Een Russische Sinterklaas en andere Sinterklazen

ACHTERGROND - Volgens Godfried Bomans behoort Sinterklaas na 5 december “gewoon weer tot het bejaardenprobleem”, maar zo gemakkelijk kom je niet van Sinterklaas af. Zo heeft hij van origine maar liefst drie feestdagen: zijn geboorte in de havenstad Patara (15 maart), zijn sterfdag (6 december) en de overbrenging (translatio) van zijn relieken van het Byzantijnse Myra in het huidige Turkije naar het Zuid-Italiaanse Bari op 9 mei.

De sinterklaastraditie is waarschijnlijk de meest complexe kerkelijke en volkstraditie (vaak is er nauwelijks verschil) die er bestaat. In feite bestaan er niet alleen diverse verschijningsvormen van Sinterklaas, maar er is ook een heel scala aan hulpen: naast onze Zwarte Piet zijn er bijvoorbeeld de in ons land inmiddels ook bekende Krampus uit de Alpenlanden, Knecht Rupprecht uit Duitsland, Père Fouettard uit Noord-Frankrijk, Wallonië en een aparte versie uit de Elzas onder de naam Hans Trapp, en zo zou ik nog even door kunnen gaan.

Maar ook Sinterklaas zelf kent verschillende verschijningen.

Om in eigen land te blijven: pakweg honderd jaar geleden kende de Veluwe een zwarte Sinterklaas en het Friese plaatsje Grouw kent nog steeds een Sinterklaas die Sint Piter genoemd wordt en wiens feestdag op 21 februari wordt gevierd. Met andere woorden: het onderscheid tussen Sint en Piet is niet altijd even duidelijk.

Tekening: via Via Sint en Pietengilde.nl die het overnam uit ‘Friese volksgebruiken weerspiegeld in Europese Folklore’ (Gesto, 1970) door D.J Van der Ven.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de ‘heidense’ sinterklaasgebruiken op de Waddeneilanden en de uit de Verenigde Staten teruggewaaide Santa Claus. De complexiteit is te wijten aan het feit dat de figuur van Sint Nikolaas verbintenissen is aangegaan met pagane midwinterfeesten, soms als gevolg van kerstening, soms als gevolg van spontaan syncretisme. Arnold-Jan Scheer heeft hiervan in twee documentaires interessante beelden van samengebracht en Karl Meisen heeft het één en ander wetenschappelijk uitgezocht in zijn standaardwerk ‘Nikolauskult und Nikolausbrauch im Abendlande. Eine kultgeographisch-volkskundliche Untersuchung’ (1931), wiens werk een navolging kreeg in Louis Janssen’s ‘Nicolaas, de duivel en de doden’ (1993). Het is een complexe traditie waarin elke ketter, met name gelet op de beruchte actuele zwartepietendiscussie, zijn letter vindt. Maar daar gaat dit verhaal niet over.

De bisschop van Myra

Aan de wieg van deze traditie staat onmiskenbaar de op zekere hoogte historische maar nog veel meer legendarische bisschop Nikolaas van Myra (ca 270-343). Ik ga hier niet het bekende verhaal van diens leven en zijn relieken nog eens uit de doeken doen; wie zijn of haar herinnering wil opfrissen kan dat prima doen op bijvoorbeeld het betreffende artikel in Wikipedia of hier.

De bisschop van Myra moet overigens niet verward worden met Sint Nikolaas, de Nieuwe Martelaar (van Smyrni) uit de 17e eeuw, die ook zijn feestdag op 6 december heeft. En dan is er nog Sint Nikolaas de Rechtvaardige Martelaar van Vounena, Klein Azië, uit de 10e eeuw, die zijn feestdag heeft op 9 mei, dezelfde datum als de feestdag ter gelegenheid van de translatio van de relieken van de bisschop van Myra. De studie van christelijke heiligen zit vol met valkuilen. De Rooms-Katholieke Jezuïeten beschikken tenminste over het instituut der Bollandisten, die feit van fictie scheiden, maar de meer volkse Oosters-Orthodoxe kerk is aanmerkelijk minder kritisch. De historische feiten vinden ze gewoonweg niet relevant.

