Leidende of volgende politiek?

De vraag wat de politiek voor onze samenleving betekent, laat mij niet los. De programma’s van de politieke partijen zijn nu ongeveer allemaal bekend. (CDA, VVD, PvdA, GL, D66,) Maar gaan ze over grote onderwerpen of zijn de thema’s juist heel klein? Van het schuiven met de pensioenleeftijd zal de wereld niet veranderen. Kleine ingrepen op de arbeidsmarkt zullen geen baan extra opleveren.

Rassenwaan, klassenwaan, marktisme

In mijn leven ging het om rassenwaan, klassenwaan en marktisme, volgens de woorden van Bram de Swaan. Uit mijn jeugd herinner ik me de huiver over de rassenwaan, toen de moorddadigheid van Hitler’s Derde Rijk tot me door drong, een jaar of tien na de oorlog. Je kunt twisten of het politiek was of politiek georganiseerde criminaliteit misschien.

Toen ik iets ouder was, ging het om klassenwaan; de Koude Oorlog, de Cubacrisis, maar ook het oplevende geloof onder studenten in de jaren zeventig, dat het communisme de route was naar een betere wereld. In elke scriptie moesten Marx en zijn volgelingen worden geciteerd. Oost Europa kende de ‘volksdemocratie’, maar daar was de waarheid niet in tel.

In het westen ontwikkelde zich intussen het ‘marktisme’, als een resultante van het kapitalisme en de ineenstorting van het mondiale communisme. Reagan en Thatcher begonnen een liberale revolutie met de vrijheid op de markt als leidend principe. TINA, there is no alternative. De politicoloog Fukuyama schreef vervolgens over de zegepraal van de markt, die bij de Chinese communisten een autoritaire variant kreeg.

Die vrijheid van ingekrompen regulering kon de financiële sector niet aan, met de crisis van 2008 als resultaat. Greenspan, voor een senaatscommissie, erkende dat zijn geloof in economische wetmatigheden, vooral uit ideologische onzin bestond. Bram de Swaan schreef er een mooi verhaal over in de NRC (30-10-2008). Maar leidend leek de politiek wel.

Plaats voor de markt?

De Swaan zag nog wel enige afrekening met bankdirecteuren voor zich en eindigde het stuk aldus:

Maar heel misschien is het dan tot de geesten doorgedrongen, dat vrije concurrentie gebaseerd is op een gelijkheidsbeginsel, dat een vrije markt trefzekere regulering vereist; dat de markt alleen kan functioneren in een driehoeksverhouding met levenskrachtige sociale verbanden en een sterke staat.

Met de formuleringen van de hooggeleerde is niets mis. Concurrentie kan alleen op een eerlijke manier, wanneer er een diepgevoelde gelijkheid bestaat. Een vrije markt moet trefzeker gereguleerd zijn, want anders vergroot die vrije markt juist de ongelijkheid. De markt kan goed werken mits die regulering wordt aangebracht door een goed functionerende staat en gedragen wordt door sterke sociale verbanden.

Het is een oer-Nederlands standpunt: een sterke regulering, die verbonden is met normerende verbanden. Het doet denken aan onze corporatieve verbindingen, met en tussen sociale partners. De diverse pacten en sociale akkoorden tussen vakbeweging en werkgevers getuigen daar ook van. Tegen de markt zijn wij niet, maar de vraag is welke markt we willen. Op gezette tijden laat de vakbeweging zich lokken in een overeenstemming met werkgevers: soms voert dat tot economische vooruitgang, soms bezwijkt de vakbeweging bijna aan de ideologische ontkleuring.

Een probleem is dat Den Haag zich niet beheersen kan; men doet er graag aan micromanagement. Ooit noemde mijn politieke leidsman zich ‘wethouder van Nederland’. Sterke regulering is wat anders dan je met elk detail bemoeien.

In het ‘marktisme’ is het minder duidelijk of de politiek leidt of volgt. Laten we eens twee markten bezien.

Arbeidsmarkt

Het is moeilijk te vatten: de arbeidsmarkt is een tamelijk ouderwetse en vastzittende markt. Het internet der dingen regelt steeds meer: de sokken die je draagt kunnen communiceren met de fabrikant en melden dat zij versleten zijn, zodat de producent zich kan prepareren op een vervangingsvraag.

