Piratenstaat Israël, en Nederland blijft stil
Israël enterde opnieuw schepen in internationale wateren. Ditmaal ging het om de Global Sumud Flotilla, een vloot met activisten en hulpgoederen op weg naar Gaza, waaronder ook Nederlandse opvarenden. De onderschepping gebeurde honderden kilometers van Gaza vandaan, nabij Cyprus en Kreta.
Dat laatste is juridisch relevant. Een staat mag namelijk niet willekeurig schepen op volle zee enteren. Israël beroept zich al jaren op de blokkade van Gaza. In het internationaal oorlogsrecht bestaat inderdaad een beperkte mogelijkheid om een maritieme blokkade af te dwingen buiten territoriale wateren. Alleen zit daar een cruciale voorwaarde aan: die blokkade moet zelf rechtmatig zijn.
Tot een paar jaar geleden hield dat juridische en diplomatieke verhaal ook nog soort van stand. Alleen vooral omdat Israël voor het Westen nu eenmaal een bondgenoot is. Bondgenoten krijgen traditioneel meer ruimte binnen het internationale recht, zeker wanneer hun tegenstanders gemakkelijk als terroristen of schurkenstaten kunnen worden weggezet. Zolang de humanitaire gevolgen nog enigszins abstract bleven en westerse regeringen bereid waren weg te kijken, konden veel van Israëls acties nog worden verpakt als harde maar legitieme veiligheidspolitiek.
