VVD: Wir haben es nog even niet gewusst

De VVD zegt het inmiddels hardop: we willen geen land publiekelijk veroordelen dat we als bondgenoot zien.  Daarmee verschuift internationaal recht van norm naar bijzaak. Want als veroordeling afhangt van vriendschap, dan is het recht per definitie ondergeschikt. De uitkomst staat eigenlijk al vast, de weg ernaartoe wordt vooral een kwestie van timing. En die genocide? Die staat juridisch helemaal nog niet vast aldus de VVD. En ja, juristen zijn voorzichtig met het woord genocide. Begrijpelijk. Het Genocideverdrag stelt hoge eisen: intentie, bewijs, drempels. Zolang internationale tribunalen geen definitieve uitspraak hebben gedaan, blijft het formeel onderwerp van debat. Formeel, want intussen stapelen de feiten zich op. Wat zichtbaar is, wordt bureaucratische terminologie. Wat voor iedereen zonder oogkleppen op evident is, blijft voor de VVD ‘onderwerp van onderzoek’. Voor de VVD is dat precies de ruimte die nodig is. Geen veroordeling, want juridisch nog niet vastgesteld. Geen positie, want het ligt complex. Geen consequenties, want de procedure loopt nog.  Er ontstaat een feedbackloop van onwil. De VVD wijst naar juristen die nog geen eindoordeel hebben. Juristen opereren in een context waarin politieke druk ontbreekt, of erger nog ze worden tegengewerkt,  door onder anderen diezelfde VVD. Het resultaat is stilstand die eruitziet als zorgvuldigheid. De geschiedenis kent dat mechanisme. Eerst heet het: we weten het nog niet zeker. Daarna: we konden het nog niet vaststellen. En uiteindelijk blijft er iets over dat verdacht veel lijkt op ‘ich habe es nicht gewusst’. Niet omdat het onbekend was. Omdat het politiek ongewenst was om het te weten. De vraag is dan wat hier leidend is: het recht, of de bondgenoot. Voor de VVD lijkt dat antwoord duidelijk.

Door: Foto: Jim Forest (cc)
Foto: Bij Nader Inzien - Floor van Heuveln - illustratie Sara Mertens

De revolutie in je Instagram story

ESSAY - door Floor van Heuveln (Universiteit van Amsterdam & Wageningen University & Research)

Het was een nek-aan-nekrace. Afgelopen november woedde er een heuse Spotify-strijd tussen het haatdragende, door AI gegenereerde Nee tegen azc-nummer en diens hoopvolle tegenhanger Vrijheid, Gelijkheid en Zusterschap van de activistische zangeres Sophie Straat. In de voorafgaande weken kroop het anti-azc-lied gestaag omhoog in de Nederlandse hitlijsten. Om te voorkomen dat xenofobisch Nederland daadwerkelijk de top van streamend Nederland zou bereiken, riepen de Dolle Mina’s via sociale media op om Straats lied massaal te streamen en te delen.

Een ludieke actie die veelal op lof kon rekenen. Maar toch riep deze actie ook kritiek op. Satirisch nieuwsplatform De Speld bespotte de actie als een ‘gezond asieldebat’ via Spotify, terwijl Eva Dieteren zich in de Volkskrant afvroeg of politiek engagement dat zich uit in streams en shares niet vooral de kapitaalaccumulatie van het platform zelf dient. Of zoals het internationale pop-culture magazine Dazed het scherp stelt: “When did everything (and everyone) become so ‘performative’?”

Protestbewegingen gebruiken muziek al sinds mensenheugenis als politiek instrument. Het programma OVT van de VPRO dook afgelopen zomer in de geschiedenis van de protestsongs die de tijdgeest vertolkten en tegelijkertijd ook weer terug beïnvloedden. Zoals het Ierse rebellenlied Óró, sé do bheatha ‘bhailevrij vertaald: je bent welkom thuis. Tot op de dag van vandaag luid bezongen in de pub, fungeert de vrouwelijke piraat Gráinne Mhaol Ní Mhaille als feministisch symbool van de Ierse onafhankelijkheidsstrijd en hedendaags taalherstel.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Quote du Jour | Normalisering

QUOTE - Prof. Carla Hoetink, politiek historica en directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen, schreef een rake column over de normalisering van extreem en radicaal rechts in de Nederlandse politiek.

