Vrouwen met een taalachterstand

Een vriend stuurde me een motie toe van PVV-Kamerlid Rachel van Meetelen. ‘Hé, taalkundige, iets voor jou!’ De motie was vorige week in stemming en laat zien dat er in bepaalde kringen weer een nieuwe term bestaat om groepen in de samenleving te beschrijven: ‘vrouwen met een taalachterstand’. Voor de motie stemden PVV, FvD en JA21: Nr. 288 MOTIE VAN HET LID VAN MEETELEN Voorgesteld 2 april 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de kraamzorg kampt met grote tekorten; overwegende dat de schaarse basiszorg niet op grond van een taalachterstand met voorrang mag worden verdeeld; verzoekt de regering te waarborgen dat kraamzorg niet terechtkomt bij vrouwen met een taalachterstand ten koste van kraamzorg aan andere Nederlandse vrouwen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Meetelen Er is voor zover ik kan nagaan geen enkele reden om te denken dat taalachterstand een belangrijke rol speelt bij voorrang in de kraamzorg. Er is een groot gebrek aan personeel en het kabinet wil daarom nadenken over wie er voorrang krijgt. Ik zie nergens staan dat het kabinet daarbij denkt aan taalachterstand, of dat zorginstellingen hier nu al mee bezig zijn. Ook Van Meetelens motie noemt geen enkele concrete aanleiding om in deze richting te denken. De enige conclusie is dat het hier gaat om ‘buitenlanders’, die dan dus in oppositie staan tot ‘andere Nederlandse vrouwen’. Het zou zelfs helemaal niet gek zijn om te kijken naar taalachterstand. Er zijn natuurlijk in individuele gevallen redenen om iemand net wat meer uren kraamzorg te geven, omdat deze daar behoefte aan heeft. Wat daarop tegen is, zou ik niet kunnen bedenken. Het gaat hierbij natuurlijk net zo goed om ‘andere Nederlandse vrouwen’ die zich om wat voor reden dan ook niet zo comfortabel voelen in het standaard-Nederlands, in het medisch jargon, of de taal die nodig is om je mondig op te stellen voor je pasgeboren kind. Kraamzorg lijkt me typisch iets waar sommige mensen meer bij gebaat zijn dan andere. Het zou mij niet verbazen als daar ook PVV-, FvD- en JA21-kiezers bij zijn. Het is ook helemaal geen schande. Maar er wordt dus niet naar gekeken. Er zijn dan ook best argumenten tegen te bedenken om dit een regel te maken, zoals dat ’taalachterstand’ betrekkelijk lastig is af te bakenen. Wat zouden de problemen moeten zijn? Het best laat je zoiets over aan degenen die de kraamzorg bieden. Het best bemoeit de politiek zich er niet mee. Er zijn andere dingen om je zorgen over te maken, maar dat er nu een stigmatisering gaande is van mensen die niet aan bepaalde taalnormen voldoen, verdient het toch wel even te worden uitgelicht.

Door: Foto: PVV Rachel van Meetelen. Foto Tweede Kamer CC-BY-NC 4.0

Quote du Jour | Normalisering

QUOTE - Prof. Carla Hoetink, politiek historica en directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen, schreef een rake column over de normalisering van extreem en radicaal rechts in de Nederlandse politiek.

Het Kamervoorzitterschap van PVV-ideoloog Martin Bosma is geen voetnoot in de parlementaire geschiedenis. Het is een onuitwisbaar teken van normalisering van radicaal en extreemrechts gedachtegoed als ‘gewoon een politieke mening’.

Waarom gebeurt dit? De aantrekkingskracht van populistische retoriek op kiezers en media speelt een cruciale rol. Middenpartijen imiteren standpunten uit competitie- en overlevingsdrang, om relevant te blijven en kiezers te behouden. Bij regeringssamenwerking speelt machtsbehoud en coalitiedynamiek. Uitvergroting in het publieke debat van bepaalde thema’s, zoals nationale identiteit, immigratie en economische bedreigingen, versterkt de normalisering

Foto: "NATO Secretary General visits the United States" by NATO is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

‘Trumppaaien’ of internationaal recht steunen. Een duivels dilemma?

