De politiek-economische sfeer van het internet

Op 17 augustus 1982 werd de eerste Compact Disc gemaakt, door Polygram, een bedrijfsonderdeel van Philips. Daar was decennia aan onderzoek voor nodig geweest, onder andere in het NatLab van Philips in Waalre. Er was veel tijd en geld geïnvesteerd en dat resulteerde uiteindelijk in een vernieuwend product dat z’n weg vond op de consumentenmarkt. De CD werd een succes. Het werd de nieuwe standaard als opslagmedium voor muziek. De CD was op dat moment een belangrijke innovatie en de investeringen die daaraan vooraf gingen moesten natuurlijk terugverdiend worden. De adviesprijs van één CD, met meestal een klein uur aan muziek, was bijna veertig gulden. Twee keer zoveel als de LP. Een speler kosten vele honderden guldens. Consumenten moesten daar dus wel iets voor willen neerleggen. Gezien het succes van de CD waren ze daar echter graag toe bereid. In 2007, 25 jaar na de introductie, waren er zo’n 200 miljard CD’s verkocht. De CD heeft zich op de consumentenmarkt dus ruimschoots terugverdiend. Het is daarmee ook een illustratie van hoe het kapitalisme in die jaren werkt. Innovatieve technologiebedrijven investeren in onderzoek en productiefaciliteiten en ontwikkelen nieuwe technieken. Dat leidt tot nieuwe producten die op de consumentenmarkt verkocht kunnen worden. Daarmee worden de investeringen terugverdient en wordt er, als het mee zit, nog jaren winst gemaakt. Een andere economische sfeer Dan de wereld van vandaag. Hebben we het tegenwoordig over high-tech en innovatie, dan denken we vooral aan de wereld van Big Tech. Een wereld waarin duizenden programmeurs werken, maar die vooral draait op wereldwijde netwerken en talloze datacenters. Dat is waar techbedrijven in investeren. Daar draaien duizenden computers, op grote hoeveelheden stroom die samen de fysieke infrastructuur vormen die het internet draaiend houdt. De hardware die de software mogelijk maakt waarmee we e-mailen, chatten, videobellen, zoekopdrachten geven, schrijven, filmpjes kijken, berichtjes doorsturen en hartjes uitdelen. Als de economische sfeer van het internet hetzelfde zou werken als dat jaren-80-kapitalisme, dan zouden consumenten voor het gebruik geld neerleggen. Een middelbare scholier zou een bijbaantje hebben, om tegen betaling TikTokfilmpjes te kunnen zien, om Google zoekopdrachten te kunnen geven en via WhatsApp berichten te kunnen sturen. Maar het kapitalisme van big tech werkt niet zoals het kapitalisme van toen. Een groot deel van de economische sfeer van het internet werkt heel anders, mede doordat het gebaseerd is op software waar je niet voor betaald. Privé-gegevens als betaalmiddel? Dàt het niet zo werkt weten we allemaal. Niemand betaalt voor het gebruik van TikTok, Google en WhatsApp. Toch moeten die investeringen terug worden verdiend. Dat gebeurt natuurlijk vooral door onze persoonlijke gebruiksgegevens met advertentie-inkomsten te gelde te maken.[1] Tot zover niets dat u niet al wist. De vraag is alleen, hoe werkt die economische sfeer van het internet dan? De conclusie die je in ieder geval niet kunt trekken is dat wij als consumenten onze privé-gegevens als betaalmiddel inzetten. Want stel je maar eens voor hoe het eruit zou zien als we met onze privé-gegevens zouden betalen. Je wilt TikTok gebruiken en bij het starten van de app wordt je gevraagd met welke gegevens je wilt afrekenen. Je kunt kiezen uit allerlei privé-gegevens die voor van alles zullen worden gebruikt. Je stemt in met het afstaan van drie dagen aan locatiegegevens, zodat TikTok en alle bedrijven die daarvoor willen betalen, je drie dagen mogen volgen. Of je verkoopt je zoekgeschiedenis, berichten aan bekenden, of foto’s. Vervolgens krijg je een uur de tijd om filmpjes kijken. In zo’n geval zijn je privé-gegevens betaalmiddel geworden. Er is een afweging van de consument die duidelijk weet wat betaald moet worden en wat hij daarvoor ontvangt. Als de consument akkoord gaat vindt de transactie plaats. Zo werkt het economisch contact met Big Tech echter niet. [caption id="attachment_370308" align="aligncenter" width="641"] Zo zou een betaalscherm voor transacties met privé-gegevens eruit kunnen zien[/caption]   Gebruiker is niet de consument maar het product Het kapitalistische model van de internet-economie en haar gratis software, is wel gebaseerd op privé-gegevens. Ze worden alleen niet door de gebruiker als betaalmiddel ingezet. We kunnen de activiteiten van Big Tech beter vergelijken met de activiteiten van de olie-industrie. Want zoals de olie-industrie olie oppompt, zo tapt Big Tech privé-gegevens af om deze vervolgens te verkopen. Voor dat aftappen van privé-gegevens heeft Big Tech spionage-infrastructuur [2] gebouwd, die aan de aardlagen van onze telefoons, pads en computers doorlopend gegevens onttrekt. Daar bovenop wint ze waar mogelijk nog gegevens uit ons privé-domein, via onze camera’s en