Wortels van het Oriëntalisme
‘Barbaros’, zo noemden de humanisten de Ottomaanse veroveraars. Barbaren. Zonder enig gevoel voor cultuur. En al vrij snel werd barbaren in die kringen een scheldwoord voor álle moslims. Die aanduiding werd in betrekkelijk korte tijd populair.
Zo rond 1450 was ze zeldzaam; rond 1500 wist iedereen wie er met ‘barbaren’ werd bedoeld.
De cruciale gebeurtenis was natuurlijk de val van de Byzantijnse hoofdstad Constantinopel in 1453. De verantwoordelijke sultan, Mehmed II, had zijn soldaten zoals gewoonlijk drie dagen de tijd gegeven om naar hartenlust te plunderen, en al spoedig bereikten de gruwelverhalen West-Europa.
Sic transit gloria mundi
De kerkelijke leiders schreeuwden moord en brand vanwege de moord op priesters en bisschoppen en het ontheiligen van kerken (de kerk van de Heilige Wijsheid met de moskee ‘Haya Sofia’); de humanisten spraken daarnaast schande van het vernietigen van oude boeken en manuscripten. Zelf hadden ze op dat moment eigenlijk nog maar nét kennis gemaakt met de Byzantijnse geleerdheid en met de Griekse bronnen die in Constantinopel te vinden waren. En nu werd alles in de as gelegd.
Byzantijnse geleerden die naar het Westen hadden weten te ontkomen, konden dat het beste vertellen. Zoals de beroemde kardinaal Bessarion1: