ANALYSE - Aantasting van de vrije artsenkeuze leidt tot een monopoliepositie van verzekeraars en ondergraaft juist de marktwerking in de zorg.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) had bij monde van Natasja Wijnbeek in maart naar buiten gebracht dat het beperken van de vrije artsenkeuze per persoon zo’n honderd Euro per jaar goedkoper zou zijn en de minister had er wel oren naar. Of was het andersom? Dat mevrouw Schippers de zorgverzekeraars ten dienste wilde zijn – om hun bedrijfskosten te verlagen – en de NZa vervolgens met een financieel voordeel kwam?
Inzet in het politieke debat over het nieuwe zorgakkoord gisteren was de vrije keuze van de patiënt – u en ik – voor een zorgaanbieder. Als een zorgverzekeraar namelijk de vrijheid krijgt om alleen de zorgkosten van een patiënt te vergoeden wanneer die naar een gecontracteerde, goedkope arts gaat, is er winst te behalen volgens de minister. Daar betalen anderen echter wél een prijs voor.
Wie meer betaalt, heeft meer vrijheid
Artikel 13 uit de Zorgverzekeringswet garandeert de keuzevrijheid van de patiënt voor een behandelaar. Om de zorginkoop efficiënter te kunnen laten zijn, moet er dus gesleuteld worden aan het artikel. Het feit dat de patiënt daarmee zijn recht kwijtraakt om zelf een behandelaar te kiezen, was hét hete hangijzer. Artsen, consumentenbond, zelfs een kleine zorgverzekeraar, ze keerden zich faliekant tegen het plan van minister Schippers. Deze koos dan ook eieren voor haar geld en stelde een tussenstap voor.