microfoons. [3] En zoals de olie-industrie olie raffineert voor ze die verkoopt, zo vindt er ook een soort data-raffinage plaats. Gegevens die gebundeld en geordend worden, alvorens ze te gelde worden gemaakt. Essentieel daarbij is dat die gegevens-winning onze rol in het economische spel verandert. We zijn wel de gebruikers van de gratis producten van big tech, maar we zijn niet de consumenten. Ons gebruik van die gratis producten is de grondstof waar het winningsproces om draait. Het levert Big Tech de gegevens op die ze na bewerking verkoopt aan adverteerders. Dat onderscheid, tussen gebruiker en consument is in de oude economie ongebruikelijk. De gebruiker van de CD was ook de consument die de CD aanschafte. De consumenten van Big Tech zijn echter de adverteerders. Door ons gebruik van alle gratis software zijn wij het product geworden dat door die adverteerders wordt geconsumeerd. Deze veranderde rol van het grote publiek dat voorheen altijd de consument was en de verreikende spionage-infrastructuur die daar de basis voor vormt, zijn bepalend voor de inrichting van de economische sfeer van het internet. Dat heeft allerlei gevolgen. Drie daarvan, elk van een andere orde, wil ik verkennen. 1. Anti-trust en mededinging Het eerste gevolg heeft te maken met economische macht en hoe die ingeperkt kan worden. In de economisch orde van voor de jaren tachtig waren er twee belangrijke machten waar bedrijven mee te maken hadden. De eerste was de macht van de consument. Als een bedrijf een product maakte dat de consument niet beviel, dan kon de consument ‘met z’n voeten stemmen’ door te vertrekken naar de concurrent. Dat kan echter niet bij een monopolist, omdat er geen concurrenten (meer) zijn. Daarom was er die andere macht, de overheid met haar anti-monopoliewetgeving. Op basis van die wetgeving kon de te grote macht van monopolisten aangepakt worden. Deze tegenmachten werken niet meer zo. Om te zien hoe dat is veranderd en te begrijpen wat dat betekent voor de door Big Tech ingerichte economische sfeer van het internet, hebben we enige historische context nodig. Een blik in de geschiedenis van de anti-monopoliewetgeving. Deze begint, in de V.S., rond het aannemen van de Sherman Act in 1891. Dat was een reactie op de macht van de robberbarons, de bazen van grote bedrijven als Standard Oil. Het luidde het begin in van een strijd tegen die macht en kreeg handen en voeten met het instellen van The Bureau of Corporations in 1903. Dat onderzocht de olie-industrie en op basis van dat onderzoek werd Standard Oil, het zakelijk imperium van Rockefeller, in 1911 opgesplitst. In 1915 werd The Bureau of Corporations onderdeel van de in dat jaar opgerichte Federal Trade Commission (FTC), die nog steeds bestaat. De FTC onderzoekt monopolistisch machtsmisbruik en waar ze dat aantreft worden bedrijven voor de rechter gedaagd. Na Standard Oil volgde er in de twintigste eeuw verschillende grote zaken, zoals tegen Alcoa (eind jaren 30, begin jaren 40) en AT&T (jaren 70). [4] Die zaken werkten vooral ook preventief. In de woorden van Matt Stoller over Thurman Arnold - de ‘trustbuster’ die eerst werkte voor de FTC en vanaf 1938 de anti-trustdivisie van het Amerikaanse ministerie van Justitie leidde - "As Congress publicly exposed how monopolies acted in the economy, Arnold didn’t even have to prosecute cases.” [5] — — — Dit artikel is onderdeel van de substack Workshop Nieuw Kapitalisme. Geïnteresseerden kunnen zich daar inschrijven voor een nieuwsbrief. Nieuwe artikelen ontvang je dan per mail. — — — In de loop van de jaren 70 veranderde echter het denken over de macht van grote bedrijven. Onder het neoliberale gesternte werden de criteria voor problematische monopoliemacht aangepast. Cruciaal daarbij werd - en daarmee zijn we terug waar we begonnen - de consument. In navolging van het boek The Antitrust Paradox (1978) van Robert Bork, werd het probleem van monopoliemacht teruggebracht tot de vraag of een monopolie het consumentenwelzijn aantastte. Dat was het geval wanneer een monopolie leidde tot hogere consumentenprijzen. Als dat niet kon worden aangetoond, dan was er volgens deze neoliberale uitleg van de antitrustwetten, geen probleem. [6] Kijken we vervolgens naar Big Tech, dan bestaat de indruk dat wij als gebruikers ook de consumenten zijn. Aangezien het grootste deel van de software kosteloos is, zou je daarom tot de conclusie kunnen komen dat de consument überhaupt niet hoeft te betalen aan Big Tech en gratis is natuurlijk nooit te duur. Daarmee vervalt, volgens het criterium van Bork, de grond om de macht van Big Tech aan te pakken. We weten nu echter dat dat niet is hoe de economie van Big Tech werkt, omdat niet het grote publiek, maar adverteerders de consumenten zijn. Zij betalen veel geld aan de weinige aanbieders die deze markt van persoonsgegevens domineren. Een oligopolistische markt met slechts enkele spelers die mede daardoor immense macht in handen hebben en hoge prijzen kunnen vragen. Prijzen die de adverteerder ophoest en via andere wegen aan het grote publiek doorberekent. Laten we in meer detail kijken naar die verhouding tussen Big Tech en de gebruiker. 