ANALYSE - Op dit moment worden grote politieke besluiten genomen op basis van ‘harde’ cijfers van het Centraal Plan Bureau. Die cijfers blijken echter zeer rekbaar.
Voor de goede orde, het is niet mijn bedoeling om het Centraal Plan Bureau (CPB) af te zeiken, al spelen haar cijfers wel een hoofdrol in dit verhaal. Er is een grote spanning tussen de stelligheid waarmee ramingen en cijfers van het CPB worden gebruikt door de Haagse stolp en de rekbaarheid en relativiteit van diezelfde cijfers.
Om deze frictie duidelijk te maken heb ik gekeken hoe nauwkeurig het CPB een aantal economische indicatoren heeft voorspeld in de afgelopen jaren. Ik heb álle gepubliceerde ramingen sinds 2004 op een rij gezet en vergeleken met wat er uiteindelijk in de reële economie van die ramingen is terechtgekomen.
Met andere woorden: wie de ramingen van het CPB plot, ziet weliswaar een patroon, maar wel in de vorm van een schot hagel.
Vijf indicatoren
Zeker drie keer per jaar publiceert het CPB ramingen over veel econonomische indicatoren. In maart verschijnt het Centraal Economisch Plan waarin naar het huidige jaar en het volgende wordt gekeken. In september komt de Macro Economische Verkenning uit en aan het einde van het jaar de Decemberraming die het volgende jaar onder de loep neemt. Tussendoor worden ook nog de effecten van beleid doorgerekend, bijvoorbeeld van het Catshuisoverleg, of het Kunduz-akkoord.