De asielknop bestaat vooral in verkiezingsprogramma’s

De Nederlandse politiek praat over asiel alsof ergens op het ministerie een grote draaiknop zit. Rechtsom draaien betekent minder vluchtelingen, nog iets verder rechtsom betekent grip en wanneer de knop maar streng genoeg naar rechts wordt afgesteld, kan ook de opvangcapaciteit omlaag. Dat de praktijk zich weinig aantrekt van dit bedieningspaneel, geldt in Den Haag vooral als een tijdelijk uitvoeringsprobleem. De Migratieradar Asiel zomer 2026 van de IND schetst een ander beeld. De dienst ziet in de belangrijkste herkomstlanden geen reden om een daling van het aantal eerste asielaanvragen te verwachten. Als het gebruikelijke seizoenspatroon terugkeert, kan het aantal in mei tot en met augustus boven de 9.000 uitkomen. In dezelfde periode van 2025 waren het er 7.800. Daarmee zou het nog altijd onder 2024 (10.100) en 2023 (12.500) blijven, en dat is precies het punt: de aantallen bewegen op en neer om redenen die weinig van doen hebben met de stand van de Haagse knop. Het is ook geen exacte voorspelling. De IND benadrukt terecht dat migratie door veel factoren wordt bepaald en dat aan de prognose geen rechten kunnen worden ontleend. Maar juist die onzekerheid is politiek relevant. De uitvoeringsdienst ziet geen empirische basis om nu alvast van een stevige daling uit te gaan. Een overheid die opvang, personeel en huisvesting afbouwt op basis van het gewenste effect van haar beleid, gokt met een keten die al jaren overbelast is. De wereld leest het regeerakkoord niet Volgens de IND zijn de omstandigheden in belangrijke herkomstlanden niet zodanig verbeterd dat minder mensen zullen vluchten. In Ethiopië, Somalië, Soedan, Afghanistan en Egypte lijken de factoren die mensen tot vertrek aanzetten juist te zijn versterkt. Wereldwijd waren eind 2025 naar schatting 117,8 miljoen mensen ontheemd. Het aantal actieve conflicten waarbij staten betrokken zijn, ligt volgens de aangehaalde Global Peace Index op het hoogste niveau sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Onderzoek waarop de IND zich baseert, wijst de veiligheidssituatie in een land aan als de belangrijkste factor bij de keuze om te vertrekken of verder te reizen. Daarnaast spelen sociale netwerken en financiële mogelijkheden een rol. Nederlandse beleidswijzigingen kunnen invloed hebben, maar vormen slechts één onderdeel van een veel groter geheel. Dat beleid geen effect heeft, beweert niemand. De IND noemt zelf verschillen in nationaal beleid, inwilligingspercentages en mogelijkheden voor gezinshereniging als factoren die meewegen zodra iemand eenmaal in Europa is. Het punt is een ander: dat effect is klein naast de veiligheidssituatie elders, het werkt traag, en het laat zich vooraf niet in een getal vangen waarop je een begroting kunt bouwen. In het politieke debat worden oorzaak en instrument ondertussen gemakkelijk verwisseld. Nieuwe beperkingen worden niet alleen verdedigd als een manier om aanvragen anders te behandelen, maar ook verkocht als garantie dat veel minder mensen zullen komen. Als die afname vervolgens uitblijft, geldt dat zelden als reden om de belofte te herzien. Het antwoord is meestal dat het beleid nog niet streng genoeg was. Zo kan iedere mislukking nieuw bewijs leveren voor dezelfde koers. Het Europese pact als uitgestelde belofte Ook het Europese Asiel- en Migratiepact, dat op 12 juni in werking trad, moet de indruk wekken dat de knop eindelijk is gevonden. Snellere procedures aan de buitengrens, een gezamenlijke lijst van veilige landen en meer samenwerking met landen buiten de EU moeten het aantal aanvragen terugdringen. De IND is over het kortetermijneffect opvallend terughoudend. Volgens de Migratieradar wordt breed aangenomen dat de invoering van het pact niet snel tot een significante afname zal leiden. Niet alle lidstaten hebben hun nieuwe procedures direct op orde. Pas wanneer de grensprocedure daadwerkelijk goed functioneert, zou het aantal aanvragen in Nederland kunnen afnemen. Dat voorbehoud verdwijnt gemakkelijk uit de politieke vertaling. Daar wordt voorgenomen beleid vaak behandeld alsof het verwachte resultaat al is geboekt. De opvang kan dan worden begroot op minder mensen, de uitvoeringsorganisaties moeten met minder middelen toe en gemeenten krijgen te horen dat de druk binnenkort zal afnemen. Wanneer dat optimisme onjuist blijkt, volgt weer dure noodopvang en heet de zelfgeorganiseerde capaciteitscrisis een onverwachte instroom. De Kaderwetevaluatie van het COA over 2019 tot en met 2024 laat zien wat dat kost. De benodigde opvangcapaciteit