2. Transactieloze keuze-arme gebruikerservaringen In een klassieke economie heeft de consument een belangrijke functie in die zin dat zijn aankopen sturend zijn voor wat er geproduceerd wordt. We zijn allemaal consument en met onze aankopen bepalen we dus het succes, of falen van producten die de industrie levert, zoals de CD. Dat draait om een hele basale economische mechaniek, namelijk de afweging die plaatsvindt rondom een (mogelijke) transactie. De consument zoekt een product, maakt een inschatting over de kwaliteit, weegt de kosten af en neemt uiteindelijk een beslissing die soms tot aankoop leidt. Die transacties tussen gebruikers en Big Tech bestaan binnen het ecosysteem van gratis software niet. De vraag hoeveel het iemand waard is om van Whatsapp en TikTok gebruik te maken, wordt nooit gesteld. Terwijl die afwegingen in het klassieke kapitalisme richtinggevend waren. Dat betekent dat de macht die de consument heeft, door ‘met de voeten te stemmen’ en naar de concurrent te gaan, niet op die manier werkt. Producten waar je niet voor betaalt zijn nooit te duur, dus dat is nooit een reden om naar een andere producent te gaan. Een belangrijke overweging daarbij is dat voor veel van de gratis producten van Big Tech er nauwelijks alternatieven bestaan. Op de meeste I-Phones draait alleen het besturingssysteem IO/S van Apple. Andere telefoons worden standaard geleverd met Android (van Google/Alphabet). Alternatieven zijn nauwelijks bekend en omdat Android al geïnstalleerd staat, ingewikkelder om te gaan gebruiken. Voor YouTube van Google bestaan alternatieven, maar die bieden maar een fractie van het filmmateriaal van wat op Youtube te zien is. Dus ben je toch op YouTube aangewezen. Belangrijker nog is het fenomeen dat het netwerk-effect wordt genoemd. Dat geldt met name voor software als Whatsapp en TikTok. Als al je familie en vrienden gebruik maken van zo’n app, dan val je buiten dat netwerk op het moment dat jij kiest voor een alternatief. Het zorgt voor een soort sociale binnensluiting, waar je als individu niet uitkomt. Kortom, de consument in de klassieke economie maakt altijd een afweging, over of het product de prijs wel waard is. Hij heeft keuzevrijheid en kan dus ook ‘met z’n voeten stemmen’ en bij een andere fabrikant aankloppen. Zo oefent hij de macht uit die hij als consument heeft. De gebruiker in het ecosysteem van gratis software maakt die afweging om tot aankoop over te gaan helemaal niet. Zijn keuzevrijheid is grotendeels gecompromitteerd door het functioneren van dat ecosysteem dat op allerlei manieren obstakels opwerpt om alternatieve keuzes te maken. Tegenover het gratis gebruik staat dus minder tegenmacht en minder keuzevrijheid. We hebben gezien dat het loskoppelen van gebruiker en consument, in combinatie met de antitrustwetten die sinds de jaren 80 op consumentenprijzen focussen, een immense machtsconcentratie bij Big Tech heeft mogelijk gemaakt, die nauwelijks wordt aangevochten. Mede doordat gebruikers het probleem niet zien. Verder is duidelijk geworden dat het grote publiek niet meer uit consumenten bestaat die en masse met hun voeten stemmen. De gebruiker is geen consument, sluit geen transacties met Big Tech af en wordt zoveel mogelijk binnengesloten in het door Big Tech ingerichte ecosysteem van gratis software, die de winning van persoonsgegevens mogelijk maakt. Die alomvattende spionage-infrastructuur zelf heeft ook gevolgen, waar ik mee wil besluiten. 3. De (on)persoonlijke economie Milton Friedman dichtte een eigenschap aan de klassieke economie toe, waar niet vaak bij wordt stilgestaan, maar die door de infrastructuur van Big Tech weleens ongedaan zou kunnen worden gemaakt. “The essence of a competitive market is its impersonel character”. [7] Dat onpersoonlijke heeft te maken met het transactionele karakter van de economie en de rol van prijzen daarin. Prijzen zijn neutraal in die zin dat ze geen onderscheid maken tussen soorten mensen. Het maakt niet uit wie de mensen zijn die een product maken, welke politieke opvattingen ze hebben, of wat hun culturele achtergrond is. Op de markt gaat het om de prijs en de kwaliteit van het product. Dat is waar het om draait in een vrije markt economie. Dat onpersoonlijke karakter van de economie vormt ook een fundament voor politieke vrijheid. Dat zien we het best als we begrijpen hoe dat in een dictatuur werkt, waar economie en politiek niet van elkaar gescheiden zijn. De economische productie is er of in handen van de overheid, of is onderwerp van vergaande overheidsbemoeienis. In zo’n situatie is kritiek op bijvoorbeeld een politieke leider niet mogelijk zonder het risico op vergaande