OPINIE - Als ontwikkelingslanden erin slagen om vluchtelingen te veranderen in waardevolle ‘activa’ , dan moet Europa dat toch ook kunnen, schrijft hoogleraar migratiestudies Melissa Siegel.
In de afgelopen paar jaar zijn we getuige geweest van een continue discussie over de druk die het gastvrij opnemen van grote aantallen vluchtelingen plaatst op de Europese samenleving. Er werden zorgen geuit over de druk op onze economie, de verstoring van de sociale cohesie en de stress die dat geeft voor de infrastructuren van de lidstaten.
Maar wat de Europese media hebben gelabeld als de migrantencrisis is in feite onderdeel van een fenomeen van een veel grotere omvang dan wat in Europa alleen wordt waargenomen. Het is een verschijnsel van gedwongen verplaatsing dat armere landen onevenredig raakt, eerst en vooral de buurlanden van conflictgebieden.
Zijn vluchtelingen een last?
Van de 21,3 miljoen vluchtelingen wereldwijd in 2015 vingen ontwikkelingslanden 86 procent op, waarmee slechts veertien procent overbleef voor de ontwikkelde landen (UNHCR, 2016). Vluchtelingen kunnen sterk drukken op de nationale hulpbronnen als een enkel land belast is met de ondersteuning en bescherming van grote aantallen. Dat is bijvoorbeeld het geval in Libanon dat grenst aan het door conflicten geteisterde Syrië. Het land heeft 183 vluchtelingen op iedere duizend inwoners en worstelt met het bieden van adequate ondersteuning aan zowel vluchtelingen als de eigen bevolking (UNHCR, 2016).