OPINIE - door Laurien Crump

De presentatie van het jaarverslag van de NAVO donderdag 26 maart, stond in het teken van de steun van de secretaris-generaal aan de onrechtmatige Amerikaans-Israëlische oorlog in Iran. Het leek wel een déjà-vu van de NAVO-top in juni vorig jaar, toen de Amerikaanse bombardementen op Iran alle persconferenties domineerden. Wederom heeft een roekeloze actie van Trump de NAVO op 1-0 achterstand gezet. Wederom zoekt Rutte zijn heil in het alles op alles zetten om Trump gunstig te stemmen. Waar het aan de vooravond van de NAVO-top beperkt bleef tot Whatsappjes vol met lof, zei de NAVO-chef dit keer op Amerikaanse televisie dat de Amerikanen Trump moesten steunen, omdat hij onze veiligheid waarborgt. En dat een dik half jaar voor de Amerikaanse midterm-verkiezingen. Internationale media tuimelen over Rutte heen met kritiek. De NAVO-secretaris generaal hoort immers de stem van alle NAVO-landen te laten horen (inclusief de kritische premier Sánchez) en steunt hiermee verdere afbreuk van internationaal recht.

In de Nederlandse media is er een ander debat losgebarsten. Behalve alle kritische geluiden zijn er ook journalisten die de kritiek op Rutte als ‘gemakzuchtig’ bestempelen en beargumenteren dat Rutte geen andere keus heeft. Het is Ruttes taak om de Amerikanen – koste wat kost – binnenboord te houden; zonder de Amerikanen is er geen NAVO meer en zonder Amerikaanse steun zou Oekraïne verloren zijn. Het debat wordt geframed als een tegenstelling tussen ‘principes’ (de critici) en ‘pragmatisme’, tussen ‘gemakzucht’ en ‘politiek vernuft’, en tussen internationaal recht en internationale veiligheid. Natuurlijk wordt Rutte geconfronteerd met een duivels dilemma en is hij bepaald niet de enige die voor Trump buigt. Hetzelfde geldt voor de Tweede Kamer: een motie om de oorlog in Iran te veroordelen als ‘een schending van het internationaal recht’ werd alleen door de indieners gesteund (DENK, GroenLinks-PvdA, SP, PvdD en Volt).[1] De geschetste tegenstelling tussen principes en pragmatisme is echter een valse tegenstelling.

Foto: "Trump Maga Rally in Charlotte, North Carolina" by The Epoch Times is licensed under CC BY-NC 2.0

Trump: geen diagnose, wel een patroon

Donald Trump haalt regelmatig weer een cognitieve test. Althans, dat zegt hij zelf, en hij zegt het vaak genoeg om het tot campagneritueel te verheffen: een perfecte score. Alweer. De conclusie volgens Trump: geniaal. De conclusie volgens de test zelf: geslaagd voor een screening die bedoeld is om vroege signalen van cognitieve achteruitgang te detecteren. Een niet-perfecte score wijst op problemen.

Die test heet de Montreal Cognitive Assessment, de MoCA. In de kliniek is het een laagdrempelige screening voor onder meer Alzheimer en andere vormen van dementie. Artsen gebruiken hem om te zien of verder onderzoek nodig is. Niet om iemand tot stabiel genie te kronen. Het feit dat Trump er telkens op terugkomt, en dat die test volgens zijn eigen woorden regelmatig wordt herhaald, suggereert vooral dat er reden is om te blijven screenen. In de geneeskunde herhaal je geen simpele check-ups omdat alles zo uitzonderlijk goed gaat.

Ook steeds meer neurologen en geriatrische specialisten laten in media en vakreacties doorschemeren dat het patroon opvalt: de nadruk op een eenvoudige screening, het herhalen ervan, en het publieke gedrag van Trump dat moeilijk te rijmen is met de bravoure waarmee de uitslag wordt verkocht. Ze formuleren dat meestal omzichtig, met de bekende disclaimer dat een diagnose op afstand onzinnig is. Tegelijk stellen ze wel vast dat herhaald testen en opvallend gedrag precies de omstandigheden zijn waarin je normaal gesproken juist verder kijkt, niet achterover leunt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Closing Time | Groots Systeemontwrichtend Concert in Budapest

Mijn hypochondrische oom Willem placht bij elke verkiezing te zeggen: ‘Of je nou door de hond of door de kat wordt gebeten….’. Dat was zijn keukentafel-analyse, waarmee hij wilde beweren dat de poppetjes kunnen wisselen, maar het systeem zou hetzelfde blijven.