economische consequenties. Want die kritiek wordt opgemerkt binnen het bedrijf en gerapporteerd aan de staat, of andersom. De staat noteert de kritiek in de media, of tijdens een demonstratie en geeft dat door aan de werkgever van de criticus. Het bedrijf weet wat te doen. De persoon die z’n mond open durfde te doen is z’n baan kwijt en vindt geen nieuwe, omdat alle bedrijven onder toezicht van de staat staan. Inkomen weg, huis weg, bestaan weg. In een liberale democratie wordt politieke vrijheid mede mogelijk gemaakt doordat politiek en economie gescheiden zijn. Dus zelfs als een politiek leider het niet zo op heeft met zijn critici, zal dat niet leiden tot economische consequenties. De communicatie tussen bedrijven onderling en met de overheid is transactioneel, waarbij prijzen leidend zijn. Dat betekent dat je niet weet of het brood dat je eet is gemaakt van graan dat is geoogst door iemand met een andere politieke overtuiging, een ander geloof, of een andere kleur. Dat illustreert, in de woorden van Friedman “how an impersonal market separates economic activities from political views and protects men from being discriminated against in their economic activities for reasons that are irrelevant to their productivity - whether these reasons are associated with their views or their color.[8] Binnen de democratie bestaat er een scheiding van machten, de zogenaamde trias politica, die te grote machtsconcentraties voorkomt en de vrijheid van burgers waarborgt. In het verlengde daarvan draagt ook de scheiding tussen economie en politiek daaraan bij en zorgt voor het voortbestaan van onze vrijheid. Die scheiding tussen politiek en economie en het onpersoonlijke karakter van de economie zelf dreigen verloren te gaan. De basis voor die verandering is de spionage-infrastructuur van Big Tech, die een omvang heeft die geheime diensten in de koude oorlog niet voor mogelijk hadden gehouden. Die infrastructuur wordt, zoals we weten, gebruikt voor het verzamelen van immense hoeveelheden persoonlijke gegevens, waaruit bijvoorbeeld duidelijke politieke profielen kunnen worden afgeleid. Wat die infrastructuur echter ook doet is het op allerlei manieren verweven van economische organisaties, met elkaar en met de politiek. Dat gebeurt op het moment dat data als product op de markt wordt verkocht, of als overheden data toe-eigenen, bijvoorbeeld op basis van anti-terrorismewetgeving. Dan worden werelden samengebracht, die om goede redenen gescheiden zouden moeten blijven. Een ogenschijnlijk onschuldig voorbeeld zijn bedrijven die bij het zoeken naar personeel hun uitingen op social-media doorlichten. De infrastructuur van Big Tech, geeft toegang tot politieke opvattingen, soms van lang geleden, en maakt dat doorlichten mogelijk. Het zal dus voorkomen dat sollicitanten vanwege hun (vroegere) politieke opvattingen economisch worden benadeeld. Dat het veel verder kan gaan illustreert de installatie van DOGE direct na de inauguratie van Donald Trump in januari 2025. Dit door zakenman Musk geïnitieerde Department of Government Efficiency krijgt een vrijgeleide van Trump om alle overheidsonderdelen die iets met diversiteit, gelijkheid en inclusie te maken hebben (DEI) te ontmantelen en medewerkers te ontslaan. Musk betrekt daarbij technici van zijn eigen bedrijven, die de computersystemen van de overheid overnemen, koppelen en doorlichten, op zoek naar afdelingen en mensen die dit gedachtegoed onderschrijven of uitdragen. Dit teneinde de overheid te zuiveren van dit gedachtegoed en deze praktijken.[9] Kortom, een versmelting van politieke en economische macht, waarbij de digitale infrastructuur en medewerkers van bedrijven worden ingezet om bepaalde politieke opvattingen van mensen in overheidsdienst economisch te bestraffen. Het levert terecht geschokte reacties op, maar maakt vooral goed zichtbaar, wat in andere gevallen onzichtbaar zal blijven. Dat de infrastructuur van Big Tech economie en politiek met elkaar verweeft en daardoor onze politieke vrijheid vergaand kan ondermijnen. — — — [1] Ter illustratie de advertentie inkomsten van Meta tot 2024 [2] Het woord spionage kan in deze context wat ongepast klinken, omdat we daarbij eerder denken aan de activiteiten van de staat. Maar laat je de praktijken van Big Tech tot je doordringen, dan kan de conclusie geen andere zijn dan dat het woord spionage de lading uitstekend dekt. [3] Denk aan de Facebook-pixel en Alexa van Amazon. [4] Matt Stoller, Goliath. The 100 year war between monopoly power and democracy, Simon & Schuster Paperbacks, 2019. Pagina 135 [5] Ibid. Pagina 150 [6] Tim Wu, The Curse of Bigness. Antitrust in the new gilded age, Columbia Global Reports, 2018. Pagina 88 [7] Milton Friedman, Capitalism and Freedom, The University of Chicago Press, 2002. Pagina 119 [8] Ibid. Pagina 21 [9] Meer informatie is bijvoorbeeld te vinden op deze gearchiveerde pagina van de Washington Post.

