Verslaafd aan Russisch aardgas

Rusland is de grootste olieleverancier van Nederland en waarschijnlijk van heel Europa. En Rusland is ook de grootste leverancier van aardgas voor veel Europese landen. In deze koude februarimaand breekt het aardgasverbruik in Europa records. Er wordt snel ingeteerd op de bovengrondse voorraden. Daarnaast wordt er ook dagelijks Russisch aardgas naar Europa getransporteerd via een groot netwerk van pijpleidingen. Maar sinds afgelopen donderdag is de Russische aardgasexport naar Europa met ca. 30% afgenomen. Het is in Rusland zo koud, dat de Russen zelf ook meer gas nodig hebben.

Over 20 jaar is het Nederlandse aardgas nagenoeg op. En ook in Rusland zijn de aardgasreserves eindig. Momenteel komt het meeste aardgas dat Gazprom levert nog uit West-Siberië, waar enkele van de grootste gasvelden ter wereld liggen. Deskundigen schatten in dat de gasproduktie uit die velden in 2020 met 35% is afgenomen.

Dat betekent dat de Russen de komende winters steeds vaker de levering van aardgas naar Europa zullen beperken. Waarschijnlijk zal Gazprom ook de prijs van aardgas verhogen. In de zomermaanden worden de bovengrondse Europese voorraden weer gevuld, met veelal Russisch aardgas. De prijs voor die brandstof zal steeds hoger worden. In dec. 2011 lag de prijs op 435 euro per duizend kubieke meter. Ter vergelijking: voor dezelfde hoeveelheid aardgas in vloeibare vorm uit bijv. Indonesië moet je 468 euro betalen. Maar dan moet je wel over een LNG-terminal beschikken. Ik denk dat de prijs voor vloeibaar aardgas gelijke tred zal houden met aardolie en aardgas.

Stambomen en mobiles

Een gastbijdrage van Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en paleontoloog.

Zelden waren Wetenschap en Kunst zo met elkaar verweven als in de periode van renaissance tot en met verlichting. Sindsdien zijn ze uit elkaar gedreven: wetenschappers specialiseerden zich ad absurdumen kunstenaars staarden meer en meer naar de eigen navel.

En toch kunnen wetenschap en kunst veel van elkaar leren. Neem de reconstructie van stambomen, een wetenschap die de laatste decennia dankzij fraaie computerprogramma’s een hoge vlucht heeft genomen. In de beroemde stamboom van het leven die Ernst Haeckel in de negentiende eeuw publiceerde stond de mens nog trots bovenaan, vlak boven de gorilla en de orang-oetan aan een boomtak die Apen heet. Helemaal onderaan de boom vinden we de Oerdieren, die een flinke dikke stronk vormen waar de rest van het dierenrijk op rust. De mens, dat mocht maar duidelijk zijn, was na Darwin weliswaar van zijn voetstuk gestoten als Kroon der Schepping, maar een positie als Kroon der Evolutie kwam er voor in de plaats.

Tegenwoordig heet het maken van stambomen ‘cladistiek’. Door allerlei kenmerken van soorten van een beoordeling te voorzien (bijvoorbeeld ‘aanwezig’ of ‘afwezig’, oftewel + of – dan wel 1 of 0) en die aldus gescoorde kenmerken in de juiste statistische software te gieten, kun je gevisualiseerde verwantschapsrelaties maken, zogenaamde cladogrammen, die sterk op ouderwetse stambomen lijken. En ook bij cladogrammen staat helemaal aan het uiteinde van het schema, dat is meestal rechts op het papier, de soort of het geslacht waar het om gaat. Een cladogram over de verwantschappen tussen mensen en mensapen laat bijna altijd de mens aan het uiteinde zien. Toch een beetje de Kroon op de Evolutie dus. En dat terwijl de chimpansee als hij dat zou kunnen beoordelen ongetwijfeld zichzelf als de Kroon zou beschouwen. En dat zou de gorilla ook, en de kapucijneraap, de spitsmuis en de pissebed of de oorworm. Er is niet zoiets als een Kroon op wat-dan-ook. Maar die cladogrammen staan muurvast gedrukt op papier of beeldscherm.

De joodse Jezus

Het belangrijkste boek dat een oudhistoricus moet lezen is, momenteel, John P. Meiers briljante A Marginal Jew. Rethinking the Historical Jesus. Ik realiseer me dat veel oudheidkundigen zullen zeggen dat het onderzoek naar het leven en de opvattingen van de timmerman uit Nazaret eigenlijk het werk is van theologen, maar dat oordeel is gebaseerd op een onjuist begrip van de “derde speurtocht”, die historisch van aard is. Sterker nog, het zoeken naar de historische Jezus is het innovatiefste en methodisch geavanceerdste deel van de oude geschiedenis. En daarbinnen is A Marginal Jewsimpelweg het beste boek.

