Kunst op Zondag | Bij associatie
Denkt u wel eens bij het zien van een kunstwerk dat u de naam van de kunstenaar meent te weten en heeft u het dan toch mis? Mij overkwam dat bij het zien van één van de wandkleden die momenteel bij de Textiel Biënnale 2019 in Museum Rijswijk is te zien. Het gaat om dit wandkleed:
Paul Yore – Let Us Not Die From Habit, 2018.

De naam had ik fout, de associatie lijkt logisch. Paul Yore’s “sociaal commentaar” op de samenleving heeft namelijk wel wat overeenkomsten met die van Grayson Perry (in 2017 in Kunst op Zondag aan bod geweest).
Grayson Perry – Map of Truths and Beliefs, 2011.

Dat kan gebeuren als meerdere kunstenaars eenzelfde concept hanteren.
Bij twee andere kunstenaars, van wie op de Textiel Biënnale wandkleden zijn te zien, had ik de associatie minder sterk omdat hun stijl veel meer verschilde met die van Perry (en dus ook Yore).
Lawrence James Bailey – Behind the bushes, 2019.

Kayla Mattes – I will not, 2018.

Kayla Mattes – detail I will not, 2018.

Ook bij het zien van de transparante hoofddeksels en jurk van Monika Supé doemde een associatie op. Niet zo heel direct als bij het wandkleed van Paul Yore, meer als “oh ja, er is nog meer transparante textielkunst”. Nu te zien (t/m 29 september) in museum Voorlinden: De doorzichtige, textiele architectuur van Do Ho Suh (ook in 2017 bij ons aanwezig samen met Ernesto Neto, van wie ook een stuk in museum Voorlinden staat).
En nu dus een biografie van Daniël Wolf. Iemand die zich, zoals dat heet, van krantenjongen tot miljonair opwerkte. Hij had een beetje geluk toen hij trouwde met René Gokkes (die door een schrijffout bij de burgerlijke stand geen Renée heette). Zij had een groot familienetwerk van handelscontacten, maar het was Wolf zelf die er tijdens de crisisjaren in slaagde een enorm handelsimperium op te bouwen: eerst de handel in sterke drank (zie het eerste woord in de titel), vervolgens de handel in spoorbielzen waarmee hij rijk werd, daarna het transport van wapens uit Polen en de Baltische staten naar de republikeinen in Spanje (zie het tweede woord in de titel) en als gevolg daarvan een kapitaal van rond de twintig miljoen gulden (zie het laatste woord van de titel). Dat was 1937.