Foto: UX Gun on Unsplash

Over bewapening hebben we het niet meer

COLUMN - Het minderheidskabinet-Jetten worstelde met het rondkrijgen van de begroting voor volgend jaar. In de berichtgeving krijgen we een beeld van een strijd tussen VVD, die partijen aan haar rechterzijde tegemoet wil komen en CDA/D66 die PRO mee willen krijgen. Sociale zekerheidsuitgaven spelen een belangrijke rol, belastingen ook. Maar veel details krijgen we niet. Waar je weinig over hoort zijn de stijgende uitgaven voor Defensie om tegemoet te komen aan de NAVO-afspraken conform Trumps eis: 5% van het BNP moet naar de oorlog. Als er al naar verwezen wordt is het in verhullende termen, zoals de extra belasting die het CDA voorstelt als ‘vrijheidsbijdrage’. Waar het echt om gaat zijn miljardeninvesteringen in de wapenindustrie die niet ter discussie staan. En die dus niet of nauwelijks in de openbaarheid komen.

Eerder schreef de NRC dat het Nederlandse ministerie van Defensie bezig is in een ijltempo geld uit te geven, maar steeds minder informatie vrij geeft over waar al deze miljarden aan worden besteed. ‘In 2021 kreeg minder dan de helft (43 procent) van alle materieelprojecten het stempel ‘vertrouwelijk’; dit jaar was dat driekwart (76 procent).’ De redenen zijn zowel commercieel (bescherming van de onderhandelingspositie) als operationeel (de vijand niet informeren). Defensie probeert het zichzelf zo gemakkelijk mogelijk te maken. De grens voor uitgaven waarboven melding moet worden gemaakt aan de Kamer wordt verhoogd, aanbestedingsregels worden soepel gehanteerd. Dat leidde tot kritiek van de Algemene Rekenkamer die constateerde dat van de in totaal 4,4 miljard euro aan „fouten en onzekerheden” die de Rekenkamer vond in de door Defensie aangegane verplichtingen 3,6 miljard direct was gegund, zonder voldoende onderbouwing. De Rekenkamer is al jaren kritisch op Defensie. Dit jaar kapittelde voorzitter Pieter Duisenberg minister van Defensie Dilan Yesilgöz omdat zij volgens hem de onvolkomenheden niet serieus genoeg neemt. “Dat de verantwoordelijke minister defensief reageert en deze bevinding niet erkent, is niet goed voor een lerende overheid”, zei Duisenberg.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Quote du Jour | De brandstichter als verkeersregelaar

How the U.S. Navy Is Helping Get Oil Through the Strait of Hormuz

With Iran making ship traffic perilous, a U.S. operation offers a way out for some energy exports, stealthily shepherding tankers on dangerous journeys.

Aldus de New York Times. Zelden zat er zoveel framing in zo weinig tekst. Iran “makes ship traffic perilous”. Iran maakt het gevaarlijk. De Verenigde Staten daarentegen “help”, “offer a way out” en “shepherd” tankers. De ene partij bedreigt, de andere helpt en beschermt.

Foto: UN International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (cc)

Het is maar waar je je voor in wil zetten…

COLUMN - De ‘je’ in de titel slaat in dit geval op de Servische regering. Er is daar natuurlijk een bloederige oorlog geweest in de jaren negentig. Het verhaal is de meeste lezers waarschijnlijk bekend: verschillende deelrepublieken wilden het federatieve Joegoslavië verlaten. In Joegoslavië had de kliek van Slobodan Milosevic de macht gegrepen, en wilde kost wat kost die macht behouden. Toen het niet lukte om het land bij elkaar te houden, moesten deelrepublieken die de onafhankelijkheid uitriepen met geweld veroverd worden – in ieder geval de delen waar Serviërs woonden, want als er dan geen Joegoslavië kon zijn, dan toch ten minste een Groot-Servië.

Die oorlog duurde tot halverwege de jaren 90, met de genocide in Srebrenica als tragisch dieptepunt. Vervolgens herhaalde de geschiedenis zich nog een keer eind 99 in Kosovo – waar de Servische agressie uiteindelijk mede door bombardementen van de NAVO een halt toe werd geroepen. De nationalistische waanzin eiste het leven van naar schatting 130.000 a 140.000 levens, waarvan een groot deel burgers.

