GB constateert in deze gastbijdrage dat de PVV op zich niet zoveel aangewreven kon worden, gisteren in het eurocrisisdebat.
Het debat over de Eurocrisis was ook informatief voor de nieuwe staatkundige verhoudingen tussen kabinet en Tweede Kamer. In de vertrouwde verhoudingen was ook wel ruimte voor de oppositie om een minister-president die een fout zelf toegeeft de oren te wassen. Maar als fractievoorzitters van grote coalitiepartijen beginnen over ‘lessen’ en ‘naar de toekomst kijken’, dan was normaliter het speelkwartier voor de oppositie over en werden verdere debatverzoeken uit de agenda gereden. Dat was nu niet het geval. Omdat Rutte voor het hele Europa-dossier aan de ketting ligt bij Cohen, Pechtold en iemand van GroenLinks, moest hij nog een keer opdraven om een echte politieke kras te ontvangen. Want dat is wat er gebeurt als de financieel woordvoerder eerst gedetailleerde vragen op De Jager afvuurt en dan de fractievoorzitter bij de minister-president gaat klagen dat niemand iets van het antwoord begrijpt.
Voor het dualisme lijkt het mij winst als niet de coalitie maar de oppositie besluit wanneer de minister-president voldoende strafrondjes heeft gelopen.
En er gebeurde nog iets opmerkelijks. De PVV werd te grazen genomen omdat ze dit kabinet niet om zeep helpen terwijl het miljarden aan Griekenland leent die volgens de PVV niet meer terug komen. In de plenaire vergadering zette Pechtold de PVV-woordvoerder behoorlijk klem op dit punt en in de commissie had Plasterk het zelfs over ‘politiek bederf’.