Of beter: boeken. Oorspronkelijk zou het gaan om drie delen, die zijn verschenen in 1991, 1994 en 2001. De voornaamste conclusies zullen echter worden gepresenteerd in het vijfde deel. Het vierde deel is in 2009 verschenen, brengt het totale aantal bladzijden op 2990 en behandelt Jezus als rechtsgeleerde. Als een rabbi, om de oude Joodse uitdrukking te gebruiken. Jezus is immers binnen het Jodendom gebleven, en dat wil zeggen dat de historische Jezus alleen de Joodse Jezus kan zijn, een cliché dat Meier uitlegt door uit en te na te herhalen dat de Joodse Jezus de halachische Jezus is.

Met andere woorden: hoe ging Jezus om met de Wet van Mozes? Het is misschien schokkend dat deze vraag nog zo zelden wordt behandeld, terwijl het toch de kernvraag moet zijn. Jezus brak niet met zijn geloof en dus moet hij worden geanalyseerd als een rechtsgeleerde, maar de meeste boeken over Jezus negeren deze kwestie.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het nieuwe CDA en de schrijnende gevallen

In een jaar tijd heeft Nederland drie min or meer schrijnende asielgevallen verwerkt via de media. Allereerst was er Sahar, het toen veertienjarige Afghaanse meisje, dat na veel gedoe uiteindelijk mocht blijven. In de tweede helft van 2011 kwam Mauro Manuel in het nieuws. Een waar mediacircus volgde en Mauro werd, net als Sahar, in korte tijd een bekende Nederlander. De afgelopen weken kwam conciërge Abdul en zijn twee kinderen om de hoek kijken en leek het heel even alsof het circus zich zou herhalen. Daar waar Mauro en Sahar maandenlang het nieuws beheersten, kreeg Abdul echter redelijk snel zijn verblijfsvergunning terug. Binnen twee weken lag de brief van Minister Leers al op de deurmat met de voor hem blijde boodschap dat hij mocht blijven.

Wat is hier aan de hand? Waarom moest voor Sahar en Mauro een waar mediaoffensief op touw gezet worden om tot enig resultaat te komen, terwijl Abdul redelijk in de luwte zijn verblijfsvergunning herkreeg en hij hier mocht blijven met zijn kinderen?

Allereerst moet worden opgemerkt dat Abdul specifiek niet koos voor aandacht op grote schaal. De school, waar Abdul als conciërge werkte, zocht weliswaar de media zelf ook op, maar wilde de invloed van die media niet opblazen. De aandacht van de politiek moest getrokken worden, maar de situatie moest niet worden uitgemolken, zoals bij Sahar en Mauro. De reden hiervoor was een bewuste keuze om de politici in alle rust en met weinig druk van de publieke opinie tot een afgewogen beslissing te laten komen. De landelijke media berichtten er wel over, maar over het algemeen beperkte zich dat tot twee berichten: “Hij moet weg” en “Hij mag blijven”. Een uitnodiging voor Pauw en Witteman bijvoorbeeld werd echter afgeslagen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Nederlandse families zijn heel stabiel

Individualisering, secularisering en toenemende etnische diversiteit, plus de opbouw en renovatie van de verzorgingsstaat, onderwijsexpansie en flexibilisering van arbeid zouden negatieve gevolgen hebben voor het functioneren van families. Uit onderzoek blijkt echter het tegendeel, stelt hoogleraar Empirische Sociologie Pearl Dykstra.

De grote meerderheid van de Nederlandse bevolking kiest voor een betrekkelijk traditioneel bestaan. De diversiteit in familierelaties neemt weliswaar toe, maar lang niet zo sterk als populaire denkbeelden soms suggereren. Nederlandse families zijn niet in rep en roer. Ze worden gekenmerkt door veel contact en onderlinge steun. Oftewel, de kwaliteit van familierelaties is over het algemeen goed. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat jongvolwassenen, nadat zij het ouderlijke huis hebben verlaten, frequent contact met hun ouders houden. En uit het feit dat de gedachte dat kinderen nu vaker in een éénoudergezin opgroeien, een historische misvatting blijkt. En: de veronderstelling dat het buitenshuis werken van de vrouw ten koste gaat van de zorg die zij haar familie biedt, vindt geen steun in de data.

Familie en overheid

In Nederland wordt evenals in de andere ontwikkelde landen de verantwoordelijkheid voor de zorg voor en de financiële ondersteuning van jong en oud op de een of andere manier gedeeld tussen families en overheid. Afhankelijkheden in families – tussen oudere en jongere generaties en tussen mannen en vrouwen – worden gecreëerd en bestendigd of juist verlicht door de juridische en beleidsvoorzieningen. Wetten definiëren de afhankelijkheidsrelaties tussen generaties en seksen, terwijl beleidsmaatregelen bepaalde familiepatronen en -praktijken belonen of ontmoedigen.

Vorige Volgende