dier in de mand is gestopt wordt de paal met vereende krachten opgezet en vastgesjord en wordt in de herberg het plaatselijk gedistilleerde ‘Kallemooibitter’ geschonken.

Daarna barst het feest in de nabijgelegen horecagelegenheid los. Op derde Pinksterdag wordt de mast neergehaald en de haan onder fanfarebegeleiding naar zijn rechtmatige eigenaar teruggebracht, die het een eer vindt dat zijn haan dat jaar uitverkozen was en de aanwezigen trakteert op een borrel.

Andere gebruiken

In de tussenliggende dagen zijn nog meer oude gebruiken te beleven en worden (tegenwoordig) spelletjes gedaan. Eén van de belangrijkste is het Pinksterriiden met boerenkarren, dat nu op Derde Pinksterdag wordt uitgevoerd maar vroeger op Pinkstertwa, Tweede Pinksterdag. Het Pinksterriiden is terug te voeren op de ommegangen om de velden ter verkrijging van vruchtbaarheid van de gewassen. Deze vruchtbaarheidsommegangen waren vroeger een wijdverbreid gebruik maar zijn tegenwoordig bijna nergens meer in zwang.

Op Pinksterochtend werden meeuweneieren gezocht (vgl. de paaseieren, ook vruchtbaarheidssymbolen) die thuis werden gebakken en opgegeten. De kinderen gingen intussen op hun ‘pinksterbest’ de huizen langs om geld op te halen. Na het plaatsen van de mast is de Pinksterkermis geopend die wordt geopend met een bal, de Kallemooistep, waarbij iedereen welkom is. Opvallend aan de Kallemooistep is dat de mannen moeten kraaien en de vrouwen tokkelen. Mij zou je zo gek niet krijgen.

Bezorgdheid om de haan

In 2014 roerden zich voor het eerst dierenactivisten, die meenden dat hier sprake was van dierenmishandeling. Ze noemden het een ‘barbaarse traditie’, hoewel de mand vrij ruim is en het dier genoeg leeftocht mee kreeg om drie dagen door te komen. Nu kan het nooit kwaad voorzorgsmaatregelen te evalueren en daarom schreef de Stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming in 2015 een advies aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, met voorwaarden voor goede zorg voor de haan. Deze luiden: ruim voldoende eten en drinken; ruim voldoende ruimte; bescherming tegen weersinvloeden; webcam in de mand; controle door een dierenarts. De aanbevelingen zijn door de Kallemooi Commissie overgenomen en toegepast.

Dat gaat sommige activisten echter niet ver genoeg. Zij stapten begin 2019 naar de rechter, want ze vinden dat er omwille van een feest een dier wordt mishandeld. De haan zou door angst en stress te lijden hebben. Elke dierenpsycholoog of dieren-gedragsdeskundige kan echter vertellen dat dieren, primaten uitgezonderd, een andere perceptie van de werkelijkheid hebben. Een dier vindt het al snel senang als hij of zij veilig is, genoeg eten en drinken heeft en het klimaat aangenaam is. Verder klimt het dier niet op de piramide van Maslov.

Naar de Raad van State

Maar goed, de activisten zijn van mening dat Gemeente Schiermonnikoog geen vergunning meer moet geven voor dit feest en dat de Kallemooi Commissie op zoek moet naar een alternatief. De rechter oordeelde op 26 maart 2019 dat er geen sprake is van dierenmishandeling. Comité Dierennoodhulp liet het er niet bij zitten en stapte naar de Raad van State voor een hoger beroep met dezelfde argumenten van angst en stress, vooralsnog zonder (tijdig) resultaat. De haan zit ook dit jaar gewoon in zijn mand.

Net als vorig jaar biedt de gemeente aan degenen die het niet met de huidige praktijk eens zijn de mogelijkheid om te betogen in een hiervoor aangewezen demonstratievak ten noorden van het gemeentehuis. Voor het overige is de Willemshof schuin tegenover de Grote Kerk, tijdens het hijsen en strijken van de mast afgezet gebied waar behalve de organisatie en de politie, niemand toegang toe heeft om te voorkomen dat dieractivisten wederom willen voorkomen dat de mast gehesen wordt.

Voor wie specifiek geïnteresseerd is in het verloop van de protesten van de dierenactivisten inzake Kallemooi sinds 2014 verwijs ik naar het recente artikel van Bert van Zantwijk.

  1. 1

    Wauw, wat een verhaal. Alsof je iets leest over Papoea New Guinea uit 1920. En dan te bedenken dat ik verleden maand vier nachten verbleef in hotel Graaf Bernstorff, volledig onwetend van wat zich later iets verderop zou voltrekken. Had ik dat geweten, mijn review zou stukken minder gunstig zijn uitgevallen.
    Verder altijd plus veel voor het laten vallen voor het woord: cisterciënzerklooster.
    Trouwens, als het gaat om een vruchtbaarheidsritueel, waarom geen kippetje erbij in die mand?

  2. 4

    @0: met het verdwijnen van de aloude Tjaard W. de Haan als deskundige verdween ook diens veld van expertise. Talloze volkstradities kwamen bij het grofvuil terecht. Radio Veronica.

    Nu is jouw veld, zeg je, vol van vruchtbaarheidsrit(uel)en.

    Ben ik nu abuis als ik denk dat je bedoelt: paarvormingsrituelen ? Tjaard, die geen rood van blauw wist te duiden, was daar ook altijd nogal vaag over.

  3. 5

    @4:

    Het gehops rond die kutboom was natuurlijk alleen maar toneel.

    Denk maar niet dat Alf in de 10e eeuw de rijke, maar lelijke kleine Loeff mocht aandansen met uitzicht op meer als pa het sowieso niet goedvond. Die zaken werden van tevoren nauwkeurig bij elkaar beroddeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren