In 2009 begonnen de berichten naar buiten te komen: Iets ten noorden van Ramallah op de Westoever zou een nieuwe stad verrijzen, een Palestijnse stad, ontsproten aan het brein van de rijke Palestijnse zakenman Bashar al-Masri en gebouwd vooral met geld uit Qatar.
De stad zou Rawabi gaan heten, zo’n 40.000 mensen moeten huisvesten en vooral een stad worden voor de Palestijnse upper class. Israël vond het een goed plan. Al-Masry is van de school die meent dat ‘economische vrede’ met de Israëli’s uiteindelijk in ieders voordeel zal zijn, een visie die – hoe zal ik het zeggen – nou niet noodzakelijkerwijs meteen wordt gedeeld door Palestijnen die streven naar een eigen staat.
De eerste fase van het plan is intussen klaar. De appartementen kosten tussen de 65,000 en 110,000 dollar – niet veel voor Israëlische begrippen, maar ver boven de draagkracht van de gemiddelde Palestijn. Veel kopers zouden dan ook vooral appartementen uit beleggingsoverwegingen hebben gekocht. De eerste kopers zouden al in mei 2014 de sleutel hebben ontvangen. Maar dat ging niet door, want… uit de kranen van hun nieuwe fraaie huizen komt geen druppel water.
De oorsprong van het conflict, dat in oktober 2014 naar buiten kwam, is dat dat water moet worden geleverd door de Israëlische maatschappij Mekorot, die ook gaat over het water in de Palestijnse gebieden. En Israël vraagt aan de Palestijnse Autoriteit die de overeenkomst voor de leverantie moet tekenen, dat het dan tevens voor akkoord tekent dat Mekorot water levert aan de nederzettingen. Dat nu, weigert de Palestijnse Autoriteit. En dus komt er geen water.