De vraag is dan: waar zet je je als Servische regering voor in, 25 a 30 jaar later? Je kan je energie besteden aan het verbeteren van de verstoorde relaties met buurlanden. Het opsporen van nog voortvluchtige oorlogsmisdadigers uit die tijd. Het werken aan de relatie met Europa, omdat Servië toe wil treden tot de EU (werkt vast beter dan spelletjes te spelen en te voetjevrijen met de Russen).

Foto: Josh Reid on Unsplash

IJsland staat weer voor de deur van de EU

Morgen mogen de IJslanders zich in een referendum uitspreken over een mogelijke hervatting van de onderhandelingen met Brussel over het EU-lidmaatschap. In 2015 waren de gesprekken afgebroken door de toenmalige eurosceptische regering. Sinds Trump Groenland bedreigt en de geopolitieke spanningen in het gebied rond de Noordpool sterk stijgen is de discussie over aansluiting bij de EU weer opgelaaid. De regering heeft bij het uitschrijven van het referendum nadrukkelijk aangegeven dat het alleen gaat over onderhandelingen en dat de uitkomst tezijnertijd in een nieuw referendum zal worden voorgelegd aan de bevolking. Maar de oppositie schreeuwt nu al moord en brand met de door Groenland geïnspireerde leus: ‘Iceland is not for sale’.

IJsland is al jaren verbonden met Europa. Het land maakt deel uit van de Schengenzone, de EER (Europese Economische Ruimte) en de EVA (Europese Handelsassociatie). Qua handel en reizen volgt het land Europese regels en wetgeving, echter zonder er over mee te mogen praten. Net als Noorwegen. Voor beide landen is het visserijbeleid tot nu toe de belangrijkste reden om geen lid te worden. De tegenstanders van aansluiting bij de EU verzetten zich er tegen omdat het land dan onderworpen zou worden aan visquota en visserijbeheerregels die door de EU worden vastgesteld, en het zou gedeelde toegang tot bepaalde wateren moeten accepteren. De visserijsector en de vissersgemeenschappen zouden aanzienlijke verliezen kunnen lijden. De EU Commissaris voor de Visserij Costas Kadis heeft al laten weten dat er ruimte is voor uitzonderingen. Een aanbeveling aan de IJslanders om voor hervatting van de onderhandelingen te stemmen. Maar het is de vraag hoever Costas Kadis van de huidige EU-leden mag gaan. 

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du jour | Vergisrecht

QUOTE - Hoera! Soms doet onze landelijke politiek goede dingen, of in ieder geval, herstelt ze verkeerde. We krijgen een ‘vergisrecht‘, in het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid. Wat dat is?

De wet bouwt voort op de uitgangspunten van de Participatiewet in balans en moet gemeenten beter in staat stellen om proportioneel te handhaven. Bij besluiten kunnen zij straks nadrukkelijker rekening houden met de aard en ernst van een overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de rol die de gemeente zelf heeft gespeeld bij het ontstaan van de situatie.

Nieuw is ook het zogenoemde ‘vergisrecht’: het recht op het maken van een vergissing. Hiermee moet worden voorkomen dat inwoners door een enkele fout in een onomkeerbare spiraal van schulden en problemen terechtkomen.

Foto: Yada Pongsirirushakun on Unsplash

Internationale solidariteit is zelfverdediging

Internationale solidariteit is ook een vorm van eigenbelang. Want wie elders opkomt voor vrijheid, democratie en menselijke waardigheid, verdedigt uiteindelijk ook de wereld waarin wij zelf willen leven. Dat geldt voor verschillende conflicten en politieke situaties, ook al zijn ze onderling niet met elkaar te vergelijken.

Cuba: solidariteit tegen isolatie

Cuba is al decennialang het onderwerp van internationale solidariteitscampagnes. Vooral de Amerikaanse economische blokkade heeft geleid tot steunacties vanuit allerlei landen. Artsen, hulpverleners, maatschappelijke organisaties en politieke bewegingen hebben zich uitgesproken tegen het isolement van het eiland.

Trump valt Cuba aan met een olieboycot, sancties tegen Cubaanse leiders en strijdkrachten en geniepige pogingen van een speciale taskforce van de CIA om een ‘regime change’ te forceren. Vorige week volgden nieuwe sancties. De Amerikaanse ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken kondigden sancties aan tegen negen staatsbedrijven in de mijnbouw, metaalindustrie en bouwsector.  Vooralsnog weet Cuba stand te houden. Mede dankzij internationale solidariteit, die overigens niet beperkt zou moeten blijven tot de directe buren.

In Mexico worden herhaaldelijk grote solidariteitsprotesten voor Cuba gehouden. De Mexicanen roepen op de verstikkende sancties te beëindigen. Verder organiseren burgers inzamelingacties en worden hulpgoederen naar Cuba gestuurd, hoewel de Amerikaanse sancties dat wel lastiger maken.