groeide van gemiddeld zo’n 31.000 plekken naar bijna 73.000, de uitgaven van ruim 658 miljoen naar ruim 4,5 miljard euro. Door tekorten aan reguliere locaties moest noodopvang worden geopend: duurder, en vaak van een lager kwaliteits- en voorzieningenniveau. Bij de IND loopt dezelfde rekening op, tot en met de 50 miljoen euro die in de begroting voor 2026 is gereserveerd voor dwangsommen wegens te laat genomen beslissingen. Wat het voortdurende op- en afschalen precies heeft gekost, weet intussen niemand: de Rekenkamer stelde vast dat het ministerie daar geen inzicht in heeft, en constateerde dit voorjaar hetzelfde over de effecten van de maatregelen bij de IND. Nederland beweegt anders dan de EU De cijfers bevatten nog een waarschuwing tegen eenvoudige verklaringen. In de EU+ lag het aantal asielaanvragen in de eerste drie maanden van 2026 zestien procent lager dan een jaar eerder. Nederland ging juist tegen die Europese trend in: van januari tot en met april werden hier 8.093 eerste aanvragen ingediend, meer dan in dezelfde maanden van 2025. Als nationale strengheid de doorslaggevende factor was, zou zo’n verschil gemakkelijk te verklaren moeten zijn uit een plotseling ruimhartiger Nederlands beleid. Dat beleid is er niet; de afgelopen tertalen gingen juist over aanscherping. De ontwikkeling onderstreept vooral dat migratiestromen verschuiven door een combinatie van routes, bestaande gemeenschappen, omstandigheden in andere Europese landen en informatie die rondgaat binnen netwerken. Een opvallend voorbeeld is de grote groep aanvragers die in de Nederlandse registratie onder ‘onbekende nationaliteit’ valt. Volgens een analyse in Ter Apel gaat het vrijwel altijd om mensen met een Palestijnse achtergrond. Van hen had in de eerste vier maanden van 2026 tachtig procent al bescherming in Griekenland. Zo’n cijfer wordt voorspelbaar aangegrepen als bewijs dat Nederland te aantrekkelijk zou zijn. De Migratieradar vermeldt inderdaad dat Nederland op sociale media als voorkeursbestemming wordt gepresenteerd. Maar dezelfde bron wijst ook op onderzoek waaruit blijkt dat de Griekse autoriteiten snel een verblijfsvergunning verstrekken en daarna nauwelijks voorzieningen bieden. Een formele beschermingsstatus betekent weinig wanneer huisvesting, inkomen en basale bestaanszekerheid ontbreken. De secundaire migratie die daarop volgt, is niet uitsluitend een Nederlands toelatingsprobleem, maar ook een gevolg van de ongelijke kwaliteit van bescherming binnen Europa. Hoe dat in de praktijk wordt opgelost, laat zich intussen goed aflezen aan de afspraak die Nederland en Griekenland in januari maakten. Dublin-overdrachten kunnen weer worden hervat, maar in ruil neemt Nederland de verantwoordelijkheid voor de stapel verzoeken die er al ligt. De kosten zijn zeker en direct, de verlichting is voorwaardelijk en hangt bovendien af van het oordeel van Nederlandse rechters over de Griekse opvang. Ook dat wordt in de politieke communicatie zelden zo gepresenteerd. De administratieve categorie ‘onbekende nationaliteit’ maakt daarnaast zichtbaar hoe gemakkelijk cijfers hun context verliezen. In een Kamerdebat of krantenkop klinkt de categorie als een groep van wie zelfs de herkomst niet kan worden vastgesteld. In werkelijkheid gaat het grotendeels om een herkenbare groep met een specifieke juridische en Europese voorgeschiedenis. Begroten op wat je hoopt Het probleem is niet dat de overheid probeert migratie te beïnvloeden. Beleid doet ertoe, procedures moeten uitvoerbaar zijn en Europese samenwerking kan voorkomen dat een klein aantal landen een onevenredig deel van de opvang draagt. Het probleem ontstaat wanneer politieke wenselijkheid de plaats inneemt van planning. Wie belooft dat strengere regels de aantallen snel verlagen, moet ook uitleggen wat er gebeurt wanneer oorlog, repressie en falende opvang elders sterker blijken dan het afschrikwekkende vermogen van een Nederlandse wetswijziging. Zonder die uitleg is ‘grip op migratie’ vooral een begrotingsaanname met een verkiezingsslogan eromheen. De IND doet wat een uitvoeringsorganisatie hoort te doen: onzekerheden benoemen, internationale ontwikkelingen meewegen en waarschuwen dat het Europese pact niet onmiddellijk of helemaal niet het beloofde effect zal hebben. De politiek kan die waarschuwing serieus nemen en voldoende structurele capaciteit organiseren. Of ze kan opnieuw op een snelle daling rekenen, reguliere opvang afbouwen en over een jaar geschokt vaststellen dat de bedden op zijn. Die tweede optie heeft inmiddels als voordeel dat iedereen precies weet hoe zij afloopt.

