Iran: van sancties naar servicepakket
Voor de oorlog was de status quo helder. Iran zat onder sancties, had beperkte toegang tot internationale markten en werd door Washington en Tel Aviv behandeld als een probleem dat met maximale druk vanzelf kleiner zou worden. De VS hadden de militaire overmacht in de regio, Israël had de politieke rugdekking, en het nucleaire dossier leverde de permanente rechtvaardiging voor dreiging, bombardementen en stoere taal van mannen die oorlog vooral zien als een communicatiestrategie met explosieven.
Na de oorlog ligt er een (uitgelekt) voorlopig akkoord waarin Iran opvallend weinig, of eigenlijk zelfs niet, kleiner is geworden. Mocht het waar zijn, dan stopt de strijd op alle fronten. Ook bondgenoten moeten zich eraan houden, waardoor de tekst impliciet ook de strijd tussen Israël en Hezbollah raakt. Dat alleen al is een interessante uitkomst: Iran wordt niet geïsoleerd, maar erkend als partij die invloed heeft op de regionale brandhaarden. Voor een land dat zogenaamd op zijn plek moest worden gezet, is dat een vrij ruime plek geworden.
Nog aardiger wordt het bij de wederzijdse belofte om zich niet meer met elkaars binnenlandse aangelegenheden te bemoeien. Trump had na de eerste aanvallen nog gefantaseerd over regimeverandering in Iran. Nu belooft Washington datzelfde regime met rust te laten. Blijkbaar is de dictatuur na een paar maanden oorlog weer voldoende legitiem om er ordentelijk afspraken mee te maken. Principes zijn mooi, zolang ze niet in de weg staan van olieprijzen.