De Europese liberale fractie wil meer inzicht in de kosten en baten van het Europese antiterrorismebeleid. Dat is hard nodig. Hoewel de Europese Unie een sleutelrol speelt in de vormgeving van het antiterrorismebeleid, dus ook het Nederlandse, is er maar bitter weinig bekend over de effecten daarvan, zowel in financiële als juridische zin. De liberalen pleiten daarom voor een groot onderzoek, maar de christen-democraten in het Europarlement liggen dwars.
Vandaag debatteert het Europees Parlement over een evaluatierapport dat de liberale fractie heeft laten opstellen. Het rapport is een eerste aanzet om de kosten van tien jaar Europees antiterrorismebeleid in kaart te brengen. De inzet van het debat is of het onderzoek uitgebreid moet worden.
Wat doet Europa?
Op Europees niveau worden de grote lijnen van het antiterrorismebeleid bepaald. De opslag van internet- en telefoniegegevens, het uitwisselen van Passenger Name Records (PNR) van luchtvaartmaatschappijen, de invoering van een Europees biometrisch controlesysteem, het uitwisselen van politiegegevens tussen de lidstaten, het uitwisselen van persoonsgegevens tussen EU-landen en de Verenigde Staten; ze vinden hun oorsprong in Brussel. De uitvoering is doorgaans aan de lidstaten.
Dat neemt niet weg dat de Europese Instellingen een steeds grotere taken krijgt in het antiterrorismebeleid. Europol heeft er taken bijgekregen. Er is een gemeenschappelijke OM-achtige instelling bijgekomen. En buiten het zicht van de publieke visie ontwikkelt het zogenoemde Situation Centre zich tot een soort Europese geheime dienst (Sargief).