Afschrijvingen | Een Rawlsiaans walhalla
COLUMN - Het is goed toeven onderaan de Nederlandse samenleving. John Rawls zou trots zijn.
Er zijn zorgen over het Nederlandse onderwijs: docenten zijn lager geschoold en vaker onbevoegd. Dat stond afgelopen zaterdag in een nieuwe aflevering van de reeks ‘Hoe goed is Nederland?’ in de Volkskrant, die deze keer onze onderwijsprestaties keer. Maar er zijn ook opstekers: het percentage universitair geschoolden in de beroepsbevolking steeg van 2,7 procent in 1980 naar 9,4 procent in 2010. Een meer dan verdrievoudiging in één generatie. Zei er iemand volksverheffing?
Maar mijn oog bleef pas echt haken bij de onderwijsprestaties in wiskunde, wetenschap en lezen van de Nederlandse scholier. Wat blijkt? Onze 1 procent slechtst presterende leerlingen zijn de beste slechtst presterende van de wereld. En uit een berekening van het CPB (pdf, p.8) zijn de zwakste leerlingen ook de enige die hun toetsscores aan het verbeteren zijn. Dit ten nadele van onze studenten met het meeste koppie-koppie – die doen internationaal eigenlijk niet mee. Nederland doet dus eigenlijk wat de politiek filosoof John Rawls rechtvaardig vond: de samenleving zo inrichten dat de minst bedeelden er het best van afkomen.
Nederland doet dit door veel meer geld uit te trekken voor scholen met leerlingen van lagere sociaaleconomische afkomst en voor zorgleerlingen. Voor kinderen van laagopgeleide ouders zijn twee keer zoveel middelen beschikbaar. De hoogbegaafden moeten hier op een houtje bijten. Toch is geld niet alles: Finland en Japan besteden gemiddeld even veel per leerling als Nederland maar scoren over het algemeen hoger.
