Het tirannieke gevaar van sociale media
Sociale media ondermijnen het onderscheid tussen de privésfeer en het publieke domein. Het persoonlijke verwordt tot publiek bezit en publieke zaken worden steeds meer in het privaat-persoonlijke domein getrokken. Het is de vraag wat dit betekent voor een levensvatbare democratie, zegt Hans Schnitzler, sociaal-cultureel filosoof.
Hyves, Twitter en Facebook produceren aan de lopende band intiem kapitaal: de stilering van het persoonlijke profiel, het uiten van particuliere gedachten of interesses wordt in toenemende mate het product waarmee men zich een plekje op de publieke markt tracht te veroveren. Aan het Facebook-profiel, en aan het aantal volgers of vrienden natuurlijk, leest men het maatschappelijke aanzien en het succes van iemand af. Daar komt bij dat zodra men zich in de virtuele ruimte begeeft, al dan niet met webcam, er nog weinig obstakels schijnen te bestaan ten aanzien van het prijsgeven van intieme informatie aan een potentieel miljoenenpubliek. Particuliere ervaringswerelden krijgen zo publiek gewicht en ondermijnen daarmee de sfeer die van oudsher, en niet zonder reden, het al te persoonlijke buiten de deur hield: de publieke ruimte. Het gebruik van mobiele telefoons is een voorbeeld bij uitstek van een vorm van privaat verwijlen in de publieke ruimte. Men is niet meer betrokken op de ander, maar trekt zich als het ware terug in de eigen privésfeer. Zodra iemand een twitterende scholier in de klas of bellende burger in de trein op zijn of haar gedrag aanspreekt, blijkt men dit meer dan eens als een inbreuk te ervaren. Er bestaat welhaast geen betere illustratie voor de teloorgang van en verwarring over de merites van een publiek domein.