Goed volk | Folklore in ‘A Midsummer Night’s Dream’

COLUMN - Wij hadden ergens in de bovenbouw van de middelbare school een pas afgestudeerde en hoogst appetijtelijk uitziende docente Engels die dol was op de toneelstukken van William Shakespeare. Zij is helaas zelf onderdeel geworden van een ‘Shakespearean drama’ doordat zij verliefd werd op de aimabele maar reeds gehuwde en ruim vijftien jaar oudere leraar natuurkunde, en wij hebben haar na dat ene jaar ook niet meer teruggezien.

Dat was jammer, want zij draaide in de klas tijdens het literatuuruur regelmatig grammofoonplaten met uitvoeringen van toneelstukken van Shakespeare en dat vond ik verdraaid interessant. Enerzijds vanwege de taal, want het Engels uit de Tudor-periode bleek verrassend makkelijk te volgen op de nodige onbekende woorden na en natuurlijk had ik de tekst uit de bekende goedkope ‘Spring Book’ editie van ‘The complete works of’ (tien gulden, hardback) aangeschaft en voor m’n neus, maar vooral omdat in Shakespeare’s stukken met regelmaat figuren uit de klassieke mythologie voorkomen alsmede uit de folk-lore, zoals heksen (Macbeth!), kabouters, feeën en dergelijk gesnor. Mijn latere passie voor mythologie, volkscultuur en folklore was toen al sluimerende. Vanwege mijn interesse in Shakespeare had ik uiteraard een streepje voor, maar het niveau van de docent natuurkunde heb ik nooit gehaald.

Mythologie en fairies in ‘A Midsummer Night’s Dream’

Eén van de toneelstukken die wij in zijn geheel mogen dan wel hebben moeten aanhoren was de romantische komedie A Midsummer Night’s Dream, geschreven tussen 1594 en 1596 en gepubliceerd in 1600. Samen met The Tempest is dit het enige toneelstuk van Shakespeare waarvan hij de plot zelf bedacht heeft en zich niet gebaseerd heeft op bestaande verhalen. Er zijn wel invloeden aan te wijzen, bijvoorbeeld van Shakespeare’s favoriete Latijnse schrijver Ovidius en specifiek het verhaal Pyramus en Thisbe uit Ovidius’ bekende Metamorfosen, echter spelen in dit verhaal de Griekse godenwereld en bovennatuurlijke nimfen en saters geen rol.

Ook Chaucer’s The Knight’s Tale zou als inspiratiebron gediend hebben, maar ook hier komen geen mythologische of bovennatuurlijke karakters in voor. Een derde bron van inspiratie kan Edmund Spenser’s gedicht Epithalamion geweest zijn. Hier komen wel mythologische figuren in voor, maar niet de drie die Shakespeare in A Midsummer Night’s Dream laat opdraven, zodat de drie inspiratiebronnen kennelijk slechts ten dienste staan van het romantische verhaal op zich.

Dat neemt niet weg dat deze drie bovennatuurlijke wezens wel degelijk interessant zijn. Het betreft Oberon, King of the Fairies, zijn vrouw Titania, Queen of the Fairies (‘fairies’ wordt over het algemeen vertaald met ‘feeën’) en tenslotte, en om deze figuur gaat deze blog, Robin ‘Puck’ Goodfellow, ‘a mischievous sprite with magical powers’. Puck sluit namelijk aan op de in mijn vorige blog opgevoerde Santa Claus, ‘last of the wild men’.

De wilde man

De wilde man, de oeroude vruchtbaarheidsdemon, had ten tijde van Shakespeare veel van zijn scherpe en serieuze kanten verloren. Precies de periode waarin A Midsummer Night’s Dream werd gepubliceerd en gespeeld, vormde een overgangstijd: met name op het platteland werd hij nog gezien als de vruchtbaarheidsgod in de gedaante van de duivel, hem door de kerk aangemeten. Met name in de steden was hij verworden tot een trickster, schelm, pias of zelfs ‘fool’. In het bewuste toneelstuk komen beide kanten naar voren.