Voor de meeste Nederlanders gaat de bisschop van Myra naadloos over in onze Sinterklaas, die opeens uit Spanje blijkt te komen. Waarom dit zo is, daar is de wetenschap nog steeds niet echt uit. Eén van de argumenten is dat Bari in de 15e eeuw bij Spanje hoorde, maar bepaald overtuigend is dit niet. John Helsloot van het Meertens Instituut komt met een veel plausibeler verklaring, namelijk dat in het bewuste sinterklaaslied ‘Spanje’ goed rijmt op ‘appeltjes van Oranje’. Dit lijkt wat gezocht, maar dit soort semantisch gezien betekenisloze rijmelarij komt in volks- en kinderliedjes vaak voor. De ‘vader’ van ons tegenwoordige sinterklaasfeest, Jan Schenkman, was in de 19e eeuw de eerste die Sinterklaas uit Spanje liet komen.

Onze huidige sinterklaasviering heeft in ieder geval geen verbintenis aangegaan met een midwinterfeest (hoewel de roe van Zwarte Piet wellicht te maken heeft met een vruchtbaarheidsritueel), daar hebben we de Kerstman voor.

Grootvadertje Winter

Nikolaas van Myra is, ook kerkelijk, in diverse gestalten uitgewaaierd, zoals bijvoorbeeld in Rusland, waar hij in de huidige volkstraditie wordt voorgesteld als ‘(Groot)vadertje Winter’ of ‘Vorst’ (Ded Moroz). Hoewel de huidige Grootvadertje Winter, die lijkt op onze Sinterklaas of de Kerstman, een 20e eeuwse vinding is, heeft het karakter (zeer) oude wortels. Sterker nog, het is een archetypisch motief dat ook in Nederland voorkwam. De term is een colloquialisme dat verwijst naar een personificatie van de winter, vorst en kou. Voor een overzicht, zie hier.

In oude tijden werden met name weersverschijnselen zoals onweer en vorst, en landschapselementen zoals water, rivieren en de zee, gepersonifieerd om ze te kunnen benoemen (bij rituelen bijvoorbeeld) en om er enigszins greep op te krijgen. Als je geen flauw benul hebt van de oorzaken, kunnen fenomenen als onweer of het noorderlicht knap angstaanjagend zijn.

Behalve in de moderne gelijkenis met Sinterklaas en de Kerstman met bijbehorende geschenken heeft Grootvadertje Winter niets met de Russische Sint Nicolaas te maken. Ik heb de figuur hier opgevoerd om dat statement te maken. Wel is het zo dat de mythologische persoon onder invloed van de Russisch-Orthodoxe kerk wat is bijgeschaafd, maar van een kerstening is geen sprake geweest.

Grootvadertje Vorst in zijn residentie bij Veliki Oestjoeg

De meest ‘zuivere’ kerkelijke Sint Nicolaastraditie wordt bewaard door de Grieks-Orthodoxe kerk. Sint Nicolaas is in de Rooms-Katholieke kerk op non-actief gesteld aangezien zijn herdenking en liturgische viering sinds de schoonmaak onder niet of niet geheel historische heiligen in het midden van de vorige eeuw, niet langer verplicht is. Zijn liturgische viering als zodanig bestaat overigens nog steeds en staat nog gewoon in de (moderne) liturgische boeken.

Hoe het met de bisschop van Myra in Rusland verging

Wie het fijne wil weten over de kerstening van Rusland, het ‘Derde Rome’, en hoe Sint Nicolaas hier terecht kwam, kan bijvoorbeeld hier terecht. De bron voor de kerkelijke en liturgische Russische Nicolaas is de Tsjet’i Minéi, de per maand geordend verzameling heiligenlevens en die bol staat van wonderen. De historische juistheid is daarbij van minder belang (al zou ik dit werk te korte doen als ik het qua inhoud zou vergelijken met de Legenda Aurea), of, zoals de schrijver Aleksej Rémizov (waarover straks meer) het omschrijft: “Historische documenten kunnen geen geestelijk centrum scheppen”. Zelden werd de essentie van volksgeloof zo treffend geformuleerd.

