Voor de relatieve leek zijn het verwarrende en verontrustende tijden. Het ene na het andere bericht over kelderende dollars en kredietcrises verschijnt in de media. Als je dan, zoals ik, de klepel nooit helemaal hebt kunnen vinden in die economische klok is het lastig om er achter te komen wat je er van moet vinden. En of het überhaupt zinvol is er iets van te vinden.
De dag dat de dollar valt, de interessante, maar ook beangstigende documentaire van Tegenlicht heb ik gezien. De extreem lage eindkoers waar die uitzending mee eindigde begint dichterbij te komen. Desondanks kan ik nog steeds pinnen, mijn hypotheek betalen en alhoewel ik zie dat een tank diesel steeds meer kost en zelfs het brood van de Lidl duur begint te worden, heb ik geen honger. De stijgende voedselprijzen in de wereld maken voornamelijk dat ik me druk maak over biobrandstof en hongersnood en de daar eventueel uit voortvloeiende onrusten.
Naar wat of wie moet ik luisteren? Wouter Bos, die zegt dat het hier zo’n vaart niet loopt, of het IMF, dat spreekt van de ergste crisis sinds 1929? Dan krijg ik toch echt visioenen van gaarkeukens en stempelaars.
Wanneer is een crisis een crisis? Heeft het zin als ik elke dag even kijk of de Dow Jones en de dollar gezakt zijn? Moet ik me zorgen maken als Amerikaanse banken bijna failliet gaan? Als mijn huis minder waard wordt is dat niet prettig, maar veel was het toch al niet gestegen en verhuizen ga ik niet. Natuurlijk, als de zaak echt uit de hand loopt en ons inkomen wegvalt, dan hebben we een probleem. Maar op de één of andere manier kan ik me dat niet voorstellen. Zo’n dip in de economie komt om de zoveel jaar voorbij. Toch? Is dat naïviteit of een gezonde levenshouding? Is het nu anders dan voorheen? Wanneer moet ik me echt zorgen gaan maken?