Quote du jour | Vergisrecht

QUOTE - Hoera! Soms doet onze landelijke politiek goede dingen, of in ieder geval, herstelt ze verkeerde. We krijgen een ‘vergisrecht‘, in het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid. Wat dat is?

De wet bouwt voort op de uitgangspunten van de Participatiewet in balans en moet gemeenten beter in staat stellen om proportioneel te handhaven. Bij besluiten kunnen zij straks nadrukkelijker rekening houden met de aard en ernst van een overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de rol die de gemeente zelf heeft gespeeld bij het ontstaan van de situatie.

Nieuw is ook het zogenoemde ‘vergisrecht’: het recht op het maken van een vergissing. Hiermee moet worden voorkomen dat inwoners door een enkele fout in een onomkeerbare spiraal van schulden en problemen terechtkomen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Utenriksdepartementet UD (cc)

De genocide duurt voort – het wegkijken ook

De Amerikaanse president Trump is er niet in geslaagd de Israëlische regering mee te krijgen in zijn recente vredesplan (‘een historische doorbraak’) voor Gaza. Niemand is er verbaasd over. Sinds het ‘bestand’ in oktober inging, zijn ten minste 1222 mensen in Gaza gedood waaronder minstens 300 kinderen. Het Israëlische leger schuift de gele bestandslijn steeds verder op. Met de bouw van een aarden wal rond de puinhopen van eerder kapotgeschoten huizen drijft Israël de dakloze Palestijnen in een steeds kleiner gebied. Inmiddels heeft Israël naar eigen zeggen 65 procent van de Gazastrook ingenomen en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu kondigde in mei aan dat hij daar 70 procent van wil maken. Vorige maand kondigde de Israëlische minister van Defensie Katz aan dat er in het nieuw veroverde gebied weer Joodse nederzettingen kunnen worden gebouwd.

