Eigen groep eerst!
OPINIE - Politieke besluitvorming pakt doorgaans vooral goed uit voor de beter gesitueerden. Hoe komt dat toch?
Politici zijn gevoeliger voor de belangen van de haves dan van de have-nots. Zo verdween onlangs het voorstel voor een inkomensafhankelijke zorgpremie, die vooral mensen met een hoger inkomen in de portemonnee zou treffen, binnen no time van tafel. Flinke demonstraties tegen de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg onder Rutte I hielpen daarentegen helemaal niets.
Evenzo hadden protesten tegen bezuinigingen op de huurtoeslag weinig effect, terwijl de hypotheekrenteaftrek lang volstrekt onaantastbaar bleef. Om dit in context te plaatsen: in 2008 was de overheid ruim twee miljard kwijt aan huurtoeslagen en liep dik tien miljard aan belastinginkomsten mis dankzij de hypotheekrenteaftrek. Maar liefst de helft van deze misgelopen belastinginkomsten kwam bovendien ten goede aan de twintig procent rijkste huishoudens (met een jaarinkomen van 81.000 euro of meer). Of zoals een Zweedse hitmachine ooit (min of meer) zong: we’re living in a rich man’s world.
Leven na de politiek
Eén oorzaak hiervan is dat het voor politici bijzonder lonend kan zijn om gevestigde belangen te ontzien. Dat is een internationaal verschijnsel. Zo tekende Bill Clinton op 21 december 2000 een wet die de regulering van financiële derivaten verbood. Twee maanden later ontving hij 125.000 dollar van de zakenbank Morgan Stanley als vergoeding voor een toespraak die hij hield voor de top executives van dit bedrijf. Een paar weken later kwam Credit Suisse met hetzelfde bedrag over de brug, eveneens voor een ’toespraak’. Inmiddels heeft Bill Clinton tenminste tachtig miljoen dollar bij elkaar gesproken.