In Hongarije zullen ze zulke ooms ook wel hebben. Grote vraag daar is nu: krijgen die ooms gelijk of zal een nederlaag van Viktor Orban een nieuwe politiek onder leiding van Peter Magyar Hongarije in de vaart der democratische volkeren doen opstuwen?

Foto: European People's Party (cc)

In Hongarije wint Magyar misschien, maar het systeem blijft staan

De verleiding is groot om de opkomst van Péter Magyar te zien als een klassieke regimewissel. Zestien jaar Viktor Orbán en Fidesz zouden eindigen, de illiberale staat wordt ingeruild voor iets wat weer meer op een democratie lijkt, en Brussel kan opgelucht ademhalen. De realiteit oogt aanzienlijk weerbarstiger.

De cijfers voeden de illusie van een breuk. Peilingen suggereren dat Magyar met zijn Tisza-partij zelfs een tweederdemeerderheid kan halen, voldoende om grondwet en instituties te hervormen. Tegelijk erkennen vrijwel alle analisten dat het systeem dat Orbán heeft opgebouwd diep verankerd is in media, rechtspraak en economie. Dat systeem verdwijnt niet automatisch bij een verkiezingsverlies.

En daar zit het eerste probleem. Hongarije functioneert al jaren als wat politicologen een verkiezingsautocratie noemen: verkiezingen bestaan, terwijl het speelveld structureel scheef en anti-democratisch is. Onder Orbán is de rechterlijke macht uitgehold, media geconcentreerd in handen van de staat en bevriende oligarchen, en het kiesstelsel aangepast ten gunste van de zittende macht. Dat zijn geen beleidskeuzes die je met één verkiezing terugdraait; het zijn infrastructuren van macht.

Het tweede probleem is persoonlijker: Magyar zelf. Hij presenteert zich als breuk met het systeem, terwijl hij er rechtstreeks uit voortkomt. Hij was jarenlang insider binnen Fidesz en kent de mechanismen van binnenuit. Dat maakt hem electoraal aantrekkelijk, omdat hij geloofwaardig kan spreken over corruptie. Het roept tegelijk een andere vraag op: waarom zou iemand die in dat systeem functioneerde het fundamenteel ontmantelen, in plaats van het zelf te gaan gebruiken?

Foto: 51581 on Pixabay

Mission accomplished: oorlog gewonnen, regime gechanged

De Verenigde Staten hebben opnieuw een oorlog gewonnen. Of preciezer: ze hebben verklaard dat ze gewonnen hebben. Minister van Defensie Pete Hegseth sprak over een “decisive military victory”. Iran zou effectief teruggedrongen zijn en tot een staakt-het-vuren zijn gebracht.

Dat roept een basale vraag op: wat is er precies veranderd? De Straat van Hormuz is weer open, maar dat was hij voor dit conflict ook. Iran bestaat nog steeds. De machtsstructuur in Teheran staat overeind. De regionale spanningen blijven intact. Alleen de context is verschoven: meer schade, meer wantrouwen, minder controle. Een systeem dat al fragiel was, draait nu onder nog hogere druk. En ondertussen gaat Israël rustig door met het Gaza-stijl bombarderen van Libanon.

Dit type overwinning voelt bekend. Tijdens de Golfoorlog van 1991 werd Koeweit bevrijd, waarna de machtsverhoudingen grotendeels bleven zoals ze waren. Saddam Hoessein bleef aan de macht. De regio ging door met dezelfde spanningen, aangevuld met sancties, no-fly zones en permanente militaire dreiging. De oorlog als onderhoudsmechanisme voor instabiliteit.

Regime change als administratieve vervanging
Interessanter is de manier waarop het begrip “regime change” verschuift. Ooit verwees het naar een daadwerkelijke breuk: een ander regime, andere machtsbasis, een structurele verandering. In de huidige praktijk betekent het blijkbaar iets anders. De strategie richt zich op het uitschakelen van leiders. De top wordt verwijderd, waarna opvolgers uit dezelfde structuren hun plaats innemen. De organisatie blijft, de logica blijft, de belangen blijven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | Het is wel weer duidelijk…

QUOTE - … waar de prioriteiten liggen. Van het kabinet, welteverstaan.