De moord op de Palestijnse bevolking gebeurt niet alleen met bombardementen en geweervuur van sluitschutters vanaf de aarden wal. Ook de vele niet-ontplofte explosieven die na jarenlang oorlog voeren door het hele gebied liggen, hebben al honderden slachtoffers gemaakt. Begin dit jaar waarschuwden artsen al voor de dodelijke gevolgen van infectieziekten, vooral onder kinderen. “Het gevaar schuilt in de verzwakte immuniteit van de bevolking in Gaza als gevolg van hongersnood, ondervoeding en het gebrek aan noodzakelijke vaccinaties, wat een ernstige bedreiging vormt voor het leven van de patiënten.” Een kinderarts: “Voedsel, onderdak, een beschermend gezin, gezondheidszorg en onderwijs. Dat zijn de vijf essentiële dingen die elk kind nodig heeft. En in Gaza is elk van deze zaken doelwit geweest.” Gynaecologen die tijdens de genocide in Gaza werkten, vertelden de organisatie dat alle vrouwen die ze behandelden – “zwanger of niet” – ondervoed waren. Anderen beschreven hun ervaringen bij terugkeer naar gezondheidsinstellingen die belegerd en geplunderd waren door Israëlische bezettingsmacht, wat de overtuiging bevestigde dat de Palestijnse gezondheidszorg zelf een doelwit is. De-Healthification heet Israëls ‘georkestreerde ineenstorting van het Palestijnse leven’ in een uitgebreide studie van Layth Malvis van het Georgetown University’s Center for Contemporary Arab Studies. Andere spreken van ‘medicide‘, langs de medische weg een bevolking uitmoorden. 

Foto: Minister Memory 2026

Na de zomer het einde van kabinet Jetten

COLUMN - Onrust zaaien om de val van het kabinet te oogsten, is niet alleen aan het agro-industrieel complex voorbehouden. Er zijn een paar talkshows en interviewprogramma’s die er ook een handje van hebben. Maar waarom lenen toch niet als rechtsrevolutionair bekend staande gasten zich daarvoor?

In de zomereditie van Sven op 1, was emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis Joop van den Berg te gast. Bij Sargasso kennen we hem van ons zusterblog Montesquieu Instituut, mede door hem opgericht en tot op vandaag nog een van de auteurs. Sinds 2005 schrijft hij ook een tweewekelijkse column bij de website Parlement.com.

Bij Sven op 1 citeert de redactie Joop van den Berg in de kop van hun artikel:

Emeritus hoogleraar: ‘Einde kabinet-Jetten zit er dik in’

Joop van den Berg blijkt te reflecteren over of kabinet Jetten de komende Prinsjesdag (en daarop volgende debatten) in september zal doorkomen: “Ze komen in een hele lastige positie terecht in het najaar. Daarvan hangt af of ze enige toekomst hebben”

Joop van den Berg somt de inmiddels als bekend staande oorzaken voor een mogelijk debacle op.
– het kabinet heeft een minderheid in de Eerste en Tweede Kamer en heeft voor de financiële plannen dus steun nodig van een deel van de oppositie;
– het is geen hecht kabinet, waarin VVD versus D66, CDA “over een aantal dingen zeer verschillend denken.”
– als het kabinet dit jaar niet onderuit gaat, dan wel een jaar later, na de volgende Prinsjesdag. De VVD is immers de grote linkmiegel, die er op speculeert dat “na de statenverkiezingen er een meer rechtsgeoriënteerde Eerste Kamer komt”.
Joop van den Berg zei over dat laatste: “Dat denk ik, maar ik vind het wel een linke manier om de zaak naar de toekomst te verplaatsen. De begroting en het financiële kader zijn een ernstig conflictpunt”.

Quote du jour | Meer winst, minder transparantie!

