ANALYSE - CO2-opslag in Nederland faliekant mislukt. Hoe kan dat?
De afvang en opslag van CO2, kortweg CCS (Carbon Capture and Storage) heeft zich nooit in een grote populariteit mogen verheugen. Zonnecellen op het dak zijn knuffelbaar en sexy, maar wie pleit voor CCS is een zonderling. Het CATO-programma ontwikkelde niettemin tegen de stroom in de optie verder, en Rotterdam bombardeerde CCS tot speerpunt van het Rotterdam Climate Initiative. De helft van het Rotterdamse CO2-doel moet via CCS worden gehaald.
De rijksoverheid bereidde een demo-project voor, waarop Shell intekende met een plan om CO2 van zijn raffinaderij af te vangen en in een gasveld onder Barendrecht op te slaan. Door een opeenstapeling van factoren (lokaal verzet, een weifelende rijksoverheid, communicatiefouten en bovenal een flinterdun gevoel voor nut en noodzaak) ging het project niet door.
Eerder startte de voorbereiding en bouw van nieuwe kolencentrales, op de Maasvlakte en in de Eemshaven. Politici en bedrijven werden zwaar aangevallen op de giga-kolenplannen, maar er was een verweer: er zouden flinke stappen worden gezet met de ontwikkeling van CCS. De energiebedrijven beloofden hun stinkende best te doen. In Noord-Nederland zou opslag in oude gasvelden onder land kunnen, voor Maasvlakte/Rotterdam stonden gasvelden onder zee ter beschikking.