Gemeenten zijn verrast door de middelen die zijn weggevallen in de Voorjaarsnota die 27 maart is gepubliceerd. Eerder heeft Marianne van der Sloot, voorzitter van de VNG-commissie PSI, in diverse media al haar ongenoegen en zorgen geuit over de bezuiniging op proactieve dienstverlening voor bijstand.

Maar dit blijkt nog maar het halve verhaal van de bezuinigingen die vallen op gemeentelijk terrein en vooral invloed hebben op werkende armen. Van der Sloot: ‘Het is onverteerbaar. Het zet de bestaanszekerheid van veel inwoners onder druk.’

Foto: NASA, publiek domein

Amerika: tussen apocalyps en ansichtkaart

Terwijl beelden van de missie van Artemis II al rondgaan, met de aarde als fragiele blauwe bol in zorgvuldig georkestreerde composities, dreigde dezelfde staat die dit voor elkaar kreeg op aarde een hele beschaving van de kaart te vegen. Donald Trump formuleerde het zonder omwegen: Iran zou binnen een nacht kunnen verdwijnen.

Dat contrast vraagt nauwelijks interpretatie. Boven ons hoofd cirkelt een ruimtevaartprogramma dat ons laat voelen hoe klein en kwetsbaar de aarde is. Het soort beelden dat traditioneel leidt tot reflectie, tot besef van onderlinge afhankelijkheid en dat we die fragiele planeet moeten beschermen. Het bekende ‘overview effect’ wordt weer van stal gehaald, ditmaal als marketinglaag voor een nieuwe maanmissie.

Op hetzelfde moment wordt op aarde gesproken in termen die precies het tegenovergestelde impliceren. Niet kwetsbaarheid, maar hoe te vernietigen. Niet verbondenheid, maar het idee dat een complete samenleving als strategische variabele kan worden uitgeschakeld.

Het ongemak zit in het feit dat dit geen tegenstelling is die opgelost hoeft te worden. Beide komen voort uit dezelfde infrastructuur, dezelfde technologische en politieke logica. De raket die astronauten rond de maan brengt en de raket die een stad kan uitwissen delen meer dan alleen hun vorm.

De foto’s die Artemis II nu al oplevert worden massaal gedeeld. De aarde als icoon van kwetsbaarheid, gevangen in perfecte belichting. Foto’s waar we allemaal op staan. Ondertussen blijft de taal van vernietiging gewoon circuleren. Het zijn twee uitdrukkingen van dezelfde macht, die tegelijk kan observeren en vernietigen en het mooiste en slechtste in de mens boven brengt.

Foto: Markus Winkler on Unsplash

Waarom screenen we ministers en staatssecretarissen zo anders dan wethouders?

Door Niels Karsten

Het vertrek van Nathalie van Berkel als kandidaat-staatssecretaris en Tweede Kamerlid na ophef over haar cv riep de nodige vragen op over de screening van politieke ambtsdragers. De casus laat zien dat het verstandig is om ministers en staatssecretarissen een gedegen risicoanalyse integriteit te laten doorlopen, in plaats van een vrijwillig zelfassessment. Bij bijna alle wethouders gebeurt dat al wel. Sowieso is de screening van wethouders wezenlijk anders ingericht dan die van bewindslieden. De verschillen zijn echter lang niet altijd even consistent doordacht.

Het uitgangspunt bij de screening van politieke ambtsdragers in Nederland is dat de democratie haar werk moet kunnen doen: de kiezer bepaalt wie hem vertegenwoordigt, en de volksvertegenwoordiging kiest vervolgens haar uitvoerend bestuurders. Beiden worden daarbij zo min mogelijk beperkt. De screening van politieke ambtsdragers is daarom in de basis relatief licht. Zo zijn politieke functies grondwettelijk uitgesloten van veiligheidsonderzoek, op basis waarvan ambtenaren die een risico vormen voor de nationale veiligheid een functie kan worden geweigerd. Voor zover er screening plaatsvindt, heeft die vooral een adviserende functie: ze brengt integriteitsrisico’s in kaart en maakt betrokkenen daarvan bewust maar houdt niet tegen dat iemand de betreffende functie alsnog gaat vervullen. Dat zou namelijk een inperking zijn van het grondwettelijk geborgde actieve en passieve kiesrecht . In reactie op integriteitskwesties uit het verleden heeft zich evenwel een rijke screeningspraktijk ontwikkeld rond politieke ambtsdragers, met zowel formele als meer informele instrumenten. Die komt de bestuurlijke integriteit ten goede, maar creëert tegelijk grote en fundamentele verschillen tussen bestuursniveaus. Die verschillen zijn lang niet altijd bewust gecreëerd en de betekenis en gevolgen ervan zijn vaak niet consistent doordacht. Dat punt laat zich goed illustreren aan de hand van wethouders.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: IoSonoUnaFotoCamera (cc)