Het Kamervoorzitterschap van PVV-ideoloog Martin Bosma is geen voetnoot in de parlementaire geschiedenis. Het is een onuitwisbaar teken van normalisering van radicaal en extreemrechts gedachtegoed als ‘gewoon een politieke mening’.

Waarom gebeurt dit? De aantrekkingskracht van populistische retoriek op kiezers en media speelt een cruciale rol. Middenpartijen imiteren standpunten uit competitie- en overlevingsdrang, om relevant te blijven en kiezers te behouden. Bij regeringssamenwerking speelt machtsbehoud en coalitiedynamiek. Uitvergroting in het publieke debat van bepaalde thema’s, zoals nationale identiteit, immigratie en economische bedreigingen, versterkt de normalisering

Foto: PVV Rachel van Meetelen. Foto Tweede Kamer CC-BY-NC 4.0

Vrouwen met een taalachterstand

COLUMN - Een vriend stuurde me een motie toe van PVV-Kamerlid Rachel van Meetelen. ‘Hé, taalkundige, iets voor jou!’ De motie was vorige week in stemming en laat zien dat er in bepaalde kringen weer een nieuwe term bestaat om groepen in de samenleving te beschrijven: ‘vrouwen met een taalachterstand’. Voor de motie stemden PVV, FvD en JA21:

Nr. 288
MOTIE VAN HET LID VAN MEETELEN

Voorgesteld 2 april 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kraamzorg kampt met grote tekorten;

overwegende dat de schaarse basiszorg niet op grond van een taalachterstand met voorrang
mag worden verdeeld;

verzoekt de regering te waarborgen dat kraamzorg niet terechtkomt bij vrouwen met
een taalachterstand ten koste van kraamzorg aan andere Nederlandse vrouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Meetelen

Er is voor zover ik kan nagaan geen enkele reden om te denken dat taalachterstand een belangrijke rol speelt bij voorrang in de kraamzorg. Er is een groot gebrek aan personeel en het kabinet wil daarom nadenken over wie er voorrang krijgt. Ik zie nergens staan dat het kabinet daarbij denkt aan taalachterstand, of dat zorginstellingen hier nu al mee bezig zijn. Ook Van Meetelens motie noemt geen enkele concrete aanleiding om in deze richting te denken.

De enige conclusie is dat het hier gaat om ‘buitenlanders’, die dan dus in oppositie staan tot ‘andere Nederlandse vrouwen’.

Foto: "NATO Secretary General visits the United States" by NATO is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

‘Trumppaaien’ of internationaal recht steunen. Een duivels dilemma?

OPINIE - door Laurien Crump

De presentatie van het jaarverslag van de NAVO donderdag 26 maart, stond in het teken van de steun van de secretaris-generaal aan de onrechtmatige Amerikaans-Israëlische oorlog in Iran. Het leek wel een déjà-vu van de NAVO-top in juni vorig jaar, toen de Amerikaanse bombardementen op Iran alle persconferenties domineerden. Wederom heeft een roekeloze actie van Trump de NAVO op 1-0 achterstand gezet. Wederom zoekt Rutte zijn heil in het alles op alles zetten om Trump gunstig te stemmen. Waar het aan de vooravond van de NAVO-top beperkt bleef tot Whatsappjes vol met lof, zei de NAVO-chef dit keer op Amerikaanse televisie dat de Amerikanen Trump moesten steunen, omdat hij onze veiligheid waarborgt. En dat een dik half jaar voor de Amerikaanse midterm-verkiezingen. Internationale media tuimelen over Rutte heen met kritiek. De NAVO-secretaris generaal hoort immers de stem van alle NAVO-landen te laten horen (inclusief de kritische premier Sánchez) en steunt hiermee verdere afbreuk van internationaal recht.