QUOTE - Marktwerking! Privatisering! Neoliberalisering! Meer markt, minder overheid! En alles wordt beter. Voor de aandeelhouders, wel te verstaan, niet voor de kwetsbare jongeren die jeugdzorg nodig hebben.

Tegenover die winstgevendheid staat een toename van uitbesteding. Vooral jeugdzorg B.V.’s besteden steeds meer zorg uit: in 2025 deden zij dat 70 procent meer dan in 2022. Stichtingen gaven juist iets minder uit aan derden, al besteden zij in absolute zin nog altijd het meeste uit. A-INSIGHTS waarschuwt: ‘Elke laag uitbesteding maakt het lastiger te zien wíé de zorg uiteindelijk levert – en tegen welke marge.’

Foto: "Circular Polarisation difference" by nikozz is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

‘Polarisatie’ is niet het probleem

De term ‘polarisatie’ suggereert twee kampen die zich van elkaar verwijderen en daarmee ongeveer evenveel verantwoordelijkheid dragen voor de groeiende afstand. De remedie ligt dan voor de hand: matiging, dialoog, een stap naar elkaar toe

Alleen beschrijft dat volgens politicoloog Petter Törnberg slecht wat er op dit moment werkelijk gebeurt. In een recente studie stelt hij dat de dominante ontwikkeling in westerse democratieën asymmetrisch is. Radicaal-rechts beweegt richting autoritarisme, normdoorbreking en uitsluiting, terwijl centrumrechtse en zelfs sociaaldemocratische partijen juist regelmatig naar rechts meebewegen in plaats van naar links.

Wie die ontwikkeling toch als ‘polarisatie’ beschrijft, maakt van radicalisering een afstandsprobleem. En afstand kun je verminderen door beide kanten te laten bewegen.

In theorie althans. In de praktijk is ook de druk om te bewegen asymmetrisch. Links moet de rechtse kiezer ‘begrijpen’, luisteren naar diens zorgen, de toon matigen, strenger worden op migratie en erkennen dat het op sommige onderwerpen misschien toch te ver naar links is doorgeschoten. De omgekeerde oproep klinkt aanzienlijk minder vaak. Radicaal-rechts wordt zelden gevraagd wat meer begrip op te brengen voor migranten, trans mensen of moslims om zo de polarisatie te verminderen. Blijkbaar is toenadering vooral de verantwoordelijkheid van degene van wie rechts verlangt dat hij opschuift.

Foto: Tarik Haiga on Unsplash

Ceuta: wanneer de complottheorie zo gek niet meer klinkt

Ik betrap mezelf de laatste dagen op iets waar ik doorgaans nogal allergisch voor ben: complotdenken. De enorme toestroom van migranten naar Ceuta zou volgens de officiële lezing zijn ontstaan door desinformatie op sociale media en mensensmokkelaars. Het verhaal dat de grens min of meer openstond verspreidde zich razendsnel, tienduizenden mensen kwamen in beweging en binnen enkele dagen zat Spanje met een humanitaire ramp. Maar delen van die uitleg lijken onwaarschijnlijk. Bijvoorbeeld mensensmokkelaars waren helemaal niet nodig. Marokkanen konden de grens prima zelf vinden. Het hele verhaal klinkt wat wankel.

Dat komt allereerst doordat Marokko dit kunstje eerder heeft vertoond. In 2021 liet het land tijdens een diplomatiek conflict met Spanje de grens bij Ceuta feitelijk los. Ongeveer 8.000 mensen konden in zeer korte tijd de enclave binnenkomen. De Europese politiek sprak destijds openlijk over het inzetten van migratie als drukmiddel. Zodra de diplomatieke druk op Rabat toenam, kwam ook de grensbewaking weer op gang.

Wie daardoor bij een nieuwe, plotselinge massale beweging richting precies diezelfde grens denkt: hé, wacht eens even, is dus nog niet onmiddellijk rijp voor een aluminium hoedje.