Trump: De NAVO is waardeloos. Help ons

Er zit een zekere efficiëntie in de manier waarop Donald Trump redeneert. Waarom kiezen tussen twee tegenstrijdige posities als je ze ook gewoon tegelijk kunt innemen? De NAVO is een papieren tijger. Zwak, irrelevant, een geopolitieke kartonnen decorwand die omvalt zodra iemand ertegen blaast. Tegelijkertijd is het blijkbaar een onmisbare militaire macht die onmiddellijk had moeten opdraven om zijn oorlog met Iran te ondersteunen. Dat ze dat weigerden, maakte het bondgenootschap ineens laf, tekortschietend en ondankbaar.

Schrödingers bondgenootschap

De NAVO verkeert in een fascinerende kwantumtoestand: tegelijk totaal nutteloos én cruciaal voor de overwinning. Een alliantie die niets kan, behalve precies datgene doen wat Trump nodig heeft en blijkbaar niet alleen kan. Zolang Europese landen weigeren zich in een conflict te laten trekken dat ze zelf niet zijn begonnen, bewijzen ze hun zwakte. Zouden ze wél meedoen, dan bevestigt dat uiteraard dat Trump gelijk had. Elke uitkomst valideert de oorspronkelijke stelling. Geopolitiek “heads I win, tails you lose”.

De impliciete bekentenis

Als de NAVO werkelijk een papieren tijger is, zou de Amerikaanse inzet Iran zonder moeite moeten kunnen verslaan. Geen probleem. Klaar. Maar tegelijk klagen dat bondgenoten nodig zijn om überhaupt kans te maken, is impliciet toegeven dat die oorlog zonder hen moeilijk, riskant of zelfs onhaalbaar is. Voor wie goed luistert, zit de eerlijkste analyse van Trumps Iran-avontuur verstopt in zijn eigen verwijten.

Foto: Alireza Jalilian on Unsplash

In Israël is de doodstraf terug. Alleen niet voor iedereen (goh)

Israël kent officieel de doodstraf, maar paste deze sinds 1962 feitelijk niet meer toe. Die politieke keuze wordt nu verlaten, maar uiteraard wel selectief. Want officieel geldt de nieuwe wet voor iedereen, in de praktijk is deze uitsluitend op Palestijnen gericht. De wet maakt namelijk de doodstraf verplicht voor terrorisme die tot Israëlische doden leidt.

De kans dat Israëliërs met deze wet te maken is verwaarloosbaar, want deze is gericht op militaire rechtbanken, en laat dat nu net het ‘rechtssysteem’ zijn waar Palestijnen onder vallen. Israëlische burgers vallen – vanzelfsprekend – onder civiel recht. Daarmee ontstaat een voorspelbare uitkomst: maximale straf binnen een systeem met beperkte, zelfs afwezige bescherming.

De werking van dat systeem blijkt ook uit de cijfers. In militaire rechtbanken ligt het percentage veroordelingen rond de 96 tot 99 procent. Vrijspraak komt zelden voor. Veel zaken eindigen in schuldbekentenissen onder detentie, zogenaamde ‘plea deals’, en de uitkomst ligt daarmee in bijna alle gevallen vast.

De wet wordt – zoals altijd – gepresenteerd als afschrikking. Tegelijkertijd blijft geweld van kolonisten tegen Palestijnen zelden tot vervolging leiden. Het strafrecht markeert zo wie bescherming krijgt, en bevestigt daarmee een systeem van apartheid waarin verschillende groepen onder verschillende regels en rechten vallen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Volgende