Sint Nicolaas is een ‘thaumaturg’ of ‘wonderdoener’. Een christelijke thaumaturg is een heilig persoon door wie de krachten van God werken; hij of zij heeft die kracht dus niet zelf. Thaumaturgische legenden over de Sint genoeg. Het verschil tussen de Griekse en de Russische Sint Nicolaas is dat de slavische meer een heilige van het volk is die ook onder het volk leeft. Wie enig verstand heeft van de ‘Russische ziel’, vindt dat niet vreemd. Een goede illustratie is het volgende verhaal. Cassianus en Nicolaas komen aan bij de hemelpoort. Ze zijn waarschijnlijk zo’n honderd jaar na elkaar overleden, maar een kniesoor die daar op let. Cassianus verschijnt in een smetteloos wit gewaad, maar Nicolaas is stinkend en bemodderd omdat hij onder weg een boer had geholpen zijn kar uit de modder te trekken. Het gevolg is dat Nicolaas met grotere eer in de hemel ontvangen werd dan Cassianus, die toch zoveel voor het kloosterwezen en de mystiek betekend had. Maar een Russische boer heeft meer aan een praktische heilige die er ook voor zorgt dat de oogst niet kan mislukken.

Agios Nikolaos is, na Jezus en Maria, de belangrijkste Oosters-Orthodoxe heilige, niet alleen in Griekenland maar nog net iets meer in Rusland, waarvan hij de beschermheilige is. Sommige Russen zagen hem zelfs op hetzelfde niveau als God de Vader, en dat moet toch heel behoorlijk op je CV staan. Zijn importantie blijkt alleen al uit de iconen. Nicolaas wordt vaak in dezelfde houding afgebeeld als Jezus Christus in het Pantokrator-type met een zegenende hand en een boek in de andere. Ook worden op Nicolaas-iconen vrij vaak Jezus en Maria in respectievelijk de linker- en rechterbovenhoek afgebeeld.
Moderne Russische icoon van Sint Nicolaas

Er bestaan diverse typen Nicolaas-gebeurtenisiconen waarvan ‘Nicolaas van Mozjajsk’ de bekendste is. Het behelst een afbeelding van Sint Nicolaas, zwevend boven de stad Mozjajsk die in de 14e eeuw door de Tartaren belegerd werd. De bewoners verzamelden zich in de plaatselijke Nicolaaskerk en baden om een wonder waarop Sint Nicolaas boven de stad verscheen. De toch niet kinderachtige Tartaren schrokken hier zo van dat ze op de vlucht sloegen. De Nicolaas van Mozjajsk draagt dan ook een zwaard: ter bescherming van de stad én van het christelijke geloof. Het verhaal doet denken aan Demetrius van Thessaloniki, een tijdgenoot van de bisschop van Myra, bij de meervoudige bescherming van de stad tegen de oprukkende Slaven en Turken. Voor wie het wil nagaan noem ik nog twee typen iconen: de ‘Nicolaas van Lipno’ en de ‘Nicolaas van Zarajsk’.

Aleksej Remizov

De Rus Aleksej Rémizov (1877-1957) was een schrijver die schreef in de lijn van Fjodor Dostojevski. Hij schreef realistische, symbolistische, fantastische en soms bizarre romans over de ellende van het Russische volk die volgens Rémizov veroorzaakt werd door de duivel, die de wereld regeerde. Hij werd na de Tweede Wereldoorlog door de Franse existantialisten ontdekt en dat vind ik persoonlijk geen compliment voor je levens- en wereldbeschouwing. Rémizov gerbuikt verouderde, dialectische en kerkslavische woorden, de syntaxis van de volkstaal en het procédé van de ‘skaz’, de weergave van de omgangstaal met al zijn onregelmatigheden.

Hij wilde de taal ontdoen van Griekse, Latijnse en Franse invloeden en haar echt Russisch maken (lees: volks). Ook beoefende hij de kalligrafie van Middeleeuwse Russische lettertekens. In 1921 emigreerde hij naar Berlijn en in 1923 in Parijs – ik vermoed op de vlucht voor de verstikkende cultuur van het communisme – waar hij tot zijn dood in 1957 ijverig bleef schrijven.

Gelukkig voor ons onderwerp had hij ook belangstelling voor volksverhalen en -legenden, met name die over Sint Nicolaas. Hij bestudeerde Oudrussische teksten, apocriefe heiligenlevens en vertelde in zijn geschriften oude teksten na. Kortom: een goudmijn voor diegenen die volkscultuur, volksgeloof en religiegeschiedenis bestuderen.

Van de legenden over Sint Nicolaas zoals verzameld door Aleksej Rémizov in o.a. ‘Nikoliny pritci’ (1924) zijn er 29 in het Nederlands vertaald en uitgegeven bij uitgeverij Vrij Geestesleven onder de gelijknamige (vertaalde) titel Nikola de Barmhartige (1986, met inleiding van de schrijver). Vier Russische sinterklaaslegenden zijn ook na te lezen op de website van beleven.org.