Foto: Directie Voorlichting (cc)

De asielknop bestaat vooral in verkiezingsprogramma’s

De Nederlandse politiek praat over asiel alsof ergens op het ministerie een grote draaiknop zit. Rechtsom draaien betekent minder vluchtelingen, nog iets verder rechtsom betekent grip en wanneer de knop maar streng genoeg naar rechts wordt afgesteld, kan ook de opvangcapaciteit omlaag. Dat de praktijk zich weinig aantrekt van dit bedieningspaneel, geldt in Den Haag vooral als een tijdelijk uitvoeringsprobleem.

De Migratieradar Asiel zomer 2026 van de IND schetst een ander beeld. De dienst ziet in de belangrijkste herkomstlanden geen reden om een daling van het aantal eerste asielaanvragen te verwachten. Als het gebruikelijke seizoenspatroon terugkeert, kan het aantal in mei tot en met augustus boven de 9.000 uitkomen. In dezelfde periode van 2025 waren het er 7.800. Daarmee zou het nog altijd onder 2024 (10.100) en 2023 (12.500) blijven, en dat is precies het punt: de aantallen bewegen op en neer om redenen die weinig van doen hebben met de stand van de Haagse knop.

Het is ook geen exacte voorspelling. De IND benadrukt terecht dat migratie door veel factoren wordt bepaald en dat aan de prognose geen rechten kunnen worden ontleend. Maar juist die onzekerheid is politiek relevant. De uitvoeringsdienst ziet geen empirische basis om nu alvast van een stevige daling uit te gaan. Een overheid die opvang, personeel en huisvesting afbouwt op basis van het gewenste effect van haar beleid, gokt met een keten die al jaren overbelast is.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Utenriksdepartementet UD (cc)

De genocide duurt voort – het wegkijken ook

De Amerikaanse president Trump is er niet in geslaagd de Israëlische regering mee te krijgen in zijn recente vredesplan (‘een historische doorbraak’) voor Gaza. Niemand is er verbaasd over. Sinds het ‘bestand’ in oktober inging, zijn ten minste 1222 mensen in Gaza gedood waaronder minstens 300 kinderen. Het Israëlische leger schuift de gele bestandslijn steeds verder op. Met de bouw van een aarden wal rond de puinhopen van eerder kapotgeschoten huizen drijft Israël de dakloze Palestijnen in een steeds kleiner gebied. Inmiddels heeft Israël naar eigen zeggen 65 procent van de Gazastrook ingenomen en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu kondigde in mei aan dat hij daar 70 procent van wil maken. Vorige maand kondigde de Israëlische minister van Defensie Katz aan dat er in het nieuw veroverde gebied weer Joodse nederzettingen kunnen worden gebouwd.

De moord op de Palestijnse bevolking gebeurt niet alleen met bombardementen en geweervuur van sluitschutters vanaf de aarden wal. Ook de vele niet-ontplofte explosieven die na jarenlang oorlog voeren door het hele gebied liggen, hebben al honderden slachtoffers gemaakt. Begin dit jaar waarschuwden artsen al voor de dodelijke gevolgen van infectieziekten, vooral onder kinderen. “Het gevaar schuilt in de verzwakte immuniteit van de bevolking in Gaza als gevolg van hongersnood, ondervoeding en het gebrek aan noodzakelijke vaccinaties, wat een ernstige bedreiging vormt voor het leven van de patiënten.” Een kinderarts: “Voedsel, onderdak, een beschermend gezin, gezondheidszorg en onderwijs. Dat zijn de vijf essentiële dingen die elk kind nodig heeft. En in Gaza is elk van deze zaken doelwit geweest.” Gynaecologen die tijdens de genocide in Gaza werkten, vertelden de organisatie dat alle vrouwen die ze behandelden – “zwanger of niet” – ondervoed waren. Anderen beschreven hun ervaringen bij terugkeer naar gezondheidsinstellingen die belegerd en geplunderd waren door Israëlische bezettingsmacht, wat de overtuiging bevestigde dat de Palestijnse gezondheidszorg zelf een doelwit is. De-Healthification heet Israëls ‘georkestreerde ineenstorting van het Palestijnse leven’ in een uitgebreide studie van Layth Malvis van het Georgetown University’s Center for Contemporary Arab Studies. Andere spreken van ‘medicide‘, langs de medische weg een bevolking uitmoorden. 

Foto: Minister Memory 2026

Na de zomer het einde van kabinet Jetten

COLUMN - Onrust zaaien om de val van het kabinet te oogsten, is niet alleen aan het agro-industrieel complex voorbehouden. Er zijn een paar talkshows en interviewprogramma’s die er ook een handje van hebben. Maar waarom lenen toch niet als rechtsrevolutionair bekend staande gasten zich daarvoor?

In de zomereditie van Sven op 1, was emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis Joop van den Berg te gast. Bij Sargasso kennen we hem van ons zusterblog Montesquieu Instituut, mede door hem opgericht en tot op vandaag nog een van de auteurs. Sinds 2005 schrijft hij ook een tweewekelijkse column bij de website Parlement.com.