Daar komt het huidige politieke klimaat bij. Spanje behoort tot de Europese landen die zich het hardst tegen het Israëlische optreden in Gaza hebben uitgesproken. De Spaanse regering veroordeelde Israëlische aanvallen en bleef zich nadrukkelijk achter Palestijnse staatsvorming scharen. Marokko heeft juist nauwe relaties met Israël opgebouwd. En Spanje ligt binnen de EU onder een vergrootglas wegens haar ‘soepeler’ (lees: menselijker) migratiebeleid.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: JF Martin on Unsplash

Is Cuba nog steeds niet gevallen?

Nee, het communistisch regime is nog steeds aan de macht in Cuba, ondanks alle pogingen van de VS om er een eind aan te maken. De bevolking lijdt onder schaarste op alle gebieden. De tekorten maken het leven van de meeste Cubanen zo langzamerhand onmogelijk. Het meest ingrijpend is het tekort aan olie. Venezuela, de belangrijkste leverancier tot voor kort, kan niets meer doen voor Cuba na de ontvoering van president Maduro en de daarop volgende ‘deal’ van Trump met de plaatsvervangende president Rodriguez. Sindsdien zijn door de VS nog weer nieuwe sancties afgekondigd tegen Cuba. De val van het regime lijkt een kwestie van tijd. Het land zit soms dagenlang zonder stroom, in de steden wordt geen vuilnis meer opgehaald, er zijn tekorten aan medicijnen en vele andere producten uit het buitenland sinds vliegverkeer door het gebrek aan kerosine sterk is afgenomen. Er komen ook geen toeristen meer, tot nu toe een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het land. Onder Amerikaanse druk staakt de Spaanse hotelketen Meliá, de grootste buitenlandse exploitant van hotels op Cuba, nu al zijn activiteiten op Cuba.

In juni heeft de communistische partij een nieuw pakket maatregelen goedgekeurd, waarmee het land meer wil opschuiven in de richting van een vrijemarkteconomie. Het pakket is gericht is op het aantrekken van particuliere investeringen – niet alleen van kleine, maar ook van grote investeerders. De maatregelen maken de oprichting van particuliere banken mogelijk, het verstrekken van leningen door deze banken, nieuwe particuliere kanalen voor het versturen van geld vanuit het buitenland, de oprichting van particuliere wisselkantoren, de import van benodigdheden en brandstof door boeren, en de import en verkoop van brandstof door particulier kapitaal. Of dat veel gaat uithalen mag worden betwijfeld. Onderdeel van de nieuwe Amerikaanse sancties is het verstoren van het betalingsverkeer. Visa- en Mastercard-betalingen in Cuba zijn opgeschort nadat de sancties een buitenlandse bank ertoe hebben aangezet de banden met een door de staat gesteunde financiële instelling te verbreken.

Foto: Paul Carroll on Unsplash

Argentijnse gepensioneerden voeren de oppositie aan tegen president Milei

Direct na de verloren WK-voetbalfinale hervatte de Argentijnse oppositie de protesten tegen het extreme neoliberale bewind van president Javier Milei. Organisaties van gepensioneerden namen het voortouw voor een massale demonstratie op 22 juli tegen geplande bezuinigingsmaatregelen. Vakbonden, sociale bewegingen en linkse partijen sloten zich bij hen aan.

Bijna de helft van de 7,8 miljoen Argentijnse gepensioneerden ontvangt het minimumpensioen en een bonus die samen neerkomen op 324 dollar. Dat is minder dan een derde van het basisvoedselpakket voor ouderen. Volgens de 69-jarige Raúl Maldonado bevordert het beleid van Milei de sociale ongelijkheid: “Twintig procent wordt miljonair, terwijl de overige tachtig procent van ons, die onderaan de ladder staan, nog steeds in dezelfde situatie vastzitten, met lage lonen”. De regering prijst zichzelf met het terugdringen van de inflatie. Maar dat ging gepaard met banenverlies en afname van de consumptie. Volgens Horacio Jerez, secretaris van de vakbond voor de schoenenindustrie, “is macro-economie één ding, en het dagelijks leven van alle Argentijnen iets heel anders.” “Er is een enorm tekort aan werk”, vertelde Jerez aan AFP, wijzend op de openstelling van de import en de dalende consumptie als oorzaken van fabriekssluitingen.