In de Nederlandse media is er een ander debat losgebarsten. Behalve alle kritische geluiden zijn er ook journalisten die de kritiek op Rutte als ‘gemakzuchtig’ bestempelen en beargumenteren dat Rutte geen andere keus heeft. Het is Ruttes taak om de Amerikanen – koste wat kost – binnenboord te houden; zonder de Amerikanen is er geen NAVO meer en zonder Amerikaanse steun zou Oekraïne verloren zijn. Het debat wordt geframed als een tegenstelling tussen ‘principes’ (de critici) en ‘pragmatisme’, tussen ‘gemakzucht’ en ‘politiek vernuft’, en tussen internationaal recht en internationale veiligheid. Natuurlijk wordt Rutte geconfronteerd met een duivels dilemma en is hij bepaald niet de enige die voor Trump buigt. Hetzelfde geldt voor de Tweede Kamer: een motie om de oorlog in Iran te veroordelen als ‘een schending van het internationaal recht’ werd alleen door de indieners gesteund (DENK, GroenLinks-PvdA, SP, PvdD en Volt).[1] De geschetste tegenstelling tussen principes en pragmatisme is echter een valse tegenstelling.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Closing Time | Groots Systeemontwrichtend Concert in Budapest

Mijn hypochondrische oom Willem placht bij elke verkiezing te zeggen: ‘Of je nou door de hond of door de kat wordt gebeten….’. Dat was zijn keukentafel-analyse, waarmee hij wilde beweren dat de poppetjes kunnen wisselen, maar het systeem zou hetzelfde blijven.

In Hongarije zullen ze zulke ooms ook wel hebben. Grote vraag daar is nu: krijgen die ooms gelijk of zal een nederlaag van Viktor Orban een nieuwe politiek onder leiding van Peter Magyar Hongarije in de vaart der democratische volkeren doen opstuwen?

Foto: "Trump Maga Rally in Charlotte, North Carolina" by The Epoch Times is licensed under CC BY-NC 2.0

Trump: geen diagnose, wel een patroon

Donald Trump haalt regelmatig weer een cognitieve test. Althans, dat zegt hij zelf, en hij zegt het vaak genoeg om het tot campagneritueel te verheffen: een perfecte score. Alweer. De conclusie volgens Trump: geniaal. De conclusie volgens de test zelf: geslaagd voor een screening die bedoeld is om vroege signalen van cognitieve achteruitgang te detecteren. Een niet-perfecte score wijst op problemen.

Die test heet de Montreal Cognitive Assessment, de MoCA. In de kliniek is het een laagdrempelige screening voor onder meer Alzheimer en andere vormen van dementie. Artsen gebruiken hem om te zien of verder onderzoek nodig is. Niet om iemand tot stabiel genie te kronen. Het feit dat Trump er telkens op terugkomt, en dat die test volgens zijn eigen woorden regelmatig wordt herhaald, suggereert vooral dat er reden is om te blijven screenen. In de geneeskunde herhaal je geen simpele check-ups omdat alles zo uitzonderlijk goed gaat.

Ook steeds meer neurologen en geriatrische specialisten laten in media en vakreacties doorschemeren dat het patroon opvalt: de nadruk op een eenvoudige screening, het herhalen ervan, en het publieke gedrag van Trump dat moeilijk te rijmen is met de bravoure waarmee de uitslag wordt verkocht. Ze formuleren dat meestal omzichtig, met de bekende disclaimer dat een diagnose op afstand onzinnig is. Tegelijk stellen ze wel vast dat herhaald testen en opvallend gedrag precies de omstandigheden zijn waarin je normaal gesproken juist verder kijkt, niet achterover leunt.

Foto: European People's Party (cc)

In Hongarije wint Magyar misschien, maar het systeem blijft staan

De verleiding is groot om de opkomst van Péter Magyar te zien als een klassieke regimewissel. Zestien jaar Viktor Orbán en Fidesz zouden eindigen, de illiberale staat wordt ingeruild voor iets wat weer meer op een democratie lijkt, en Brussel kan opgelucht ademhalen. De realiteit oogt aanzienlijk weerbarstiger.