Maar met bemiddelen van werkzoekenden naar banen, of het transparant maken van de markt voor werk en talent, wil het niet erg vlotten. Het effectieve rendement van UWV en alle rechtsvoorgangers is niet echt hoog. Als de economie aantrekt gaat het iets beter, als de economie tegen zit werkt het niet.

Er zijn ook nog mensen met een arbeidshandicap. Daar hadden we sociale werkplaatsen voor, maar dat moeten we niet meer doen, volgens de participatiewet. Als je nog wat meer handicaps hebt, kom je in de sfeer van welzijnswerk en dagbesteding terecht, want meedoen is fundamenteel.

Dus probeer ik bij de Partij van de Arbeid een stoutmoedige gedachte te vinden in het programma. Ik noem er maar eens eentje: zou een onvoorwaardelijk basisinkomen niet wat zijn? Het is helder; socialisten zijn tegen gerommel, want banen, CAO’s, rechtsregels, ontslagbescherming en uitkeringen zijn allemaal verworvenheden van sociale strijd.

De voorstanders van een onvoorwaardelijk basisinkomen stellen daar tegenover dat de begrippen baan, arbeidscontract, loon, etc. allemaal op de schop kunnen wanneer onvoorwaardelijk basisinkomen is ingevoerd. En dat de wereld van de sociale zekerheid enorm aan efficiency wint. Nuttig dus, om minstens te onderzoeken. Waar staan de pleidooien hiervoor in de programma’s?

Ouderen

Heel veel woorden worden ook besteed aan het langer thuis wonen van ouderen. Het is sinds de jaren tachtig een gangbaar beleidsdoel. Maar wat we doen in het beleid strookt daar niet erg mee: we decentraliseren naar de gemeenten, die bezuinigen op de huishoudelijke hulp, tegen het oordeel van veel rechters in. Tegelijk blijft er nog geld over op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.

Dat kunnen we goed gebruiken voor de Jeugdzorg, zo concluderen de gemeenten opgewekt. Maar de Transitiecommissie Sociaal Domein, o.l.v. Han Noten, adviseert de Minister van BZK tot het vormen van een sector dienstverlening aan huis.

Dat lijkt mij een goed plan. Maar hoe bereiken we dat? Daarover is nu in de programma’s weer veel minder te lezen. Als je nu eens een koppeling zou maken tussen het doel van een arbeidsmarkt die aan de onderkant zou opleven en dit doel van ontwikkeling van zorg aan huis, moet je misschien een experiment doen met fiscale vrijstelling van inkomen uit de huishoudelijke hulp, b.v. tot 7500 euro bruto per jaar. Dat zou mensen minder schuw maken om een betaalde kracht in te huren, tegen een bescheiden tarief. Het is een oplossing door een deel-markt te scheppen.

Of de zorg als markt kan worden georganiseerd valt te betwijfelen. Maar als je een combinatie maakt met een trefzeker regelende overheid en vitale sociale verbanden waarin die vormgeving plaats vindt, lijkt het me een goed idee.

Tutti frutti

De lezer raadt het: de politieke programma’s staan vol tutti frutti. Maar houd moed: ik ga er nog met een stofkam door heen en zal elk idee dat in de buurt komt van de mijne uitbundig prijzen.

De vraag is waarom de partijprogramma’s zoveel geeuwen oproepen; misschien omdat ze worden geschreven door partijgangers en politieke avonturiers? Maar amendementen in een goede richting zijn nog in te dienen. Als we dat niet proberen, mogen we over de saaiheid van het politieke bedrijf ook niet klagen.

  1. 2

    De verkiezingen zullen wel weer over klein bier gaan. We weten alleen nog niet welk merk…

    Ondertussen staat Europa op een transitie naar wederkerend nationalisme. Of naar verdergaande integratie.

    Dan kun je het als Rutte, Wilders, Samsom, Roemer e.a. maar beter over klein bier hebben. Als is het maar om wat pensionado’ s, vreemdelingenhaters of andere doelgroep binnen te hengelen.