Wie hierin een parallel ziet met de ontwikkeling van Zwarte Piet van een Krampus-achtige figuur, de oeroude vruchtbaarheidsgeest die na de kerstening tot duivel werd gedegradeerd (zo komt de duivel aan zijn huidige verschijningsvorm met hoorns en bokkenpoten), tot de hedendaagse grappenmaker en pias, heeft waarschijnlijk ten dele gelijk. De huidige Zwarte Piet is door Schenkman gemodelleerd naar een Moorse page, maar wel met overblijfselen uit de oude vruchtbaarheidsriten, zoals zijn roede.

Robin Goodfellow

Puck, ook genoemd Robin Goodfellow en soms Hobgoblin (in A Midsummer Night’s Dream komen alle drie de namen voor), is een karakter gebaseerd op de figuur van Puck uit de Engelse mythologie en folklore. De etymologie van ‘puck’ is bijzonder onzeker, maar is waarschijnlijk afkomstig uit de Noordse (púki) of Ierse (púca) mythologie. Ook het Friese puk is hier een afleiding van.

Puck is behalve huisgeest een echte trickster: een komediant die van een practical joke houdt en magische eigenschappen heeft. Volgens de Brewer’s Dictionary of Phrase and Fable (1898):

Robin Goodfellow is een hardwerkende vriend, een gezellige huisgeest, bekend om zijn ondeugende streken en practical jokes. ’s Nachts doet hij klusjes voor de familie in het huis waarin allen wonen. De Schotten noemen deze huisgeest een Brownie, de Duitsers Kobold. Puck, de nar en dienaar van de feeënkoning en -koningin, is dezelfde.

Titelpagina met Puck als vruchtbaarheidsgod

De figuur van Robin Goodfellow was in ‘Elizabethan England’ een populaire grappenmaker; het anonieme boek The mad pranks and merry jests of Robin Goodfellow uit 1628 was een bestseller in die tijd. In de houtsneden in dit boek komt Robin voor in twee gedaanten: als de traditionele ‘Wild Man’ bekleed met vacht, en in de gedaante van de Wild Man als vruchtbaarheidsgod in de gedaante van een duivel met hoorns en bokkenpoten als middelpunt van een vruchtbaarheidsdans.

Enkele wetenschappers waaronder Jakob Grimm hebben de (bij-)namen voor ‘fools, jokesters, devils and Wild Men’ bestudeerd en vergeleken en kwamen tot de conclusie dat Puck en Robin Oud-Engelse namen voor de duivel zijn. Bovendien was Goodfellow een eufemisme voor heksen en volgelingen van de ‘oude goden’.

Puck in ‘A Midsummer Night’s Dream’

Het toneelstuk is waarschijnlijk in opdracht geschreven ter gelegenheid van een huwelijk, wellicht dat van de graaf van Derby’s. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de komedie draait om vruchtbaarheid, liefde en dergelijke. Puck wordt geïntroduceerd in de eerste scene van de tweede akte met de door een elf uitgesproken woorden waarin zoals gezegd alle drie de aanduidingen voor de trickster voorkomen: Robin Goodfellow, Hobgoblin en Puck:

Either I mistake your shape and making quite,
Or else you are that shrewd and knavish sprite
Call’d Robin Goodfellow: are not you he
That frights the maidens of the villagery;
Skim milk, and sometimes labour in the quern
And bootless make the breathless housewife churn;
And sometime make the drink to bear no barm;
Mislead night-wanderers, laughing at their harm?
Those that Hobgoblin call you and sweet Puck,
You do their work, and they shall have good luck:
Are not you he?

De eerste zin kan overigens slaan op het feit dat Puck een ‘shapeshifter’ was, een wezen dat van gedaante kan veranderen zoals bijvoorbeeld een weerwolf. A Midsummer Night’s Dream kent drie verhaallijnen waarmee ik de lezer niet wil vermoeien; het een en ander is eenvoudig hier na te lezen. Waar het om gaat is dat Puck twee huwelijken redt middels een toverdrankje en daarmee de eigenlijke held van het stuk is.

  1. 1

    Ja, die dwerg die mijn gereedschap telkens neerlegt op een andere plek dan ik in herinnering heb, ken ik. Sinds er hier onder de grond niets meer loos is, zoekt hij zijn vertier erboven.