De cijfers voeden de illusie van een breuk. Peilingen suggereren dat Magyar met zijn Tisza-partij zelfs een tweederdemeerderheid kan halen, voldoende om grondwet en instituties te hervormen. Tegelijk erkennen vrijwel alle analisten dat het systeem dat Orbán heeft opgebouwd diep verankerd is in media, rechtspraak en economie. Dat systeem verdwijnt niet automatisch bij een verkiezingsverlies.

En daar zit het eerste probleem. Hongarije functioneert al jaren als wat politicologen een verkiezingsautocratie noemen: verkiezingen bestaan, terwijl het speelveld structureel scheef en anti-democratisch is. Onder Orbán is de rechterlijke macht uitgehold, media geconcentreerd in handen van de staat en bevriende oligarchen, en het kiesstelsel aangepast ten gunste van de zittende macht. Dat zijn geen beleidskeuzes die je met één verkiezing terugdraait; het zijn infrastructuren van macht.

Het tweede probleem is persoonlijker: Magyar zelf. Hij presenteert zich als breuk met het systeem, terwijl hij er rechtstreeks uit voortkomt. Hij was jarenlang insider binnen Fidesz en kent de mechanismen van binnenuit. Dat maakt hem electoraal aantrekkelijk, omdat hij geloofwaardig kan spreken over corruptie. Het roept tegelijk een andere vraag op: waarom zou iemand die in dat systeem functioneerde het fundamenteel ontmantelen, in plaats van het zelf te gaan gebruiken?

Quote du Jour | Het is wel weer duidelijk…

QUOTE - … waar de prioriteiten liggen. Van het kabinet, welteverstaan.

Gemeenten zijn verrast door de middelen die zijn weggevallen in de Voorjaarsnota die 27 maart is gepubliceerd. Eerder heeft Marianne van der Sloot, voorzitter van de VNG-commissie PSI, in diverse media al haar ongenoegen en zorgen geuit over de bezuiniging op proactieve dienstverlening voor bijstand.

Maar dit blijkt nog maar het halve verhaal van de bezuinigingen die vallen op gemeentelijk terrein en vooral invloed hebben op werkende armen. Van der Sloot: ‘Het is onverteerbaar. Het zet de bestaanszekerheid van veel inwoners onder druk.’

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: 51581 on Pixabay

Mission accomplished: oorlog gewonnen, regime gechanged

De Verenigde Staten hebben opnieuw een oorlog gewonnen. Of preciezer: ze hebben verklaard dat ze gewonnen hebben. Minister van Defensie Pete Hegseth sprak over een “decisive military victory”. Iran zou effectief teruggedrongen zijn en tot een staakt-het-vuren zijn gebracht.

Dat roept een basale vraag op: wat is er precies veranderd? De Straat van Hormuz is weer open, maar dat was hij voor dit conflict ook. Iran bestaat nog steeds. De machtsstructuur in Teheran staat overeind. De regionale spanningen blijven intact. Alleen de context is verschoven: meer schade, meer wantrouwen, minder controle. Een systeem dat al fragiel was, draait nu onder nog hogere druk. En ondertussen gaat Israël rustig door met het Gaza-stijl bombarderen van Libanon.

Dit type overwinning voelt bekend. Tijdens de Golfoorlog van 1991 werd Koeweit bevrijd, waarna de machtsverhoudingen grotendeels bleven zoals ze waren. Saddam Hoessein bleef aan de macht. De regio ging door met dezelfde spanningen, aangevuld met sancties, no-fly zones en permanente militaire dreiging. De oorlog als onderhoudsmechanisme voor instabiliteit.

Regime change als administratieve vervanging
Interessanter is de manier waarop het begrip “regime change” verschuift. Ooit verwees het naar een daadwerkelijke breuk: een ander regime, andere machtsbasis, een structurele verandering. In de huidige praktijk betekent het blijkbaar iets anders. De strategie richt zich op het uitschakelen van leiders. De top wordt verwijderd, waarna opvolgers uit dezelfde structuren hun plaats innemen. De organisatie blijft, de logica blijft, de belangen blijven.