  2. 3

    Dat bedoel ik, dat kleine bier.
    Ik lees mooie abstracte principes, maar weinig maatregelen die echt zoden aan de dijk zetten.
    Ik noem maar eens wat: de Vrijzinnige Partij van Norbert Klein roept iets over een onvoorwaardelijk basisinkomen. De andere partijen durven niet eens een serieuze studie te bepleiten in die richting.
    Zo blijft de arbeidsmarkt een stagnerende houtje-touwtje machine uit het schetsboek van Henk Hofland. Om over de woningmarkt maar te zwijgen; Stevie Wonder ziet de nieuwe vastgoed bubble ontstaan, maar de coalitie vindt zichzelf geslaagde hervormers.

  3. 4

    De vastgoed bubble (anno 2016) is oorzakelijk aan Rutte 2. Wat leren we daar van? In de aanloop naar de verkiezingen van 2012 was een discussie over de hypotheekrenteaftrek politieke zelfmoord voor rechtse partijen. Die doen dat dus niet, hetgeen ik ook nog begrijpen kan. Maar de samenwerking van PvdA en VVD was een mooie gelegenheid om de HRA af te schaffen per (ik noem maar eens wat) 2020. De lage rente maakt de pijn dragelijk. En de huizenprijzen stonden in 2012 op een mooi laag niveau. Houden zo! (dat lage niveau)

    Maar niks van dat alles. De HRA is een beetje bijgeschaafd en dat was dan weer dat. En tegen de tijd dat de huizen weer met miljoenen onder water staan is Rutte al weer vergeten. De burger betaald wel via de NHG… Of via een instortende economie.

    Wat is de les? Als je op de winkel past dan loop je zo weinig mogelijk risico. En in verkiezingstijd polariseer je wat om jezelf te profileren. Neem nog maar een (klein) biertje.

  4. 6

    @4: je wereldbeeld gun ik je wel, maar het is wel wat genuanceerder.
    De afbraak van de HRA was hoog tijd en eindelijk ging de VVD akkoord met een afbouw, zoals egeltjes liefde bedrijven.
    Maar veel doorslaggevender is het beleid van de centrale banken, ter stimulering van de economie. Dat ging in de aanloop van de crisis van 2007 mis en nu de ECB het zelfde doet als destijds de Fed in de V.S. is het resultaat ook gelijk. De prijzen schieten omhoog, omdat de financiering spotgoedkoop is en de HRA speelt vrijwel geen rol in de koopbeslissing: want die is er nog steeds, niet meer voor de volle tijd, maar wel op korte termijn.
    Deze coalitie voerde een huurders onvriendelijk beleid, zag spinnend aan hoe de koopsector weer op temperatuur kwam en liet weer een kloof tussen koop en huursector ontstaan.
    Zo komt het dat mijn maandlasten voor een koopappartement ongeveer een derde zijn wat het huishouden van mijn dochter aan huur moet aftikken.
    Het is niet te verkopen en onrechtvaardig. Inderdaad, met klein bier zwatelen we daar omheen. Maar de les? Een serieus woonlastenbeleid, dat flexibel is en kan inspelen op de lage rentestand. Maar daarover heeft niemand het.

  5. 7

    Als je op de winkel past dan loop je zo weinig mogelijk risico.

    En toch lijkt me dat fantastisch: Een partij die zegt: “We hebben het in Nederland eigenlijk wel goed geregeld, daar gaan we de komende jaren niks aan veranderen”

    Ergens hoop ik dat we na de volgende verkiezingen het formatierecord van de Belgen afpakken.

  6. 8

    @7: ja, ga niet repareren wat niet stuk is. Dat gevoel bekruipt mij ook vaak. Maar ik heb wel het gevoel dat er wat dingen nogal urgent zijn:
    – het ophouden met treiteren van werklozen;
    – het moderniseren van de arbeidsmarkt;
    – het beter maken van zorg aan huis;
    – het goed inleiden van de energie transitie, etc.
    Als we daarvoor nu een paar simpele maar effectieve experimenten en nieuwe vormen van samenwerking zouden bedenken, dan zou die verkiezingsstrijd een stuk boeiender zijn.
    Ik leef in een volwassen democratie, dus wil niet in slaap vallen bij verkiezingsdebatten.