Milei heeft al meerdere malen laten weten dat hij niet van plan is af te wijken van zijn neoliberale agenda. Zonder veel ophef vaardigde hij een decreet uit waarbij de offshore-grens voor olie- en gasproductie met 5000 vierkante kilometer wordt uitgebreid. Dat moet nieuwe concessies voor buitenlandse bedrijven mogelijk maken. Daarnaast diende de president een wetsvoorstel in dat de meeste Argentijnse beperkingen op buitenlands eigendom van landbouwgrond weg moet nemen. Onder de bestaande wet is al veel land in handen gekomen van buitenlandse investeerders, Amerikanen voorop, die vooral geïnteresseerd zijn in Argentijnse bodemschatten. In een interview met Radio Buenos Aires vertelt Matias Oberlin die een kaart heeft gemaakt van grond in handen van buitenlanders dat het in totaal om een gebied gaat even groot als de oppervlakte van heel Engeland.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Julian Yu on Unsplash

India heeft te veel hoger opgeleiden

Afgelopen maandag was er in New Delhi een massale studentendemonstratie bij de opening van het Indiase parlement. Aanleiding: bij een toelatingsexamen voor de opleiding geneeskunde waren de opgaven gelekt waarna het examen ongeldig werd verklaard. Ondanks pogingen van veiligheidstroepen om met traangas en wapenstokken  tienduizenden mensen uiteen te drijven marcheerden de studenten naar het parlement waar ze het ontslag van de minister van Onderwijs eisten. Het was een van de grootste protesten tegen de regering van premier Narendra Modi in jaren. De parlementaire werkzaamheden zijn gisteren voor de vierde opeenvolgende dag verstoord door protesten van de oppositie.  Op de achtergrond speelt een enorme werkloosheid onder de hoger opgeleide jongeren.

Een recent, veel geciteerd onderzoek van de Azim Premji Universiteit toonde aan dat 40 procent van de jongeren onder de 25 jaar werkloos is, ondanks dat veel meer jongeren werden toegelaten tot het hoger onderwijs. ‘Studenten worstelen met een onder druk staand onderwijssysteem dat hen volgens velen eerder afschrikt dan ondersteunt,’ schrijft de New York Times. ‘Ze studeren jarenlang voor toelatingsexamens, streven naar maatschappelijke vooruitgang en financiële zekerheid. Maar steeds vaker merken afgestudeerden dat er veel minder geschikte banen beschikbaar zijn. Volgens het Indiase Nationale Bureau voor Misdaadregistratie pleegden meer dan 14.400 studenten in 2024 zelfmoord. Het bureau meldde dat het aantal zelfmoorden onder studenten sneller toeneemt dan onder de algemene bevolking.’ Veel afgestudeerden moeten genoegen nemen met een baan onder hun niveau. Een van de demonstranten vindt dat het grootste probleem: “De kosten van kwalitatief goed onderwijs in India zijn hoog, dus een goedbetaalde baan is een gerechtvaardigde verwachting”. Dus wanneer mensen langer werken voor een lager salaris, of banen aannemen die onder hun kwalificaties liggen, voegde ze eraan toe, “dan neemt de frustratie toe.”

Foto: ELG21 on Pixabay

Oekraïne begrijpen we, Soedan betreuren we

ONDERZOEK - Oorlog is niet alleen een strijd op het slagveld, maar ook een strijd om de publieke opinie. Daarin spelen media een grote rol, blijkt uit onderzoek van studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tess Otten en Charlotte Soer analyseerden de berichtgeving over de oorlogen in Oekraïne en Soedan op NOS.nl en NU.nl en laten zien hoe de media ons beeld van de oorlog bepalen.

