Medicijn tegen farmaceuten
COLUMN - Dat nieuwe geneesmiddelen vaak extreem duur zijn, kun je nog goedpraten onder verwijzing naar de hoge kosten van ontwikkeling en onderzoek. Maar ook de prijs van oude, beproefde medicijnen gaat geregeld dramatisch omhoog: ze kosten dan bijvoorbeeld ineens 36 keer zoveel.
De Volkskrant publiceerde laatst een droef stemmende inventarisatie van de trucs en tactieken die de farmaceutische industrie gebruikt om prijsstijgingen door te voeren. Het actieve ingrediënt wordt iets veranderd, een bedrijf bedenkt een andere toepassing voor een allang ingeburgerd medicijn, er wordt een andere wijze van toediening verzonnen: en hopla, het patent mag worden vernieuwd en de maker heeft voor de tweede keer twintig jaar het monopolie op een pil of poeder. Het effect: meer geneesmiddelen worden gaandeweg onbetaalbaar, en de industrie legt een steeds groter beslag op de budgetten in de gezondheidszorg.
En ’t is bepaald niet zo dat de farmaceutische industrie op een houtje moet bijten. De winst in die sector is een stabiele 21 procent, en ze geven er minder uit aan onderzoek en ontwikkeling dan aan marketing.
Gelukkig wordt er tegenwoordig meer nagedacht over remedies tegen zulke monopolies. Er zijn inventieve oplossingen bedacht: zo bleek van Amfexa alleen de 5mg-variant gepatenteerd te zijn, zodat apothekers zelf rustig tabletjes van 2,5mg kunnen bereiden en artsen ineens liever 2x 2,5mg voorschrijven dan 1x 5mg.
