COLUMN - Mogelijkheden zijn oneerlijk verdeeld. Dat betekent volgens Jurriën Hamer niet dat we direct moeten herverdelen, maar moeten nadenken in hoeverre dat het gevolg is van gelukkig toeval of eigen initiatief.
We dreigen vanavond een onthutsende conclusie te trekken: als je de wereld wetenschappelijk bekijkt, en al wat leeft en beweegt uitsplitst in oorzaak en gevolg, kom je het fenomeen vrije wil niet tegen. Iets komt simpelweg nooit voort uit niets. Daardoor is je succes in de wereld nooit te danken aan je eigen keuzes, maar aan de genen, ouders, vrienden en andere omgevingsfactoren die jouw bewustzijn door dit leven heen stuwen.
Tja. Dat is bepaald geen nieuws in de filosofie, en de repliek is daarom bekend: wij kunnen onszelf alleen begrijpen als vrije en verantwoordelijke mensen. Vrije wil is een noodzakelijke fantasie.
Prof. Robeyns classificeert dit onvermijdbare verlangen als een kwestie die losstaat van het ideaal van een rechtvaardige samenleving – ik hoorde gelijk, ver weg maar onmiskenbaar, het schrapende geluid van Immanuel Kant die zich omdraait in zijn graf. Trouwens, als ze eenmaal in een graf zouden liggen, zouden Prof. Beyleveld en Duwell waarschijnlijk nog meer kabaal maken. Onszelf beschouwen als vrij is namelijk geen op zichzelf staande prettige beleving, maar de basis van ons hele zelfbegrip, alsook de basis van al ons morele denken. Als we niemand meer verantwoordelijk kunnen houden voor zijn of haar handelen, heeft nadenken over moraal geen enkel nut en moeten we ook maar stoppen met het filosofisch café, dat toch al wat veel op de praktische filosofie leunt.