Er bestaat een hemelsbreed verschil in de wijze waarop de oorlog in Oekraïne en de burgeroorlog in Soedan door de twee media worden gepresenteerd. Dat begint al met de frequentie van de berichtgeving. In de periode van april 2023 (het begin van de Soedan-oorlog) tot november 2025 verschenen er op NOS.nl en NU.nl 338 artikelen over Soedan, tegenover meer dan 4.300 artikelen over Oekraïne – ruim twaalf maal zoveel. Terwijl Oekraïne een vast onderdeel van het nieuws vormde, bleef de oorlog in Soedan onderbelicht.

Verschillende frames

Relevant is daarnaast dat de oorlogen volstrekt verschillend worden getypeerd. De oorlog in Oekraïne wordt gepresenteerd als een strategisch schaakspel met herkenbare hoofdrolspelers, zoals Zelensky en Poetin. Artikelen gaan over diplomatie, militaire missies en nieuwe wapensystemen, en het conflict wordt in een bredere politieke en economische context geplaatst. Hierdoor wordt de oorlog voor de lezer een begrijpelijk en tastbaar verhaal met heldere keuzes en ontwikkelingen. In de Oekraïne-artikelen is dit ‘politiek-strategische frame’, zoals het in de academische literatuur wordt genoemd, het dominante perspectief.
De burgeroorlog in Soedan wordt daarentegen gepresenteerd als een onoverzichtelijke humanitaire crisis. Artikelen gaan hoofdzakelijk over de onmenselijke gevolgen voor de Soedanezen, zoals in deze passage in een recent artikel van de NOS: “Duizenden burgerdoden, miljoenen vluchtelingen, ontvoeringen, dreigende hongersnood, verkrachtingen van jonge meisjes en meer ernstige schendingen van mensenrechten.”
Kenmerkend voor dit zogenoemde ‘dehumaniseringsframe’ is dat de oorlog een crisis zonder gezicht is. Herkenbare hoofdrolspelers ontbreken, burgers zijn teruggebracht tot getallen en er wordt maar weinig context geboden. Het conflict lijkt een onvermijdelijk natuurverschijnsel zonder concrete oorzaken.

Foto: Peter van der Sluijs, CC BY-SA 4.0 , nieuwe gemeenteraad in Nissewaard via Wikimedia Commons.

Van verschil, naar overeenkomst

De volgende bijdrage bestaat uit twee delen: een inleiding van Bert van den Braak, naar aanleiding van Joop van den Bergs boek Geduldig papier. Formeren in stad en land, gevolgd door een reflectie van Martijn Balster vanuit de gemeentelijke praktijk. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver, een uitgave van het Montesquieu Instituut.

Het vormen van kabinetten en van gemeentelijke colleges zijn belangrijke momenten in het bestuur. Er zijn vaste patronen en veelal informele regels en gewoonten. Emeritus-hoogleraar en, onder meer, oud-hoofddirecteur van de VNG, Joop van den Berg, geeft in het onlangs van zijn hand verschenen boek Geduldig papier. Formeren in stad en land een mooi overzicht van deze processen.

Er zijn overeenkomsten, maar zeker gezien het feit dat er gemeenten met verschillende specifieke kenmerken zijn, zijn er evenzeer verschillen. Zowel landelijk als gemeentelijk deden zich bovendien ontwikkelingen voor. Gemeentelijk was bijvoorbeeld het in 2002 geïntroduceerde dualisme van belang. Niet langer komen de wethouders (uitsluitend) uit de raad. Zowel landelijk als gemeentelijk is er sprake van versplintering – vaak nog meer dan landelijk. Een veelheid van fracties maakt het vormen van colleges lastiger. Landelijk zien we al langer dat formaties een moeizaam en soms maanden durend proces zijn.

Volgende