Het OM vs Wilders: tja, het is maar hoe je kijkt
Het Openbaar Ministerie heeft eindelijk duidelijkheid gegeven over de Wilders-afbeelding met de blonde “PVV”-vrouw tegenover de nors kijkende vrouw met hoofddoek: geen vervolging. Want volgens het OM is de afbeelding “voor verschillende uitleg vatbaar”.
Daarmee heeft het OM vooral iets anders duidelijk gemaakt: racisme wordt in Nederland blijkbaar vooral strafbaar geacht zolang het buiten de politiek plaatsvindt. Zodra discriminatoire beeldtaal onderdeel wordt van een electorale strategie, verandert zij juridisch in “maatschappelijk debat”, “politieke context” of “verschillende interpretaties”. Precies op de plek waar racisme historisch het krachtigst functioneert, namelijk als politiek mobilisatie-instrument, brengt de rechtsstaat plotseling uitzonderlijk veel begrip op.
Politieke uitingen krijgen altijd al meer ruimte dan gewone publieke communicatie. Dat principe bestaat om scherpe oppositie, provocatie en fundamentele kritiek mogelijk te maken. Maar de grens van wat onder die noemer nog acceptabel is, schuift hiermee steeds verder op. Het probleem van deze beslissing is dan ook niet dat Wilders wegkomt met één specifieke afbeelding. Het probleem is dat politieke context tegenwoordig fungeert als vrijbrief voor beeldtaal die in elke andere omgeving direct als stigmatiserend en racistisch gemotiveerd zou worden herkend.
Vanaf nu bestaat discriminatie in de politiek blijkbaar pas wanneer iemand er letterlijk “ik discrimineer nu” onder zet in Comic Sans, ondertekend met naam en datum. Iedere andere vorm van beeldtaal zweeft voortaan in een semantische mistbank waarin alles tegelijk propaganda, satire, politieke analyse en misschien gewoon een gezellig moodboard kan zijn.
