Algemene Politieke Beschouwingen zonder traditionele aftrap van wantrouwen
Na de rijtoer, de hoedjes, troonrede en balkonscene toog de Tweede Kamer gisteren aan het serieuze werk: de Algemene Politieke Beschouwingen (APB).
Daarmee waren we nog niet van de gebruikelijke tradities af. Zo was daar de traditie dat de grootste oppositiepartij de aftrap mocht verrichten. Dat werd deze keer niet heer Wilders, die tot zijn chagrijn de beurt aan heer Klaver moest laten. Wilders kwam pas als derde aan de beurt.
Daarmee verviel ook de door Wilders in 2007 opgetuigde traditie van de motie van wantrouwen jegens het kabinet. We halen het verslag er even bij en zien dat Klaver een hand uitsteekt naar het kabinet:
Als ik op alle punten zou zeggen “daar valt niet over te praten”, dan moet ik een motie van wantrouwen indienen. Dat ga ik niet doen. Ik zou het een schande vinden als dit kabinet valt.
Als tweede kwam heer Paternotte aan de beurt, die het natuurlijk was opgevallen dat de traditie van een motie van wantrouwen bij het begin van de APB tot zijn genoegen is komen te vrvallen:
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter, dank u wel. Het is natuurlijk jarenlang zo geweest dat de Algemene Beschouwingen begonnen met de heer Wilders, die hier dan een uurtje stond te tieren en soms zelfs meteen een motie van wantrouwen op tafel legde. Nu begon het met anderhalf uur Klaver, die letterlijk zei: ik ga géén motie van wantrouwen indienen. Het was ook nog eens een stuk vrolijker dan we eerder hebben gezien, dus volgens mij is dit al een veel positievere start van de Algemene Beschouwingen.