Foto: NASA, publiek domein

Amerika: tussen apocalyps en ansichtkaart

Terwijl beelden van de missie van Artemis II al rondgaan, met de aarde als fragiele blauwe bol in zorgvuldig georkestreerde composities, dreigde dezelfde staat die dit voor elkaar kreeg op aarde een hele beschaving van de kaart te vegen. Donald Trump formuleerde het zonder omwegen: Iran zou binnen een nacht kunnen verdwijnen.

Dat contrast vraagt nauwelijks interpretatie. Boven ons hoofd cirkelt een ruimtevaartprogramma dat ons laat voelen hoe klein en kwetsbaar de aarde is. Het soort beelden dat traditioneel leidt tot reflectie, tot besef van onderlinge afhankelijkheid en dat we die fragiele planeet moeten beschermen. Het bekende ‘overview effect’ wordt weer van stal gehaald, ditmaal als marketinglaag voor een nieuwe maanmissie.

Op hetzelfde moment wordt op aarde gesproken in termen die precies het tegenovergestelde impliceren. Niet kwetsbaarheid, maar hoe te vernietigen. Niet verbondenheid, maar het idee dat een complete samenleving als strategische variabele kan worden uitgeschakeld.

Het ongemak zit in het feit dat dit geen tegenstelling is die opgelost hoeft te worden. Beide komen voort uit dezelfde infrastructuur, dezelfde technologische en politieke logica. De raket die astronauten rond de maan brengt en de raket die een stad kan uitwissen delen meer dan alleen hun vorm.

De foto’s die Artemis II nu al oplevert worden massaal gedeeld. De aarde als icoon van kwetsbaarheid, gevangen in perfecte belichting. Foto’s waar we allemaal op staan. Ondertussen blijft de taal van vernietiging gewoon circuleren. Het zijn twee uitdrukkingen van dezelfde macht, die tegelijk kan observeren en vernietigen en het mooiste en slechtste in de mens boven brengt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Markus Winkler on Unsplash

Waarom screenen we ministers en staatssecretarissen zo anders dan wethouders?

Door Niels Karsten

Het vertrek van Nathalie van Berkel als kandidaat-staatssecretaris en Tweede Kamerlid na ophef over haar cv riep de nodige vragen op over de screening van politieke ambtsdragers. De casus laat zien dat het verstandig is om ministers en staatssecretarissen een gedegen risicoanalyse integriteit te laten doorlopen, in plaats van een vrijwillig zelfassessment. Bij bijna alle wethouders gebeurt dat al wel. Sowieso is de screening van wethouders wezenlijk anders ingericht dan die van bewindslieden. De verschillen zijn echter lang niet altijd even consistent doordacht.

Het uitgangspunt bij de screening van politieke ambtsdragers in Nederland is dat de democratie haar werk moet kunnen doen: de kiezer bepaalt wie hem vertegenwoordigt, en de volksvertegenwoordiging kiest vervolgens haar uitvoerend bestuurders. Beiden worden daarbij zo min mogelijk beperkt. De screening van politieke ambtsdragers is daarom in de basis relatief licht. Zo zijn politieke functies grondwettelijk uitgesloten van veiligheidsonderzoek, op basis waarvan ambtenaren die een risico vormen voor de nationale veiligheid een functie kan worden geweigerd. Voor zover er screening plaatsvindt, heeft die vooral een adviserende functie: ze brengt integriteitsrisico’s in kaart en maakt betrokkenen daarvan bewust maar houdt niet tegen dat iemand de betreffende functie alsnog gaat vervullen. Dat zou namelijk een inperking zijn van het grondwettelijk geborgde actieve en passieve kiesrecht . In reactie op integriteitskwesties uit het verleden heeft zich evenwel een rijke screeningspraktijk ontwikkeld rond politieke ambtsdragers, met zowel formele als meer informele instrumenten. Die komt de bestuurlijke integriteit ten goede, maar creëert tegelijk grote en fundamentele verschillen tussen bestuursniveaus. Die verschillen zijn lang niet altijd bewust gecreëerd en de betekenis en gevolgen ervan zijn vaak niet consistent doordacht. Dat punt laat zich goed illustreren aan de hand van wethouders.

Volgende