Bij Sven op 1 citeert de redactie Joop van den Berg in de kop van hun artikel:

Emeritus hoogleraar: ‘Einde kabinet-Jetten zit er dik in’

Joop van den Berg blijkt te reflecteren over of kabinet Jetten de komende Prinsjesdag (en daarop volgende debatten) in september zal doorkomen: “Ze komen in een hele lastige positie terecht in het najaar. Daarvan hangt af of ze enige toekomst hebben”

Joop van den Berg somt de inmiddels als bekend staande oorzaken voor een mogelijk debacle op.
– het kabinet heeft een minderheid in de Eerste en Tweede Kamer en heeft voor de financiële plannen dus steun nodig van een deel van de oppositie;
– het is geen hecht kabinet, waarin VVD versus D66, CDA “over een aantal dingen zeer verschillend denken.”
– als het kabinet dit jaar niet onderuit gaat, dan wel een jaar later, na de volgende Prinsjesdag. De VVD is immers de grote linkmiegel, die er op speculeert dat “na de statenverkiezingen er een meer rechtsgeoriënteerde Eerste Kamer komt”.
Joop van den Berg zei over dat laatste: “Dat denk ik, maar ik vind het wel een linke manier om de zaak naar de toekomst te verplaatsen. De begroting en het financiële kader zijn een ernstig conflictpunt”.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: "Circular Polarisation difference" by nikozz is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

‘Polarisatie’ is niet het probleem

De term ‘polarisatie’ suggereert twee kampen die zich van elkaar verwijderen en daarmee ongeveer evenveel verantwoordelijkheid dragen voor de groeiende afstand. De remedie ligt dan voor de hand: matiging, dialoog, een stap naar elkaar toe

Alleen beschrijft dat volgens politicoloog Petter Törnberg slecht wat er op dit moment werkelijk gebeurt. In een recente studie stelt hij dat de dominante ontwikkeling in westerse democratieën asymmetrisch is. Radicaal-rechts beweegt richting autoritarisme, normdoorbreking en uitsluiting, terwijl centrumrechtse en zelfs sociaaldemocratische partijen juist regelmatig naar rechts meebewegen in plaats van naar links.

Wie die ontwikkeling toch als ‘polarisatie’ beschrijft, maakt van radicalisering een afstandsprobleem. En afstand kun je verminderen door beide kanten te laten bewegen.

In theorie althans. In de praktijk is ook de druk om te bewegen asymmetrisch. Links moet de rechtse kiezer ‘begrijpen’, luisteren naar diens zorgen, de toon matigen, strenger worden op migratie en erkennen dat het op sommige onderwerpen misschien toch te ver naar links is doorgeschoten. De omgekeerde oproep klinkt aanzienlijk minder vaak. Radicaal-rechts wordt zelden gevraagd wat meer begrip op te brengen voor migranten, trans mensen of moslims om zo de polarisatie te verminderen. Blijkbaar is toenadering vooral de verantwoordelijkheid van degene van wie rechts verlangt dat hij opschuift.

Foto: Tarik Haiga on Unsplash

Ceuta: wanneer de complottheorie zo gek niet meer klinkt

Ik betrap mezelf de laatste dagen op iets waar ik doorgaans nogal allergisch voor ben: complotdenken. De enorme toestroom van migranten naar Ceuta zou volgens de officiële lezing zijn ontstaan door desinformatie op sociale media en mensensmokkelaars. Het verhaal dat de grens min of meer openstond verspreidde zich razendsnel, tienduizenden mensen kwamen in beweging en binnen enkele dagen zat Spanje met een humanitaire ramp. Maar delen van die uitleg lijken onwaarschijnlijk. Bijvoorbeeld mensensmokkelaars waren helemaal niet nodig. Marokkanen konden de grens prima zelf vinden. Het hele verhaal klinkt wat wankel.

Dat komt allereerst doordat Marokko dit kunstje eerder heeft vertoond. In 2021 liet het land tijdens een diplomatiek conflict met Spanje de grens bij Ceuta feitelijk los. Ongeveer 8.000 mensen konden in zeer korte tijd de enclave binnenkomen. De Europese politiek sprak destijds openlijk over het inzetten van migratie als drukmiddel. Zodra de diplomatieke druk op Rabat toenam, kwam ook de grensbewaking weer op gang.

Wie daardoor bij een nieuwe, plotselinge massale beweging richting precies diezelfde grens denkt: hé, wacht eens even, is dus nog niet onmiddellijk rijp voor een aluminium hoedje.

Daar komt het huidige politieke klimaat bij. Spanje behoort tot de Europese landen die zich het hardst tegen het Israëlische optreden in Gaza hebben uitgesproken. De Spaanse regering veroordeelde Israëlische aanvallen en bleef zich nadrukkelijk achter Palestijnse staatsvorming scharen. Marokko heeft juist nauwe relaties met Israël opgebouwd. En Spanje ligt binnen de EU onder een vergrootglas wegens haar ‘soepeler’ (lees: menselijker) migratiebeleid.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende