Gevecht boerkaverbod duurt nog wel even
Het boerkaverbod lijkt er binnenkort dan echt te komen. Het is echter nog maar de vraag of het verbod standhoudt voor de rechter, betogen juristen Gerhard van der Schyff en Adriaan Overbeeke. Het stuk is overgenomen van Publiekrecht & Politiek.
Het heeft er alle schijn van dat Nederland binnenkort Frankrijk en België zal volgen in het aannemen van wetgeving die het dragen van boerka’s in het openbaar verbiedt. Naar alle verwachting zal nog tegen het einde van dit jaar een wetsvoorstel worden ingediend dat het dragen van boerka’s strafbaar stelt met een boete van 380 Euro. Hoewel Frankrijk het eerste West-Europese land was dat een verbod introduceerde en België in 2011 volgde, is de discussie in Nederland van ouder datum. De Tweede kamer nam al in 2005 een motie aan waarin de regering verzocht werd een algemeen boerkaverbod uit te vaardigen en twee initiatiefvoorstellen van dezelfde strekking volgden in 2007 (wetsvoorstel-Wilders en Fritsma) en in 2008 (wetsvoorstel-Kamp). Ditmaal ziet het er echter naar uit dat het ook werkelijk tot wetgeving komt.
De democratische legitimiteit van wetgeving is ontegenzeggelijk van groot belang, maar wetten moeten evenzeer in overeenstemming zijn met rechtsstatelijke eisen; ze moeten bijvoorbeeld grondrechten respecteren. Het is in dit licht de moeite waard te kijken naar het Franse debat. De Franse constitutionele rechter (Conseil Constitutionnel) achtte het in Frankrijk ingevoerde wettelijke verbod in overeenstemming met de grondwet terwijl de Franse Raad van State serieuze twijfel uitspreekt over algemene boerkaverboden, en erop wijst dat dergelijke verboden eigenlijk alleen mogelijk zijn in zeer specifieke omstandigheden. Bij het tot stand brengen van de Belgische wet werd de Belgische Raad van State niet om advies gevraagd. De grondwettelijkheid van de wet op het verbod op gezichtsbedekkende kleding zal nu worden getoetst door het Grondwettelijk Hof, dat de bevoegdheid heeft wetgeving te vernietigen. De Nederlandse Raad van State heeft zich tot nog toe enkel in adviserende zin uitgesproken over het voorstel-Wilders/Fritsma en betoonde zich uiterst kritisch jegens dit wetsvoorstel, dat zich enkel keerde tegen twee vormen van gezichtsbedekking, de boerka en de nikaab. Een dergelijke directe discriminatie tegen een (groep aanhangers van een) specifieke geloofsovertuiging is problematisch. Hierin ligt een belangrijk verschil met de in Frankrijk en België ingestelde verboden die in beginsel gericht zijn tegen alle gezichtsbedekking, ongeacht het al dan niet religieuze motief voor de verboden handelwijze. Deze lijn zal vermoedelijk ook terug te vinden zijn in het aangekondigde Nederlandse wetsvoorstel, dat nu voor advies bij de Raad van State ligt.
