Afschrijvingen | De overheid en ‘de economie’
Een van de vragen die de Macro Economische Verkenningen (MEV) opriep was hoe het toch kan dat Rutte-II in 2014 nog eens zes miljard bespaart, maar de economie daardoor maar een kwart procent minder groeit. Je zou zeggen: 6 miljard is 1 procent van ons bruto binnenlands product (bbp), dus als de overheid dat niet meer uitgeeft, moet het bbp met 1 procent dalen ten opzichte van het basisscenario. Toch niet, want de bezuinigen werken vertraagd door en de overheid haalt met die stamrecht-bv-truc belastingopbrengsten ‘naar voren’. Dus de economie groeit volgend jaar met een half procent, in plaats van te krimpen met een kwart procent. Ik denk dat ik het snap, maar het roept bij mij meteen een bredere vraag op: is het niet vreemd dat de overheid in zekere zin kan kiezen of ‘de economie’ groeit of niet?
Natuurlijk maakt de overheid onderdeel uit van de economie. De bruggen, wegen, docenten en dokters die de overheid betaalt, voorzien gewoon in een behoefte, net als de bananen, vakanties, bakkers en website-designers die we nodig hebben. Het enig verschil is dat laatstgenoemde niet gezamenlijk, maar individueel, via ‘de markt’, worden ingekocht. Daarbij levert de overheid de voor de markt cruciale infrastructuur en rechtsstaat. Je kunt de overheid te groot vinden, maar het is niet de parasiet die libertijnen ervan maken. Ook de kritiek dat een overheidsbaan geen ‘echte’ baan is – kritiek die Obama bijvoorbeeld vaak ten deel valt – is onzin.
