Over waardig sterven en een onthutsende wet
COLUMN - Waarin gastredacteur Michel van Baal een eerbetoon brengt aan zijn vader, die hem liet zien hoe je waardig kunt sterven als het echt niet meer gaat. En waarin hij een aanklacht tegen de hypocrisie van de huidige euthanasiewet formuleert.
Mijn vader is twee jaar geleden, op 23 augustus 2010, op een indrukwekkende manier doodgegaan. De herinnering aan die bijzondere dag koester ik, samen met het gemis en het verdriet. Dankzij onze liberale euthanasiewetgeving heeft mijn vader zelf voor dat moment mogen kiezen en daarvoor ben ik dankbaar. Tegelijkertijd ben ik nog steeds onthutst over de manier waarop euthanasie in die wet een misdrijf is en wat dat voor huisarts en familie betekent als je het van nabij meemaakt.
We krijgen waarschijnlijk een nieuw ‘paars’ kabinet. Ik hoop dat de politici dat moment gebruiken om er een wet van te maken die niet alleen zorgvuldig, maar ook respectvol is voor nabestaanden en betrokken medici.
Imposant
Mijn vader was een imposante man. Met zijn 1.92 m, brede postuur, stevige buik en forse baard was het iemand die redelijk onbekommerd door een donker steegje kon kuieren. Hij doceerde Nederlands op een school voor moeilijke opvoedgevallen en zijn sterkste wapen was zijn zware bas. Ik weet nog goed hoe hij me, toen ik rond de twintig was, een keer het zwijgen oplegde in een verhitte discussie over niks. Alleen maar met een simpele stemverheffing. Toch was dat imposante vooral uiterlijk vertoon, want het was een zachtaardige man. Mijn vader was heel goed met taal, had een geraffineerd gevoel voor humor en hij kon bijzonder eigenwijs en koppig zijn.