#Dezeweek | Biechten
COLUMN - Het liefst had ik vijfhonderd woorden geschreven over de poeptaarten van de IKEA, maar mijn wereldbeeld is ontwricht door de biecht van Michael Boogerd.
Wielrenner Michael Boogerd (nul tourwinsten) heeft gisteren na jarenlang ontkennen verteld dat hij toch doping en andere prestatieverhogende middelen heeft gebruikt. Dat deed me eigenlijk niet zo veel. Ten eerste vind ik wielrennen een domme sport. Ik kijk de Tour de France bijvoorbeeld alleen uit zomerverveling, en zelfs dan alleen voor de helikoptershots van de Bourgondische kasteeltjes. Ten tweede stond Boogie wat mij betreft nou niet echt op een voetstuk, laat staan dat hij er vanaf kon vallen.
Het deed me wel wat dat het interview met de ex-wielrenner door alle media als ‘biecht’ werd bestempeld. Naar mijn idee is ‘biechten’ (de seculiere vorm van het woord) een woord als ‘bekennen’, wat inhoudt dat het gebiechtene nog onbekend is bij degene tegen wie je biecht. Een wielrenner die vertelt dat hij doping heeft gebruikt valt wat mij betreft niet onder die definitie. Zo kunnen we toch elke dag wel een rennersbiecht gaan livestreamen? Eigenlijk wordt het pas een biecht als een renner komt vertellen dat hij juist nog nooit doping heeft gebruikt. ‘Tja misschien dat nu duidelijk is waarom ik altijd laatste werd.’